Schrijver Philippe Claudel: 'Ik kon zelf de leugen fabriceren'

Philippe Claudel: ‘Als ik naar Duitsland kijk, kijk ik naar wie ik had kunnen zijn.’ ©Jean-Luc Bertini

Om de wereld te begrijpen schrijft Philippe Claudel boeken. Omdat Duitsland niet zo ver van zijn woonplaats is, gaat zijn nieuwste boek ‘Een Duitse fantasie’ over dat land.

‘Voorbij de Rijn hangen drama en melancholie’, citeert Philippe Claudel de bij ons niet echt bekende Franse schrijver Pierre Mac Orlan. Zo begint ‘Een Duitse fantasie’, een prachtig boek met vijf verhalen op 143 bladzijden. Elk verhaal heeft zijn eigen titel: ‘Ein Mann’, ‘Sex und Linden’, ‘Irma Grese’, ‘Gnadentod’ en ‘Die Kleine’. We zijn meteen in Duitsland, vanuit zijn huis in Dombasle-sur-Meurthe (waar hij voor dit Zoom-gesprek zit) is het maar 80 kilometer tot de grens. Als er veel rook uit de schoorstenen van de Solvay-fabriek in zijn dorp slaat, zien ze het in Saarbrücken. Claudel werd er geboren en woont in een huis vlak bij Solvay. ‘Ik heb het geluk een mooi huis, een tuin en een hond te hebben’, zegt hij. ‘Door die hond had ik de toelating om tijdens het confinement te gaan wandelen. Meer dan een jaar heb ik niet gereisd en ik was er heel gelukkig over. Ik hou van mijn stadje en van mijn streek en voor het eerst sinds mijn kindertijd zag ik een jaar lang elke dag en alle seizoenen.’

Profiel

Philippe Claudel (59) debuteerde pas laat als schrijver, in 1999 verscheen ‘Meuse l’oubli’, later bij ons vertaald als ‘Rivier van vergetelheid’. Hij studeerde letteren aan de universiteit van Nancy, waar hij ook lesgeeft. Lange tijd werkte hij als leraar voor gevangenen en jongeren met een handicap. Zijn grote doorbraak kwam in 2003 met ‘Grijze zielen’, vier jaar later gevolgd door ‘Het verslag van Brodeck’. Hij publiceerde zowat 25 romans. Claudel won de Prix Renaudot voor ‘Grijze zielen’ en de Prix Goncourt des lycéens voor ‘Het verslag van Brodeck’. Behalve schrijver is Claudel ook filmregisseur. Bekende films van hem zijn ‘Il y a longtemps que je t’aime’, ‘Tous les soleils’ en ‘Avant l’hiver’.

Dit nieuwe boek werkte u in maart 2020 af, het verscheen in Frankrijk eind vorig jaar. Wie het leest, krijgt de indruk dat de vijf verhalen één roman vormen, maar u schreef ze afzonderlijk in een periode van vijf jaar.

Philippe Claudel: ‘Twee verhalen maakten deel uit van een roman die ik drie jaar geleden afwerkte. Ik had die ‘Sommeils’ genoemd. Toen ik een dag of drie weg moest, liet ik mijn vrouw het manuscript lezen. Zoals altijd. Terug thuis zei ze: ‘Goede titel, ik viel ervan in slaap. Het is niet goed. Niet publiceren.’ Ze had gelijk. Er zat geen actie in. Maar aan twee stukken bleef ik hangen. Ik herwerkte en kortte wat in en veranderde de tijd. Van de oorlog in ex-Joegoslavië werden het verhalen uit de Tweede Wereldoorlog.’

Ze staan nu in dit boek. Met toestemming van uw vrouw?

Claudel: (lacht) ‘Anders zou het nooit gedrukt zijn. Ze is zeer literair en heel eerlijk. Dat is al vaker gebeurd. Er verschijnen zo veel boeken, waarom zou je daar een overbodig aan toevoegen? Ik zit in de jury van de Prix Goncourt, ik heb 200 boeken gekregen om te lezen. Iedereen heeft het recht om te schrijven, daar is nood aan, maar het is niet altijd nodig ze te publiceren.’

De vijf verhalen worden verbonden door de lijm van één figuur. Hij heet Viktor.

Claudel: ‘Op vraag van Nicolas Ehler van het Goethe-Institut in Nancy had ik een verhaal geschreven over Franz Marc. Het idee was: wat zou er geworden zijn van kunstenaars als ze niet waren gesneuveld in 14-18? Franz Marc was, samen met Wassily Kandinsky, een van de grondleggers van het abstractisme. Maar hij stierf in 1916. Ik liet hem sterven in 1940, door de uitroeiingsdrift van de nazi’s. Net als bij een tekst voor een project over Haydn werd ik getroffen door de echo’s van de geschiedenis en de personages. Dat vond ik interessant en, een beetje zoals bij ‘Orlando’ van Virginia Woolf, geef ik de lezer de kans om via die Viktor het verhaal te vormen.’

U schrijft: ‘Voor mij is Duitsland altijd een spiegel geweest waarin ik me niet zie zoals ik ben, maar zoals ik zou kunnen zijn.’

Claudel: ‘We kunnen allemaal kwaad doen, het kwaad laten gebeuren, de ogen sluiten voor het kwaad. Duitsland is mijn grote buur. De buur die je bewondert en waar je jaloers op bent, die je haat, waar je van houdt, die anders is, maar ook dichtbij. Ik leef in een land dat grote artiesten, muzikanten, filosofen, schilders, dichters en architecten voortbracht. En ik kijk naar een buurland dat grote artiesten, muzikanten, filosofen, schilders, dichters en architecten voortbracht. Maar in de 20ste eeuw, de eeuw waarin ik geboren werd, kwam Adolf Hitler aan de macht en werd het nazisme geboren. Als ik naar Duitsland kijk, kijk ik naar wie ik had kunnen zijn. Alsof mijn gezicht in zo’n vervormende spiegel dat van een monster wordt.’

Wat u zegt, is dat zo’n monster net zo goed in Frankrijk had kunnen bestaan.

Ik ben zeer ongerust over de situatie in Europa en Frankrijk. Het volstaat dat één persoon opstaat die erin slaagt al die ontevredenen achter zich te krijgen.

Claudel: ‘Het is een kwestie van conjunctie. Alle landen zaten in dezelfde situatie, alleen gebeurde het niet omdat er geen persoon was die een katalysator was. Dat had je wel met Benito Mussolini in Italië en met Adolf Hitler in Duitsland. Vandaag ben ik zeer ongerust over de situatie in Europa en Frankrijk. Bij onze vorige verkiezingen kwam 85 procent van de mensen tussen 18 en 35 jaar niet opdagen. Dat betekent dat er geen vertrouwen meer is in de politiek. Het volstaat dat één persoon opstaat die erin slaagt al die ontevredenen achter zich te krijgen.’

Uw verhaal over Franz Marc en de ‘Gnadentod’ zette me op het verkeerde been. Eigenlijk kon u als schrijver een beetje dictator zijn.

Claudel: ‘In het begin was dat plezant, maar toen ik ‘Gnadentod’ af had, was ik verrast. Het verhaal is verzonnen, maar de brieven van de nazi’s zijn echt. Fascistische regimes herschrijven de geschiedenis, zo erg dat je gaat twijfelen: wat is de waarheid? Tot vandaag zijn er sporen van hun leugens. Daarom kunnen gekken met negationisme wegkomen. Ik voelde me precies zoals de mensen die betaald werden om de schoolboeken te herschrijven. Ik kon de leugen fabriceren. Lezers schreven me: ‘Ah, dat wist ik niet van Franz Marc.’

Zo gemakkelijk is fake news.

Claudel: ‘We leven in een periode van alternatieve waarheden en de verkiezing van Donald Trump was emblematisch. Mensen geloven in complotten en worden paranoïde. In Frankrijk is maar 64 procent van het medisch personeel gevaccineerd tegen Covid-19. Dat is toch ongelooflijk? En onrustwekkend.’

Eind vorig jaar riep u in een vrije tribune in Le Monde de boekhandelaars op ongehoorzaam te zijn en hun deuren te openen. Anders dan in België waren ze geen essentiële winkels. Wat zegt dat over het cultuurland Frankrijk?

Claudel: ‘Alles. Ik heb de publicatie van ‘Een Duitse fantasie’ laten vervroegen omdat ik mijn auteursrechten aan de boekhandelaars wilde afstaan. Blijkbaar hadden de mensen die ons regeren er niet eens bij stilgestaan. Sigaretten- en drankwinkels vonden ze wel belangrijk. Volgens mij zijn ze verlamd door de gilets jaunes en door de vrees dat dat nog eens zou gebeuren. Wat dat betreft, heeft Covid-19 hen gered. Maar helaas: ook na ons protest veranderde niets. Een politicus durft een fout niet meer te bekennen en een beslissing terug te draaien.’

Gaf corona ook inspiratie? We kwamen in een wereld terecht die we nooit hadden vermoed.

Claudel: ‘Ik heb niets geschreven, ik heb wel voor France 2 een tv-film gedraaid naar mijn boek ‘Le bruit des trousseaux’ uit 2002. Eigenlijk ben ik een alambiek met een zeer trage distillering. Ik vul me met van alles en dan is er veel tijd nodig voor een boek, een tekst of een film. De manier van met elkaar omgaan zal me voeden. Vorige week sprak ik met Daan Janssens en Fabrice Murgia, die een opera voorbereiden over mijn boek ‘Het verslag van Brodeck’. De relaties die in dat boek beschreven staan, hoe mensen tegenover elkaar staan, uit schrik om besmet te worden, hoe een gemeenschap geïsoleerd is... dat kan je met de covidfilter helemaal herlezen. De anonieme brieven tijdens de oorlog die anderen verklikten, vind je vandaag terug op sociale media: die heeft zijn huis verlaten, die was niet binnen voor de avondklok.’

Dus is de coronatijd toch terecht met de oorlog vergeleken?

Claudel: ‘Dat is gebeurd door mensen uit landen die in vrede leven. Die weten niet wat oorlog is. Emmanuel Macron heeft dat beeld gebruikt. ‘Nous sommes en guerre.’ Op die manier probeerde hij het algemeen belang boven het persoonlijke te zetten. Oorlog verbindt een land. Maar het is een stupide gedachte. Al vind ik het jammer dat een gevoel van natie verdwenen is. Ik ben zeer gehecht aan Frankrijk en aan dat nationale gevoel, weliswaar met alle verschillen. Ik vind het een mooi idee. Maar het verdwijnt.’

Is het daarom dat Les Bleus faalden op het EK voetbal? Omdat ze geen nationaal gevoel meer hebben?

Claudel: (schatert) ‘Het voetbal is wel een goed voorbeeld. Kijk naar Denemarken. Een man krijgt een hartaanval, één ploeg wordt erdoor gevormd, één natie gaat erachter staan. Iets heel emotioneels werd een groot gevoel van verantwoordelijkheid. En Frankrijk? Tja, drie jaar geleden was Mbappé de grote held toen hij vier doelpunten scoorde. Nu wordt die jongen door iedereen uitgespuwd omdat hij een strafschop miste. Quelle stupidité.’

‘Een Duitse fantasie’ van Philippe Claudel is uitgegeven bij De Bezige Bij, telt 143 bladzijden en kost 20,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud