interview

Succesauteur Lionel Shriver: ‘Ik heb medelijden met witte mannen’

©Merlijn Doomernik

Ze is tegen lockdowns, voor de brexit en vindt dat minderheden niet zo flauw moeten doen. Maar vooral is Lionel Shriver - ‘We need to talk about Kevin’, ‘The Mandibles’ - een genadeloos grappige schrijfster die in haar jongste roman de obsessie van oudere mannen met triatlon fileert. ‘Het is narcistisch.’

M idden op de grachten van Utrecht begint Lionel Shriver (63) ter plaatse te huppelen. Ze trekt haar knieën indrukwekkend hoog op. ‘Zo doe ik dat.’ De schrijfster demonstreert hoe ze tegenwoordig probeert te joggen, omdat haar versleten knieën de harde ondergrond niet meer verdragen. ‘Ik loop ter plaatse, op het tapijt.’

De Amerikaanse Shriver is in Utrecht voor een literair festival. We zijn het uit skai, fineer en vals plafond opgetrokken hotel ontvlucht voor een wandeling langs de rustige, groene grachten.

Shriver brak in 2003 door als schrijfster met het later succesvol verfilmde ‘We need to talk about Kevin’, het verhaal van een moordpartij in een Amerikaanse middelbare school door de ogen van de moeder van de dader. Ze is een scherpe observator van de mens en zijn onhebbelijkheden en schrijft indringend en vaak hilarisch over ongemakkelijke onderwerpen: over obesitas en hoever verantwoordelijkheid voor je eigen familie gaat (‘Big Brother’), over overheidsschuld en solidariteit (‘The Mandibles’), over kanker en het falende Amerikaanse gezondheidssysteem (‘So much for that’).

De verfilming van 'We Need To Talk About Kevin', met Tilda Swinton

In haar jongste roman ‘De weg van de meeste weerstand’ onderzoekt Shriver onze obsessie met sport. De 64-jarige Remington stort zich fanatiek op ‘MettleMan’, een triatlon die pas als geslaagd wordt beschouwd als de deelnemers zich voor de meet nog een keer tot onder de kin optrekken.

Zijn vrouw Serenata heeft zelf haar leven lang dwangmatig gesport. Nu kampt ze met sputterende knieën en moet ze tandenknarsend toekijken hoe hij in de ban geraakt van zijn nieuwe, atletische vriendengroep (de ‘triclub’) en sexy coach ‘Bambi’. De vorm is satire, de onderwerpen zijn ernstig: ouder worden, de door het internet gedreven kuddegeestcultuur, identiteit, het huwelijk.

Lionel Shriver

Geboren in 1957 als Margaret Ann Shriver in Gastonia, in North Carolina, Amerika. Veranderde op haar 15de haar naam in Lionel. 
Studeerde Russisch en Engels aan Columbia University.
Woonde in Noord-Ierland tijdens de terreurjaren van IRA, runde een cateringbedrijf en werkte als journalist voor The Wall Street Journal en Financial Times. 
Brak op haar 42ste door als schrijfster met ‘We need to talk about Kevin’, in 2011 verfilmd met Tilda Swinton in de hoofdrol. 
Is columniste voor het conservatieve blad The Spectator en schreef 16 romans. 
Woont afwisselend in Londen en New York met haar man, de jazzdrummer Jeff Williams.

Het idee voor het boek ontstond tijdens het lezen van een artikel in de krant The New York Times over extreme duursport, zegt Shriver. ‘Ik was vooral geïntrigeerd door de commentaren. Er was grote verdeeldheid: een deel had bewondering en veel interesse om het zelf een keer te doen - ze vonden het een fantastische prestatie. En dan was er de andere sectie...’

Shriver begint te grinniken. ‘Ze haatten het. Ze reageerden ook zeer moraliserend. Ze schreven: ‘Wat scheelt er met die mensen, je zou voor de voedselbank moeten gaan werken.’ Dat vond ik erg interessant. Want mensen die zulke duursporten beoefenen, kijken juist neer op zij die het niet doen. Ze menen dat de anderen uithoudingsvermogen missen, of mentale weerbaarheid.’

Nu lichaamsbeweging, buiten, binnenkort weer een van de weinige vormen van ontspanning wordt wegens de strengere anticoronamaatregelen, kan Shriver zich weer volop ergeren aan de plejade van crossfitters, lopers en racefietsers in de openbare ruimte. ‘Het is narcistisch. Deze westerse samenleving heeft onlangs een eigenaardige obsessie ontwikkeld met lichaamsbeweging. De afgelopen twintig jaar is het volledig uit de hand gelopen. Mensen zijn nu niet alleen neurotisch over elk hapje dat ze eten, maar ook over hun sportieve routines. Ze voelen zich schuldig als ze niet sporten. Het is het middel bij uitstek geworden om zich met elkaar te meten, om competitief te zijn. Meer nog dan geld en succes.’

Waarom, denkt u?

Lionel Shriver: ‘Een hoogst interessante vraag, die ik in het boek probeer te beantwoorden. We zoeken in iets louter mechanisch naar iets wat het ons nooit kan bieden: betekenis, zingeving, het eeuwige leven. Perfecte gezondheid. Als je maar genoeg sport, zal je niks overkomen. Iedereen krijgt kanker, behalve jij. Want jij hebt zo veel gelopen. (Spottend) It’s all you ever did.’

U bent zelf heel sportief, toch?

Shriver: ‘Al mijn hele leven. Maar ik ben geen groepsmens, ik heb een afkeer van evenementen met veel deelnemers. Ik speel zelfs geen dubbel in het tennis. Ik heb nooit aan een marathon deelgenomen, ik heb gewoon op een dag 42,195 kilometer aan een stuk gelopen.’

Waarom bent u zo streng voor mensen die fanatiek sporten?

Shriver: ‘Ik wil niet preken, ik zeg niet wat iemand moet doen. Maar voor mij is sport een privékwestie. Iets tussen mij en mijn lichaam. Als ik al een interessant mens zou zijn, is dat hopelijk niet omdat ik loop. Het is gewoon een manier om de machinerie van het lichaam in een redelijk capabele conditie te houden.

Ik voel instinctief sympathie voor de mensen van wie gezegd wordt dat we er geen sympathie voor mogen hebben.

Hoe voelde het toen u moest stoppen met lopen omdat uw knieën kapot zijn?

Shriver: ‘Ontmoedigend. Maar ik heb andere manieren gevonden om in conditie te blijven. En ik loop veel ter plaatse, op tapijt.’

U beschrijft in het boek hoe Serenata, de vrouw van de triatleet, zich ergert aan de nieuwe passie van haar man. Zij was altijd de sportiefste. Bent u Serenata?

Shriver: ‘Uiteraard heb ik gebruikgemaakt van mijn eigen relatie met fit zijn en de ervaring dat mijn lichaam uit elkaar begint te vallen.’

U lacht eigenlijk met zichzelf.

Shriver: (gniffelt) ‘Dat doe ik de hele tijd.’

We slaan een hoek om, Shriver houdt halt om het straatnaambord te bestuderen. ‘Waterstraat’, zegt ze, alsof ze de naam wil onthouden. Ik zeg dat ik de weg naar het hotel altijd kan opzoeken op mijn telefoon, als we verkeerd lopen. ‘Oh, jij hebt een kaart op je telefoon. Goed zo.’

Haar hoofdpersonage Remington begint fanatiek te sporten na zijn plots en onvrijwillig pensioen als verantwoordelijke straatverlichting bij het lokale departement Transport. Ook daar raakt Shriver een teer punt: Remington moet vertrekken omdat hij in een discussie met de nieuwe leidinggevende met zijn hand op tafel heeft geslagen. Zijn baas, een 27-jarige vrouw van Nigeriaanse afkomst, die genderstudies heeft gevolgd aan een elite-universiteit, voert meteen genderneutrale toiletten in en vraagt het personeel zich voortaan voor te stellen bij zijn voornaamwoord (m/v/x). Ze is een karikatuur van de nieuwe lichting activisten, die in de Verenigde Staten een hevige cultuuroorlog uitvechten.

Shriver heeft het geregeld met hen aan de stok, zoals nadat ze in haar vorige roman ‘The Mandibles’ een uitzinnige, demente zwarte vrouw had opgevoerd die op een gegeven moment met een halsband in bedwang werd gehouden. Later claimde ze in een speech op een Australisch literair festival het recht om te schrijven vanuit het perspectief van ‘een eenbenige lesbienne uit Afghanistan’: als het maar goede literatuur oplevert.

Haar punt was: zonder verbeelding houdt fictie op te bestaan. Maar er ging meer aandacht naar de sombrero die ze tijdens de lezing even opzette, een knipoog - of provocatie - naar wie meent dat witte mensen zich niet zomaar andere culturen kunnen toe-eigenen alsof het feestartikelen zijn, en zo pijnlijke stereotypen in stand houden. (zie ook: Zwarte Piet).

U maakt van Remington, een oudere heteroseksuele blanke man, het slachtoffer van zijn incompetente, zwarte leidinggevende. Een sneer naar uw critici?

Shriver: ‘Het is een eigentijdse verklaring voor de ontwikkeling van zijn obsessie voor duursport. Witte mannen voelen zich geviseerd en belaagd. Je kan dan zeggen: ‘Jullie hebben altijd alle voordelen gehad, hou nu maar je mond.’ Maar ik voel altijd instinctief sympathie voor de mensen van wie gezegd wordt dat we er geen sympathie voor mogen hebben. Zoals moeders van high school killers. En nu heb ik medelijden met witte mannen.’

‘Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik identiteitspolitiek een weinig nuttige en beperkende manier vindt om over mensen te denken. Het verdeelt, want het zegt dat identiteit alleen te maken heeft met de groep waarin je hulpeloos geboren bent. Het enige aan mij wat dan nog van belang is, is dat ik een vrouw ben, blank, Amerikaan. Er zijn vast nog enkele andere subgroepen waar ik in zit. Kleine mensen (lacht). Maar dat zijn allemaal dingen die ik niet in de hand heb, en ik denk niet dat ze belangrijk zijn. Zo kijk ik ook naar mijn vrienden: als mensen met talenten en interesses, niet als mensen die tot een groepje behoren.’

Betwist u dat vrouwen en gekleurde mensen minder in machtige posities zitten?

Shriver: ‘Natuurlijk kan je wat statistieken vinden die dat staven. Maar op een wat verfijnder niveau blijven die veralgemeningen niet overeind. Er is een aanzienlijke zwarte middenklasse in de VS, er is ook een zwarte elite. Ik hou niet van veralgemeningen. Ik vind ze niet nuttig. En waar ik zeker achterdochtig voor ben, is als de overheid daarop ingrijpt. Ik wil de kansen voor iedereen verhogen, ik wil geen gelijkheid afdwingen. Ik haat quota.’

‘Ik vind dat we categorieën moeten afbreken in plaats van ze te versterken, in plaats van groepen tegen elkaar op te zetten en onderling te laten wedijveren om de zieligheidstrofee. Ik sympathiseer met hun drang naar rechtvaardigheid, maar ik geloof niet dat die denkwijze tot meer rechtvaardigheid leidt. Juist het omgekeerde, vrees ik. (Onderbreekt zichzelf) Laten we weer over het boek praten, anders is de uitgever geërgerd. En terecht.’

We hebben het toch over het boek?

Shriver: ‘Het is een subthema in het boek. Maar er is niets mis mee af en toe voor die mannen op te komen, iemand anders zal het niet doen. Het boek is ook heel wreed voor mannen, hoor, vooral voor jonge, witte mannen. Ze worden afgeschilderd als wussies, zoals de Britten zeggen. Ze komen niet voor zichzelf op.’

Vindt u het niet gewoon leuk om olie op het vuur te gooien?

Shriver: ‘Ik vraag me niet af wat anderen denken, ik schrijf over wat ik zelf interessant en entertainend vind. Ik voel me aangetrokken tot ingewikkelde zaken. En ik heb niet de neiging dogma’s te onderschrijven. Dogma’s zijn boring.’

Voor de ene een oproerkraaier, voor de andere een profeet, het feit is dat Shriver akelig accuraat de vinger op de wonde kan leggen. In haar in 2016 verschenen roman ‘The Mandibles’, gesitueerd in 2029, zien drie generaties van een vooraanstaand New Yorks uitgeversgeslacht het familiefortuin verdampen wanneer de VS hun buitensporige staatsschuld niet langer kunnen betalen en bankroet gaan. Chinezen komen in de VS goedkoop shoppen, burgers moeten onder militaire dwang al hun goud inleveren, een kool kost 38 dollar en in de supermarkt vechten mensen voor... toiletpapier.

Wat dacht u toen tijdens de lockdown de strijd om wc-papier losbarstte?

Shriver: ‘Ik heb bij het schrijven van dat boek geprobeerd me voor te stellen wat gebeurt als de economie van een land stap voor stap instort. Er zijn genoeg voorbeelden. Kijk naar Venezuela, een land dat best welvarend was. De munt is om zeep, het is een totale puinhoop. Ik kan me voorstellen dat mensen het daar lastig hebben om toiletpapier te vinden. En voedsel. En nog wat van die cruciale dingen.’

Dacht u bij het schrijven ook dat het echt kon gebeuren?

Shriver: ‘Wat de afgelopen zes maanden gebeurd is, versnelt dat proces in elk geval. ‘The Mandibles’ gaat over schuld. Nog specifieker: over overheidsschuld. Ik ben gestopt met bij te houden wat het deficit van de VS dit jaar is, maar het zal zo’n 4.000 miljard dollar zijn (3.100 miljard, red.). Dat is onuitgegeven, en dat woord is nog te zwak om uit te drukken hoe buitengewoon hoog dat cijfer is. Tegelijk kondigt de Federal Reserve aan dat hij de rente niet verhoogt tot hij zijn inflatiedoel bereikt. Een onheilspellend teken.’

Bereidt u zich persoonlijk voor op een economische tsunami?

Shriver: ‘Ik verwacht dat de inflatie volledig uit de hand zal lopen, in de hele wereld.’

Tot een kool 38 dollar kost, zoals in uw boek?

Shriver: ‘Inderdaad. Er zijn instellingen die tot het uiterste gaan om de inflatie te controleren. Maar er is een punt waarop dat niet meer te controleren valt. En dat zit eraan te komen. Als je inflatie niet onmiddellijk de kop indrukt, krijg je een sneeuwbaleffect.’

Dat zeggen economen al jaren.

Shriver: ‘Er is ook al jaren vals geld in de economie gepompt. Dat geld is in de zakken van de rijken beland. De grootste inflatiebubbel ter wereld is de aandelenhandel. Naast vastgoed, want daar gaat het geld vandaag naartoe. Ik denk ook dat de officiële inflatiegegevens niet kloppen. Je moet eens boodschappen doen in New York. Voedsel is ongelofelijk duur geworden en de prijzen stijgen elk jaar, veel sterker dan de 1 of 2 procent die de inflatie officieel bedraagt. De gemiddelde persoon ervaart die stijgende prijzen wel.

‘Ik vind dat erg beangstigend. We zitten in de perfecte storm. Het vernietigt de bron van de belastinginkomsten, uitgerekend op het moment dat de druk op uitgaven escaleert. Het maakt bedrijven kapot. Hopelijk is de situatie hier minder dramatisch. Hebben jullie ook zo’n strikte lockdown gehad, met even verwoestende effecten?’

Er zijn nog mensen die geloven in een v- of ander lettervormig herstel.

Shriver: ‘Ja, ja.’

Gelooft u dat niet?

Shriver: ‘Ik betwijfel het, maar ik hoop dat ik verkeerd ben. Ik zou niet willen dat iemand zijn job of bedrijf verliest, gewoon om gelijk te krijgen. Ik zou wensen dat alles weer in zijn plooi valt, maar ik ben sceptisch dat dat zal gebeuren. Zeker wegens de hysterische respons op wat wordt gezien als de tweede golf. (Tegen zichzelf) This is right in the area of don’t get me started.’

‘Het was altijd buitenproportioneel, maar nu helemaal. Er is inderdaad een significante stijging van het aantal besmettingen, maar de ziekenhuisopnames zijn maar licht gestegen en het aantal doden amper (dit interview werd afgenomen in september, red.). Dat is het enige van belang. Er is geen enkele reden om nog meer sociale controles in te voeren. Zelfs bij een volledige shutdown stel je een aantal infecties alleen wat uit.’

Dus moeten oude en kwetsbare mensen nog een jaar in isolatie zitten?

Shriver: ‘Ik vind dat ze dat vooral zelf moeten kunnen beslissen. We weten nu genoeg over het virus om te voorspellen wie kwetsbaar is. Als ik 85 jaar oud was en dus niet meer lang had te leven, zou ik waarschijnlijk mijn kans wagen en mijn tijd met vrienden en familie doorbrengen. What else is there?’

U bent veel bezig met ouderdom.

Shriver: ‘Onvermijdelijk. Ik ben 63.’

Dat is niet erg oud.

Shriver: ‘Maar ik ben iemand die vooruitwerkt, ik anticipeer. Mijn volgende boek gaat over heel oude mensen.’

Veel mensen waren boos omdat u in een column voor The Spectator schreef dat er mensen zijn gestorven die sowieso zouden overlijden.

Shriver: ‘Ja, dat maakt me niet blij of zo. Maar het is niet mijn schuld. Oude mensen sterven, dat doen ze de hele tijd. Oké, er waren enkele mensen overstuur. Waarschijnlijk omdat ze niet goed begrepen wat ik heb geschreven. Moedwillig, want dat gebeurt geregeld. We leven in zeer gepolariseerde tijden. Als we iemand aan de ‘andere kant’ waarnemen, demoniseren we ze en maken we een karikatuur van die positie. Er is een groot verlangen om een mening zo slecht mogelijk te casten, om ze te kunnen afkeuren.’

‘Ik ben niet tegen ouderen, ik ben binnenkort zelf een oudere. Maar ik vind wel dat de levens van mensen die al de meerderheid van hun leven geleid hebben - en daar reken ik mezelf toe - minder belangrijk zijn dan die van jonge mensen, die nog een heel leven voor zich hebben. Dat verzin ik niet, het is een beproefd concept in de geneeskunde: het gebruik van een bepaald medicijn of een ingreep wordt bepaald op basis van het aantal jaren van kwaliteitsvol leven dat het bijdraagt. Dat is een manier om te erkennen dat niet elk leven gelijk is op elke leeftijd. Dat is een van de redenen waarom we zo inzitten met kinderen, en dat is helemaal terecht. Ze hebben recht op een vol leven. Er is weinig te vieren op dit moment. Maar ik vind dat we het leven moeten vieren.’

Het zijn binnenkort verkiezingen in de VS. Gaat u voor Biden stemmen?

Shriver: ‘Ja, hoor. Niet met veel enthousiasme. Maar ik ben geen Trump-supporter.’

Zal hij winnen?

Shriver: ‘Iedereen vraagt me dat, maar ik heb geen glazen bol. Ik zie dezelfde peilingen als jullie. Ik heb geen reden ze te betwisten, behalve als ze er weer naast zitten, zoals in 2016. Ik verwachtte toen dat Trump zou verliezen, en niet een beetje, maar grandioos. Ik wil graag dat hij deze keer verliest, dus ik zal mijn kleine bijdrage doen om dat te zien gebeuren.’

Zijn de VS erg veranderd onder Trump?

Shriver: ‘Hij heeft een afschuwelijk effect op de VS en op de Republikeinse partij. Maar wat me nog meer interesseert, is het effect op de Democraten. Ze waren al vol van zichzelf en nu is het nog erger: ze wanen zich de redder des vaderlands.’

U wordt er vaak van beschuldigd een verdoken Republikein te zijn.

Shriver: ‘Ik ben geen standaard left-wing Democraat, maar ik heb nog nooit voor een Republikein gestemd. Ik ben libertair. Ik ben voor het homohuwelijk, voor toegang tot abortus, ik vind dat mensen moeten kunnen doen wat ze willen zolang ze anderen niet schaden. Ik ben tegen vettaksen, suikertaksen en al die manieren om tegen mensen te zeggen wat ze moeten doen. Dat is trouwens niet het alleenrecht van links. Maar Republikeinen geloven zelfs niet meer in fiscale verantwoordelijkheid. Nu hebben ze echt niets meer te bieden.’

Waarom was u eigenlijk zo gepassioneerd probrexit? U kon als Amerikaanse niet eens stemmen.

Shriver: ‘Ik woon in Groot-Brittannië, dus ik val onder de Europese regulering - tot eind december in elk geval (glimlacht). Ik zie beide kanten. Ik zou ook kunnen argumenteren waarom het goed is om in de Europese Unie te blijven. Ik denk dat het goed zou zijn voor de EU als ze wat minder zelfvoldaan zou zijn. Maar ik ben voor gedecentraliseerde macht, bijvoorbeeld op het niveau van de natie. Omdat het beter is voor de democratie. En dat is zowat de essentie.’

Ook al is het slecht voor de economie?

Shriver: ‘Wie gaat dat nog merken? Brexit is helemaal verzopen door het coronavirus.’

Gaat u de brexit vieren?

Shriver: ‘Dat heb ik al gedaan. De avond van het referendum hebben we erg goed gevierd, tijdens een diner van iemand van 'The Daily Telegraph'. Een fantastische avond, zeker als je weet wat daarna allemaal op ons is afgekomen. It was really fun.’

Lionel Shriver, ‘De weg van de meeste weerstand’, uitgegeven bij Atlas Contact, 352 blz.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud