in memoriam

Toni Morrison, kroniekschrijver van de Amerikaanse slavernij

Thomas Peeters

Toni Morrison was in 1993 de eerste zwarte vrouw die de Nobelprijs voor Literatuur kreeg. Haar boeken waren doordrenkt van de Afro-Amerikaanse cultuur waarin ze opgroeide.

‘If you can surrender to the air, you can ride it.’ Met deze woorden van Toni Morrison uit haar boek 'Het lied van Solomon' ('Song of Solomon') opende popkoningin Beyoncé haar film ‘Homecoming’ over het legendarische concert dat ze vorig jaar gaf op Coachella. Dat concert – voor het eerst had een zwarte vrouw het hipsterfestival in California afgesloten - was een viering van de zwarte cultuur en emancipatie. Voor Beyoncé, een van de invloedrijkste zwarte vrouwen van de planeet, is de Afro-Amerikaanse Pulitzer- én Nobelprijswinnares een  rolmodel.

Het blauwste oog (1970)

Twee zwarte zusjes vergapen zich aan hun witte buurmeisjes en kunnen daardoor hun eigen schoonheid niet zien.

Het lied van Solomon (1977)

Een jongeman gaat op zoek naar een goudschat in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten en vindt een veel waardevollere schat: zijn wortels.

Zwarte lokvogel (1981)

Een door blanken opgevoede jonge zwarte vrouw begint een affaire met een zwarte vluchteling.

Beminde (1987)

Een moeder doodt haar dochter en probeert ook haar andere drie kinderen om te brengen, om te vermijden dat ze als slaven moeten leven.

Liefde (2004)

De voormalige eigenaar van een beroemd hotel maakt indruk op een groep vrouwen die in het hotel verblijft.

Net als Beyoncé's muziek zijn de boeken van Morrison gedrenkt in de Afro-Amerikaanse cultuur waarin ze opgroeide. Voor haar beroemdste roman 'Beminde' ('Beloved', 1987) kreeg ze de Pulitzerprijs. In dat boek vertelt Morrison het verhaal van een zwarte vrouw die haar kinderen liever doodt dan dat ze terug moeten keren naar het slaven- leven. Toen ze in 1993 de Nobelprijs voor Literatuur ontving, werd 'Beminde' genoemd als haar beste werk. Het werd nadien verfilmd met Oprah Winfrey in de hoofdrol en door Morrison zelf bewerkt tot een opera.

Toni Morrison werd in 1931 geboren als Chloe Ardelia Wofford in Lorain, Ohio. Op 12-jarige leeftijd werd ze gedoopt en kreeg ze de doopnaam Anthony, die ze als schrijversnaam aannam. Later werd daar de bijnaam Toni van afgeleid. Van 1958 tot 1964 was ze getrouwd met de Jamaicaanse architect Harold Morrison, wiens achternaam ze later als auteur zou blijven dragen.

Haar grootouders van moederskant kwamen uit Alabama, waar ze met schulden vertrokken. De familie van haar vader ontvluchtte een armoedig bestaan in een andere zuidelijke Amerikaanse staat, Georgia. Morrison groeide op in de crisisjaren dertig, haar vader had jarenlang drie jobs om het hoofd boven water te houden. Haar grootouders hechtten veel waarde aan onderwijs. Haar grootvader had zichzelf leren lezen en schrijven en inspireerde Morrison later tot het boek 'Het lied van Solomon'.

©Reuters
De familie waarin Morrison opgroeide was doordrenkt van de Afro-Amerikaanse cultuur: verhalen vertellen nam een belangrijke plaats in. Zoals Morrison later zelf zou zeggen, schreef ze geen autobiografische boeken, maar haar afkomst was wel van groot belang bij wat ze schreef. Dat het kleine industriestadje in de staat Ohio waarin ze opgroeide ver weg lag van de plantages in het Zuiden en de getto's in de grote steden, weerhield haar er niet van erg beeldend te schrijven over die loodzware erfenis voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Morrison studeerde Engels en Amerikaanse literatuur en gaf in de jaren vijftig les aan verschillende universiteiten. MacKenzie Bezos, de ex-vrouw van Amazon-topman Jef Bezos, was een student van haar. Morrison debuteerde pas op haar 39ste als schrijfster. 'Het blauwste oog' ('The Bluest Eye', 1970) choqueerde veel lezers met het verhaal van een zwart meisje dat de huid en blauwe ogen van een blanke wil en verkracht wordt door haar vader. Daarna volgden succesromans als 'Sula' en 'Zwarte lokvogel' ('Tar Baby'). Morrison vertelde de slavenverhalen in een magisch-realistische stijl, waarin het traumatische verleden van de zwarte bevolking telkens terugkeerde.

Met 'Het paradijs' ('Paradise') haalde ze in 1998 de cover van Time. 'Met haar nieuwe roman toont ze dat ze de Grote Amerikaanse Verhalenverteller is', schreef het magazine. Uiteindelijk zou ze haar bibliografie uitbreiden tot elf romans. Haar laatste werk, 'God sta het kind bij' ('God Help the Child'), verscheen in 2015. Samen met haar zoon Slade schreef Morrison sinds 2002 zes kinderboeken.

Morele intensiteit

In 2012 kreeg Toni Morrison van toenmalig president Barack Obama de Presidential Medal of Freedom. 'Toni Morrisons proza bereikt een morele en emotionele intensiteit die maar weinig schrijvers proberen te halen', verklaarde Obama bij die gelegenheid. In een reactie op haar overlijden noemde de ex-president haar gisteren 'nationaal erfgoed'. 'Haar schrijven was een mooie, betekenisvolle uitdaging voor ons geweten en onze morele verbeelding. Wat een groot cadeau was het om dezelfde lucht te mogen inademen', zei Obama.

De schrijfster stierf maandag in New York na een kort ziekbed. Toni Morisson is 88 jaar geworden.

 

 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect