Van kakkerlak naar verlossing

Lispectors oeuvre is als een hink-stap-sprong langs filosofie, mystiek, genadeloze introspectie en curieuze taalspelletjes. ©Singel Uitgeverijen / De Arbeiderspers

De Braziliaanse Clarice Lispector sticht existentiële verwarring met haar roman ‘De passie volgens G.H.’. Een meesterwerk dat eindelijk werd vertaald.

Er zijn van die boeken die zoveel in je overhoop halen dat je achteraf niet goed weet wat je met jezelf aan moet. Boeken die iets aan het wankelen brengen, je ideeën over de wereld, je opvattingen over de werkelijkheid. Ze zijn zeldzaam, maar af en toe kruist er een je pad. Clarice Lispector (1920-1977) schrijft dat soort boeken. Haar oeuvre laat zich lezen als een hink-stap-sprong langs filosofie, mystiek, genadeloze introspectie en curieuze taalspelletjes.

Toen in 2016 de vertaling van ‘De ontdekking van de wereld’ verscheen, was dat een revelatie. De titel van die bundeling van columns en kronieken die tussen 1967 en 1973 verschenen in de Jornal do Brasil zegt meteen alles: Lispector lezen is de wereld opnieuw ontdekken. En dat doe je samen met haar: ‘Als ik schrijf, word ik me vaak bewust van dingen waarvan ik eerder, toen ik onbewust was, niet wist dat ik ze wist.’

Gevangen tussen paradoxen

Persoonlijke ervaringen en gevoelens verweeft ze met filosofische beschouwingen over de menselijke conditie. Nu eens speels en dubbelzinnig, dan weer vertwijfeld en gevangen tussen paradoxen. Het is onmogelijk haar met een andere schrijver te vergelijken. Misschien komt Fernando Pessoa, die andere held van de Portugese taal, met zijn ‘Boek der rusteloosheid’ nog het meest in de buurt. Maar terwijl Pessoa schrijft met een hoofd vol melancholie, doet Lispector het met een hart dat overloopt van verwondering. ‘Ik ben iemand met een hart dat soms begrijpt, iemand die een onbegrijpelijke en ongrijpbare wereld in woorden wil vatten.’

Lispector schreef om alle zekerheden op hun grondvesten te doen daveren.

Haar leven ging niet over rozen. Een jaar na haar geboorte ontvluchtte de familie Lispector het door pogroms geteisterde Oekraïne. In Brazilië vonden ze een nieuwe thuis, maar beide ouders stierven jong. Op haar twintigste publiceerde Lispector haar eerste roman ‘Dicht bij het wilde hart’, die meteen werd onthaald als ‘de beste roman die een vrouw ooit in het Portugees schreef’.

Kort daarna huwde ze een jonge diplomaat, met wie ze naar Europa trok. Maar omdat Lispector niet kon aarden in het lege diplomatenbestaan, scheidde ze in 1957 van haar man en keerde met haar twee zonen terug naar Brazilië. Vanaf dan leefde ze van haar pen en nam haar literaire faam een hoge vlucht. Die culmineerde in 1964 in de roman ‘De passie volgens G.H.’. In de woorden van biograaf Benjamin Moser ‘een van de belangrijkste romans van de twintigste eeuw’.

De plot is slechts bijzaak: het beschermde bourgeoisleventje van vertelster G.H. wordt verstoord door het plotse vertrek van haar dienstmeisje. In de kamer van het meisje treft ze geen wanorde aan, maar een lege, door fel licht overspoelde ruimte. Verontrustende houtskooltekeningen op de muur doen haar beseffen dat ze haar bediende nooit heeft gekend. Ze begrijpt de haat die het meisje voor haar moet hebben gevoeld, en ziet haar eigen leven in een nieuw perspectief.

Zin om te doden

Alles belandt in een stroomversnelling wanneer ze een kakkerlak ontdekt en hem plet tussen de deuren van de kast. Geconfronteerd met gevoelens van afkeer en de zin om te doden, begint ze haar mens- en vrouwzijn te overdenken. Er ontspint zich een driftige monologue intérieure die toont hoe G.H. langzaam uit elkaar valt. Moeizaam pelt ze de beschaving van zich af, in een poging een nieuwe, zuivere manier te vinden om zich tot de werkelijkheid te verhouden. Ze moet door walging, gruwel en ontmenselijking heen om uiteindelijk verlossing te vinden.

‘De passie volgens G.H.’ is zowel een filosofisch traktaat als een meditatie over religie en transcendentie, een persoonlijke metafysica en het relaas van een existentiële crisis. Wie wil, vindt hier een grandioze verweving van de taalfilosofie van Wittgenstein, het existentialisme van Camus en het godsbeeld van Spinoza. Ook Kafka en Rilke loeren om de hoek. En tegelijk is ze zo volstrekt origineel en buitenissig dat iedere vergelijking afbreuk doet. Lispector schrijft alsof er vóór haar nooit eerder iemand heeft geschreven, in een taal die voortdurend uit zichzelf losbreekt.

‘Schrijven is de manier waarop je het woord als aas gebruikt: het woord waarmee je opvist wat geen woord is. Wanneer dat niet-woord - dat woord dat tussen de regels staat - bijt, heb je iets geschreven. Zodra je hebt gevangen wat tussen de regels staat, zul je opgelucht het woord weg kunnen gooien.’

Lispector schreef om alle zekerheden op hun grondvesten te doen daveren, om te ontwrichten wat vanzelfsprekend is en te openbaren wat ondenkbaar is. ‘De passie volgens G.H.’ is dan ook geen boek dat zich zomaar laat weglezen. Soms is de tekst volstrekt ondoordringbaar en loop je als lezer verloren in een woud van abstracte, paradoxale uitspraken. Maar terwijl de ontreddering groeit, ontkiemt tegelijk het beeld van een mens die ontdaan is van al zijn attributen. Het enige wat hij overhoudt, is de ontvankelijkheid voor een wereld die hij nooit volledig zal kunnen doorgronden. Die ontvankelijkheid is zijn redding.

Clarice Lispector ‘De passie volgens G.H.’ De Arbeiderspers, 256 pagina’s, 19,99 euro

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content