Wanneer alle herinneringen verboden worden

Yoko Ogawa schreef een beklemmende roman over een naargeestige wereld zonder geheugen. Alles verdwijnt in de leegte. ©BELGAIMAGE

De Japanse Yoko Ogawa schreef met 'De geheugenpolitie' een beklijvende allegorie over totalitarisme en kwijnende menselijkheid. Alle herinneringen verdwijnen.

Het begint als een duister maar intrigerend sprookje. 'Lang voor jij werd geboren, waren hier veel meer dingen. We hadden een overvloed aan van alles en nog wat: doorzichtige dingen, geurige dingen, fladderende dingen, glanzende dingen... Allemaal prachtige dingen, die jij je niet eens kunt voorstellen.'

De naamloze verteller herinnert zich de woorden van haar overleden moeder en vooral de droeve blik in haar ogen. Ze is een jonge vrouw die romans schrijft en verder een rustig, onopvallend leven leidt. Verdwijningen en verlies behoren tot haar dagelijkse realiteit in een wereld die steeds leger lijkt te worden.

De mensen op het eiland zijn immers niet in staat die prachtige dingen te bewaren. Een voor een verdwijnen ze en gaat iedere herinnering eraan verloren. Hoeden, rozen, parfum, snoepjes, postzegels, boten, landkaarten: niets blijft gespaard.

Ze worden uitgewist, zowel uit de fysieke wereld als uit de geest van de mensen. Als het de beurt is aan de vogels, verzamelen de inwoners in de straten en pleinen en zetten ze de kooitjes van hun huisdieren open. Na een korte aarzeling vliegen de vogels weg om nooit meer terug te keren.

‘Zolang het alleen maar de vogels zijn, is het goed. Niemand zal er last van hebben. Vogels vliegen gewoon maar wat in de lucht', vindt de overbuurman. Maar het duurt niet lang voor de 'uitwissingen' veel grotere gaten beginnen te slaan in het leven van de eilandbewoners.

De geheugenpolitie, een sinistere eenheid van ordetroepen, waakt erover dat ieder verdwenen object tot het laatste spoortje wordt uitgewist. Ze voert een angstaanjagend beleid van lukrake controles, ondervragingen en arrestaties. Als blijkt dat sommige mensen zich wel nog dingen herinneren, barst een terreur van huiszoekingen en deportaties los. Iedereen die over een geheugen beschikt - en dus als mens intact blijft - moet onderduiken uit angst te worden afgevoerd.

Als de verteller ontdekt dat haar redacteur zijn herinneringen kan bewaren en dus in levensgevaar verkeert, besluit ze hem bij haar thuis te laten onderduiken. Samen met een bevriende oude man - niemand in dit boek krijgt een naam, alsof ook die zijn uitgewist - bouwt ze een verborgen kamer waarin de redacteur zich kan verstoppen.

Ondanks de dystopische ondertonen is dit geen flitsende sciencefiction thriller, maar een zachtmoedig boek over mensen die onvoorwaardelijk voor elkaar zorgen en zich vastklampen aan het leven.

De spanning drijft op de onvoorspelbaarheid van de situatie en de snelheid waarmee de personages levensbepalende beslissingen moeten nemen. Wie kan je vertrouwen? Welke risico's kan je nemen? Hoe moet je leven, terwijl de angst om zelf te worden uitgewist alleen maar toeneemt?

De lijntjes naar dictaturen uit het verleden zijn snel getrokken, maar zo eenvoudig ligt het niet. Yoko Ogawa (59) schrijft niet over specifieke regimes maar over de menselijke conditie binnen systemen waarin individualiteit en persoonlijkheid verdampen.

Ze herinnert ons aan al die mensen die doorheen de geschiedenis gedwongen werden om hun bezittingen, namen, talen en tradities op te geven alvorens ze zelf werden uitgewist. Wat begint als een grimmig sprookje krijgt al snel de allure van een complexe allegorie over totalitarisme en menselijkheid.

De leegheid van deze aftakelende wereld echoot door Ogawa's spaarzame, sobere stijl. Ze schrijft zonder opsmuk of verfraaiingen. Haar proza is glashelder, en toch lijkt er een mist in te wonen. Alles wat vergeten is - en dus onvermeld blijft in het relaas van de verteller - gonst verder in de ijlte en de lacunes van haar taal, die door vertaler Luk Van Haute vloeiend in het Nederlands werd gegoten.

Sinds haar debuut in 1988 heeft Ogawa een oeuvre van een vijftigtal titels neergepend. Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë was vol lof over zijn landgenote: 'Ze slaagt erin uitdrukking te geven aan de meest subtiele werkingen van de menselijke psyche.'

'De geheugenpolitie' werd oorspronkelijk gepubliceerd in 1994, maar na het verschijnen van de Engelse vertaling in 2019 werd het boek plots een internationale hit. Mensen lezen er een waarschuwing in voor Donald Trump, de nefaste invloed van het internet, het isolement van de pandemie, enzovoort.

Ogawa gaf aan dat ze zich onbehaaglijk voelt bij alle concrete invullingen die aan het boek gegeven worden. Want de reikwijdte ervan is veel breder. De politieke dimensie is slechts een van de vele. Je kan er evengoed een diepzinnige meditatie over de dood in lezen, over de pijn van het afscheid nemen, het langzaam loslaten van de wereld en het leven, het stille verzet tegen een onontkoombare lotsbestemming, en uiteindelijk de aanvaarding van het einde.

'De geheugenpolitie' is een boek dat zich niet gemakkelijk laat wegleggen. Er schuilt een dwingende aantrekkingskracht in het onherroepelijke wegkwijnen van het eiland en het weemoedige relaas van de verteller. Ondanks de dystopische ondertonen is dit geen flitsende sciencefictionthriller, maar een zachtmoedig boek over mensen die onvoorwaardelijk voor elkaar zorgen en zich vastklampen aan het leven.

Yoko Ogawa, De geheugenpolitie, 224 pagina's, Cossee.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud