interview

‘We zijn zo dom dat we altijd hervallen'

Het portret van Wilfried De Jong door Stephan Vanfleteren. ©Stephan Vanfleteren

De lockdown had ook voordelen: Wilfried De Jong vond tijd om 30 jaar wielerverhalen te bundelen. Daarin fietsen Merckx en Armstrong, maar ook Sonny Rollins, de Mona Lisa en Jezus. ‘Stiekem is het geen wielerboek.’

De Tour kun niet je via Zoom rijden, maar erover praten lukt best. We kijken in de werkkamer van Wilfried De Jong met kasten met boeken, twee kostuums (straks volgt een Zoom-interview met Arno Kantelberg van het modeblad Esquire, vandaar), platen, een hoes van Sonny Rollins, een affiche van ‘Jungfrau’. Van die laatste theaterproductie, met Wim Opbrouck, werden door corona 39 voorstellingen geannuleerd. Wat we niet zien, haalt hij erbij. Zijn nieuwe boek, ‘De man en zijn wielerverhalen’, 528 bladzijden, met een prachtige coverfoto van zijn goede vriend Stephan Vanfleteren. Voor zijn scherm houdt hij het tegen zijn wang: dat is een dikke De Jong. Hij toont een foto van de kleine Wilfried in zijn eerste pak, van het gezin in 1975 op de Tourmalet en hij toont een beker.

Gaandeweg verlies je je toch weer als je Mathieu Van der Poel de Amstel Gold Race ziet winnen. Dan ben ik niet bezig met wat die jongen die ochtend geslikt zou hebben.
Wilfried De Jong
Schrijver

Die won hij zelf. ‘Jaren geleden deed ik elke keer mee aan de ‘Met het oog op morgen’-bokaal, een soort verkapt journalistenkampioenschap’, vertelt De Jong. ‘Er reden jongens van 20 en 30 mee, maar ook Tim Krabbé, die toen misschien 65 was. Ik kon niet sprinten, dus ik was nooit bij de eerste tien. Maar één jaar werd iemand op 1,5 kilometer voor de streep ingehaald en toen dacht ik: ‘Als ik nu ga, is het nog één bocht en dan is daar de finish.’ Ik was zo bang dat die gasten nog als woedende beesten over me heen zouden gaan, dat ik tot de laatste meter sprintte. Terwijl ze 7 meter achter me finishten. Ik had met mijn handen in de lucht kunnen winnen!’

Het is euforie die een schrijver niet kent, maar wel kan oproepen. Dat doet De Jong magistraal in al die verhalen, beginnend in 1990 (‘ik zocht iets en uit de knipselmap die mijn moeder bijhield, viel een eerste stuk van me uit de Tour van dat jaar’), van de papegaai van Michele Scarponi tot zijn eigen polsslag van 48. En alles ertussen: de Via Roma, Munkzwalm, Bartali, Mathieu Van der Poel natuurlijk. Dertig jaar is lang.

Is dit nog dezelfde sport? Dat lastig lief, waarover hij zelf mooi schrijft: ‘Met de combinatie van fiets en mens is niets mis. Totdat competitie om de hoek komt kijken. Dan worden we slim en vals.’ Er wordt nagedacht in Rotterdam. ‘Ik denk het wel. Wat zo dwingend is aan het wielrennen, is toch dat peloton, die ploegen, het buiten zijn, door landen rijden, wedstrijden van drie weken. Dat stramien is er nog. Je kan zeggen dat de sport veranderd is door dopingverhalen en Lance Armstrong. In het peloton zal het zeker anders zijn. Als fan is het een klap in je gezicht, maar gaandeweg verlies je je toch weer als je Mathieu Van der Poel de Amstel Gold Race ziet winnen. Dan ben ik niet bezig met wat die jongen die ochtend geslikt zou hebben. Als hij het al gedaan zou hebben.’

Peter Post, Jan Janssen en Eddy Merckx zag u als kind fietsen, later ontmoette u hen. Net als Bernard Hinault, Joop Zoetemelk, Lance Armstrong en nu dus Van der Poel. Wat voor mensen zijn dat?

Wilfried De Jong (62)

Wilfried De Jong is een geboren en getogen Rotterdammer. Hij begon als theatermaker, maar combineerde dat al snel met werk voor televisie, radio en allerlei publicaties. Bekende programma’s van De Jong zijn ‘Holland sport’, ‘24 uur met…’ en ‘Pakhuis De Jong’. Met ‘Fotostudio De Jong’ maakte hij een programma over fotografie.
Hij publiceerde boeken, waarvan ‘De man en zijn wielerverhalen’ voorlopig het laatste is. Met Wim Opbrouck werkte hij aan theaterproducties en hij speelde ook mee in de film ‘Ventoux’ naar het boek van Bert Wagendorp. De Jong is vader van Sonny en Gina.

Wilfried De Jong: ‘Nou, Armstrong heb ik ooit zes minuutjes, samen met Michel Wuyts, geïnterviewd. (lacht) Maar goed: er kan een vinkje achter! Met Hinault en Zoetemelk was ik, toen de Tour hier was, in een fietsenzaak in Rotterdam. Net toen was de baas er even niet. We maakten een foto met zijn zoon. Die baas zegt nu nog: ‘Ik kan die foto niet bekijken.’ Zo erg vond hij het dat hij dat gemist had. Al die grote renners zijn vooral heel aanraakbaar en toegankelijk. Dat zal nu anders en moeilijker zijn met die bussen en zo, maar toch. Ooit maakte ik een aflevering van ‘Holland sport’ met Filippo Pozzato. Toen ik later in de Giro was, tikte hij plots op mijn schouder. Hij herkende me. Dat hoefde hij niet te doen, maar hij deed het wel.’

Hij was elf toen hij moeder, voor tv, beide armen in de lucht, zag juichen toen Jan Janssen de Tour won. Dat was een vonk. Als linksbenige Rotterdammer voetbalde hij, dromend van zijn Feyenoord-held Willem van Hanegem, maar hij wist: een topper word ik niet. Ook niet met fietsen. Dus ging hij schrijven. Eerst nog in het krantje van zijn eigen voetbalcluppie, al snel beïnvloed door de tv-typetjes Fred Haché en Barend Servet. ‘Dat waren Wim T. Schippers-achtige rare figuren die de koningin spruitjes lieten schillen. Ik nam hun jargon over. Onbegrijpelijke, bijna dadaïstische, verslagen werden dat. Die toch geplaatst werden.’

©Rik Van Puymbroeck

Zo werd hij veel: journalist, schrijver, tv-maker, acteur in theater en film, presentator van ‘Zomergasten’, interviewer van koning Willem-Alexander. Jazzfreak. Fotografieliefhebber. Koersman.
Opvallend stuk op pagina 115: met ‘Een bosje chrysanten’ zijn we op de ochtend van Quatorze Juillet 2020, waar de Tourorganisator de namen van de dodelijke slachtoffers van het coronavirus voorleest. Supporters moeten in met verf aangeduide stippen staan. ‘… rochelen en snuiten is verboden, alleen in de aangegeven zones mogen renners in plastic tonnen mond- en neusvocht kwijt’, schrijft De Jong. De Tour die vandaag in Nice zou beginnen, werd in zijn hoofd wel gereden.

‘Ik kon niet uitstaan dat die mevrouw Maracineanu (de Franse minister van Sport, red.), terwijl iedereen een pas op de plaats moest maken in de wereld, vond dat de Tour daarboven stond. En die misplaatste arrogantie van veel sporters: ‘Ja, maar wij zijn wel sporters.’ Wacht effe, dacht ik, dan zal ik die Tour die jij zo belangrijk vindt laten doorgaan.’

Gaat dat fictieve schrijven u goed af?

Als ik moet kiezen tussen een leven zonder muziek of een leven zonder koers, kruis dan het wielrennen maar weg.
Wilfried De Jong
Schrijver

De Jong: ‘Makkelijker dan de rest. In mijn column voor NRC kan ik me niet te veel fictie permitteren, maar bij het schrijven voel ik me zo wel het meest vrij. Een groot deel van die verhalen is fictie. In Frankrijk passeerde ik onderweg naar een berg een bord waarop ‘Mona Lisa’ staat, dat staat er echt, maar ik reed door. Alleen in mijn boek stap ik af en verzon ik dat verhaal.’ (lacht)

‘Ik ben soms wel bang dat anderen daar stoppen en dat dan, in plaats van die vrouw, een chagrijnige man buitenkomt die alleen roept: ‘Hou nou eens op over die Mona Lisa!’ Ook in New York (misschien wel het allermooiste stuk in dit boek, red.) ben ik nooit met een fietswiel in een jazzclub binnengestapt. Maar die pluizige jongen die ik in de platenwinkel op Bleecker Street zag, combineerde ik met die vele in wol ingewikkelde fietsen die ik op straat zag.’

Tom Lanoye zei dat hij de radiomaker Jan Wauters alleen met jou kon vergelijken. ‘Die heeft behalve de waanzinnige interesse voor sport ook dat kunstzinnige en intelligente.’

De Jong: ‘Echt? Dat is een mooi compliment. Ik ben inderdaad niet alleen sport. Toen mensen me in de coronatijd vroegen of ik het zonder die koers ook niet meer zag zitten, dacht ik: je mist iets in je leven. Want dan lees je kennelijk geen boeken, draai je geen platen en heb je geen privéleven. Als ik moet kiezen tussen een leven zonder muziek of een leven zonder koers, kruis dan het wielrennen maar weg. Het mooiste is het register van mijn boek. Daarin kom je ook Thelonious Monk, Jezus, John Cleese en Sonny Rollins tegen. Stiekem is dit dus geen strikt wielerboek.’

Denkt u dat het virus niet alleen de wielerkalender, maar ook het leven voorgoed veranderd heeft?

De Jong: ‘Thuis werd de intimiteit groter. Mijn dochter (Gina, red.) is 17 en woonde nog thuis. Maar mijn zoon (Sonny, hij speelt een rol in het geweldige verhaal over De Jongs beklimming van de Mont Ventoux, de dag waarop hij 50 werd, red.) is 21 en studeerde al jaren in Delft. In de lockdown kwam hij weer thuis en opeens konden we met vier ontbijten. Fijn.’

‘Ik was wel blij toen Mark Rutte zei: ‘Je mag een frisse neus halen.’ Mijn fietsritjes waren de frisse neus van Rutte. Ik las twaalf boeken en voelde me gezond omdat ik, met het oog op een theaterreeks, geen alcohol dronk. Of de mens nu ingrijpend verandert? Dat denk ik niet. We helpen de wereld al decennia naar de kloten en de mens is zo dommig, ik en jij wellicht ook, dat we hervallen in slechte gewoontes zodra er wat minder doden zijn. Dan vergeten we de uitstoot van de auto’s en maken we toch weer dat vluchtje naar Italië. Vinden ze dat vaccin, dan doen we alle foute dingen weer. Niet het virus deed ons de das om, wel de angst voor de dood. Dat is misschien niet slecht. We dachten allemaal dat we onsterfelijk waren, dat zijn we dus niet. Dat vind ik trouwens alleen maar mooi. De dood is mijn beste vriend niet, maar ik kan ‘m wel goed hebben in mijn leven.’

‘De man en zijn wielerverhalen’ van Wilfried De Jong is verschenen bij uitgeverij Podium, telt 528 bladzijden en kost 22,50 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud