Advertentie

Zwartverkoolde verzen van een geblakerde ziel

©Getty Images

Exact vijftig jaar geleden, in oktober 1970, verscheen ‘Crow, From the Life and Songs of the Crow’. Met die duistere dichtbundel liet Ted Hughes (1930-1998) de Britse poëzie op haar grondvesten daveren. Nu is er eindelijk ook een Nederlandse vertaling van deze verrukkelijke nachtmerrie.

Ze zijn wreed en ondoorgrondelijk. Speels en direct als een kindersprookje, maar van een blinde, bloederige gruwel. De gedichten in ‘Kraai’ ademen een onverholen terreur. Hughes schreef ze enkele jaren na de zelfmoord van zijn eerste echtgenote, Sylvia Plath, in 1963. In een ongekende explosie van creativiteit doemde het personage van Kraai op, een zwartgevederde onverlaat die zich met gestrekte vleugels in een reeks huiveringwekkende beproevingen stort.

In 1970 had Hughes al internationaal furore gemaakt. Zijn poëzie was nieuw en eigengereid, geworteld in de natuur en de wilde landschappen van zijn kindertijd, opgeschreven met een shakespeareaanse bravoure. Het was de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath, met wie hij in 1956 was getrouwd, die hem een zetje in de goede richting gaf. Toch zouden ze de geschiedenis ingaan als een van de meest tragische en omstreden koppels van de twintigste eeuw.

Het zijn gedichten die als tijdbommen in je gezicht ontploffen. Hughes graaft diep in zichzelf en vindt nergens rust of troost.

Het was de fascinatie voor elkaars poëzie die hen bij elkaar had gebracht. Wat volgde, was een vulkanische liefde die leidde tot een uitbarsting van creatieve energie, maar die hen als mens langzaam deed opbranden. Plath bewoog zich van depressie naar depressie, Hughes begon zijn heil bij andere vrouwen te zoeken. Uiteindelijk zou hij Plath verlaten voor de Britse dichteres Assia Wevill. Op 11 februari 1963 maakte Plath een einde aan haar leven door haar hoofd in de oven te steken en de gaskraan open te draaien.

Voor de rest van zijn dagen zou Hughes achtervolgd worden door de haat en beschuldigingen van Plath-fans. Niet alleen omdat ze hem verweten dat hij schuld had aan haar zelfmoord, maar ook omdat hij de nalatenschap van zijn echtgenote slecht zou beheren. ‘I accuse, Ted Hughes’ werd een strijdkreet waarmee de dichter decennialang zou worden bestookt.

Na de dood van Plath braken barre jaren aan voor Hughes, die amper een letter op papier wist te zetten. Het was de Amerikaanse illustrator Leonard Baskin die Hughes weer op de rails kreeg. Baskin had een reeks ongure kraaienportretten gemaakt en vroeg zijn vriend of hij daar begeleidende teksten voor wilde schrijven. Zo ontwikkelde zich het personage van Kraai, dat de poorten van Hughes’ creativiteit wagenwijd opensmeet.

'Uit het Leven en de Leideren van de Kraai', de vertaalde versie van Ted Hughes bekende dichtbundel ©rv

Oplichter en held

Kraai is van een duizelingwekkende ongrijpbaarheid. Hij is een oplichter en een held, een schepper en een schelm, zowel de clown als de verbijsterde toeschouwer, dader en slachtoffer, krijger en schooier. ‘Alleen al zijn oogwenk / doet de hele wereld sidderen’, klinkt het, maar evengoed treffen we hem ‘ondersteboven in het strandvuilnis hangend een gevallen ijsje opslurpend’.

Kraai is alomtegenwoordig. Nu eens zit hij aan het begin van de Schepping op de schouder van een snurkende God, dan weer dwaalt hij aan het einde der tijden door een totale ravage. ‘Al wat ervan overbleef een broze woestijn / Blikkerend met de botten van de mensheid / Waar Kraai wandelde en mijmerde.’ Hij laat zijn blik op Adam en Eva vallen en leert hen te vrijen. Hij pleegt een aanval op de zon en keert zwartverkoold maar triomfantelijk terug. Hij wordt geroosterd, geplet en gekruisigd, maar vindt altijd een list om te ontkomen.

Is hij de evenknie van God? Een alter ego van de dichter? Een metafoor voor de verweesde mensheid die, getraumatiseerd door gruwel en massaal geweld, door een onbegrijpelijke wereld zwerft? Hij is het allemaal, en tegelijk niets van dat alles. De zin van zijn bestaan is hem vreemd, maar dat belet hem niet om overal nieuwsgierig zijn snavel in te prikken.

Puttend uit Genesis en folklore, Keltische sagen, Inuïtlegenden en Babylonische kosmogonieën creëerde Hughes een eigen, veelzijdige mythologie met Kraai als spilfiguur. Hij tekende een cyclus van lijden en volharding, verlangen en wanhoop, geboorte en ondergang.

Britse dichter en schrijver Ted Hughes

Oorspronkelijk was Hughes niet van plan een dichtbundel te schrijven. Er stond hem een episch verhaal voor ogen waarin hij proza en poëzie wilde vermengen in een grootse raamvertelling. Dat project werd in 1969 echter van tafel geveegd door de zelfmoord van zijn toenmalige vriendin Wevill. Net als Plath - de gelijkenis is luguber - draaide ook zij de gaskraan open.

De dichter kapseisde en richtte zich vanaf dan volledig op de Kraai-gedichten. Tot de bron opdroogde en er niets meer kwam. Hij besloot ze in hun onafgewerkte vorm te publiceren. Net dat onbesliste, provocatieve karakter geeft de gedichten zo’n massieve zeggingskracht.

‘Kraai’ kwam de Britse poëzie in gevlogen als een ongekend geweld. De experimentele vorm en de surrealistische, schokkende beeldentaal brachten critici in verwarring. Je houdt ervan of je vindt het verschrikkelijk. ‘Ik ben blij dat het de deur uit is’, schreef Hughes. ‘Ik hoop dat het betekent dat ik nu onder de schaduw van zijn verschrikkelijke vleugeltje vandaan kan komen.’

Daan Doesborgh maakte een vertaling die dicht op de huid van het origineel zit, en die eenzelfde gebalde, anarchistische energie in zich draagt. Hughes wilde in deze cyclus ‘supereenvoudig en superlelijk’ schrijven. Met veel precisie weet Doesborgh die bewust gezochte lelijkheid in het Nederlands te vatten.

Het zijn gedichten die als tijdbommen in je gezicht ontploffen, pagina per pagina. In de verzen weerklinkt het lijden dat eraan ten grondslag ligt. Hughes graaft diep in zichzelf en vindt nergens rust of troost.

Toch is er één houvast. Hoewel er geen Verlosser is die Kraai komt redden, slaat hij zich overal doorheen. Niets of niemand, God noch mens, woorden noch geweld kunnen hem klein krijgen. Kraai versaagt niet, maar gaat immer voorwaarts. Hij laat zich niet leiden door hoop of liefde, maar door de veerkracht van het leven zelf. Een onverwoestbare, van alle illusies ontdane vitaliteit houdt hem op de been. Zwartverkoolde verzen zijn het, van een dichter met een geblakerde ziel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud