portret

De koningen van de indierock

De vijf mannen van The National oogsten veel succes, maar ze ogen nog steeds verre van cool. ©Graham MAcIndoe

Rond de eeuwwisseling geloofde niemand in The National. De Amerikaanse rockband paste in geen enkele muzikale trend. Vandaag begeestert hun rokerige pop noir grote massa’s.

Waar de internetzeepbel van 2000 niet allemaal goed voor is geweest. Voor Matt Berninger (46) voltijds rockzanger werd en zijn volle gewicht in de schaal gooide om van The National de koningen van de onverlichte indierock te maken, was hij een succesrijk internetondernemer in New York.

Op het hoogtepunt van de dotcomhype schepte Berninger geld als creatief directeur van een webdesignbedrijf. Veel geld. ‘Op papier was ik een miljoen dollar waard voor mijn dertigste’, vertelde hij ooit aan het magazine Wealthsimple. Maar de bubbel barstte. Het grootste deel van zijn vermogen ging in rook op. Zijn ouders staken zich zelfs in de schulden om het bedrijf van hun zoon van de ondergang te redden, maar hun reddingssloep kwam te laat.

In zijn leven voor The National was frontman Matt Berninger een overmoedige dotcom ondernemer die zijn vermogen verspeelde op de beurs.

Rock en tech: het lijken andere werelden. Toch had Berninger allicht nooit doorgeduwd met The National zonder die pijnlijke ervaring als dotcom-kid.

In hetzelfde vraaggesprek: ‘De beginjaren van het internet hadden iets ‘do it yourself’-achtigs. Heel punk, een beetje als een nieuwe kunstvorm die het daglicht ziet. Het leerde me dat er geen script to live is. Daardoor had ik minder schrik om na mijn internetavontuur in een bandje te stappen. Ik vond mezelf niet echt een muzikant. Maar wat dan nog? Achteraf gezien waren de Sex Pistols ook niet meteen grote muzikanten, but they did reinvent the idea of a band.’

‘Sleep Well Beast’, het zevende album van The National, komt er 16 jaar na hun titelloze debuut. In 2001 was Berninger een geflopte internetondernemer met een vertrouwensprobleem. Dat was te horen aan zijn schemerige teksten.

The National paste in die dagen in geen enkele trend. Datzelfde jaar doken met Interpol, TV on the Radio, de Yeah Yeah Yeahs en The Strokes veel hippere bands op in New York. Terwijl zij stormenderhand de ‘juiste’ circuits inpakten, leek de stemmige pop noir van The National te verdwijnen in het zwarte gat der onopgemerktheid. Berninger over die periode: ‘Zij waren cool as shit, terwijl wij uitzochten hoe je een rockband moest zijn.’

'Mistaken for Strangers' uit het album Boxer (2007)

 

Het klopt: de vijf mannen van The National ogen nog steeds verre van cool. Berninger, met zijn uiterlijk van een modieuze literatuurprofessor die in zijn vrije tijd de betere bars opzoekt met zijn knapste studentes, straalt nog net het mysterie uit dat een frontman behoeft, maar de rest van de band: jongens van om de hoek.

En hun albums kan je bezwaarlijk als partymuziek omschrijven. Ja, er is dat orkestrale, maar knip die weelderigheid uit hun gejaagde, roestbruine songs en je lijkt muziek over te houden die wachtloopt als soundtrack bij een depressie.

'Bloodbuzz Ohio' uit 'High Violet' (2010).

Berninger en zijn mannen werkten die eerste moeilijke jaren onbewogen voort. Een beetje zoals R.E.M. in de jaren 80 nam The National de tijd om zijn publiek geduldig te besluipen, als was het een prooi. Dan kan je als band aan één hit genoeg hebben om jezelf onmisbaar te maken. Voor Michael Stipe en co werd dat ‘The One I Love’ uit ‘Document’, voor The National het majestueus slepende ‘Bloodbuzz Ohio’ uit ‘High Violet’ (2010). ‘I Still Owe Money To the Money I Owe’, zong Berninger met zijn karakteristieke Nick Cave- en Leonard Cohen-achtige bariton. Een toespeling op zijn vervlogen leventje als overmoedige webondernemer?

Interpol tourde deze zomer met zijn debuutplaat - altijd een teken van creatieve armoede. Van The Strokes weet niemand of ze eigenlijk nog bestaan en ook de Yeah Yeah Yeahs bleken niet bepaald de redders van de rock-’n-roll.

‘Trouble Will Find Me’ katapulteerde The National vier jaar geleden wél naar de indiegodenstatus. Sindsdien begeestert de groep grote massa’s op festivals en in concertarena’s. Er bestaat dus wel degelijk een groot publiek voor tranerige muziek.

Innoveren zonder schokeffect

Kan het nóg groter en beter, nóg melancholischer en bezwerender? Absoluut. ‘Sleep Well Beast’ heeft alles in zich om de enorme verwachtingen in te lossen. Vanaf de eerste noten hangen we aan Berningers lippen.

De slimme, warme orkestraties trekken de songs wederom uit hun moeras van duisternis. Berninger lijkt op zijn 47ste ook nog altijd te zingen over vrouwen die hij - onvrijwillig, uiteraard - diep ongelukkig maakt.

Hier en daar heeft The National het zowaar over de Amerikaanse politiek - wat wil je ook met een nationalist in het Witte Huis?

Maar er is toch weer iets veranderd. Inhoudelijk, om te beginnen. Hier en daar heeft The National het zowaar over de Amerikaanse politiek - wat wil je ook met een nationalist in het Witte Huis? De subtiele make-over is ook muzikaal van aard.

Voor het eerst duiken bij de koningen van de indierock elektronische motieven op. Geluiden die je niet eerder in hun muziek aantrof en de intiemste songs als fris en nieuw doen klinken. Het is zo omzichtig gedaan dat de oude fans zich er niet aan zullen storen. Beheerst innoveren zonder een schokeffect te beogen: Matt Berninger trekt nog steeds lering uit de internetzeepbel.

'Day I Die' van The National, uit het nieuwe album 'Sleep Well Beast'.

‘Sleep Well Beast’ is verschenen bij 4AD.

The National speelt op 30 en 31 oktober in Bozar in Brussel. Beide concerten zijn uitverkocht.

Wie van The National houdt, valt wellicht ook voor:

Nick Cave

Matt Berninger en de Australische zanger delen een onheilszwangere bariton en een donker mensbeeld.

Leonard Cohen

Berninger - steeds in keurig pak op het podium - ontwikkelde op de middelbare school een ongezonde obsessie voor de Canadese zanger. ‘Hij was een stijlicoon.’

Tindersticks

De Britse groep maakt net als The National nachtmuziek. Andere overeenkomsten: opnieuw de bariton en een voorliefde voor orkestrale arrangementen.

R.E.M.

De analogie is groter dan je op het eerste gehoor zou denken. Net als Michael Stipe schrijft Matt Berninger intelligente, cryptische teksten. The National had vier platen nodig om er te staan. Ook R.E.M. was een ‘valse trage’ en bleef ondanks zijn godenstatus diep vanbinnen een indierockgroep die zichzelf nooit in de uitverkoop heeft gezet.

Warhaus

Maarten Devoldere van Balthazar heeft niet alleen erg goed naar Leonard Cohen en Serge Gainsbourg geluisterd, in de liedjes van zijn soloproject Warhaus resoneren onmiskenbaar echo’s van The National.


Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content