Deep Purple wees hardrock de weg naar Japan

Deep Purple in 1973, toppunt van hun roem. ©Redferns

Het dubbele livealbum ‘Made in Japan’ van de Britse band Deep Purple wees generaties hardrockers de weg. Met compromisloze, intussen klassiek geworden composities, imposante solo’s en wervelend samenspel deelden de bandleden de ene na de andere uppercut uit.

Deep Purple trok in de zomer van 1972 voor het eerst naar Japan met de klassieke line-up aangevoerd door Ian Gillan. Die had met zijn magistrale stembereik de wereld toen al verbluft met ‘Child in Time’. Dat koppelde de bravoure van klassieke muziek aan de jeugdige rebellie van rock-’n-roll. Maar nadat de oprichters gitarist Ritchie Blackmore, orgelist John Lord en drummer Ian Paice de zanger in 1969 samen met bassist Roger Glover ingelijfd hadden, was Deep Purple toch vooral van onbekende psychedelische popband getransformeerd naar een compromisloze hardrockband.

William Souffreau: 'Je instrument goed beheersen was toen nog heel belangrijk'

William Souffreau was in 1972 de frontman van Irish Coffee, de eerste Belgische hardrockband. 'Dat woord bestond toen nog niet', herinnert hij zich nu. 'Een journalist vroeg me of ik wist wat het betekende, maar ik moest het antwoord schuldig blijven.'

Eén keer heeft Souffreau de band live gezien, in 1970 in Hamburg. 'Het was een overrompeling. In die beginperiode viel Deep Purple vooral op omdat ze als een van de eerste bands hun versterkers veel luider zetten. Ik herinner me nog dat Ritchie Blackmore zijn gitaar in de fik stak en de versterkers omver keilde. Toen wij een week later ook dingen in de zaal smeten, kwam men ze achteraf allemaal terugbrengen: ‘Meneer, we denken dat u iets verloren bent.’ (lacht) We waren niet beroemd genoeg.'

Souffreau noemt de manier waarop Deep Purple ook klassieke elementen in zijn muziek verwerkte een invloed. 'Het waren stuk voor stuk heel goede muzikanten. Je instrument goed beheersen was toen nog heel belangrijk. Ons geluid was beïnvloed door Blackmore, maar ook door de geweldige organist John Lord, die klassieke elementen meebracht. Als je goed luistert naar ‘Masterpiece’, onze hit uit 1971, dan hoor je iets van Bach. Maar ook Glover en Paice waren geweldig straffe instrumentalisten. Omdat we met dezelfde bezetting speelden, was hun werk geschikt om na te spelen.'

In hun beginperiode coverde Irish Coffee ‘Speed King’, één van de bisnummers tijdens de Japanse tournee. 'Dat rock/bluesschema ging me veel beter af dan ‘Child in Time’, waar ik me nooit aan gewaagd heb. Ik begrijp dat Gillan het niet meer zingt. Mijn bereik is nog oké, maar die hoge noten heb ik nooit aangekund.'

Na drie succesplaten op rij - ‘Deep Purple In Rock’, ‘Fireball’ en ‘Machine Head’- en de bijbehorende tournees was het vijftal in 1972 zo goed op elkaar ingespeeld dat hun liveversies nog veel beter waren dan hun studio-opnames. De beroemde gitaarintro van Blackmore in ‘Smoke on the Water’ klonk nergens pertinenter dan in Osaka, en ook de zes andere tracks die de dubbel-lp ‘Made in Japan’ haalden, staan een kleine halve eeuw later nog altijd overeind als een huis.

Memorabel

Ze zouden decennia het stalen geraamte vormen van de liveset, zoals de voorbije tien jaar nog bleek op Suikerrock en de Lokerse Feesten. Alleen ‘Child in Time’ is er tijdens optredens al jaren niet meer bij omdat Gillan de hoogste noten niet meer haalt. In 1972 was het een hoogtepunt. Bandleden noemen het moment waarop ruim 10.000 dolenthousiaste Japanners het mee keelden nog altijd een van de meest memorabele momenten uit hun carrière.

Ondanks hun sterke podiumact had Deep Purple het idee van een live-opname lange tijd afgehouden. Ze geloofden niet dat een plaat zou kunnen wedijveren met de energie die in de zaal vrijkwam. Toen de Japanse afdeling van hun platenmaatschappij Warner Bros. bleef aandringen, ging de band alsnog akkoord, maar alleen als hij zelf de touwtjes in handen mocht houden en de plaat alleen in Japan zou verschijnen.

Maar uiteindelijk was iedereen zo enthousiast over de opnames van de uitverkochte concerten op 15 en 16 augustus 1972 in de Koseinenkin Hall in Osaka en op 17 augustus in de Nippon Budokan in Tokio dat al snel beslist werd de plaat wereldwijd uit te brengen. De bandleden waren ook tot het besef gekomen dat ze de markt van de illegale bootlegs (waarop hun Akens concert uit 1970 het erg goed deed) maar beter konden versmachten door zelf een liveplaat uit te brengen. The Who en The Rolling Stones hadden met ‘Live at Leeds’ en ‘Get Yer Ya-Ya’s Out’ duidelijk gemaakt dat zoiets ook commercieel zin had.

Virtuoze solo’s

Met de touwtjes zelf in handen houden bedoelden de bandleden voornamelijk het aantrekken van producer en geluidsingenieur Martin Birch, met wie ze ook eerder al goed samengewerkt hadden. Zelf lagen ze amper wakker van de opnames. Die afzijdigheid is volgens Birch, die er prat op gaat geen overdubs gebruikt te hebben, de spontaniteit van de concerten en het samenspel tussen de muzikanten alleen maar ten goede gekomen. Imposante solo’s en improvisaties wisselen elkaar af.

Vooral de virtuoze solo-escapades op hammondorgel en gitaar van Lord en Blackmore vallen op. Het begint met ‘Highway Star’, waarna een strak ‘Smoke on the Water’ en een uitgesponnen ‘Child in Time’ het publiek in extase brengen (op de plaat wisselden ze van plaats). Tijdens ‘The Mule’ mag een feilloos drummende Paice excelleren. De toenmalige hit ‘Strange Kind of Woman’ en het bluesy hoogtepunt ‘Lazy’ monden uit in de bijna 20 minuten durende trip ‘Space Truckin’, dat een hele vinylkant inneemt en een blauwdruk was voor toekomstige progressieve metalbands. 

Psychedelische versie van ‘Highway Star’, de opener van ‘Made in Japan’, in een Duitse tv-show in 1972.

Door de beperkte ruimte op het vinylformat kregen de fans de bisnummers ‘Black Night’ en ‘Speed King’ pas later te horen als b-kantje of op de cd-heruitgaves.

Topsnelheid, piekvolume, maximumenergie

Het vertrouwen in Birch was zo groot dat Gillan en Blackmore de plaat uiteindelijk niet eens beluisterd hebben voor de release. Alleen Glover en Paice waren aanwezig in de studio tijdens de mix. Vijf tracks werden gekozen uit Osaka (vier van de tweede show, die de betere opnamekwaliteit had) en twee uit Tokio. Ondanks beperkte technische middelen en financiën klinkt de set vandaag nog altijd behoorlijk explosief.

De bandleden waren intussen ook tot het besef gekomen dat ze de markt van de illegale bootlegs maar beter konden versmachten door zelf een liveplaat uit te brengen.

De plaat werd een commerciële voltreffer bij de release in december 1972. Lord noemde het zijn favoriete Deep Purple-plaat van een band op zijn hoogtepunt. 'Het was de belichaming van waar we toen voor stonden.' De liveversie van ‘Smoke on the Water’ werd op single gekoppeld aan de studioversie en bereikte de vierde plek in de Amerikaanse hitparade, de hoogste die deze bezetting ooit zou halen.

De erfenis wordt door de huidige bezetting, inclusief zeventigers Gillan, Glover en Paice, nog altijd in leven gehouden. Door het coronavirus liggen de optredens stil, maar volgende week verschijnt wel gewoon hun 21ste studioalbum ‘Whoosh!’.

Overtuigd door ‘Made in Japan’? Probeer dan ook deze liveklassiekers

Led Zeppelin, ‘How the West Was Won’ (2003)

Samen met Deep Purple en Black Sabbath vormde Led Zeppelin in de seventies het triumviraat van de Britse hardrock en heavy metal. Op deze set, ingeblikt in juni 1972 tijdens twee concerten in Californië, hoor je het oerkwartet met Page, Plant, Jones en Bonham zijn artistieke piek bereiken.

AC/DC, ‘If You Want Blood (You’ve Got It)’ (1978)

Het enige livealbum van AC/DC met Bon Scott als leadzanger. Je hoort hem ‘Zijn er maagden in Glasgow?’ roepen in het Apollo Theater, maar vooral de solo’s van gitarist Angus Young slagen je murw, tot bloedens toe. Op de hoes wordt hij niet voor niets doorboord door zijn eigen gitaar.

Motörhead, ‘No Sleep ‘til Hammersmith’ (1981)

In het zog van het derde album ‘Ace of Spades’ bevestigde deze compromisloze adrenalinestoot hoe heerlijk vuil en simpel rock-’n-roll kon zijn. Live in het Engelse Leeds en Newcastle klinkt het klassieke trio - Lemmy, Eddie en Philty Animal - nog veel rauwer en meer uitgebeend dan in de studio.

Iron Maiden, ‘Live After Death’ (1985)

Deze dubbelaar, ingeblikt voor een geestdriftig publiek in de Hammersmith Odeon in Londen en de Long Beach Arena in Californië en mét Martin Birch (zie ook ‘Made in Japan’) achter de knoppen, wordt beschouwd als een carrièrehoogtepunt van de Britse band en van de hardrock tout court.

Queens of the Stone Age, ‘Over the Years and Through the Woods’ (2005)

Ook de stonerrock die eind jaren 1990 kwam opzetten greep sterk terug naar de ingrediënten van oude hardrockhelden. Op hun voorlopig enige officiële livealbum, opgenomen in Brixton Academy en KOKO in Londen, spelen Josh Homme en co. vol overtuiging tracks uit hun eerste vier platen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud