Een leven vol viool | Sylvia Huang, de enige Belgische kandidate in de Koningin Elisabethwedstrijd

©Siska Vandecasteele

Ze zal een stukje zwarte chocolade eten, diep ademhalen en dan beginnen: Bach, Beethoven, Paganini, overgave. Of ze de Koningin Elisabethwedstrijd kan winnen, weet Sylvia Huang niet. ‘Ik ben gewoon blij dat ik mag meedoen. De rest is bonus.’

Een bericht in de krant Le Soir van 28 januari 2005: ‘La benjamine du concours, la violoniste Sylvia Huang, dont on nous dit qu’ à 10 ans, elle est tout simplement la perle des 147 candidats.’

Veertien jaar later weet Sylvia Huang nog dat ze ‘Concerto n°1’ van Niccolò Paganini speelde in wat in 2004 nog de Axion Classics heette, later de Prix Belfius. Ze had gewonnen en mocht dus die januari-avond in 2005 meedoen met het laureatenconcert. ‘Ik zat in een bubbel. Met muziek als wedstrijd was ik helemaal niet bezig. Ik was een kind nog. Maar het was de eerste keer dat ik met een orkest kon spelen. Dat is wat me bijblijft.’

Vandaag woont Sylvia Huang vlak bij de Da Costakade in Amsterdam. Op de steile trap komt de kat ons tegemoet. Daar heeft ze de avond voor de afspraak over gemaild: ‘Een klein (misschien raar) vraagje: heb je problemen met katten? Ik heb een kat thuis...’ Ze vond de kat - die achtergelaten was - in een tuin met perzikbomen en zo noemde ze haar Melba. Zachtjes leerde Melba zo Frans. ‘Viens ici. Non, Melba. Tu restes.’

Muziek is een refuge. Soms kan ik een maand lang naar dezelfde symfonie van Mahler luisteren.

Maar mailen deed Sylvia Huang dus in het Nederlands en in die taal wil ze graag praten. Sinds ze in 2014 lid werd van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) in Amsterdam, met aan het hoofd de Belg Jan Raes, is het haar voertaal.

‘Al toen ik bij het Nationaal Orkest van België (NOB) speelde, probeerde ik met mijn Vlaamse collega’s Nederlands te spreken’, zegt ze. ‘Zo leerde ik toch meer dan op de middelbare school. Hier praat ik alleen Nederlands. Het is ook de officiële taal van het orkest: alle communicatie en alle mails zijn in het Nederlands. (lacht) Het orkest betaalt de lessen terug die we volgen, maar daar ben ik maar één keer geweest. Ik ben er te lui voor. Maar ik praat. Ik betrap mezelf erop dat ik ‘gesjellich’ zeg. En dat ik het woord ‘lekker’ heel vaak gebruik: lekker spelen, lekker studeren, lekker gratis.’

We vullen aan: ‘Lekker Bach?’ Ze lacht opnieuw, en dat zal ze heel vaak doen. Maar het klopt wel: lekker Bach, lekker Paganini, lekker Mahler. Dat is allemaal toch haar leven. Zes jaar geleden hoorden we voor het eerst over haar praten. Bijna fluisterend, tijdens een reportage achter de schermen van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano, ging het over ‘cette fille’. Dat meisje dat de tweede viool speelde, barstend van talent. ‘Cette fille’, die zomaar uit het niets leek te zijn gekomen, opgeleid door haar papa.

Sylvia Huang (25) leerde viool spelen door haar vader. In 2004 won ze de Axion Classics, in 2008 de eerste prijs in de Lions European Musical Competition. In 2012 werd ze tweede violiste bij het Nationaal Orkest van België, twee jaar later werd ze eerste violiste in het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam. Met drie collega’s van dat orkest vormt ze het GoYa Quartet.

De Koningin Elisabethwedstrijd is vanaf de halve finale - die begint op 6 mei - live te volgen op radio en tv. Klara zendt een selectie van de halve finale uit, elke avond van 19 tot 23 uur en de hele finaleweek (van 20 tot 25 mei). Op televisie moet u voor de namiddagsessies van de halve finales op Canvas zijn, de avondsessie ziet u op het kanaal van Ketnet. Ook de finaleweek kunt u integraal live volgen via Canvas en Ketnet.

‘Dat was in 2013, toen Boris Giltburg won. Ik zat inderdaad in het orkest dat de twaalf finalisten begeleidde. (glimlacht) Het is dus niet mijn eerste Koningin Elisabethwedstrijd. Omdat ik tweede viool speelde, zat ik vlak bij de piano. Ik zag de energie en de emotie, en zag het zweet van hen afdruipen. Ik voelde de elektriciteit van die unieke wedstrijd. En ik dacht: ‘Dit ga ik nooit doen.’ En kijk...’

Et voilà. Op de lijst met 71 kandidaten die maandag aan de eerste ronde van de Koningin Elisabethwedstrijd beginnen, stond haar naam. Als enige Belgische: cette fille, Sylvia Huang, na twee jaar bij het NOB via een auditie bij het KCO beland. Ze is net 25 geworden, op 20 april, een verjaardag die ze vierde tijdens de twintig vrije dagen die ze bij het KCO nam om zich voor te bereiden op het concours. In die eerste ronde zal de jury haar vragen de drie opgelegde stukken - of delen ervan - te spelen.

‘Een sonate van Bach, natuurlijk, het fundament van de muziek. De achtste sonate van Beethoven, interessant, klassiek. De drie capriccio’s van Paganini, bekend omdat het technisch moeilijk is.’

Waarom doe je mee? Je bent nu al eerste violiste bij het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam, een van de belangrijkste orkesten.
Sylvia Huang: ‘Waarom niet? De Koningin Elisabethwedstrijd is een mythisch, legendarisch concours. Het is een hele eer te mogen meedoen. En ik kan er veel van leren.’

Mijn ouders zeggen niet zoveel over mijn deelname aan de Koningin Elisabeth wedstrijd. Maar ik denk wel dat ze blij zijn.

‘Met deze wedstrijd op televisie groeide ik op. Maar toen ik nog erg klein was, zag ik alle documentaires. Ik herinner me archiefbeelden van Leonid Kogan (de winnaar in 1951, red.), Philippe Hirshhorn (1967) en Michail Bezverchni (1976). Later zag ik live op tv Sergej Chatsjatrjan en Rae Chen. Altijd viool, dat wel. Maar ook piano. De zang volgde ik minder.’

‘Ik heb geen idee waar dit me brengt. Ik ben al blij dat ik mag meedoen. De rest is bonus. Wat het verandert als je zo’n wedstrijd wint, daar denk ik niet over na.’

Dat bevestigt het verhaal: je was een kind dat opgroeide in die muziek.
Huang: ‘Mijn vader speelt viool. Toen ik drie was, kreeg ik er voor het eerst een in handen. Mijn moeder is celliste. Maar het was een spel. Ik herinner me het niet als iets geforceerds. Ik kan me niet herinneren dat ik als klein kind al drie uur per dag speelde. Het was natuurlijk. Une évidence. Het begon met kleine oefeningen, études, om de techniek te leren. Vivaldi speelde ik al vroeg graag. Als je begint als je drie bent, heb je natuurlijk geen herinnering aan een leven zonder viool. Dat klopt. De viool werd een deel van mijn leven en de passie bleef.’

Het was de tijd in Montigny-le-Tilleul, een gemeente in de buurt van Charleroi, toch wel aan de andere kant van de wereld die Amsterdam lijkt te zijn. Maar wel een bijzonder dorp. Ook Melanie de Biasio groeide er op. Sylvia kent De Biasio niet, al vertelt ze dat ze graag jazz hoort. Ze noemt Ray Charles, Nina Simone. Ook Aretha Franklin, The Beatles en andere, Franse, stilaan klassiek geworden muziek: Edith Piaf, Charles Trenet, Jacques Brel. Opvallend voor een jonge vrouw van 25. Maar het zegt wie ze is en wat muziek voor haar is. ‘Un refuge’, legt ze dat uit.

©Siska Vandecasteele

‘Muziek is een toevlucht geworden, zowel voor inspiratie als voor troost. Zoals ik naar een schilderij van Monet of Renoir kan kijken en kan wegdromen, zo kan muziek van Debussy me helpen. Muziek helpt me ervaringen en emoties uit te drukken. Zoals een landschap. Aan de andere kant is het wat ik nodig heb als ik superverdrietig ben. Als een refuge, ik heb er geen beter woord voor. Soms kan ik een maand lang naar dezelfde symfonie van Mahler luisteren. Of een tijdje geleden luisterde ik alleen naar de Janáček-sonate voor viool.’

Je zei net: de passie is gebleven en het was niet geforceerd. Maar het valt wel op dat jij de top haalt met je viool en dat je zus Stephanie net als je moeder celliste werd.
Huang: ‘Ze is bijna klaar met haar masteropleiding in Parijs en ik vind haar een geweldige celliste. Mijn vader is Chinees (ze schrijft zijn naam in ons boekje: Ching Huang, red.) en nadat hij tien jaar in een orkest in Peking had gespeeld, trok naar hij naar de Verenigde Staten om te studeren. Mijn moeder (in datzelfde boekje: Myriam Bultinck, red.) had in Brussel cello gestudeerd en ging ook naar Amerika. Daar ontmoetten ze elkaar en later kwamen ze terug naar Montigny-le-Tilleul, haar dorp. Ze vormden hier Duo Bacorde. Ba is het Chinees voor 8, de som van het aantal snaren - in het Frans: cordes - van een viool en een cello. Ze ontwikkelen muzikale educatieve programma’s voor onder meer scholen.’

Wat betekent Huang eigenlijk?
Huang: (lacht) ‘Geel! Ja, dat is wel grappig. Maar het is een van de meest voorkomende namen in China. Zoals Dupont in Frankrijk. Als ik ‘Sylvia Huang’ op Facebook zoek, lijken er miljoenen te zijn. Zelf spreek ik geen Chinees en ik heb met het land ook geen band. Toen ik heel klein was, was ik er wel eens. En met het KCO keerde ik er enkele keren terug voor concerten. Ik was er wel benieuwd naar om terug te keren, na zoveel jaar. Omdat ik ook wist dat een oom en een tante zouden komen. Dat was fijn en speciaal, maar we kennen elkaar eigenlijk niet en we spreken elkaars taal niet.’

Was de keuze voor het Koninklijk Concertgebouworkest, terwijl je pas twintig was, de logische stap na het NOB? Is het alsof je van Anderlecht bij Barcelona mag gaan spelen?
Huang: ‘Het NOB was een fantastische ervaring, omdat ik voordien eigenlijk geen idee had hoe het was om in een orkest te spelen. Daarin leer je naar de andere te luisteren. Het KCO is groter, heeft een bijzonder mooie klank, en heeft een heel groot repertoire met symfonieën van Mahler, Bruckner en Brahms, die ik nooit eerder speelde.’

‘Ik heb veel geluk dat ik in zo’n orkest mag spelen. Voor je persoonlijke ontwikkeling is dat van groot belang. Bovendien zit je hier voor dirigenten als Valery Gergiev, Iván Fischer, Mariss Jansons en natuurlijk Bernard Haitink. Soms is dat pure magie. Symfonieën 4, 5 en 10 van Sjostakovitsj onder leiding van Andris Nelsons... Ik kan bijna niet uitleggen wat er dan gebeurt.’

©Siska Vandecasteele

Hoe beleven je ouders dat? Jou zien, in dat orkest dat door een legende als Bernard Haitink wordt geleid?
Huang: (aarzelt) ‘Heel vaak kunnen ze niet komen. Ze hebben het druk met hun eigen project. Tijdens de Koningin Elisabethwedstrijd verblijf ik bij een gastgezin in Brussel. Vanuit Montigny-le-Tilleul is de dagelijkse rit naar Brussel niet zo makkelijk. Mijn ouders zeggen daar niet zoveel over. Maar ik denk wel dat ze blij zijn.’

Er valt een stilte. Over Daniele Gatti, de dirigent van het KCO die na MeToobeschuldigingen moest opstappen, praat Huang liever niet. We kijken even rond in dit kleine appartement dat ze twee jaar geleden kocht en dat toont wie er woont. Je ziet een afbeelding van de Mount Fuji, er staan boeddhabeeldjes, er hangen Tibetaanse gebedsvlaggetjes, er druipt een Dali-klok van haar boekenrek en in dat rek staan rug aan rug Boris Vian, Bernard Werber, ‘Pensées hindouistes’, Kafka, een Dictionnaire Mozart en La Légende du Violon van Yehudi Menuhin maar ook Stefan Zweig en ’21 lessen voor de 21ste eeuw’ van Yuval Noah Harari in de Nederlandse editie.

Aan de dampkap hangen magneten uit Kroatië en Luzern. En net voor de deur die van de keuken naar de slaapkamer leidt, een partituur waarvan deze leek niet kan uitmaken wie ze schreef en hoe die noten gelezen moeten worden. Je leest alleen woorden: senza misura, poco meno mosso en poco a poco acell. (poco liberamente), brillantissimo, energico. In potlood schreef zij er ‘TASTO’ bij.

Als Huang de tweede ronde haalt, zal ze verplicht een concerto van Mozart spelen. En een van de twee recitals die ze zelf koos: een sonate van Janáček en een van Debussy. Ze zal die spelen op de viool die nu - we zijn door die deur gestapt - op haar bed ligt. De viool, haar door het KCO in bruikleen gegeven, werd in 1751 gemaakt door Carlo Ferdinando Landolfi. Het is toeval, maar het is symbolisch: voor het appartement waarin ze leeft, betaalde ze twee jaar geleden hetzelfde bedrag als de viool van Landolfi waard is. ‘Daar denk ik niet aan als ik door Amsterdam fiets en die viool op mijn rug draag’, glimlacht ze.

Is ze dat waard?
Huang: ‘Er zijn in het orkest veel duurdere violen, van Stradivarius, Gagliano en Guarneri. Landolfi zat daar net onder, maar natuurlijk is die viool fantastisch. Je moet ze bekijken als een schilderij: het is een oeuvre d’art. Ik had er meteen een klik mee. De klank is heel warm, maar het is persoonlijk. Iemand anders zal er een ander gevoel bij hebben. Maar zonder deze viool zou ik niet aan de Koningin Elisabethwedstrijd kunnen meedoen.’

Huang speelt een stukje en dat is dan Bach. ‘Het adagio van de eerste sonate’, zegt ze. De kamer vult zich en Melba, de kat, krabt zich even tegen de tafelpoot die met touw omwikkeld is. Plots is dit, door deze wonderbaarlijke muziek, een andere wereld. ‘Ik volg natuurlijk wat er buiten gebeurt. Maar beelden zoals die van zondag uit Sri Lanka maken me vreselijk verdrietig. Ik probeer dat wat op afstand te houden. Ik ben een gevoelig meisje.’

Heb je vaste rituelen voor een concert of, bijvoorbeeld, straks voor de Koningin Elisabethwedstrijd?
Huang: ‘Ik probeer zo rustig mogelijk te zijn. Langzaam te ademen. Een beetje te mediteren. (glimlacht) En ik eet een stukje zwarte chocolade. Het liefst 85 procent. Maar ik moet toegeven dat ik dat ook doe als ik niet moet spelen.’

Daarnet speelde je die sonate van Bach uit het hoofd. En in dat hoofd zit allicht nog veel andere muziek. Wie zo’n geheugen heeft, had wellicht ook andere studies kunnen doen.
Huang: ‘Als ik geen muzikant was geworden, was ik nu wellicht dierenarts. Of iets anders dat te maken heeft met de natuur of met ecologie. Ik heb daar wel over nagedacht. Stél dat ik ooit mijn hand breek en geen viool meer kan spelen. Wat dan?’

Wel?
Huang: ‘Drie jaar geleden viel ik met de fiets in Amsterdam en brak ik de elleboog van mijn linkerarm. Enkele maanden kon ik niet spelen. Dat was een shock. Natuurlijk doe je andere dingen: ik deed yoga, ging naar concerten, bezocht musea. Maar vooral bleef ik me mentaal oefenen.’

‘Yoga helpt me zowel lichamelijk als mentaal in evenwicht te houden. Fysiek is viool spelen vooral zwaar voor je rug en je nek. Belangrijk is die in balans te houden en te stretchen. Soms ga ik zwemmen. Maar die maanden waren lastig. Zo lang was ik nog nooit gestopt.’

‘Normaal neem ik per jaar twee weken vakantie zonder viool. Dan ga ik graag wandelen in de bergen, waar er complete stilte is. Twee weken zoek ik die stilte op. Nadien voel je dat je opnieuw moet wennen en oefenen. Het is zoals met topsport: je moet blijven oefenen om goed te zijn.’

Hoe zien die oefeningen er nu, zo kort voor de Elisabethwedstrijd, uit?
Huang: ‘Ik volg les bij Liviu Prunaru, een Roemeense violist die ook bij het KCO speelt en in 1993 tweede werd in de wedstrijd. Je kan altijd verbeteren. En verder is het nu veel spelen. Maar veel meer dan vier uur per dag lukt niet. De concentratie is bijzonder groot. Je moet ook ontspannen. Dat doe ik met yoga, met vrienden en met mijn vriend, een Fransman die hier in Amsterdam studeert als fysicus en onderzoek doet naar zwarte gaten. En ik kook graag. Ik hou van bakken.’

Bakken? Even leek het of je Bach zei. Alsof je er toch niet genoeg van krijgt.
Huang: (met alweer die brede glimlach) ‘Maar het is ook wel zo. Ik kan me geen leven zonder viool voorstellen.’

Is het toeval dat bij de 71 kandidaten opnieuw veel Chinezen en Koreanen zitten? En dat ook bij de kandidaten uit andere landen veel mensen met Aziatisch bloed zitten, zoals jij?
Huang: ‘Dat valt me ook op. Maar eerlijk gezegd heb ik daar geen verklaring voor. Het enige wat ik kan bedenken, is dat het met willen te maken heeft. Met heel veel zelfdiscipline.’

Terug thuis uit Amsterdam valt een late mail binnen van Jan Raes, de intendant van het Koninklijk Concertgebouworkest. Het is zijn antwoord op de vraag waarom Sylvia Huang zo goed is. Hij schrijft dit: ‘Sylvia is goed omdat ze haar ego niet tussen haar en de muziek/partituur plaatst, ze is dienend. Speelt zeer zuiver. Heeft goede smaak. Heeft briljante techniek. Heeft discipline/is koppig. Speelt veel kamermuziek. Bescheiden, stille kracht.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud