‘Elke dag is een Brel-dag'

©Kristof Vadino

Acteur en zanger Filip Jordens leeft al een kwarteeuw intens samen met Jacques Brel. Ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van diens overlijden tourt hij met drie programma’s over de chansonnier. ‘Zijn liedjes blijven meegroeien met mij.’

Dertien was Filip Jordens toen hij van zijn vader een cassette met liedjes van Jacques Brel (1929-1978) kreeg. Drie jaar later speelde hij Brel voor het eerst na op een schoolconcert. Terwijl zijn klasgenoten in de middagpauze voetbalden op de speelplaats, had hij in een lokaaltje nummers van de Brusselse chansonnier ingestudeerd. Hij wilde zijn medeleerlingen tonen dat Brel verwant was aan Kurt Cobain, de zanger van het toen mateloos populaire Nirvana.

Filip Jordens

Filip Jordens (42) is bekend als vertolker van de Brusselse chansonnier Jacques Brel. Maar eigenlijk is hij acteur van opleiding. In 2000 studeerde hij af als meester in de kleinkunst aan Studio Herman Teirlinck.

Hij speelt geregeld mee in stukken van het Toneelhuis in Antwerpen en de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) in Brussel.

Zijn monoloog ‘Le sec et l’humide‘, een regie van Guy Cassiers, werd vorig jaar geselecteerd voor het Festival van Avignon. Jordens was ook een tijd verbonden aan Bad van Marie, dat maatschappijkritisch locatietheater maakt.

Brel ging nooit meer weg. Ook na zijn kleinkunstopleiding aan Studio Herman Teirlinck, waar Jordens zijn acteursdiploma haalde, bleef hij de zanger uit Schaarbeek vertolken. Noem hem zeker nooit een Brel-imitator, want dan steigert hij. ‘Imiteren houdt in dat ik Brel zou uitbeelden. Terwijl ik hem probeer te vérbeelden. Dat is iets anders. Uitbeelden kan iedereen. Verbeelden vraagt verbeelding, een inspanning van de schepper, en bovenal handlangerschap. Het publiek en ik zijn medeplichtigen. Mensen moeten zich realiseren dat ze naar Filip Jordens komen kijken, en niet naar Jacques Brel.’

Dit jaar worden de banden tussen Brel en zijn Leuvense verbeelder versterkt. In oktober is het veertig jaar geleden dat Brel in Parijs aan kanker overleed. Jordens herdenkt hem met drie programma’s. In september herneemt hij de musical ‘L’Homme de la Mancha’ uit 1968, met het orkest van De Munt. Volgende week zijn er twee hommageconcerten in Vorst Nationaal, met het Brussels Philharmonic Orchestra.

Vorst Nationaal is nog iets anders dan de culturele centra die Jordens de voorbije jaren imponeerde met zijn liedjesprogramma ‘Hommage à Brel’, die in dit herdenkingsjaar een versnelling hoger schakelt. Mocht de paniek toeslaan als hij volgende zaterdag in de coulissen van de arena staat te wachten, dan kruipt hij gewoon even in het hoofd van zijn held. ‘Een zaaltje of een arena, het maakte Brel weinig uit. Hij zei: ‘Ge zijt als zanger altijd die 30 plus één, of die 5.000 plus één’.

Is het nooit lastig om constant met Brel te leven en iemand anders te verbeelden?

Filip Jordens: ‘25 jaar lang dezelfde job doen met dezelfde collega’s aan hetzelfde bureau, dat lijkt me pas vermoeiend. Spelen we niet allemaal een rol? Leiden we niet allemaal een schizofreen leven? Ben jij dezelfde persoon thuis als op je werk?’

‘Hoe langer ik met hem samenleef en hij mijn leven bepaalt, hoe beter ik hem ken en hoe rijker hij me als mens maakt. France Brel heeft haar vader ooit een diamant genoemd. Die diamant was de afgelopen 25 jaar een prisma waardoor ik het leven bekeek. De lichtstralen die erdoor schenen, hebben mijn leven harder doen schitteren. Dankzij Brel heb ik boeiende mensen ontmoet en de wereld gezien. Zonder hem was ik wellicht nooit in Hongkong of Oeganda geweest of, zoals vorige maand nog, in Canada, op handelsmissie met de koninklijke familie.’

In een interview zei u ooit: ‘Door Brel te zingen leer ik mezelf kennen.’

Jordens: ‘Dat is nog altijd zo. Elke dag is Brel-dag voor mij. Zijn liedjes blijven groeien met wie ik ben. Vandaag heeft ‘Fernand’, dat gaat over het begraven van een goede vriend, een andere betekenis dan op mijn 18de. (stil) Op mijn 42ste kan ik de vrienden die zijn begraven bijna op twee handen tellen.’

Bent u hem echt nooit beu?

Jordens: ‘Nee. Natuurlijk is het soms gewoon werk. Als ik op één avond 23 liedjes van hem zing, kan het dat ik bij het ene nummer iets minder betrokkenheid voel dan bij het andere. Ik kan niet elke emotie aandikken. Met de groep zien we erop toe dat het geen formule wordt. Elke avond wordt geëvalueerd. Ik denk niet dat we al twee keer dezelfde setlist gespeeld. En als ik een nummer echt niet meer kan horen, schrappen we het voor een tijdje. Zo heb ik ‘Ne me quitte pas’ eens anderhalf jaar niet gespeeld. (lachje) Het aantal organisatoren dat ik toen achter me aan heb gekregen...’

‘Het is niet omdat Brel de rode draad in mijn leven is dat ik de hele dag naar hem luister. Integendeel: het moet 15 jaar geleden zijn dat ik hem thuis spontaan heb opgezet. Dat gebeurt meestal alleen in functie van het werk. Ik ben op zijn sterfdag evenmin een hoopje ellende. Wanneer is dat juist? 8 oktober, toch? Ah nee, de negende? (lacht) Zie je wel, mijn vereenzelviging met Brel is begrensd.’

In welke mate is Brel na al die jaren een economische noodzaak?

Jordens: (blaast) ‘Is niet alles een economische noodzaak? Er zijn ongetwijfeld veel acteerjobs niet op mijn pad gekomen omdat ik zo sterk met hem word geassocieerd. Maar dan had ik nooit dit bijzondere leven kunnen leiden.’

Hoe langer ik met Brel samenleef en hij mijn leven bepaalt, hoe beter ik hem ken en hoe rijker hij me als mens maakt.
Filip Jordens, zanger en acteur

‘Sinds ik kinderen heb, is de verleiding misschien iets groter om ja te zeggen tegen organisatoren. Maar ik heb het onlangs uitgerekend: 70 procent van mijn werk is niet aan Brel gerelateerd. Ik kan het jammer vinden dat mijn theaterwerk minder aandacht krijgt dan mijn leven met hem, maar dat heb ik zelf gezocht. Of het is door omstandigheden zo gelopen.’

‘Ach, in mijn hoofd trek ik de scheiding tussen Brel en mijn acteerwerk niet zo strikt, dat doen anderen in mijn plaats. Alles is theater, zodra er een spotje op staat. Ook muziek. Als Nick Cave in het Sportpaleis over zijn overleden zoon zingt, speelt hij ergens ook een rol. Brel zei ooit over de inspanning die het hem kon kosten om zijn liedjes te zingen: ‘Tu crois que je les aime toutes? Non, j’essaie de les aimer toutes.’

Vlaamse zaak

Brel was zo veelzijdig dat er voor Jordens ook na 25 jaar nog genoeg onontgonnen terrein te ontdekken valt. De Don Qui-chot-musical die hij op dit moment met De Munt en de KVS op poten zet, was zijn idee. De voorbije jaren bleef hij maar mensen tegenkomen die in 1968 aanwezig waren bij de originele opvoering in De Munt.

Brel herkende zich in de dolende ridder. Jordens: ‘Don Quichot was een idealist die zichzelf tegenkwam. Zo voelde Brel zich ook als chansonnier. In deze tijd die in negativisme en lethargie is vervallen, is idealisme een lelijk woord geworden. Idealisten worden alom afgemaakt door de spiegelridders van de sociale media. Ook onze politici dromen niet meer. Ze denken weinig inclusief, het meest van al homogeen.’

Dat laatste is een kritische wenk naar het nationalisme dat overal terrein heeft gewonnen, en waarmee zijn grote held een dubbelzinnige verhouding had. Brel was een belgicist die niettemin de Vlamingen graag treiterde in zijn liedjes. Vlaamse meisjes (‘Les flamandes’) konden niet dansen. ‘Je vous emmerde’, zong hij in ‘Les F’. En aboyer flamand: Vlaams blaffen. Jordens pruttelt tegen: ‘Dat nummer was niet tegen de Vlamingen gericht, maar tegen de flaminganten. En er zat veel humor in.’

Die gespleten kant heeft altijd een grote aantrekkingskracht op Jordens uitgeoefend. Net als Brel komt hij uit een burgerlijk, Franstalig milieu. Zijn moeder is Vlaamse, maar zijn vader stamt uit de hardleerse Franstalige bourgeoisie in Leuven. ‘In mijn vaders familie werd hard gelachen met de Vlaamse cultuur. Ik heb mijn moeder meer dan eens zwaar vernederd zien worden door haar Franstalige schoonfamilie, omdat ze Vlaams was.’

Die familiale worstelingen hebben Jordens gevoelig gemaakt voor de Vlaamse zaak. Zelf is hij echter nooit een flamingant geworden. ‘Au fond was de kernboodschap van Brel: wat is dat, een Vlaamse identiteit? Dat vraag ik me ook af. Wie de Vlaamse identiteit claimt, moet haar kunnen benoemen. Waarom is mijn ene buurman in Borgerhout, die een echte sinjoor is, een betere Vlaming dan mijn Malinese buur die twee huizen verderop woont? Omdat de eerste blank is en graag naar ‘Thuis’ kijkt en de tweede zwart en hier niet geboren?’

Is dat geen typisch kosmopolitische kunstenaarskijk?

Jordens: ‘Allicht. We moeten gewoon de wereld in. Dat is de enige mogelijkheid. Maar bon, ik hoef helemaal geen halszaak van de Vlaamse zaak te maken. (glimlacht) Bart De Wever heeft Wallonië weten te charmeren. Hij is de grootste unitarist van allemaal geworden.’

Zou Brel vandaag milder zijn voor het Vlaams-nationalisme?

Jordens: ‘Dat weet ik niet, want wat voor een land willen de Vlaams-nationalisten? Een Vlaanderen dat de werkloosheidsuitkeringen terugschroeft, vrijwel volledig ten dienste van de zakenwereld staat en langs de snelweg bomen kapt zodat vluchtelingen zich niet kunnen verstoppen? Ik denk niet dat Brel daar mild voor zou zijn geweest.’

‘Je m’appelle Jacques Brel’, op 12 en 13 mei in Vorst Nationaal. www.musichall.be

‘L’Homme de La Mancha’, vanaf september in Brussel en Luik. www.kvs.be

‘Hommage à Brel’, meerdere data in de culturele centra. www.filipjordens.com

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content