interview

‘Ik heb niet de groupie uitgehangen'

Ivo van Hove (rechts) tijdens een repetitie van 'Lazarus' met David Bowie. 'Hij is getraind om niet herkend te worden.' ©Jan Versweyveld

De Vlaamse toneelregisseur Ivo van Hove heeft een musical gemaakt met David Bowie. Vanavond gaat ‘Lazarus’ in wereldpremière in New York. ‘Ik was snel verlost van het besef dat hij zo’n grote, iconische man is.’

Anderhalf jaar geleden kreeg de Vlaamse toneelregisseur Ivo van Hove (57) een e-mail van een Britse film- en musicalproducent. Of hij zin had om een musical te maken met zijn jeugdheld David Bowie? Maandag gaat ‘Lazarus’ in première in een klein theaterzaaltje in New York. We spreken Vlaanderens meest vooraanstaande toneelregisseur via Skype. Van Hove zit al weken in New York om de musical - zelf spreekt hij liever van een muziektheatervoorstelling - af te werken.

‘Lazarus’ is een vervolg op de cultfilm ‘The Man Who Fell to Earth’ uit 1976 van Nicolas Roeg. Daarin speelde Bowie het buitenaardse wezen Newton, dat op de aarde op zoek gaat naar water om naar zijn planeet te vervoeren. In de musicalsequel ‘Lazarus’ komt Newton opnieuw naar de aarde, verslaafd aan gin en rouwend om een oude, passionele liefde.

De trailer van de film 'The man who fell to earth' (1976).

De voorstelling bevat 18 songs van Bowie, waaronder vier nieuwe. Van Hove: ‘Een van die nieuwe songs - en daar ben ik erg trots op - staat op zijn nieuwe album dat volgende maand (8 januari, de dag van zijn 69ste verjaardag, red.) verschijnt.’

Waarom vond David Bowie het nodig om Newton weer tot leven te wekken?
Ivo van Hove: ‘Dat heb ik hem eigenlijk nooit gevraagd, omdat ik weet dat hij er niet graag over praat. Bowie heeft zijn werk nooit echt toegelicht of geplaatst. Hij vindt - net als ik, overigens - dat een kunstwerk open moet staan voor interpretatie. En als je op voorhand zegt waarover iets gaat, gaan mensen het enkel door die bril bekijken.’

‘Ik denk dat hij zich ergens identificeert met het personage Newton: de alien die van een andere planeet komt en zich ongemakkelijk voelt in de gewelddadige en erg commerciële omgeving die onze aarde kan zijn. Dat vraagstuk loopt als een rode draad door zijn oeuvre en de ontelbare gedaanten die hij in zijn carrière heeft aangenomen.’

In tegenstelling tot in de film speelt hij niet mee in uw voorstelling.
Van Hove: ‘Ook dat is nooit ter sprake gekomen. Onze voorstelling heeft weinig of niets met de film te maken. Laten we wel wezen: ‘The Man Who Fell to Earth’ is erg obscuur. Mensen die de film niet kennen, moeten ons stuk apart en autonoom kunnen bekijken. Ik vermoed ook dat hij de schijnwerpers beu is. Hij liet zich in het verleden wel eens ontvallen dat optreden voor hem het minst leuke aspect van het artiestenleven is.’

Ivo van Hove (57) is een Vlaamse toneel- en operaregisseur. Hij groeide op in de Limburgse gemeente Kwaadmechelen. Van Hove is sinds 2001 directeur van Toneelgroep Amsterdam. Zijn werk is ook te zien op Broadway.

‘Desalniettemin is muziek - samen met zijn familie - nog steeds zijn leven. Ik ken hem nu anderhalf jaar, en hij zit echt de hele tijd muziek te schrijven. Deze voorstelling is een oude droom van hem: zijn songs die onderdeel worden van een dramatisch verhaal. Hij zit in de fase van zijn leven dat hij zich met zulke dromen kan bezighouden. Dat is volgens mij wat een echte kunstenaar hoort te doen. Je moet er niet alleen willen zijn voor je fans. Je moet ook blijven creëren, je eigen weg volgen.’

Hoe dicht zat hij u op de huid? Volgde hij de repetities op de voet?
Van Hove: ‘Hij kwam met grote regelmaat langs, maar wilde mij en mijn team de maximale vrijheid geven. Hij was ook bij de meeste doorlopen aanwezig. Dan bleef hij achteraf hangen om het er rustig over te hebben. Niet alleen over de muziek, ook over de personages. Als ik iets wilde veranderen, vroeg ik hem te komen.’

Durfde u tegen hem in te gaan?
Van Hove: (knikt) ‘Ik heb gewerkt alsof ik een muzikale voorstelling maakte met mijn eigen gezelschap. Ik raakte snel verlost van het besef dat hij zo’n grote, iconische man is. Dat lag aan hem, aan hoe hij zich gedroeg. Hij hing niet de hele tijd David Bowie uit. Hij maakte snel duidelijk: we gaan samen iets máken. Hij heeft vier nieuwe songs geschreven voor de voorstelling. Toch zei hij: ‘Dialogue has to be king.’ Als ik een nummer korter wilde of een vers uit een lied weg wilde, bespraken we dat. Hij zei nooit per definitie nee.’

Bowie heeft vier nieuwe songs geschreven voor de voorstelling. Toch zei hij: ‘Dialogue has to be king.’

‘Hij wilde geen musicaljukebox: alle bekend songs op een rij en dan een flutverhaaltje erbij. De voorstelling begint met een nieuwe song. Je krijgt dus niet meteen een hapklare brok, we dwingen de toeschouwer om te luisteren. Bestaande songs kregen een nieuw arrangement of worden door vrouwen gezongen. Het is echt een nieuwe Bowie. Hij zei: ‘It’s important that the songs got a new skin.’

Hoe komt een popicoon als Bowie terecht bij ‘een jongetje uit Kwaadmechelen’?
Van Hove: ‘Via de Britse film- en theaterproducent Robert Fox, onder meer bekend van de film ‘The Hours’. Hij is een oude vriend van Bowie en een fan van mijn werk. Een maand na onze eerste ontmoeting kreeg ik een mail van Robert met de vraag of ik het zag zitten iets te doen met David Bowie. Ik geloofde hem eerst niet. Drie weken later zat ik met Bowie in zijn kantoor in New York.’

Kende hij u?
Van Hove: ‘Hij had geen toneelstukken van mij gezien. Maar tijdens die eerste ontmoeting bleek hij wel alles over mij te weten. Hij had me van a tot z gegoogeld. Hij wist zelfs dat ik veelvuldig muziek van hem had gebruikt in voorstellingen. Ik had hem een aantal dvd’s opgestuurd met werk van mij - in het Nederlands. (lacht) Hij had ze allemaal bekeken. Ik dacht: ‘Ja zeg, dat is een serieuze man.’’

Bowie opende mijn ogen door op het podium zijn vrouwelijke kant te showen. Hij straalde uit: wees wie je bent. Dat was een geweldige steun in de rug voor een jongen zoals ik, die al vrij vroeg wist dat hij homo was.
Ivo van Hove
Regisseur

‘Ik was redelijk rustig, maar na twintig minuten dacht ik toch: ‘Ik zit hier wel tegenover David Bowie.’ Maar ik heb niet de groupie uitgehangen of zitten uitpakken met kennis van zijn werk. Ik had hem in 1980 op Broadway gezien in ‘The Elephant Man’, dat vond hij wel geestig. Het was duidelijk dat hij in de eerste plaats een artistiek medewerker zocht, iemand met wie hij serieus kon werken, niet iemand die idolaat van hem was.’

‘Bowie is echt een heel fijne man: open, intellectueel onderlegd, gecultiveerd. Hij wil boven alles een doodgewoon leven leiden. Hij is echt getraind om niet herkend te worden. Tijdens previews van ‘Lazarus’ zat hij dikwijls naast me in de zaal. Niemand die hem zag zitten! ‘I can behave very well so nobody sees I’m there, zei hij dan.’

U bent al heel uw leven een groot bewonderaar van Bowie. Hoe belangrijk is hij voor u geweest?
Van Hove: ‘Zowel als jonge regisseur als op persoonlijk vlak heeft hij me ontzettend geïnspireerd. Zijn muziek was mijn coming of age. Letterlijk. Bowie opende mijn ogen door op het podium zijn vrouwelijke kant te showen. Hij straalde uit: wees wie je bent. Dat was een geweldige steun in de rug voor een jongen zoals ik, die al vrij vroeg wist dat hij homo was.’

Het is een naar gevoel in een wereld te moeten leven waarin alles wat niet extreem islamitisch is, een target lijkt.
Ivo van Hove
Regisseur

‘Het album ‘Station to Station’ uit 1976 heeft me zwaar beïnvloed als theatermaker. Ik heb hem toen in Vorst Nationaal gezien. Dat concert begon met een experimentele kortfilm van Luis Buñuel. Een rockconcert van een superster dat begon met een tien minuten durende film van een oog dat werd opengesneden: avantgarde! Het was ook voor het eerst dat op grote schaal wit neonlicht werd gebruikt .’

David Bowie, live in 1978: 'Station to Station'.

‘Zijn personage The Thin White Duke was een in maatpak geklede, kille man die op een nare manier over de liefde zong. Een ambivalent, en daardoor zeer aantrekkelijk figuur. Intussen weet ik dat al die personages en gedaanten geen gimmick waren. Bowie is een vrij schuchtere man, ietwat gereserveerd zelfs. Een acteur die een rol speelt, speelt altijd zichzelf. Bowie had die rollen nodig om zichzelf te kunnen zijn op het toneel.’

Terwijl u vorige week met uw jeugdheld zat te repeteren, werd in Brussel een voorstelling van Toneelgroep Amsterdam afgelast door de terreurdreiging. Hoe hebt u die uitzonderlijke situatie beleefd vanuit New York?
Van Hove: ‘Ik was nauw betrokken. Ik heb veel vrienden in Brussel, ook in Molenbeek. Ik heb de beslissing aan het Kaaitheater overgelaten. We wilden niemand in gevaar brengen, noch het publiek, noch de kunstenaars. Het komt allemaal erg dichtbij, tot in onze cultuurhuizen. Het is een naar gevoel in een wereld te moeten leven waarin alles wat niet extreem islamitisch is, een target lijkt.’

‘Iemand mailde me dat Brussel tijdens de lockdown een stad zonder persoonlijkheid was. De enige kosmopolitische stad in de Benelux die onder loodzware terreurdruk staat, dat is verdorie heftig. Maar we mogen ons niet door angst laten regeren. De mensheid evolueert ten goede, maar helaas ook ten kwade. En we moeten met het kwaad leren omgaan. Hoe? Hoe erg ik het ook vind om te zeggen: door verscherpte maatregelen tegen zulke individuen te nemen. Want het is geen massa die zich tegen ons keert. Het gaat om individuen die in staat zijn ontzettend veel schade aan te richten. Voor hen maakt het leven niet uit. Voor ons wel, en dat moet voorop blijven staan.’

‘Lazarus’ gaat op maandag 7 december in wereldpremière in New York.

www.nytw.com

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect