Patton & Vannier: een trans-Atlantische droomtandem

©Gonzales Photo/Avalon

De Amerikaanse rockzanger en avant-gardeheld Mike Patton vond in Jean-Claude Vannier, de Franse meester-arrangeur van wijlen Serge Gainsbourg, een gedroomde trans-Atlantische sparringpartner. ‘Corpse Flower’ is hun eerste album.

Patton en Garnier ontmoetten elkaar voor het eerst in 2011 op een Gainsbourg-hommageconcert dat twintig jaar na de dood van de iconische Franse zanger plaatsvond in de Hollywood Bowl in Los Angeles. De crew die in 1971 het meesterwerk ‘Histoire de Melody Nelson’ opnam, verbroederde er met orkestleden van de L.A. Philharmonic en eigentijdse artiesten, onder wie Faith No More- en Mr. Bungle-zanger Mike Patton.

Jean-Claude Vannier, die het toen 40 jaar oude album gearrangeerd en geproduceerd had, dirigeerde voor het eerst in de VS. Patton zong ‘Requiem pour un con’ op zijn eigengereide manier. Met die eigenwijze maar onweerstaanbare mix van verleiding en bedreiging in zijn stem, die hem tot een van de veelzijdigste vocalisten uit de experimentele rock maakt.

'Chansons d'Amour': Mike Patton croont op zijn Gainsbourgs.

Acht jaar later hebben Vannier, 76 intussen, en Patton de zin om nog eens samen te werken, die ze toen al uitspraken, in de praktijk gebracht. Het resultaat intrigeert. In interviews roemt de zanger de toewijding en het oog voor detail van de Franse componist, die naast zijn werk voor het kruim van het Franse chanson ook negen soloalbums uitbracht. ‘Op die hommageavond was Jean-Claude al de man die alles bij elkaar hield. Er waren 80 muzikanten én 15 vocalisten, maar zodra hij zijn hand opstak luisterde iedereen’, schetste Patton in een recent interview met The Quietus het ontzag dat Vannier oproept.

‘Vannier heeft de techniek en de fijnheid van een klassieke componist, maar dompelt zich ook moeiteloos onder in jazz en rock. En hij stuurt graag alles in de war. Toch klinkt zijn muziek nooit als knip- en plakwerk of als postmoderne bullshit. Ze blijft gecomponeerd.’

Het album ‘Corpse Flower’ is genoemd naar de reuzenaronskelk, een plant berucht omdat ze een lijkgeur verspreidt. Zo’n plaat kan niet anders dan bizar zijn.

Dat blijkt ook op het album ‘Corpse Flower’, dat ontstond na een vruchtbaar trans-Atlantisch e-mailverkeer tussen de twee protagonisten. Vannier stuurde ruwe versies van zowel oude als nieuwe composities naar Patton, die er vervolgens zijn ding mee deed, waarna het over en weer bleef gaan. Het grootste obstakel voor de samenwerking was niet zozeer dat Patton zich in San Francisco bevond en Vannier in Parijs, maar dat ze ondanks hun klik en vriendschap toch een andere muzikale visie hadden. ‘Ik wil alles altijd volproppen, terwijl Jean-Claude als componist veel spaarzamer is. Hij heeft me geleerd de muziek voor zichzelf te laten spreken.’

Een plaat die genoemd is naar de reuzenaronskelk, een plant berucht omdat ze een lijkgeur verspreidt, kan niet anders dan bizar zijn. Ze roept beurtelings een gangsterfilm, een psychedelische droom en een rokerige jazzkroeg op. Het moest een nomadisch album worden met verschillende muzikale talen en kleuren, ‘maar zonder een geografisch gps-punt’. Die grenzeloze aanpak sluit aan bij de geoefende stijlhopper en allroundvocalist die Patton is. In ‘On Top Of The World’ croont, fluistert, fluit, gromt en brult hij binnen het bestek van één minuut, terwijl hij zowel een falset- als een keelstem gebruikt.

©Gonzales Photo/Avalon

Samen met Vannier, die eens te meer het overzicht behield, maakt Patton een broeierig geheel van wat nu en dan met een klassiek strijkersensemble, dan weer met een rockinstrumentarium opgesierd is. Van de teksten, spitsvondig, af en toe breedsprakerig, één keer een gedicht van Oscar Wilde, spat het absurdisme en de ironie soms af. Zonder het avant-gardistische parcours van de makers te ontkennen blijft ‘Corpse Flower’ desondanks verrassend toegankelijk.

‘Corpse Flower’ verschijnt via IPECAC Recordings en wordt verdeeld door PIAS.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect