interview

Bart Van der Roost: ‘Ik ben de realist die anderen laat dromen'

Bart Van der Roost leidt sinds mei Opera Ballet Vlaanderen. ©Patrick Hattori

‘Ik zie in u geen muzikant, wel een manager’, zei de docent trombone ooit aan Bart Van der Roost. Dat was even slikken, maar de prof kreeg gelijk. Van der Roost leidt sinds mei Opera Ballet Vlaanderen.

‘Hoe goed ik nog ben als trombonist?’ Bart Van der Roost (36), de algemeen directeur van Opera Ballet Vlaanderen, moet even lachen met de vraag.

‘Rampzalig. Ik ben helemaal gestopt met spelen. Ik heb zelfs geen instrument meer. Dat deel van mijn leven is gepasseerd. Ik heb daar vrede mee.'

'Dat is niet altijd zo geweest. Ik kom uit een muzikale familie. Mijn vader was muzikant, mijn moeder was muzikant, mijn grootouders aan beide kanten waren muzikanten. Voor mij was het als kind snel duidelijk: ik word muzikant. Ik koos voor de trombone. Aan het Lemmensinstituut in Leuven haalde ik mijn masterdiploma. Maar mijn docent zei bij het afscheid: ‘Bart, ik zie in jou geen muzikant, maar wel een manager.’

Dat was even slikken voor Van der Roost.

‘Ik wist niet beter dan dat ik mijn hele leven muziek zou maken’, zegt hij. ‘Ik geloofde mijn docent eerst niet. Maar uiteindelijk kreeg hij gelijk. Ik had als trombonist best veel werk, als studiomuzikant bijvoorbeeld. Maar ik had al snel door dat ik niet zoveel zin had om iedere dag vijf uur te oefenen. Sommige muzikanten hebben dat niet nodig. Ik wel. Als ik drie dagen niet had gespeeld, was alles weg. Andere facetten van de muziek begonnen me steeds meer te boeien: ensembles oprichten, festivalletjes organiseren.’

Van der Roost haalde nog een diploma management in de podiumkunsten aan de Vlekho en een MBA aan de Vlerick Business School. Het leidde hem professioneel naar Klara en Brussels Philharmonic.

In 2013 richtte hij samen met enkele vrienden de start-up neoScores op. Het bedrijf, waarvan hij de CEO was, specialiseert zich in de digitalisering van muziekpartituren. Maar zie, in mei werd Van der Roost aangesteld als opvolger van Lena De Meerleer als algemeen directeur van Opera Ballet Vlaanderen.

U zag de vacature en dacht: dat is het?

'k wil de operagebouwen opengooien voor het publiek. Cultuurinstellingen moeten open huizen zijn.' ©Patrick Hattori

‘Toch niet. Ik was niet op zoek naar een job. Toen de headhunter belde, was ik geflatteerd.'

'Maar de timing kon niet slechter zijn. neoScores was op kruissnelheid aan het geraken, we hadden net een kapitaalverhoging doorgevoerd. Maar de headhunter drong aan. Hij vroeg of ik toch niet mijn visie over de toekomst van de opera en het ballet op papier wilde zetten. Ik schonk me een gin-tonic in en zette mijn ideeën op papier. Voor mij was dat meer een oefening dan een sollicitatiebrief, al begon het toch wel te kriebelen. Maar de toenmalige raad van bestuur was er blijkbaar van gecharmeerd. En voilà, na enkele gesprekken zit ik hier nu.’

U had geen hartenpijn om uw kind neoScores te moeten opgeven?

‘Natuurlijk wel. Maar het bedrijf is steeds meer aan het evolueren naar een IT-consultingbedrijf. Bekwame mensen genoeg die mijn rol kunnen overnemen. Ik zit nog even in de raad van bestuur als adviseur. Daarna laat ik het los.’

Gaat het orkest hier nu snel overschakelen op digitale partituren?

‘Dat denk ik niet. Een operapartituur is iets te complex. NeoScores is vooral bedoeld voor kamermuziek en het lichtere genre. Maar goed, als de orkestleden erop staan, kan er altijd gesproken worden. Maar het initiatief gaat niet van mij komen. Dat begrijpt u wel.’

Wat stond er zoal in uw nota voor de raad van bestuur?

‘Dat ik onvoorwaardelijk van opera hou. Dat is niet gelogen. Ik was een kind toen ik hier mijn eerste opera zag. Daarna heb ik geen seizoen gemist. Die liefde voor opera en ballet is de hoeksteen van het beleid. Daar heb ik op zich geen grote rol in te spelen. Mijn input is niet nodig om een opera van Mozart van onder het stof te halen. Dat kan Aviel Cahn, de artistiek directeur, veel beter dan ik. Ik moet Sidi Larbi Cherkaoui ook niet leren hoe hij een choreografie moet maken."

"Maar om onze producten heen moeten we wel vernieuwen. Ik denk aan marketing, communicatie, het beheer van de gebouwen, alternatieve financiering. Dat zijn dossiers waar ik mijn tanden in kan zetten.’

De gebrekkige infrastructuur in Antwerpen en Gent is al jaren een probleem. Hoe gaat u dat aanpakken?

Onze gebouwen dateren uit de tijd dat mensen met paard en kar naar de opera kwamen.
Bart Van der Roost
algemeen directeur Opera Ballet Vlaanderen

‘De infrastructuurproblematiek gaat dieper dan het zuivere renoveren. Onze gebouwen stammen uit de 19de eeuw. De operaliefhebber arriveerde toen met paard en kar en vertrok na de voorstelling meteen naar huis. Deuren open en deuren snel weer dicht. Dat concept is in de 21ste eeuw achterhaald. Cultuurinstellingen moeten vandaag open huizen zijn. Kijk naar deSingel. Daar loop je heel de dag binnen en buiten. Daar hoor je altijd muziek. Het bruist en het leeft. Daar moeten wij ook naartoe.'

'In beide steden maken we te weinig deel uit van het maatschappelijk weefsel om de simpele reden dat we meestal gesloten zijn als we niet spelen. Er is geen ruimte voor andere activiteiten. Het gebouw is er niet op voorzien.’

Zegt u nu: gooi die 19de-eeuwse gebouwen plat en bouw iets nieuws?

‘Nee, dat zeg ik niet. Die prachtige gebouwen verdienen ons respect. Maar je moet ze wel optimaal kunnen gebruiken als culturele antenne in de stad. Nu is daar te weinig plaats voor.'

'Daarom droom ik van een nieuw ondersteunend multifunctioneel gebouw, vlak bij de stad. Met grote ateliers, met repetitiezalen enzovoort. Op die manier kunnen we de operagebouwen opengooien voor het publiek. Kijk naar Oslo. De opera, weliswaar een nieuw gebouw, is een echte katalysator voor de buurt. Dat kunnen wij hier ook.’

De cultuursector klaagt al lang dat het moeilijk is om privésponsors aan te trekken. Hoe ziet u dat?

‘Dat is niet gemakkelijk, hè. We hebben geen traditie van geld geven in Vlaanderen. Ik denk dat we meer kunnen inzetten op brand association: bedrijven verbinden aan onze reputatie.'

'Principieel ben ik voorstander van een hybride financiering. Ik vind het prima dat de overheid de mogelijkheden schept om geld uit de markt te halen. Maar dat mag niet ten koste gaan van de subsidies. Die bedragen nu een kleine 28 miljoen euro tegenover 7,6 miljoen euro aan eigen inkomsten.’

Vreest u dat het invoeren van de taxshelter voor podiumkunst zal knabbelen aan de subsidies?

‘Ik ga geen energie in de taxshelter steken als de opbrengst in mindering wordt gebracht van de subsidies. Maar dat lijkt ook niet de bedoeling. Ik wil vooral zeggen dat de overheid een stabiele financiële partner moet zijn.’

Zijn jullie al taxsheltergeld aan het zoeken?

‘We zijn ons aan het voorbereiden. We beginnen zo snel mogelijk. Maar ik wil me nu nog niet laten vastpinnen op een concreet cijfer.'

'Het is voor mij vooral belangrijk om bedrijven duurzaam aan ons te verbinden. Ik zie het op termijn ook ruimer dan enkel ons huis. De nieuwe beheersovereenkomst schept veel samenwerkingsmogelijkheden. Ik spiegel me wat dat betreft aan de universiteiten en hun spin-offs. Waarom zouden we dat ook niet kunnen? Opera Ballet Vlaanderen als moederhuis met daarrond initiatieven die niet tot onze kerntaak behoren, maar die wel het hele culturele landschap rijker maken. We hebben heel wat competenties in huis die we voor andere projecten en instellingen kunnen inzetten. Wij zouden dan als een soort van seed fund kunnen optreden voor andere culturele spelers.’

Aan uw enthousiasme te horen betreurt u het niet dat u geen trombone speelt in het orkest.

Van der Roost haalde een diploma management in de podiumkunsten aan de Vlekho en een MBA aan de Vlerick Business School. Het leidde hem professioneel naar Klara en Brussels Philharmonic.

In 2013 richtte hij samen met enkele vrienden de start-up neoScores op. Het bedrijf, waarvan hij de CEO was, specialiseert zich in de digitalisering van muziekpartituren.

In mei werd Van der Roost aangesteld als opvolger van Lena De Meerleer als algemeen directeur van Opera Ballet Vlaanderen.

 

‘Nee. Echt niet. Ik heb immense bewondering voor die muzikanten. Probeer maar eens jaar in jaar uit met een fris hoofd muziek te blijven spelen. Je weet wat ze zeggen. Als jonge muzikant wil je zo snel mogelijk in een orkest spelen. En als dat lukt, wil je er zo snel mogelijk weer uit. Omdat er muzikaal zoveel te beleven is naast het orkest. Maar bij ons lijkt iedereen zijn job heel graag te doen.’

Twee jaar geleden werden de Vlaamse orkesten op vraag van minister van Cultuur Sven Gatz doorgelicht. Uw orkest kwam er niet al te best uit.

Gemiddeld, stond er.’

De ondernemer in u kan niet tevreden zijn met ‘gemiddeld’.

‘Dat is waar. Ik heb meegewerkt aan die doorlichting als externe expert. Laat ik het hierop houden: de grote verdienste van het rapport is het in kaart brengen van het landschap. Verder was het toch enigszins appelen met peren vergelijken.’

De gesuggereerde fusie met het Antwerp Symphony Orchestra is dus niet voor morgen?

‘Ik heb die suggestie niet in het rapport gelezen. We zitten regelmatig samen, ook met Brussels Philharmonic. Dat is al een flinke stap vooruit.'

'Het fusieproces tussen het ballet en de opera is niet eens afgelopen. Wat zouden we dan al een nieuwe doen? De voormalige decaan van de Vlerick Business School Philippe Haspeslagh heeft een grote theorie over fusies. Een geslaagde fusie duurt acht jaar, een mislukte twaalf. We zitten aan vier. Nog even afwachten dus, maar ik heb er alle vertrouwen in.’

U bent gepokt en gemazeld in de muziek. U houdt van opera. Jeuken uw vingers niet om artistiek mee de lijnen uit te zetten?

'Ik ben eigenlijk niet meer dan een spelverdeler. Iedereen bij ons is in zijn domein competenter dan ik.
Bart Van der Roost

‘Ik zou misschien wel één operaseizoen kunnen programmeren. Maar waarom zou ik? Als je iemand als Aviel Cahn naast je hebt, moet je hem vooral laten doen. Aviel wordt over twee jaar opgevolgd door Jan Vandenhouwe. Het seizoen 2019-2020 wordt een artistiek nulpunt. Dat schept nieuwe mogelijkheden, ook in samenwerking met het ballet.'

'Ik ben eigenlijk niet meer dan een spelverdeler. Iedereen bij ons is in zijn domein competenter dan ik. Mijn impact op het product is bijna nul. Ik moet al die competentie gewoon goed aansturen. Laat de artistiek directeurs maar dromen. Ik zorg wel voor de realiteit. En ik ben me goed bewust van de vergankelijkheid. Ik zit maar tijdelijk op de troon. Al zal ik daar met plezier voor de rest van mijn leven opzitten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect