Bill Callahan: de renaissance van een geestige folkzeur

Bill Callahan ©rv

Dertien jaar geleden ging folkzanger Bill Callahan onder eigen naam platen uitbrengen. Zes jaar geleden trouwde hij. ‘Gold Record’ brengt het even sobere als geestige verslag van hoe het hem verging.

Je voormalige alter ego coveren op je nieuwe plaat. Daarvoor moet je Bill Callahan heten. We kunnen ons de sardonische grijns op het gezicht van de Amerikaanse singer-songwriter inbeelden toen hij ‘Let’s Move To The Country’ opnieuw opnam. De vijftiger doet het met meer rimpels en minder instrumenten dan in 1999, toen hij nog onder het pseudoniem Smog opereerde.

De belezen maar weinig spraakzame zanger werd net als pakweg Will Oldham in de jaren 1990 weleens weggezet als een mistroostige folkzeur. Wie echter de moeite nam om zijn niet van enig cynisme gespeende, vaak spartaans gearrangeerde songs enkele keren om te keren, ontdekte geestige parabels over leven en de dood. Daarom was het vorig jaar verschenen en voor zijn doen erg hoopvolle ‘Shepherd In a Sheepskin Vest’ zo’n fijn weerzien.

Pigeons

 Tot een vijftal jaar geleden was Callahan het typevoorbeeld van de plichtbewuste songschrijver die zowat elk jaar een nieuwe plaat uitbracht. Maar nadat hij zijn huidige vrouw, de cineaste Hanly Banks, had leren kennen, overwoog hij even zich uit de muziek terug te trekken en zich volledig te storten op het vaderschap. Zijn vrouw sprak op hem in en nu maakt hij van de nood een deugd, terwijl hij met gezapige zwier de ups en downs van zijn familieleven mixt met gefictionaliseerde observaties van andere koppels.

De nummers lagen al even in de schuif en werden volgens het vertrouwde Smog-procedé snel ingeblikt. Het laat een wat onaffe, maar frisse en oprechte indruk na, ook al worden Callahans als anekdotes verpakte miniatuurtjes geregeld opgesmukt met zijn rijpe verbeeldingswereld.

Bill Callahan levert zijn songs op zijn manier, langzaam voortsjokkend, weifelend tussen zingen en zeggen, tussen licht en duisternis.

 We kunnen een monkellach niet onderdrukken wanneer hij ‘Pigeons’ opent met de woorden ‘Hello, I’m Johnny Cash’ (gepikt uit ‘At Folsom Prison’) en besluit met ‘Sincerely, L. Cohen’ (uit het al even iconische ‘Famous Blue Raincoat’). Het vergt maturiteit, frivoliteit én je-m’en-foutisme om de voortdurende vergelijking met twee van je artistieke vaderfiguren zo te counteren.

Aan het begin van de zomer was ‘Pigeons’ de eerste van een stoet nieuwe songs die hij wekelijks vrijgaf, want tegenwoordig wil iedereen aparte tracks om playlists op te fleuren. Callahan levert ze op zijn manier, langzaam voortsjokkend, weifelend tussen zingen en zeggen, tussen licht en duisternis. Hij noemt de filmklassieker ‘Short Cuts’ van Robert Altman, losjes gebaseerd op het werk van Raymond Carver, een ijkpunt.

Op ‘Gold Record’ beginnen de verhalen, die in se niets met elkaar te maken hebben, pas echt te leven als ze in een stream of consciousness mogen binnensijpelen. Met die soepele bariton, die als whisky beter wordt met de jaren, en een sobere, laconieke voordracht als instant herkenbaar bindmiddel.

‘Gold Record’ verschijnt op vrijdag 4 september via Drag City en wordt verdeeld door V2 Records.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud