De balans | Cultuurcrisismanager Frederik Sioen

©BELGA

Frederik Sioen (41) is één van de initiatiefnemers van de crisiscel die de cultuursector zo goed mogelijk door deze barre tijden moet loodsen. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Ik heb een huis met een hele mooie tuin waarin ik al 14 jaar een vakantiegevoel heb. Voorts een koersfiets van Jaegher - Belgische makelij - en mijn handgebouwde elektrische gitaar. Sommigen zeggen ook wel eens dat ik als kind in een vat vol toverdrank ben gevallen, met mijn drive als gevolg.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Mijn moeder, die als alleenstaande twee kinderen opgevoed heeft en als psychologe heel open in het leven stond. Ze nam me ook mee naar concerten en op buitenlandse tangostage, wat mijn wereld openbrak. Sinds 2002 heb ik een broederschap met Pieter-Jan De Smet, mijn eerste producer. Ook met Tom De Clercq heb ik een lang parcours afgelegd. In 2000 zag hij me piano spelen, waarop hij aanbood mijn management te doen. Na enkele rockrally's, die ik won, bleken de grote labels niet geïnteresseerd en dus richtten we er zelf een op: Keremos.

Investeert u in anderen?

‘Ja. Met Keremos hebben we veel bands ondersteund. En er zijn het sociaal artistieke project 123 Piano, waarmee we vrij te bespelen piano’s in Gent neerzetten, en de 0110-concerten in 2006, die ik met Tom Barman en Arno trok. ‘De Bob Geldof van Vlaanderen’ werd ik ooit genoemd, met de ondertoon dat daar iets fout mee was. Maar voor mij zijn muziek en engagement altijd een geweest. Soms mis ik dat in onze sector. Alsof men vergeet hoe sterk muziek mensen kan verbinden.’

Mensen kijken naar me en ik voel dat ik iets kan veranderen. Dan neemt het geloof in de zaak het over en moet alles wijken.

Wat was uw kwantumsprong?

‘Eind 2017 trok ik voor een muziekproject naar Soweto in Johannesburg, waar ik anderhalf jaar bleef. Marie Daulne van Zap Mama zei: het township zal niet alleen jou maar ook je stem veranderen. Dat klopte. Eerder leek ze als van een getormenteerde ziel, die ik niet was. Nadien werd het melancholie met een glimlach.’

Gaat u soms in het rood?

‘Door mijn reis naar Zuid-Afrika ging ik als zelfstandige met een zescijferig bedrag in het rood. Het contrast tussen de rijkdom voor mijn ziel en het financiële kon niet groter zijn. Om dat gat te dichten mocht mijn agent Werner Dewachter elk optreden dat anderen weigerden aan mij geven. Daardoor ging ik anders spelen en zelfs schrijven. Ik leerde over mijn nummers praten, en de betrokkenheid van het publiek zoeken. Ik hield er het gevoel aan over dat ik voor iedereen kan spelen, met iedereen kan praten, en overal mijn plan kan trekken. Daar ben ik fier op.

Mentaal en fysiek ga ik vaak in het rood. Ik ben een slaaf van mijn enthousiasme. Mensen kijken naar me en ik voel dat ik iets kan veranderen. Dan neemt het geloof in de zaak het over en moet alles wijken. Al heb ik niet het gevoel dat het al te ver is gegaan.’

Wie zetelt in uw raad van bestuur?

‘Met mijn vriendin kan ik lief en leed delen. Ik heb ook een grote groep KSA-vrienden. Sommigen ken ik van toen ik zes was. Dat vind ik ongelooflijk. We kunnen zeveren en domme lol uithalen, maar elkaar ook uit onze comfortzones halen en gefundeerd praten.’

Hebt u mensen afgeschreven?

‘Mensen krijgen een groot voordeel van de twijfel, en ik ben heel vergevingsgezind. Aan meer dan twee kom ik niet.’

Staat er winst op uw balans?

‘In navolging van een maat uit mijn raad van bestuur heb ik marketing gestudeerd. In de eerste les moesten we op een papiertje schrijven wat we met die opleiding wilden doen. Ik schreef dat ik de cultuur in België wilde bevorderen. Twintig jaar later is de cirkel zowat rond.’

‘De winst is gigantisch. Ik heb het geluk dat ik bij het schrijven van een tekst moet nadenken over wie ik ben. Zo installeer je een grote leercurve. De winst ligt ook in de talloze ontmoetingen. Ik ben een enorme fan van de mens, zijn goesting, wijsheid en liefde - dat is een waanzinnige rijkdom die we vaak laten liggen. Ze zit ook in de reizen. Zo is er de magie van Zuid-Korea. Mijn vriendin is een geadopteerde Koreaanse. Toen we een jaar samen waren, bleek plots dat ik er een hit had. Ik ging er spelen, zij vond er de passie voor het koken - onder meer vlakbij het weeshuis waar ze gedropt werd. Sindsdien zijn we er enkele maanden per jaar. De voorbije twee lentes heb ik er aan de universiteit Koreaans geleerd.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud