De joie de vivre van jazzmuzikant Antoine Pierre

©rv

De Belgische jazzdrummer Antoine Pierre heeft ondanks zijn prille leeftijd al een indrukwekkend muzikaal cv bijeengespeeld. Zijn ouders brachten hem de liefde voor de jazz bij. Op het Brussels Jazz Festival treedt hij de komende dagen drie keer op. Drie keer anders.

Antoine Pierre is 27. Dat is jong voor een jazzmuzikant met zijn staat van dienst. Hij speelt in de bands van Philip Catherine en Tom Barman, respectievelijk ’s lands meest gereputeerde jazz- en rockmuzikanten. In april brengt hij ook al zijn derde plaat uit met zijn eigen collectief Urbex Electric. En dan zwijgen we nog over een reeks andere muzikale projecten. Hij lijkt zijn energie wel uit een bodemloos vat te halen.

‘Natuurlijk kom ik mezelf weleens tegen’, zegt hij aan de vooravond van een concert op het Brussels Jazz Festival dat in Flagey plaatsvindt. Hij speelt er later nog twee concerten. ‘Maar ik probeer het hoofd koel en mijn voeten op de grond te houden, ook al blijven de ideeën stromen. Als ik met mijn vriendin op restaurant zit en begin te vertellen waar ik allemaal zin in heb, moet ze me intomen. ‘Ho ho, eerst dit nog, en dan dat, en misschien later… maar nu eerst eten.’ Het helpt dat ze mijn management doet (lacht), en natuurlijk heeft ze gelijk. Ik zou graag beginnen te experimenteren met de apparatuur die ik onlangs kocht, maar dat is met alles wat nu op stapel staat geen goed idee.’

Ongeduld

Het ongeduld is tekenend voor de carrière van de Luikenaar, die intussen tien jaar in de hoofdstad woont. ‘Het begon thuis, waar altijd jazz op stond. Mijn vader, een grote fan van Philip Catherine, was zelf gitarist. Op mijn zevende begon ik saxofoon te spelen. Maar pas nadat mijn moeder me op mijn tiende meenam naar een concert van Pat Metheny, waar ik begeesterd raakte door het drumspel van Antonio Sánchez, zag ik mijn toekomst.’

Drummen was mijn enige ambitie. Ik nam alles aan wat ik aangeboden kreeg.

Toen zijn ouders hem op zijn twaalfde een drumstel cadeau deden, kon het niet snel genoeg gaan. Op zijn veertiende maakte hij in het lokale cafécircuit indruk met zijn eerste bandje Metropolitan Quartet. Op zijn zeventiende ging Pierre studeren aan het Brusselse conservatorium, waar Stéphane Galland hem onder zijn hoede nam. Daarna kwam alles in een stroomversnelling.

‘In augustus had ik me geïnstalleerd in de hoofdstad, vanaf oktober liet ik me zien op alle mogelijke jams en in januari vroeg Philip Catherine me of ik bij hem wilde spelen. Drummen was mijn enige ambitie. Ik nam alles aan wat ik in de schoot geworpen kreeg. Eigenlijk was ik nog te jong om ten volle te beseffen wat er allemaal gebeurde. Achteraf bekeken was die vroege introductie een geschenk. Ik kijk met veel warmte terug op de talloze treinritten, waarop Philip me met raad en daad bijstond en me vooral heel veel jazzplaten leerde kennen.’

Joie de vivre

Na zijn studies aan het conservatorium kreeg Pierre een studiebeurs voor de New School for Jazz and Contemporary Music in New York, waar hij onder andere les kreeg van Greg Hutchinson en Dan Weisz.

‘In die tijd werd de kiem gezaaid voor TaxiWars. Robin Verheyen had me een mail gestuurd met de vraag of ik mee iets nieuws wilde proberen. Ik dacht: ‘Cool, Robin wil ook met me samenspelen. Laat maar komen!’ Tom Barman kende ik niet. Maar kijk, intussen hebben we twee albums opgenomen, en zopas een intense Europese tournee afgewerkt.’ Die kwam er na een jaar waarin het ook met Urbex Electric en de triphopband Next.Ape al erg druk was geweest.

Als drummer verschaf ik de energie die nodig is om vooruit te gaan.

‘Natuurlijk benader ik al die projecten anders. Ik zie Urbex, Next.Ape, TaxiWars en Philip als vier verschillende contexten, waar ik mijn spel en persoonlijkheid op een zo integer mogelijke manier probeer in te passen. Iedereen weet dat voor mij de dansante kant van muziek primeert. Zelfs bij het improviseren ga ik op zoek naar een beat, naar iets wat zin geeft om te bewegen. Bij TaxiWars is dat de focus, de motor. Als drummer verschaf ik de energie die nodig is om vooruit te gaan.’

Dat hij daarbij het optimisme en de joie de vivre tentoonspreidt die hem ook in het dagelijkse leven kenmerken, is voor zijn medemuzikanten en het publiek een surplus. ‘In hoofdzaak blijft de drum een begeleidingsinstrument. Ik zorg ervoor dat iedereen op het podium zich op zijn gemak voelt.’

‘Daarnaast heb ik gewoon heel erg de neiging geweldig tevreden te zijn met wat me allemaal overkomt. Elk concert is een eer en een groot plezier, op muzikaal, menselijk en professioneel vlak.’ De twee optredens die hij dit weekend op het Brussels Jazz Festival speelt, passen in dat kader.

Wederzijds respect

Zaterdag is er een improvisatieset met de Nederlander Mark Schilders en Lander Gyselinck, de jonge drummer die de voorbije jaren vooral in Vlaanderen doorbrak. ‘Het is leuk elkaar eens als medemuzikant en niet als collega te treffen. ‘Tof, zo’n drumbattle tussen de twee wonderboys’, denken velen. Maar dat is niet het doel. We willen al spelend tonen hoe groot het wederzijds respect is, ondanks de verschillen.’

Ook naar het concert met saxofonist Joshua Redman, een persoonlijke held, kijkt Pierre uit. ‘Ik heb in mijn kelder in Luik leren drummen op zijn ‘Jazz Crimes’, een track die verscheen toen ik 10 was. We speelden al eens samen op een concert van Philip en hebben toen telefoonnummers uitgewisseld, maar nu componeerde ik voor een akoestisch kwartet dat ik zelf mocht samenstellen.’

Antoine Pierre speelt vrijdag met Joshua Redman, Eric Legnini en Or Bareket. Morgen speelt hij met Lander Gyselinck en Mark Schilders als St6cks en op donderdag 16 januari ‘Variations on Bitches Brew’ met Urbex Electric.

Brussels Jazz Festival, nog tot zaterdag 18 januari in Flagey in Brussel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud