De jubeljazz van Ryan Porter

Trombonist Ryan Porter uit Los Angeles was te horen op 'The Epic' van Kamasi Washington en 'To Pimp A Butterfly' van Kendrick Lamar. ©Ruff Draft

Na samenwerkingen met Aretha Franklin, Kamasi Washington en Kendrick Lamar was het voor Ryan Porter tijd om uit de schaduw te treden. De Amerikaanse jazztrombonist, die opgroeide tussen geweldplegers, tourt momenteel door Europa. ‘Optimisme is de enige weg vooruit.’

‘Ik speelde in zo veel formaties ten dienste van anderen dat het lijkt alsof ik me al die tijd op de laatste plaats heb gezet. Voortdurend moet ik me eraan herinneren dat dit mijn tournee is’, vertelt Ryan Porter (40) aan de telefoon. Op het moment van ons gesprek verblijft hij in Frankrijk, waar hij deze week de Europese tournee van Ryan Porter & The West Coast Get Down aftrapte.

Ryan Porter en Kamasi Washington met leden van The West Coast Get Down.

Al ruim tien jaar wil de trombonist zijn eigen verhaal schrijven. Maar telkens kruiste een ander project zijn pad. Zijn debuutalbum ‘The Optimist’ - breed uitwaaiende jubeljazz gecomponeerd tijdens de roes na de eerste verkiezingsoverwinning van Barack Obama - was al klaar in 2009. Maar Aretha Franklin en een jonge Kendrick Lamar klopten toen bij hem aan en de opnames verdwenen in een schuif. Porters trombonepartijen zijn uiteindelijk op Lamars doorbraakalbum ‘To Pimp a Butterfly’ beland. En Aretha Franklin? ‘Aretha? Man! In mijn hoofd was ze altijd een geweldige zangeres. Maar tijdens die concertreeks bleek ze een nog veel straffere bandleider.’

Vervolgens schoot de Afro-Amerikaan uit Los Angeles jeugdvriend Kamasi Washington te hulp. Porter verzorgde de lang uitgesponnen trombonesolo’s op ‘The Epic’, de plaat die Washington plots tot messias van de jazz bombardeerde. Toch bleef Washington overal herhalen dat ‘The Epic’ het product was van een muzikantencollectief uit Los Angeles dat zich The West Coast Get Down noemde. Dat was geen valse bescheidenheid. Terwijl de Amerikaanse jazzlabels zich naar de oostkust en New York richtten, had het collectief de jazzscene van Los Angeles in volle bloei gebracht.

Een woord

Ook Porter is een trouwe apostel van het collectief. Zo speelde hij de afgelopen jaren in de begeleidingsband van Washington. Die rollen zijn nu omgedraaid. Wie volgende week gaat kijken in Brussel of Antwerpen krijgt er Kamasi Washington gratis bij. Volgens een ander loyaal lid van de groep, bassist Miles Mosley, is de sterkte van het duo Porter-Washington dat ze luisteraars het gevoel geven niet met twee maar met vier te zijn.

‘Ik ken Kamasi sinds mijn 14de. We hebben samen in zo veel muzikale constellaties gezeten dat één woord volstaat om elkaar te begrijpen. Onze samenwerking drijft grotendeels op intuïtie, we embrace the unknown’. Als Kamasi en ik samenspelen, voelt dat als een zwerm vogels waarvan de voorsten plots naar links zwenken en de hele zwerm meedraait.’

Als Kamasi Washington en ik samenspelen, voelt dat als een zwerm vogels waarvan de voorsten plots naar links zwenken en de hele zwerm meedraait.
Ryan Porter
trombonist

Vreest hij niet dat zijn jeugdvriend, met zijn muzikale status en imposante silhouet, op het podium alle aandacht naar zich trekt? ‘Uiteraard heb ik daarover nagedacht’, antwoordt Porter eerlijk. ‘Maar als je met vrienden in een groep speelt, moet je ze hun succes gunnen. We hebben binnen het collectief ook altijd tegen elkaar gezegd: ‘Als iemand van ons doorbreekt, zullen we met ons volle gewicht achter hem staan.’ Dat is met Kamasi gebeurd en nu schaart de hele bende zich achter mij.’

Het collectief stelt op zijn eerste Europese tournee het album ‘Force For Good’ voor: grootstadjazz met een euforische slagkracht en veel invloeden uit hiphop, soul en funk. ‘We zijn een partyband, geen jazzpuristen. De reden waarom we destijds in Kamasi’s kelder samenkwamen, was om jazz te spelen die strikt genomen geen jazz mag zijn. Mensen die ons live zien, mogen nooit het gevoel krijgen dat ze op een jazzconcert zijn.’

Porter blaast op ‘Force for Good’ soms Caribische klanken uit zijn trombone. Dat deed hij ook op ‘The Optimist’, dat uiteindelijk vorig jaar verschenen is. Tien jaar te laat, zou je kunnen zeggen. Obama is weg uit het Witte Huis, en het contrast met de huidige president kan haast niet groter. ‘Ik weet het. Het is alsof veel Amerikanen zeiden: na een linkse, zwarte president moet er nu een rechtse, blanke kapitalist aan het roer. Of dat moet toch het puissant rijke deel van de Amerikaanse bevolking hebben gedacht.’

‘We maakten die plaat om de positieve energie te vatten die Obama’s verkiezing bij veel mensen losmaakte. Hij verkondigde een boodschap van verbinding en hoop: samen kunnen we de manier veranderen waarop we denken. Achteraf besef ik wel dat de Obama-jaren niet perfect waren. Hij heeft de wapenwet niet strenger kunnen maken, heeft geen vrede gebracht in het Midden-Oosten. Zijn werk was niet af. Hij had nog vier jaar extra moeten krijgen.’

Wapens

Dat hij de wapenwet aanhaalt, heeft een reden. Hij weet hoe ontwrichtend geweld kan zijn. South Central, waar hij opgroeide, haalde vroeger vaak het nieuws met zwaar bendegeweld. De buitenwijk van LA was in 1991 het epicentrum van hevige rassenrellen na de geweldadige arrestatie van de zwarte taxichauffeur Rodney King door blanke politieagenten. Porter was toen 11. Zijn alleenstaande moeder kon de eindjes amper aan elkaar knopen. ‘We hadden twee afspraken: terwijl zij van job naar job ging om haar kinderen te kunnen voeden, moest ik beloven mij keurig te gedragen op school en van de straat weg te blijven. Buiten was het nooit veilig ’s avonds. Als je je slaapkamer verliet, waren er twee mogelijkheden: je werd vermoord of je moest naar de gevangenis.’

Trombonist Ryan Porter uit Los Angeles was te horen op 'The Epic' van Kamasi Washington en 'To Pimp A Butterfly' van Kendrick Lamar. ©Ruff Draft

De meeste van zijn leeftijdsgenoten in en rond South Central zochten hun heil in rapmuziek, maar Porter koos voor jazz. Toen hij vijf was, bezorgde het album ‘Proof Positive’ van trombonespeler J.J. Johnson hem een elektroshock. ‘Ik was een hyperkinetisch kind. Maar als mijn moeder dat album oplegde, bleef ik gebiologeerd op mijn stoel zitten.’

Met zijn grootvader bezocht hij op zijn tiende een lokaal jazzfestival. Toen wist hij het zeker. ‘Ik heb veel ellende gezien in mijn jeugd: mensen die de weg kwijt waren,of hun dromen opgaven, omdat ze niet uit de armoede wisten te ontsnappen. De weinige positief ingestelde mensen in mijn omgeving speelden muziek, van wie de meesten jazz. Jazz hoort grensoverstijgend, verbindend en feestelijk te zijn. Optimisme is de enige weg vooruit.’

Ryan Porter & The West Coast Get Down speelt op maandag 21 oktober in Flagey, Brussel, en op donderdag 24 oktober in de Arenberg, Antwerpen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect