De oerkracht van de ultieme liveplaat van The Who

De originele The Who in 1972, het jaar van 'Live at Leeds'. ©BELGAIMAGE

Met ‘Live at Leeds’ voerde The Who vijftig jaar geleden een nieuwe standaard in voor alle volgende generaties rockers. Drie oercovers en drie eigen klassiekers volstonden om hun gespierde podiumact een zinderend verlengstuk op plaat te geven. Aflevering 2 van Live Aid 2020.

Vijf keer stond The Who op een Belgisch podium. In Woluwe in 1967 en in Vorst in 1972 was dat in de oerbezetting van ‘Live at Leeds’, hun befaamde liveplaat uit 1970. Tot vandaag is dat de meest geprezen liveopname uit de rockgeschiedenis.

Met zanger Roger Daltrey, gitarist Pete Townshend, bassist John Entwistle en drummer Keith Moon beschikte de Britse rockgroep over een kwartet muzikanten dat zoveel energie, daadkracht en attitude uitstraalde dat concertgangers er soms bang van waren. Dat tijdens de hoogdagen met de regelmaat van de klok instrumenten stukgeslagen werden, droeg zonder meer bij tot de mythe .

The Who in 1970.

In 2006 stond de band op de wei van Werchter. Ook al was de originele ritmesectie toen al lang dood, de beide overgebleven frontmannen, midden de zeventig ondertussen, bleven actief de wereld rond toeren. Niemand klaagde, want hun sound inspireerde achtereenvolgens prog-, hard- en punkrockers, mods, grungers en britpoppers. Stuk voor stuk raakten ze opgewonden als er weer lava stroomde uit de Londense rockvulkaan.

Toch was ook ‘Live at Leeds’ het gevolg van een samenloop van omstandigheden. Eigenlijk wilde de band een liveplaat uitbrengen met een selectie van de opnames die ze in 1969 op een lange Amerikaanse tournee gemaakt hadden. Voor hun platenfirma zou het een meer rockend tussendoortje worden na de experimenteler en cleaner klinkende rockopera ‘Tommy’.

Bootlegs

Ook de groep realiseerde zich dat ze haar live-energie nog nooit hadden kunnen vastleggen op plaat. De tijd was er bovendien rijp voor nu bootlegs, illegaal opgenomen en verspreide live-opnames, opgang maakten. Maar dat was buiten Townshend gerekend. Hij had geen zin om uren te spenderen aan het beluisteren van al die tapes. Meer zelfs, hij droeg zijn sound engineer op ze te verbranden.

Eigenlijk had Leeds de opwarmshow moeten worden voor de opname in Hull, maar daar strooiden technische problemen roet in het eten, waardoor de bas van Entwistle op zes tracks ontbrak.

De band en de platenfirma besloten twee kleinschalige concerten te registreren, een op Valentijnsdag 1970 in een club aan de universiteit van Leeds, een ander een dag later in Hull. Allebei werden ze ingeblikt met een bescheiden achtsporenrecorder.

Eigenlijk had Leeds de opwarmshow moeten worden voor de opname in Hull, maar daar strooiden technische problemen roet in het eten, waardoor de bas van Entwistle op zes tracks ontbrak. Het maakte er de keuze voor Townshend alleen maar makkelijker op, want ook in Leeds was The Who in bloedvorm, hoewel sommigen achteraf natuurlijk beweerden dat het in Hull allemaal nog veel beter klonk. De 40ste verjaardagseditie van de liveplaat doorprikte tien jaar geleden die mythe. De twee concerten werden toen voor het eerst naast elkaar gezet, de verschillen bleken miniem.

Het opvallendste blijft dat de zes originele tracks ook vijftig jaar later nog de essentie van de band weergeven. Tracks uit ‘Tommy’, dat nochtans ook op de twee avonden in Noord-Engeland integraal werd gespeeld, werden er bewust uitgelaten.

De opener ‘Young Man Blues’, een geile cover van bluesmuzikant Mose Allison, zat in het eerste deel van de set. Verwoestende riffs van Townshend halen uit volgens het beproefde luid-zacht-luidprocédé dat twee decennia later opgepikt werd door de grungebeweging, terwijl Daltreys virtuoze gehuil ook nu nog kippenvel oplevert. Vervolgens wordt de hit ‘Substitute’ er in protopunkstijl in twee minuten doorgejaagd. Met Eddie Cochrans ‘Summertime Blues’, dat de band een hitnotering opleverde, komen de R&B-roots van de band bovendrijven. Met ‘Shakin' All Over’ passeert nog een andere classic die bijna alle sixtiesbands heeft beïnvloed. ‘My Generation’ is het kwartier durende orgelpunt. Een jammende ‘Magic Bus’ sluit even grandioos af.

Piek

'We zijn moeilijk op te nemen omdat we in de studio niet anders werken dan op het podium', zou Keith Moon op de dag van het concert een aanwezige student toevertrouwd hebben. 'Drumstokjes vliegen in het rond wanneer ze op drums moeten kloppen, en armen hangen in de lucht wanneer ze op een gitaar thuishoren.' Commentatoren stelden vast dat The Who even luid en furieus was als Led Zeppelin, maar dubbel zo wispelturig.

Met het zelfvertrouwen van een band die het gemaakt had, bevond The Who zich zowel op een hoogtepunt als op een kantelmoment. Later begonnen bandleden solocarrières en staken verslavingen de kop op, wat in 1978 leidde tot het vroegtijdige overlijden van Moon. ''Live in Leeds' was onze piek', zei Daltrey jaren later.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud