Advertentie
interview

Dirigent Paul Van Nevel: ‘The Beatles heb ik compleet gemist’

©katrijn van giel

50 jaar geleden richtte Paul Van Nevel het Huelgas Ensemble op en dat wordt in Bozar gevierd met een concert. Van Nevel is nog altijd de drijvende kracht en na een halve eeuw is de ontroering om de schoonheid van de polyfonie niet weg. ‘Heel belangrijk is de stilte.’

420 dozen met, vooral oude, boeken verhuisde Paul Van Nevel toen hij in juli in dit appartement in Antwerpen kwam wonen en allemaal staan ze nog niet in de kasten. Als hij zijn eigen boek uit 2018, ‘Het landschap van de polyfonisten’, moet zoeken, duurt het even. Wel uitgepakt is een klavecimbel, oud topstuk centraal in de mooiste ruimte. Deze Latijnse woorden staan erop: 'Concordia res parvae crescunt. Discordia maximae dilabuntur.' Dat door eendracht kleine dingen groot worden en door tweedracht de grootste tenietgaan.

Het moet hier prachtig klinken, maar nu is er geen tijd. Nu vertelt Van Nevel over 50 jaar Huelgas Ensemble en op de drukproef van een nieuw boek daarover toont hij een foto van vier mensen uit 1971. De enige man moet hijzelf zijn, de drie vrouwen zijn Fiet Nafzger, Margriet Tindemans en Annette Habets. Ze spelen blokfluit tijdens een repetitie in het klooster van Colen in het Limburgse Kerniel. ‘Zo zijn we begonnen’, zegt Van Nevel, 75 nu. ‘We speelden blokfluit. Margriet en Annette zijn overleden, Fiet komt zaterdag naar Bozar.’

Een halve eeuw: où est passé le temps, vraagt een mens zich af. Hij is alvast geëvolueerd en in deze ruimte, met aan de ene muur een foto van Béla Bartók en aan de andere een van Paul Gauguin met blote benen aan een harmonium in de studio van kunstenaar Alfons Mucha, gaat Van Nevel nog dieper terug. Naar de tijd waarin hij zich aan het Schola Cantorum Basiliensis ging verdiepen in de oude muziek. 1969 was dat, hij toen 23, het waren de jaren van The Beatles. ‘Die heb ik compleet gemist’, glimlacht hij. ‘En hen niet alleen. Toen ik later in Hannover woonde, sprak iemand me over Bob Dylan aan.‘Wié?’, vroeg ik. Ik was met andere dingen bezig, maar vooral in Basel gingen mijn ogen open voor dat ongelooflijke repertoire van de oude muziek. Het muzikale geheugen van Europa zat daar, alleen zat het nog sluimerend in die bibliotheek. Ik zag de ontzaglijke kansen en de rijkdom en dat was de reden waarom ik het handschrift van de Codex Las Huelgas wilde zien.’

©katrijn van giel

Die codex ligt in de Monasterio de Santa María la Real de Las Huelgas, een abdij in de buurt van Burgos. Wat is het? Het is wat Van Nevel een ‘retrospectief manuscript’ noemt: een verzameling van meer dan 300 muziekstukken, daterend uit de 13de eeuw, maar genoteerd aan het begin van de 14de eeuw. ‘Ik had een aanbevelingsbrief van het, toen nog Belgische, ministerie van cultuur om die codex in te kijken. Dat klooster is een slotklooster. Toen ik er aankwam, ging een gordijn open en van achter tralies vroeg een zuster wat ik wilde. Tot mijn grote verbazing stak ze vijf minuten later die codex door de tralies. 14 dagen lang kon ik het inkijken. Toen ik het teruggaf, vroeg diezelfde zuster maar één ding: of ik iets uit het manuscript kon zingen. (schatert) Ze had er nog nooit iets uit gehoord. Met bevende stem zong ik een gregoriaans stukje.’

Het bijzondere aan die codex is dat met veel versieringen en aanwijzingen neergeschreven staat hoe die oude muziek gespeeld en gezongen werd. ‘Het belang van een origineel werd me daar duidelijk. Als iemand een transcriptie maakt, ben je al aan het interpreteren. Al mag je zelf wel de tekstplaatsing kiezen.’

A capella

De naam van zijn Huelgas Ensemble komt dus van daar en 50 jaar na die eerste repetitie met blokfluit is 75 procent van wat ze brengen a capella. Slechts een kwart is nog instrumentaal. Dat was een belangrijk inzicht en, voor hem, een ommekeer. Van Nevel, thuis de jongste van zes kinderen, was met muziek grootgebracht. Zijn vader was violist en niet zomaar. ‘Hij was eerste violist in het orkest van General Motors. (grijnst) Echt, voor de Tweede Wereldoorlog had General Motors (de Amerikaanse autobouwer die in 1924 een fabriek begon in Antwerpen, red.) een eigen theater, een eigen fanfare en een eigen orkest. Daar was mijn vader fulltime in dienst. Pas na de oorlog schafte GM al die culturele activiteiten af, maar mijn vader stond op zijn strepen. Ze moesten hem maar een nieuwe post geven. Zo werd hij directeur van BP, zonder ooit een liter benzine te hebben gezien. En hij werd dat in Limburg, waar BP nog geen filiaal had. Hij moest dat uitbouwen.’

Daarom staat Hasselt achter Van Nevels naam als geboorteplaats, maar de benzine spoelde vaders liefde voor de muziek niet weg. Hij werd actief in het Hasselts Miniatuur Ensemble en het Hasselts Acapellakoor (‘hij was ook lid van bridgeclub PEUT-PEUT, dat stond voor ‘Put Everyone Under the Table’) en hij was gek van Wagner. ‘Alle ouvertures van Wagner bewerkte hij voor piano, sax, klarinet, cello en viool, de instrumenten die wij leerden spelen. Daar groeide ik op. Mijn broers en zussen vertelden me later dat ik, als het Hasselts Miniatuur Ensemble thuis repeteerde, in een hoekje ging luisteren en altijd moest wenen. Waarom weet ik niet. Maar het moet hetzelfde melancholische gevoel geweest zijn dat ik later in Lissabon voelde.’

Mijn grote droom is een concertavond te houden waarin we zes keer na elkaar hetzelfde stuk brengen. Helaas ziet geen enkele organisator dat zitten.
Paul Van Nevel
Dirigent

Kan je met melancholie geboren worden? Het moet wel. Wellicht daarom viel hij, jong nog, voor die oude polyfonische muziek. En al eerder: ‘In het tweede middelbaar moest ik blijven zitten en mijn leraar, Willy Van Lishout, gaf me een tip: ‘Paul, je moet minder poëzie lezen.’ Dat deed ik van ’s morgens tot ’s avonds en het maakte me wereldvreemd. Ik was een nakomer thuis en daar heeft die melancholie volgens mij veel mee te maken. Op zondagnamiddag waren mijn broers en zussen op pad, ik bleef alleen bij mijn ouders. Mijn vader zette op de radio Opera en Belcanto (een legendarisch radioprogramma op zondag, red.) op en ik voelde me heel alleen. Dat heb ik trouwens nog. Zondagavond vind ik nog altijd lastig. Ik kan niet wachten tot het maandag is.’

Zittenblijven moest hij nooit meer, au contraire, het laatste jaar van de humaniora in Hasselt maakte hij niet af om vervroegd naar het Conservatorium van Maastricht te kunnen. De blokfluit was toen al in zijn leven en in alle vezels van zijn lichaam zat een diepe liefde voor muziek. Hij vertelt over Perotinus, een componist uit de 13de eeuw, de na 600 jaar gregoriaanse muziek voor het eerst een compositie voor vier stemmen bracht. ‘Dat moet een schok geweest zijn.’ Daar was hij graag bij geweest. Ernaar gevraagd wil hij aan leken ook de pracht van de polyfonie uitleggen. ‘In die muziek komen facetten boven die met diepgang te maken hebben. Een van de belangrijkste facetten is het begrip stilte. Het andere is tijd. Er zijn notaties uitgevonden om precies uit te drukken hoelang een noot moet duren. Die complexiteit laat het ontstaan van eenvoud toe. Een belangrijke muziekwetenschapper zei er ooit dit over: ‘De ongrijpbare schoonheid van het materiaal zit in het feit dat in vijf minuten verteld wordt waar Mahler een half uur voor nodig had.’

©katrijn van giel

De polyfonist, zegt hij, is een herhaler. Niet op een monotone manier, wel omdat er een spanning opgebouwd wordt. ‘Mijn grote droom is een concertavond te houden waarin we zes keer na elkaar hetzelfde stuk brengen. Helaas ziet geen enkele organisator dat zitten, maar het zou een enorme diepgang opleveren.’

Dat zal ook zaterdagavond in Bozar niet gebeuren. Samen met het Nederlands Kamerkoor, waar hij sinds 1985 ook mee werkt, en met Anima Aeterna van Jos Van Immerseel, zal het Huelgas Ensemble de feestavond verzorgen. Nu, hier op zijn tafel, ligt de partituur van een stuk waar de avond mee zal beginnen en eindigen: ‘Qui habitat a 24’ van componist Josquin des Prez. ‘Het zijn vier canons voor zes stemmen. Omdat we maar twaalf stemmen hebben bij Huelgas Ensemble voeren we dat samen met het Nederlands Kamerkoor uit. Het is een ongelooflijk stuk en ik ben benieuwd, want pas zaterdagmiddag om 13 uur repeteren we voor het eerst samen. Dat kan, zeker. Het moest ook wel zo. Corona was zeer moeilijk. Mijn bureau is maanden bezig om de Engelse zangers naar hier te krijgen. Een beetje een belachelijk politiek spel, vind ik. Waarom zou een Brit die twee keer gevaccineerd is hier nog in quarantaine moeten gaan? Uiteindelijk is het gelukt, maar het is vreselijk geweest. Al onze mensen zijn freelancers. Weet je dat een van die zangers in Londen ’s nachts kranten moest gaan verkopen om te overleven? Voor mij zijn door corona de culturele maskers van de politici gevallen. Volle voetbalstadions mochten deze zomer al, maar een concertzaal waarin niemand praat en iedereen een mondmasker draagt mocht niet? Dat zegt toch genoeg.’

Het concert voor de 50ste verjaardag van het Huelgas Ensemble vindt plaats in Bozar. huelgasensemble.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud