Een soulvol traliewerk rond de bariton van Matt Berninger

Booker T. Jones en Matt Berninger in de studio tijdens de opnames van 'Serpentine Prison'.

De donkere bariton van The National-zanger Matt Berninger wordt op ‘Serpentine Prison’ gekoppeld aan het vernuft van producer en arrangeur Booker T. Jones. Het resultaat is een soulvol solodebuut, waarop de herfst een beetje als de lente aanvoelt.

Matt Berninger en Booker T. Jones: het is geen link die je automatisch legt. Berninger (49) toert sinds begin deze eeuw de wereld rond met The National. De rockband uit Cincinnati, in de staat Ohio, debuteerde in 2001 met melancholische muziek die ook voedsel voor de geest was. In al die tijd heeft de band amper aan populariteit ingeboet, getuige hun twee optredens op Pukkelpop vorig jaar. Met of zonder zijn collega’s in de band runt de zanger een festival, een tv-show en een biermerk. Tussendoor componeert hij weleens een filmscore of een musical.

Booker Taliaferro Jones (75) beleefde de hoogdagen van zijn carrière in de jaren 60. Op zijn 17de scoorde hij al een wereldhit met ‘Green Onions’. Met zijn hammondorgel gaf hij eigenhandig het iconische Stax-geluid vorm. Dat mikte vanuit Memphis niet zozeer op de geest, maar op de heupen. De muzikant en producer was erbij toen Sam & Dave ‘Soul Man’ opnamen en toen Otis Redding ontdekt werd. Later begeleidde hij met zijn MG’s ook Neil Young. In 1971 overtuigde hij als producer Bill Withers om ‘Ain’t No Sunshine’ zelf in te zingen op zijn debuutalbum.

Bijna een halve eeuw later haalde Berninger hem in huis om ook zijn solodebuut te producen. De frontman van The National had in 2011 al eens enkele uren met hem in een studio doorgebracht en dat was hem bijgebleven.

Booker T. Jones heeft me geleerd minder schrik te hebben van melodieën.
Matt Berninger
Zanger

Maar hij was vooral onder de indruk van een ander album dat Jones in de jaren 1970 inblikte en arrangeerde: op ‘Stardust’ coverde de countryzanger Willie Nelson enkele standards die hij kende uit zijn jeugd. Het onverhoopte succes strekte tot voorbeeld van wel meer nostalgische muzikanten met een midlifecrisis te bezweren. Berninger, die zijn schorre stem deelt met Nelson, was vooral geïmponeerd door de manier waarop Jones de evergreens een lichte soultoets meegaf.

Van het originele opzet om een coverplaat te maken blijft op ‘Serpentine Prison’ niets over. De samenwerking met Jones verliep zo vlot dat Berninger, aangemoedigd door de producer, vooral met eigen nummers kwam aanzetten.

Monotoon romantisch

Berninger schrijft altijd op dezelfde manier liedjes, of dat nu voor The National of voor andere projecten is. 'De woorden zijn de legoblokjes die ik zo opbouw dat ze passen bij de melodie', zegt hij in Record Collector. 'Men beschuldigt me zelden van het schrijven van goeie melodieën, waarschijnlijk omdat ik dikwijls spreekzing. Soms zie ik mezelf ook eerder als een acteur dan als een zanger. Ik wil iets authentieks overbrengen. Te veel melodie kan dan van het goede te veel zijn. Booker T. heeft me geleerd minder schrik te hebben van melodieën.'

Op die manier brengt Jones een beetje lente in de herfstige, nogal monotone voordracht van Berninger. De arrangementen blijven subtiel en de instrumentatie is lichter dan we gewoon zijn, met sobere percussie, droge gitaarlickjes en gedempte pianotoetsen. Die neigen naar soul en vaak ook country, zoals op de opener ‘My Eyes Are T-Shirts’, met een suspensrijke lapsteel. Ook op het iets feller ingezongen ‘Loved So Little’ wordt een smaakvol potje americana geserveerd, zonder dat je je meteen overeet. In de lange stoet gastmuzikanten valt Mickey Raphael op, de vaste harmonicaspeler van Willie Nelson.

Rioolpijp

Een hoogtepunt is het aanstekelijke ‘One More Second’, met een vintage orgelsolo van Jones als toemaatje. Ook het dromerige duet ‘Silver Springs’ springt eruit. De soepele soulstem van bassiste Gail Ann Dorsey, die aan de zijde van David Bowie ooit de vocals van Freddie Mercury overnam in ‘Under Pressure’ en ook al te horen was op het laatste album van The National, blijkt eens te meer ideaal om de bariton van Berninger te counteren.

Het album en de slottrack zijn genoemd naar een rioolpijp die de luchthaven van Los Angeles verbindt met de Stille Oceaan. Rond de pijp zit een traliewerk om te voorkomen dat mensen ze gebruiken om naar de oceaan te klimmen. Berninger zag er een metafoor in. Voor de tijden waarin we leven, maar ook voor onze relaties, waarin we voortdurend op zoek zijn naar een evenwicht tussen vrijheid en veiligheid. Met een onverwacht generatie overstijgend muzikaal verbond toont hij op ‘Serpentine Prison’ hoe beide verzoend kunnen worden: de vrijheid om andere accenten te leggen dan bij The National en de geborgenheid om dat met zoveel elegantie te doen dat het de fans van de wereldberoemde rockband niet afschrikt.

‘Serpentine Prison’ verschijnt vandaag via Concord/Universal.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud