Advertentie
Advertentie
interview

‘Een superviool is een wild paard'

©Saskia Vanderstichele

Zonder mister Strick zijn de kandidaten van de Koningin Elisabethwedstrijd verloren. De Belgische viooldokter verricht wonderen als hun instrumenten het plots laten afweten. ‘Soms wordt een kandidaat helemaal zot.’

Door Nico Schoofs

Woensdagnamiddag, even voor drieën. In het Flageygebouw in Brussel is de spanning af te lezen van het melkwitte gezicht van de 18-jarige Chinees Jiang Yiliang, een van de 62 kandidaten in de eerste ronde van de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool. Yiliang, zijn docent én zijn ouders - overgekomen uit Sjanghai - duimen dat zijn opgelapte viool het topniveau zal halen tijdens de repetitie. Yiliang: ‘Gisteren verschoof plots de hals. Een ramp voor de klank. De Britse eigenaar van de viool gaf me gelukkig het nummer van Jan Strick mee. Ik ben mister Strick erg dankbaar, want hij hielp me uit de penarie.’

©Saskia Vanderstichele

Je ziet hem nooit in beeld, maar voor verontruste kandidaten als Yiliang is de Belgische vioolexpert Jan Strick (53) van goudwaarde. Al sinds 1985 is de ‘viooldokter’ hun steun en toeverlaat tijdens ’s werelds meest gerenommeerde concours. ‘Gisteren stond hier een hele lange rij’, vertelt Strick in zijn zaak, een herenhuis tussen de Zavel en het Justitiepaleis, niet toevallig vlak bij het Koninklijk Conservatorium.

‘Drie deelnemers kwamen voor hun viool, vier voor hun strijkstok. Van een Amerikaanse kandidate rammelde de Guadagnini - een 18de-eeuwse Italiaanse viool van 2 miljoen euro - omdat die was losgekomen. Dat gebeurt wel vaker als zo’n oude viool lang niet bespeeld is. Ik heb die moeten lijmen.’

Strick, een specialist in de restauratie en de aan- en verkoop van 17de-, 18de- en 19de-eeuwse Europese violen, is een naam als een klok in het wereldje. Als twintiger leerde hij het vak in het mythische Franse dorp Mirecourt, waar ze al 400 jaar violen bouwen. Sinds 1986 runt hij met strijkstokbouwer Pierre Guillaume een eigen zaak. ‘Ik verkoop vijftig tot honderd violen per jaar. Mijn klanten zitten overal, van Japan tot de Verenigde Staten’, zegt hij, terwijl hij zijn brandkast vol violen en strijkstokken openzwaait. ‘Mijn duurste viool is er eentje van 1 miljoen euro.’

Openhartoperatie

‘Hier lapte ik gisteren de viool van Jiang Yiliang op’, zegt Strick, terwijl we zijn restauratieatelier binnenstappen. Achter ons maakt een van zijn drie medewerkers het bovenstuk van een 300 jaar oude Italiaanse viool schoon met een vochtige doek. De vloer is bezaaid met houtschilfers, de muur hangt vol gereedschap, boven ons hoofd bengelen violen.

Je kan het afstellen van een viool vergelijken met spaghettisaus maken. De ene heeft die graag pikanter dan de andere.
Jan Strick
vioolexpert

‘Yiliang kwam langs met zijn leraar, een Chinees die in Londen doceert en in 1985 vierde werd op de Koningin Elisabethwedstrijd. Vanuit het Verenigd Koninkrijk geeft hij Yiliang vioolles via het internet. Omdat ik zijn viool moest openen om de hals opnieuw vast te zetten, heb ik de Britse eigenaar gecontacteerd. Dat schrijft onze deontologische code voor, als het om delicate ingrepen gaat.’ De herstelling voerde Strick uit achter gesloten deuren. ‘Je kan het vergelijken met een chirurg die een openhartoperatie doet. Die wil ook geen pottenkijkers.’

Strick ervaart als geen ander de immense druk waaronder de kandidaten van de Koningin Elisabethwedstrijd en hun entourage gebukt gaan. Toen hij Yiliang en zijn docent op het hart drukte dat de pas gelijmde viool nog vier uur moest drogen, was dat niet naar de zin van het nerveuze duo. ‘Ze drongen er een paar keer op aan of ze de viool niet al na twee uur konden meenemen. Ach, ik kan dat begrijpen. Die kinderen spelen dagelijks zes, zeven uur per dag viool. En tijdens zo’n concours loopt dat op tot 18 uur. Die willen natuurlijk elke minuut spelen.’

1 miljoen
De duurste viool in de brand -kast van Jan Strick is er één van 1 miljoen euro.

‘De Aziaten overspoelen tegenwoordig het concours’, zegt Strick, terwijl hij de ene na de andere foto aanwijst in het programmaboek van de Elisabethwedstrijd. ‘Ik moest aanvankelijk wennen aan die cultuurverschillen. De Chinezen zijn erg direct en kunnen agressief overkomen. De Japanners zijn dan weer extreem beleefd, terwijl de warmbloedige Koreanen zo’n beetje de Sicilianen van Azië zijn.’ Hun steenkolenengels vormt geen barrière. ‘De viool voert het woord. Als ze beginnen te spelen, hoor en zie ik erg veel. Het helpt natuurlijk dat ik amateurviolist ben.’

Stricks meesterschap schuilt in zijn oor voor maatwerk. Elke deelnemer aan de Elisabethwedstrijd heeft andere wensen. ‘Je kan het afstellen van de viool vergelijken met spaghettisaus maken. De ene heeft die graag pikanter dan de andere. Zo wil de ene een suite van Bach met grote kracht spelen, terwijl de andere ze heel delicaat wil brengen.’

Diva’s

Af en toe gedragen kandidaten zich als onuitstaanbare diva’s. ‘We kregen eens een 21-jarige over de vloer die een strijkstok wilde lenen. We hebben haar laten spelen met onze beste tien stokken. Allemaal niet goed genoeg. Ze wilde absoluut een Tourte, de Stradivarius onder de strijkstokken. Maar die heb ik niet zomaar in mijn schuif liggen. Verschrikkelijk was dat, zo’n hoge dunk dat die had van zichzelf.’

Soms verzieken de ouders de boel. ‘Ik heb ooit twee uur lang op mijn werkbankje met een meisje haar viool zitten afstellen. Een dag later stond ze hier plots opnieuw, dit keer met haar moeder. De viool was niet naar haar zin afgesteld. Dat haar mama was meegekomen, bemoeilijkte de zaken alleen maar. Na nog eens twee uur afstellen zijn ze vertrokken. Het vertrouwen was zoek, hun eisen waren irreëel. Ze hebben tijdens het concours nog een andere vioolexpert opgezocht in Parijs.’

©Saskia Vanderstichele

Het gebeurt al eens dat Strick de kandidaat moet teleurstellen. ‘Zelfs een hele goede klassieke viool heeft soms de neiging een ‘wolftoon’ te produceren, een storende noot die je er niet uit kan halen. Dat is natuurlijk verschrikkelijk, want zo’n kandidaat wordt dan helemaal zot.’

Maar één keer, in 1989, verrichte Strick een mirakel. Toen de 17-jarige Rus Vadim Repin, vandaag een wereldberoemd violist, aan het begin van de Elisabethwedstrijd plots voor zijn neus stond. ‘Repin had een viool meegekregen van de Russische staatscollectie. Ik had meteen door het foute boel was. Zowat alles zat mis. Maar na vier uur oplapwerk kreeg ik de viool min of meer weer op niveau. Toen hij het concours uiteindelijk won, als jongste deelnemer ooit, was dat een magisch moment voor mij. Je moet niet vergeten dat ik zelf nog maar 28 was. (glundert) Vadim noemde me nadien een ‘magiër’.’

Zo’n combinatie - een topviolist en een belabberde viool - is hoogst uitzonderlijk. De meesten spelen op uitgeleende, eeuwenoude topviolen die ettelijke miljoenen euro’s waard zijn. Fien Van den Fonteyne (25), een van de twee Belgische kandidaten, leent een Italiaanse topviool van Giuseppe Guarneri uit 1735 van een Londense speciaalzaak. Van die Guarneri’s - de Jaguars onder de topviolen - zijn er wereldwijd maar 140 in omloop. Ze zijn nog duurder dan de wereldberoemde Stradivariussen, waarvan er 600 de tand des tijds hebben getrotseerd.

Ik heb een gsm-nummer gekregen voor als er iets fout gaat. Van ene mister Strick, kan dat?
Li Chi
Taiwanese kandidaat Koningin Elisabethwedstrijd

Strick: ‘De crème de la crème van de violisten zuigt die superviolen natuurlijk als magneten aan. Hun scholen, hun leraren, hun ouders: iedereen verlangt dat ze met het allerbeste spelen. En voor de eigenaren, vaak banken of mecenassen, is dat natuurlijk erg leuk.’

Maar voor de kandidaat is zo’n superviool onder de kin soms een loden last. ‘Ze krijgen die pas na de preselecties, waardoor ze bitter weinig tijd hebben om zich het instrument eigen te maken. Terwijl zo’n superviool als een wild paard is: je moet dat leren bedwingen. Ik heb ooit een kandidate gekend die zo’n superviool weigerde. Ze voelde zich veel comfortabeler met haar eigen viool. Voor zo’n beslissing heb ik respect. Bij blinde tests scoorden nieuwbouwviolen trouwens al beter dan eeuwenoude violen.’

Het is inmiddels kwart na vier. In het Flageygebouw trakteert het publiek de Amerikaanse Eunice Kim op een lang applaus. Tijdens de pauze zit de 22-jarige Taiwanees Li Chi op zijn smartphone te pielen, zijn viooltas rust op de grond. ‘Ik kom luisteren naar mijn concurrenten’, zegt hij in onberispelijk Frans. Twee jaar geleden studeerde Chi af aan het Parijse conservatorium, vandaag vervolmaakt hij zijn kennis in Boston. Chi’s ouders betaalden 200.000 euro voor zijn viool, een Italiaans instrument uit de 18de eeuw. Toch zit er tijdens het concours een ander, geleend exemplaar in zijn tas.

‘Ik heb de viool nog maar twee weken. Maar dat is geen probleem, omdat ze heel erg lijkt op de mijne. Alleen heeft deze nog meer volume en kan ik er meer kanten mee uit. Echt een plezier om op te spelen.’ Voorlopig alles naar wens dus, lacht Chi. ‘Maar de organisatie gaf me wel een gsm-nummer, voor het geval er iets fout gaat. Van ene mister Strick, kan dat?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud