Elvis Costello puzzelt met eigen catalogus en muziekgeschiedenis

'Hey Clockface' is het 31ste studioalbum van Elvis Costello. ©ray di pietro

Elvis Costello smeedde het heterogene materiaal dat hij vlak voor de lockdown had ingeblikt tot een verrassend coherent geheel op ‘Hey Clockface’, dat zelfs voor de doorgewinterde fan enkele verrassingen in petto heeft.

Na zijn doorbraak als boze new waver eind jaren 70 was geen enkel genre veilig voor Elvis Costello. De voorbije veertig jaar nam hij albums op vol Beatles-achtige pop, countryballades en bluesstandards. Hij liet zich bijstaan door zijn eigen bands, maar ook door onder meer de R&B-legende Alan Toussaint en de hiphopband The Roots. Meestal was zo’n muzikaal pact het gevolg van een vooraf bedacht plan dat binnen de contouren van één welbepaald album en vaak ook genre vorm kreeg. ‘Hey Clockface’ stapt daarvan af. In handen van een minder begiftigd assembleur zou het vermengen van erg verschillende opnamessessies leiden tot barsten in het muzikale mozaïek, niet zo bij Costello.

De assemblage vond plaats vanuit zijn stulpje op Vancouver Island, waar hij de lockdown samen met zijn vrouw en tweelingzonen doorbracht. Het bindmiddel werd geleverd door de New Yorkse arrangeur en jazztrompettist Michael Leonhart, die hem gevraagd had zijn stem en pen te lenen aan twee composities. 'Ze vervolledigden een puzzel waarvan ik niet wist dat ik hem aan het leggen was', zei de zanger in het muziekblad Billboard over het ingetogen ‘Radio Is Everything’ en het veel rustelozere ‘Newspaper Pane’. 

In de handen van een minder begiftigd assembleur zou het samenvoegen van meerdere opnamessessies leiden tot barsten in het muzikale mozaïek, niet zo bij Costello.

De onlinesamenwerking volgde op twee korte studiosessies, waarvoor hij in februari naar Europa was afgereisd. In Helsinki nam hij drie tracks op, speelde hij alle instrumenten zelf in en hoor je het vertrouwde geluid. Het uitmuntende ‘No Flag’ bewijst met zijn spitse tekst, aanstekelijke melodielijn, fuzzy gitaren en punky venijn dat Costello niets van zijn snedigheid verloren heeft. ‘Hetty O’Hara Confidential’ is nog gejaagder en richt zijn pijlen op de nieuwe media, die ons aanzetten eerst te communiceren en dan pas te denken. Een gebrek aan redelijkheid is ook een thema op ‘We Are All Cowards’, dat de zanger al een hedendaagse versie van ‘(What’s So Funny ’Bout) Peace, Love and Understanding’ noemde en de tijdsgeest vat.

Spontane ontmoeting

Na de sessie in de Finse hoofdstad ging het meteen richting Parijs, waar vertrouweling Steve Nieve een band met lokale jazzmuzikanten had samengesteld en op twee dagen tijd een tiental nummers werd ingeblikt. Die spontane, half geïmproviseerde ontmoeting maakt het gros van de nieuwe release uit en levert naast pakkende ballades ook enkele verrassingen op. ‘Revolution #49’, de intrigerende opener van de plaat, lijkt te komen aanvliegen uit de verhalen van Duizend-en-een-nacht.

'Newspaper Pane' van Elvis Costello.

Op het titelnummer brengt een desolate blazer af en toe de sfeer van Costello's klassieker ‘Shipbuilding’ in herinnering, een cello die uit ‘The Juliet Letters’. Die wisselwerking tussen de eigen catalogus en de muziekgeschiedenis maakt van Costello’s 31ste studioalbum een uniek werkstuk dat je een paar keer moet beluisteren om de verbanden duidelijk te zien. 

‘Hey Clockface’ verschijnt op 30 oktober via Concord/Universal.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud