‘Het ultieme doel is helemaal mezelf te worden'

Jazzsaxofonist Robin Verheyen: van Turnhout naar New York. ©Dieter Telemans

De muzikanten op het nieuwe album van de saxofonist Robin Verheyen zijn samen meer dan tweehonderd jaar en speelden met jazzreuzen als Miles Davis en Herbie Hancock. ‘Laat elke dag een leerschool zijn.’

Het brede publiek kent saxofonist Robin Verheyen (34) als compagnon van dEUS-zanger Tom Barman in diens jazzgroep TaxiWars. Maar de Kempenaar staat ook stevig op zijn eigen benen. Zijn jongste album, ‘When The Birds Leave’, blikte hij in met een ‘all star band’. Pianist Marc Copland (70) speelde met John Scofield en Kenny Wheeler. Bassist Drew Gress (58) was te horen op platen van Dave Douglas en tourde met Ravi Coltrane. Drummer Billy Hart (77) werkte samen met Miles Davis, Herbie Hancock en Stan Getz.

Saxofonist Robin Verheyen, hier met de jazzgroep Taxi Wars van Tom Barman.

We ontmoeten Verheyen, die al elf jaar in New York woont, in een hotel in Brussel. Hij heeft net een handvol concerten en repetities met TaxiWars afgewerkt. In april duikt de groep de studio in voor haar derde album, verklapt hij. Maar eerst de Europese tournee met zijn eigen kwartet tot een goed einde brengen. ‘When The Birds Leave’ verkent een heel andere wereld dan de zenuwachtige grootstadsjazz die hij met TaxiWars maakt. Het vurige en wilde maken plaats voor een hoekige schilderachtigheid. Althans, zo klinkt de muziek op plaat. Wat het straks live geeft, weet Verheyen ook niet.

‘Ik ben niet iemand die in de studio tegen zijn muzikanten zegt wat ze moeten spelen. Ik probeer hen te laten kiezen, zodat ze me ook iets kunnen leren. In de studio waren we heel erg in the moment. Bij een ervaren drummer als Billy moet je ook niet afkomen met: ‘Dat was goed, we spelen het nog eens.’ (lacht) Dan zegt hij: ‘Maar dat hebben we al gedaan.’ In jazz is een nieuw moment een volgend verhaal. Elke dag is een leerschool. Het kan dus alle kanten uit op het podium: de ene avond heel ingetogen, de volgende avond het hek van de dam.’

Met Copland - een mentor en een vriend - en Gress werkte Verheyen al vaker samen. Met Hart was het de allereerste keer. Intimiderend was dat niet. ‘Als je samen muziek begint te spelen, valt alles weg en maakt het niet uit dat jij uit Turnhout komt en je drummer in Washington opgroeide en op ‘On The Corner’ van Miles Davis speelde. Ik zoek die ervaren muzikanten bewust op, om zelf een betere muzikant te worden. Ik leer het meest van de keuzes die ze bij het spelen al dan niet maken. Ze tillen me echt op. Andersom kunnen zij ook van mij leren, omdat ik van een andere generatie ben en muziektalen spreek die voor hen onbekend terrein zijn.’

Aanspreekbaar

Verheyen liet zich al vroeg door geoefende jazzmannen op sleeptouw nemen. Op zijn 15de werd hij op het Lemmensinstituut in Leuven opgepikt door zijn docent Pierre Van Dormael, broer van filmregisseur Jaco Van Dormael maar vooral een uitstekende jazzgitarist. Hij zat in de voorloper van de Brusselse jazzband Aka Moon.

‘Pierre geloofde in mij en ik mocht in een van zijn bands spelen. De jongste van de groep was twee keer zo oud als ik. Daar heb ik geleerd dat de beste leerschool het podium is. Dat ondernemende mis ik een beetje bij de generatie die nu aan het conservatorium zit. Op het conservatorium leren ze je hoe je een instrument moet bespelen. Maar door alleen de jazzstandards in te studeren vind je je eigen stem niet. Als ik nu naar mijn eerste platen luister, hoor ik de invloeden van John Coltrane en Wayne Shorter. Door veel op het podium te staan ben ik meer mezelf geworden. Het ultieme doel is helemáál mezelf te worden.’

Het is haast onmogelijk om als jazzmuzikant een comfortabel leven te leiden. Maar misschien is dat wel goed.
Robin Verheyen, saxofinist

Als leergierige conservatoriumstudent schuimde Verheyen de jazzfestivals en -concerten af. Om zijn helden aan het werk te zien, en om samen te kunnen spelen. Zo praatte hij zich na afloop van Jazz Middelheim binnen op een jamsessie van Danilo Perez, de pianist van Wayne Shorter. En in Turnhout deelde hij als 18-jarige student het podium met het saxmonument Branford Marsalis. ‘Ik had zijn management gemaild met het verzoek een les bij hem te volgen. Dat kon. Ik had 100 dollar bij, de enige keer dat ik heb betaald om les van hem te krijgen.’

Marsalis zag wel iets in Verheyen en nodigde hem prompt uit om ’s avonds mee te jammen. ‘Je moet nooit schrik hebben. (lacht) Om een belegen Vlaams gezegde vanonder het stof te halen: een nee heb je, een ja kan je krijgen. De meesten van die jazzreuzen zijn aanspreekbaarder dan je zou verwachten. Het is niet dat Branford en ik vrienden zijn, maar we zien elkaar geregeld. Op North Sea Jazz hebben we vorig jaar pinten gedronken en aan de bar over muziek gefilosofeerd. Af en toe spelen we nog eens samen.’

KFC Turnhout

Ze was er wel degelijk, die ene plaat die hem deed beslissen van jazz zijn leven te maken. Maar hij weet niet meer welke. Verheyen lacht. ‘Ik vroeg het onlangs nog aan mijn moeder, zij wist het ook niet.’ Zeker is dat jazz geen onderpand was ten huize Verheyen. Zijn moeder speelde een beetje piano, zijn vader luisterde naar The Beatles en Vlaamse kleinkunst. Hun zoon zou voetballer worden, tot een knieblessure bij de kadetten van KFC Turnhout die droom aan flarden knalde.

Verheyen werd naar de muziekschool gestuurd. Waarom het sax werd, weet hij niet. ‘Mijn zus speelde piano. Door haar is de liefde voor de jazz ons huis binnengewaaid. Ik heb ook even piano en drums geprobeerd, maar de magie ontbrak. Met de saxofoon was de klik er wel. (lacht) De eerste maand op de muziekschool was nochtans een ramp. Mijn muziekleraar had het bijna opgegeven.’

‘When The Birds Leave’ is verschenen bij Universal Music. Concerten van het Robin Verheyen Quartet: 22 februari in De Roma (Antwerpen), 23 februari in Bozar (Brussel) en 27 februari in KAAP/ De Werf (Brugge). ©rv

Maar plots was ‘het’ daar. Op zijn 13de begon Verheyen driftig jazzboeken te lezen en platen te kopen. Niet alleen jazz, ook veel klassiek en rock. Na het Lemmensinstituut trok hij naar Amsterdam voor een extra diploma. Omdat hij vond dat de Belgische arbeidsmarkt niets in petto had voor een jonge gediplomeerde saxofonist, keerde hij niet terug. ‘Ik wilde blijven evolueren en experimenteren. In België was dat onmogelijk, ik had er al met iedereen gespeeld.’

New York, het jazzmekka van de wereld, voelde meer als zijn plek. Maar hoe ambitieus Verheyen ook was, hij botste op die ene hindernis waar vrijwel iedereen op botst die het in New York wil maken: geld. Dat had hij niet, en dus werd het Parijs. ‘Een totaal impulsieve beslissing.’ Op het einde had hij er ‘goed werk en leuke gigs’, maar New York bleef lonken.

Hij deed auditie bij de Belgian American Education Foundation voor een studiebeurs voor de New York American School of Music en kreeg geld voor één studiejaar. ‘Ik moet dat jaar wel tweehonderd concerten hebben gezien. Als ik zelf geen repetitie of concert had, hing ik rond in een concertzaal of jazzclub.’

Toen het geld na dat jaar wegviel, nam Verheyen misschien wel de belangrijkste beslissing uit zijn leven: in New York blijven. ‘Het was een enorm risico. Maar ik zag geen andere mogelijkheid. Ik wist: hier hoor ik thuis, hier zitten de muzikanten van het hoogste niveau met wie ik wil spelen. So I’ll make it work.’

Bonkende buren

De eerste jaren waren niet gemakkelijk. Verheyen woonde in een piepkleine flat in Brooklyn, naast een metrostation waarvan de voorbijdaverende treinstellen hem uit zijn concentratie haalden en met buren die op de muren bonkten als hij begon te oefenen. ’s Zomers trok hij met zijn saxofoon en bevriende muzikanten naar Central Park. ‘Op goede dagen keerde ik met 150 dollar naar huis. Ik had het geluk dat ik in Europa al een reputatie had opgebouwd. Ik kon af en toe op tournee in Europa, als sideman. Zo hield ik het hoofd boven water.’

Jazzsaxofonist Robin Verheyen: van Turnhout naar New York. ©Dieter Telemans

De volharding loonde. Vandaag woont Verheyen met vrouw en kind in een kalme, groene wijk boven New York City. Financieel is het minder hard, al blijft het knokken. ‘Ik moet veel verschillende dingen doen: in meerdere bands spelen, veel touren, compositieopdrachten voor culturele instellingen afwerken. Maar het tij kan snel keren. Het is haast onmogelijk als jazzmuzikant een comfortabel leven te leiden. Misschien is dat wel goed. Ik wil me niet te veilig voelen. Te veel comfort is ongezond. Het gevaar bestaat dat ik op mijn lauweren ga rusten. Er moet genoeg geld binnenkomen om me vrij te kunnen voelen.’

Te weinig inkomsten kunnen de mentale vrijheid dan weer uit balans brengen. ‘Dan ga je als muzikant sneller projecten aanvaarden voor het geld en dreig je te vergeten waar het finaal om draait in de jazz: samen groeien met je instrument. Want de saxofoon, die zit voor altijd in mijn hart.’

‘When The Birds Leave’ is verschenen bij Universal Music. Concerten van het Robin Verheyen Quartet: 22 februari in De Roma (Antwerpen), 23 februari in Bozar (Brussel) en 27 februari in KAAP/ De Werf (Brugge).

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud