interview

'Het woord routine kennen wij niet'

©Wouter Maeckelberghe

Het wordt een feestjaar voor Philippe Herreweghe. Zijn koor, het Collegium Vocale Gent, wordt vijftig. En de Bach Academie, die hij oprichtte, is aan haar tiende editie toe. ‘Als ik nog iets met Bach doe, moet het nog beter worden dan het al was.’

Het leven zit Philippe Herreweghe (72) even niet mee. In een hotelkamer in Sjanghai struikelde hij en bezeerde daarbij rechterschouder en knie. ‘Ik kan mijn rechterarm amper in de lucht steken. Alle pezen zijn over’, zegt de dirigent. Hij is wat te laat op de afspraak in de kantoren van het Collegium Vocale in de buurt van het Patershol in Gent. ‘Mijn excuses. Er is een probleem met een van de banden van mijn auto. Ik moest dat even nakijken.’

Hij vraagt waarover we gaan praten. Over vijftig jaar Collegium Vocale Gent, uiteraard, het koor dat Herreweghe in 1970 oprichtte. En over de tiende editie van de Bach Academie, die volgende week in het Concertgebouw van Brugge begint. Herreweghe stond aan de wieg van de muzikale vijfdaagse. Ze is helemaal gewijd aan de grootmeester van de barokmuziek Johann Sebastian Bach.

Ik begrijp de muziek nu tien keer beter dan toen ik 18 was. Maar de frisheid verlies je onderweg. Die komt nooit meer terug.

‘De programmatie van de Bach Academie doe ik niet meer. Maar we treden met ons koor en orkest natuurlijk wel op. Het idee voor het festival ontstond in Parijs, waar ik dertig jaar heb gewoond. In 1999 in het Grand Palais liep daar een retrospectieve van de 18de-eeuwse schilder Jean-Baptiste Siméon Chardin. Ondanks het feit dat die eigenlijk helemaal niet zo bekend is, werd de retrospectieve met 200.000 toeschouwers een groot succes. Mensen houden van namen. Toen dacht ik: ‘Misschien kunnen we elk jaar een festival bouwen rond Bach. Dat trekt misschien ook veel mensen aan.’ Dat is ook zo uitgekomen.’

Het thema van het festival is Bachs privéleven. Is het belangrijk voor de interpretatie van muziek om het leven van een componist te kennen?
Philippe Herreweghe: ‘Voor Bach vind ik dat niet zo belangrijk. Zijn leven en zijn muziek stonden in het teken van de religie. Om zijn cantates helemaal naar waarde te kunnen schatten is het belangrijker dat je de cyclus van het kerkelijk jaar kent. Over het privéleven van Bach is overigens niet zo heel veel bekend.’

Bach ligt ook aan de basis van de oprichting van het Collegium Vocale in 1970. Hoe verliep die ontstaansgeschiedenis?
Herreweghe: ‘Het begin is wat mistig. Ik zong als kind en knaap in het schoolkoor van het Sint-Barbaracollege in Gent. Elke dag luisterden we de mis op. Na het middelbaar ging ik geneeskunde en psychiatrie studeren, in combinatie met een opleiding piano en orgel aan het Conservatorium. Aan de universiteit heb ik dan een koor opgericht, met zo’n tachtig zangers. Het Gentse Kamerkoor heette dat. We zongen veel madrigalen, meerstemmige liedjes uit de 16de en 17de eeuw.’

‘In die periode raakte ik gefascineerd door de muziek van Bach. Ik had snel door dat je zijn muziek beter met tien heel goede zangers brengt dan met tachtig half goede. In die overgang is het Collegium Vocale ontstaan. De naam dateert uit 1972. Maar voor mij is de echte start nog later, toen we in 1976 voor het label Telefunken met de Nederlandse klavecimbelspeler Gustav Leonhardt de eerste keer de Bachcantates opnamen.’

Wat waren uw ambities met het koor?
Herreweghe: ‘Een carrièreplanning had ik niet. Ik wist alleen dat ik me op de muziek wilde richten. Dat trok me meer aan dan de geneeskunde en de psychiatrie. Ik wist alleen niet hoe ik daar in hemelsnaam mijn brood mee kon verdienen. Dat heb ik in de eerste jaren ook niet gedaan. Het koor heeft pas na twintig jaar - ik zou het exacte tijdstip moeten opzoeken - subsidies gekregen.’

‘Tot mijn veertigste heb ik in elk geval zo goed als niets verdiend. Ik woonde in Parijs op een zolderkamertje. Dat vond ik helemaal niet erg. Pas toen ik opnames bij Harmonia Mundi kon gaan maken, kreeg ik wat financiële ademruimte.’

De Bach Academie begint woensdagnamiddag in het Concertgebouw van Brugge met een open repetitie van het Collegium Vocale Gent. ’s Avonds staat een recital van de Zweedse jazzpianist Bobo Stensen op het programma. Bach sijpelt door in zijn oeuvre. Het Collegium Vocale Gent brengt vrijdagavond een programma rond koraalmotetten van Felix Mendelssohn. Hij liet zich honderd jaar na Bach vaak inspireren door de grootmeester. Het koor neemt ook zondag het slotconcert met vier cantates van Bach voor zijn rekening. 

 Het volledige programma  vindt u op concertgebouw.be

 

‘Het begin van de jaren zeventig was muzikaal voor de barokmuziek bijzonder boeiend. In Europa stonden enkele mensen op die de oude muziek heruitvonden. Naast ons koor waren er in ons land de gebroeders Kuijken. In Nederland had je Ton Koopman, Frans Bruggen en Gustav Leonhardt. In Engeland was er William Christie. Oostenrijk had Nikolaus Harnoncourt.’

‘Wat deden de meeste klassieke orkesten uit die tijd? Ze overgoten Bach met een 19de-eeuwse romantische saus. We gingen daar op een heel militante manier tegenin. Als ik nu terugkijk: soms een beetje overdreven.’

Wat deden jullie dan anders?
Herreweghe: ‘We openden als ontdekkingsreizigers de deur van de zolder en troffen daar een onbekende, prachtige maar bestofte Rembrandt aan. Daarmee kan je het vergelijken.’

‘Toen ik me in Bach verdiepte, kende ik vier cantates. Maar hij had er nog 196 geschreven. Ik heb ze stuk voor stuk leren kennen. Dat was een openbaring. We brachten met z’n allen de oude muziek in kaart. Daarnaast ging het natuurlijk om de manier van uitvoering. Welke interpretaties maak je? Hoe ga je om met versieringen? Hoe ver ga je in het gebruik van authentieke instrumenten?’

‘We hadden het in het begin niet gemakkelijk, hoor. De pers was tegen ons. We pleegden heiligschennis door Bach anders op toe te voeren. En men vond ons, nieuwlichters, ook muzikaal technisch zwak. Daar kan ik me nu wel iets bij voorstellen. Onze eerste zangers waren niet klassiek geschoold aan de conservatoria. De muzikanten van de nieuwe barokorkesten - we moeten daar eerlijk in zijn - waren gedreven en artistiek, maar misten weleens technische vaardigheid. Dat is vandaag overigens helemaal anders.’

Kunt u het geheim van het succes van Collegium Vocale Gent verklaren?
Herreweghe: ‘We zijn altijd jong gebleven, op mij na dan. Dat is geen boutade. Ik heb nooit de fout gemaakt zangers vast in dienst te nemen en dan samen oud te worden. Zo werkt het niet in een koor. Bach schreef zijn muziek voor jonge stemmen. Je kan dus niet anders dan je zangers voortdurend te vernieuwen.’

‘Collegium Vocale Gent treedt vandaag op in verschillende samenstellingen. Per componist is het een ander koor. Zo kunnen we zowel polyfone muziek, Bach als Brahms en Stravinsky brengen. Altijd met de juiste mensen. Dat is de ideale formule. Het woord routine kennen we niet.’

‘Dat systeem betekent wel dat ik de zangers geen enkele sociale zekerheid kan bieden. Maar goed, de meesten komen ook wel in andere ensembles aan de bak.’

Hebt u in die vijftig jaar van het Collegium Vocale ooit overwogen te stoppen met het koor?
Herreweghe: ‘Nee, hoor. Maar ik doe ook andere dingen. Het koor neemt een derde van mijn tijd in. Daarnaast heb ik met Orchestre des Champs-Élysées mijn orkest, werk ik voor Antwerp Symphony Orchestra en treed ik vaak op als gastdirigent. Dat is allemaal heel boeiend, maar ook zwaar. Ik eet 235 dagen per jaar op restaurant, en slaap 280 nachten in een hotel. Dat is op mijn leeftijd niet te onderschatten. Maar we doen voort.’

Wanneer zou u overwegen te stoppen?
Herreweghe: ‘Je bent wat afhankelijk van je gezondheid. Voorlopig is die goed. Belangrijker is wat in mijn hoofd gebeurt. Zolang ik het gevoel heb dat ik nieuw repertoire kan ontdekken, doe ik voort. Nieuw voor mij dan. Onlangs nog heb ik het Requiem van Dvorak opgenomen. Van Stravinsky valt voor mij ook nog best wat te ontginnen. Van Mahler ook. Ik heb niet eens al zijn symfonieën gedirigeerd.’

‘Met Bach ligt het moeilijker. Met hem heb ik zo veel bereikt. Kan ik dat nog overtreffen? Ik twijfel daaraan. Ik heb het geluk gehad met enkele briljante solisten te kunnen werken. Peter Kooij, Christoph Prégardien. Zulke mensen kom je maar één keer tegen in je carrière, denk ik.’

Zegt u nu dat u klaar bent met Bach?
Herreweghe: ‘Nee. Maar als ik iets met hem doe, moet het nog beter worden dan het al was. Ik heb drie opnames gemaakt van de Mattheüspassie en de Hohe Messe. Drie keer anders. Maar ik moet vaststellen dat de eerste opnames uiteindelijk altijd de beste blijken. Die dragen de frisheid van de jeugd in zich.’

Hebt u heimwee naar uw jeugd?
Herreweghe: ‘Heeft niet iedereen dat? Ik begrijp de muziek nu tien keer beter dan toen ik 18 was. Maar de frisheid verlies je onderweg. Die komt nooit meer terug.’

Denkt u na over een opvolger bij het Collegium Vocale?
Herreweghe: ‘We praten daar weleens over. Ik heb geen idee wat gaat gebeuren. Komt er een mozaïek van verschillende dirigenten die het werk voortzetten? Komt er één opvolger? Ik weet het nog niet.’

Hebt u de protesten in de cultuursector van de voorbije weken gevolgd?
Herreweghe: ‘Natuurlijk. Maar ik heb er geen rol in gespeeld.’

Waarom niet?
Herreweghe: ‘Wel, niemand heeft me iets gevraagd. Ik ben ook zo druk bezig met de muziek. Wat moet ik erover zeggen?’

‘Het gaat om een besparing van 5 miljoen euro voor de projectsubsidie. Voor de begroting stelt dat niets voor. Je kan je afvragen waarom de Vlaamse regering daar zo’n punt van heeft gemaakt. Voor de jonge kunstenaars zijn de gevolgen groot. Dat besef ik. Maar zoals ik al zei: ik heb in mijn beginjaren ook zwarte sneeuw gezien.’

‘Je kan er niet omheen dat België en Vlaanderen boven hun stand leven. Ik kan dan begrijpen dat overal moet worden bespaard. Daarom: als je een oorlog wil beginnen, moet je zeker zijn dat je hem kan winnen. En je moet ook weten welke oorlog je precies voert.’

U moet met het koor ook inleveren.
Herreweghe: ‘We verliezen 6 procent van onze 1,2 miljoen euro subsidie. Dat is erg en vervelend. Maar misschien moeten we eens nadenken in de sector wat we met het geld dat we toch nog krijgen, precies willen doen. Nu is het ieder voor zich, de corporatistische reflex.’

‘Ik verwijs graag naar Frankrijk als het om mijn sector, de muziek, gaat. Sinds 1982, tijdens het presidentschap van François Mitterrand, hebben ze daar een Directeur de la Musique. Een onderminister van muziek, zeg maar, die de sector vanbinnen en vanbuiten kent. Hij overschouwt en bestuurt het hele landschap van orkesten, ensembles, instellingen. Daarmee krijg je een coherent landschap waarin de middelen juist worden verdeeld.’

‘Zo iemand zou in Vlaanderen ook op zijn plaats zijn. Het probleem is dat alle competente mensen het veel te druk hebben met hun eigen bezigheden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud