Hoe James Brown in het Apollo Theatre de perfecte liveplaat opnam

James Brown. ©BELGAIMAGE

Weinig artiesten zijn zo vereenzelvigd met een concertzaal als James Brown met het Apollo Theater in Harlem, New York. Hij nam er in 1962 de blauwdruk van de perfecte liveplaat op. 44 jaar later sierde hij de affiche van Couleur Café. Het werd zijn allerlaatste keer in ons land.

James Brown was 14 jaar geleden voor het laatst te zien in België.  Hij speelde op Couleur Café, dat normaal komend weekend had moeten plaatsvinden. Eind december van datzelfde jaar 2006 wandelden we rustig door de Dr. Martin Luther King Jr. Boulevard in de New Yorkse wijk Harlem. Tot we uit de gettoblasters van het jonge volkje, dat meer dan anders de straat op was komen gelopen, ‘Say It Loud (I’m Black and I’m Proud)’ hoorden knallen. Bleek dat even voordien The Godfather of Soul was overleden.

Michael Jackson, Prince en James Brown.

Drie dagen later stonden we tussen hoody's en maatpakken een voormiddag aan te schuiven aan het Apollo Theater om een laatste groet te brengen aan de man die Prince en Michael Jackson het vak leerde. Zijn open kist was eerst in een witte paardenkoets door de stad gereden.

Bordeel

Delv!s: 'Er zit zoveel vrijheid in zijn interactie met de fans'

Niels Delvaux was erbij toen James Brown op zijn 73ste op Couleur Café zijn laatste Belgische concert gaf. 'Maar ik ben na enkele nummers weggegaan', bekent de soulzanger met de de artiestennaam Delv!s. 'Het deed pijn om een persoonlijke held zo te zien sukkelen. Het verschil met zijn hoogdagen in het Apollo Theater was te groot.'

De zanger is opgegroeid met Brown. 'Uren heb ik naar hem geluisterd op mijn jongenskamer, vooral naar zijn eindeloze funkgrooves. Alleen in de arrangementen van ‘Think’ hoor je die op ‘Live at the Apollo’ al wat doorschemeren. In die begindagen lag de nadruk op zijn soulstem. Terwijl hij zijn liefdesliedjes croonde, bespeelde hij samen met de andere mannelijke vocalisten het zwarte vrouwelijke publiek. Zingt hij ‘I miss you’, dan roept er geheid iemand ‘I miss you too!’. Er zit zoveel vrijheid in zijn interactie met de fans, en toch is zijn show erg strak.'

Delvaux vindt dat Brown te weinig krediet krijgt als je hem vergelijkt met de supersterren die hij heeft beïnvloedt. 'Het YouTube-filmpje waarin hij Michael Jackson én Prince op het podium roept is geld waard. In het begin van mijn carrière wilde ik James Brown zijn. Nu besef ik dat ik die betrachting beter loslaat. Maar de energie van zijn liveshows blijft me inspireren.'

 

Officieel nam de gevierde Amerikaanse r&b-zanger en funkpionier tijdens zijn hoogdagen vijf albums op in zijn geliefde club, maar niets overtrof het eerste. Niemand onderhield zo’n nauwe band met het Apollo Theatre  als Brown. Hij was nochtans niet in de buurt opgegroeid. Meer zelfs, de armoedige omstandigheden van zijn jeugd in Augusta, Georgia - zijn moeder was 16 toen ze hem kreeg, hij woonde een tijd in het bordeel van een tante en had er voor zijn 20ste al een gevangenisstraf van drie jaar opzitten - lieten lang vermoeden dat het niet goed zou komen.

Maar het tij keerde. Van zijn eerste r&b-hit ‘Please, Please, Please’, geïnspireerd door de woorden die Little Richard voor hem op een servet had geschreven, gingen in 1956 meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank. Ook de doowopballade ‘Try Me’ werd in 1959 een dikke hit. Op 24 april 1959 maakte hij samen met The Famous Flames zijn debuut in het Apollo Theater, toen nog als openingsact voor soulzanger Little Willie John, een van zijn helden.

Ook de singles ‘I’ll Go Crazy’ (later gecoverd door The Rolling Stones) en ‘I Don’t Mind’ (dat in 1965 zowel op de debuutplaat van The Who als op die van The Moody Blues zou staan) sloegen aan. Tegelijk werd Browns marktwaarde in r&b-kringen opgevijzeld door nummers als ‘Think’, een cover van de populaire r&b-zanggroep The “5” Royales, en de twaalfmatenblues 'Night Train’. Al deze tracks zou hij ook spelen op die koude maar legendarische herfstavond in het Apollo Theater.

Buiten was de Cubacrisis net begonnen, binnen werd het 1.500-koppige publiek klaargestoomd om het dak eraf te halen.

Elektriciteit in de lucht

Eigenlijk wilde Brown een liveplaat opnemen zoals Ray Charles eerder gedaan had, zonder nieuwe hits. Maar zijn platenfirma zag dat niet zitten, omdat ze dacht dat die niet zou verkopen. Overtuigd van het tegendeel huurde de zanger zijn favoriete club alsnog een week af en betaalde hij de opnamekosten van het concert op 24 oktober uit eigen zak. Vervolgens overhaalde hij zijn platenbaas om de opnames toch uit te brengen.De rest is geschiedenis. Na de release in juni 1963 stootte het album door naar de tweede plek van de Amerikaanse Billboard-lijst, waar het in totaal 14 maanden zou blijven staan. Met geen enkele studioplaat zou Brown dat nog evenaren.

‘Lost Someone’, de apotheose van zijn legendarische optreden in het Apollo Theater in 1962.

Dat had te maken met de tijdsgeest - het waren de hoogdagen van de soul en de r&b - maar net zo goed met de kwaliteit van de muziek én van de show. Brown was naast een uitstekend zanger vooral een opzwepend entertainer die niets aan het toeval overliet. De 'hardest working man in show business' speelde in die tijd al gemiddeld 300 shows per jaar. Hij had gezworen de elektriciteit vast te leggen die tijdens zijn concerten in de lucht hing en die zijn liveperformances zoveel succesvoller maakten dan de studioplaten die hij tot dan toe had uitgebracht. Daarvoor was hij geluidsapparatuur gaan huren bij de beste speciaalzaak in Manhattan. Microfoons bengelden boven de hoofden van de aanwezigen om de uitgelaten sfeer zo goed mogelijk weer te geven.

Zweterige grooves

Delv!s: 'Er zit zoveel vrijheid in zijn interactie met de fans'

Niels Delvaux was erbij toen James Brown op zijn 73ste op Couleur Café zijn laatste Belgische concert gaf. 'Maar ik ben na enkele nummers weggegaan', bekent de soulzanger met de de artiestennaam Delv!s. 'Het deed pijn om een persoonlijke held zo te zien sukkelen. Het verschil met zijn hoogdagen in het Apollo Theater was te groot.'

De zanger is opgegroeid met Brown. 'Uren heb ik naar hem geluisterd op mijn jongenskamer, vooral naar zijn eindeloze funkgrooves. Alleen in de arrangementen van ‘Think’ hoor je die op ‘Live at the Apollo’ al wat doorschemeren. In die begindagen lag de nadruk op zijn soulstem. Terwijl hij zijn liefdesliedjes croonde, bespeelde hij samen met de andere mannelijke vocalisten het zwarte vrouwelijke publiek. Zingt hij ‘I miss you’, dan roept er geheid iemand ‘I miss you too!’. Er zit zoveel vrijheid in zijn interactie met de fans, en toch is zijn show erg strak.'

Delvaux vindt dat Brown te weinig krediet krijgt als je hem vergelijkt met de supersterren die hij heeft beïnvloedt. 'Het YouTube-filmpje waarin hij Michael Jackson én Prince op het podium roept is geld waard. In het begin van mijn carrière wilde ik James Brown zijn. Nu besef ik dat ik die betrachting beter loslaat. Maar de energie van zijn liveshows blijft me inspireren.'

 

De set zat gewiekst in elkaar. Een extatische aankondiging door de master of ceremony van dienst hoorde daarbij. Buiten was de Cubacrisis net begonnen, binnen werd het 1.500-koppige publiek klaargestoomd om het dak eraf te halen. Lag tijdens het begin van het optreden de nadruk nog op gloeiende r&b-ballads en de fraaie harmonieën tussen Brown en zijn Famous Flames, dan kon je in ‘Think’ de zweterige grooves herkennen waarmee de zanger in een later stadium van zijn carrière aan de wieg van de funk zou staan.Tijdens een getormenteerd en lang uitgesponnen ‘Lost Someone’ is de apotheose bereikt. ‘I wanna hear you scream’, kirt Mr. Dynamite het dolenthousiaste publiek toe, ‘I wanna hear you say 'aawh'’, waarna nog een medley met hits volgt.

Brown vertelde later dat de liveopnames heel anders klonken dan de studioversies: 'Bij elke artiest die alles op een rijtje heeft, is de liveshow twee keer zo goed als de plaat.' Door tegen de wil van zijn platenbaas in beide te combineren had hij goud in handen. Radiodeejays vroegen niet naar een single maar draaiden de hele plaat. Commercials werden gespeeld tussen de twee vinylkanten. ‘Live at the Apollo’ lanceerde de zanger bij een breed én blank publiek, in tv-shows én arena’s. En plots wilde iedereen een liveplaat uitbrengen.

Overtuigd door ‘Live at the Apollo’? Probeer dan ook deze liveklassiekers

Ray Charles, ‘Ray Charles in Person’ (1960)

De liveplaat die James Brown inspireerde om er zelf een te maken. Band, zanger en publiek zijn die lenteavond in 1959 in Atlanta in perfecte symbiose. Een wervelende versie van ‘What’d I Say’ bewijst samen met een half dozijn covers waarom Charles voor zijn 30ste al een r&b-icoon was.

 

Otis Redding, ‘Live in Europe’ (1967)

Brown beschouwde de King of Soul als zijn grootste rivaal, precies omdat hij zoveel ontzag voor zijn talent had. Dit is het enige livealbum dat tijdens zijn te korte leven verscheen. Met in zijn rug de geweldige Booker T. & the MG’s is de zanger in de Parijse Olympia in bloedvorm.

 

Aretha Franklin, ‘Live at Filmore West’ (1971)

Drie avonden op rij concerteerde de Queen of Soul aan de zijde van de Kingpins en The Memphis Horns in de beroemdste concertzaal van San Francisco. Zwierig met haar micro jonglerend of doorleefd van achter haar piano bracht ze begeesterde versies van folk-, pop- en r&b-klassiekers.

 

Parliament, ‘Live - P-Funk Earth Tour’ (1977)

Nog voor de hiphopscene zijn werk begon te sampelen was Brown de motor van de funkbeweging. In de band van zijn visionaire collega-funkateer George Clinton figureren met Bootsie Collins en Maceo Parker enkele oude bekenden die op deze dubbelaar de waanzinnige show mee vormgeven.

 

Prince, ‘One Nite Alone... Live!’ (2002)

Voor zijn allereerste, vorige maand nog heruitgegeven livealbum selecteerde Prince zowel opnames van enkele reguliere concerten met The New Power Generation als van aftershows. Vooral die funky afterjams namen tijdens zijn leven mythische proporties aan. Hier hoort u ook waarom.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud