'Ik werk niet meer op adrenaline, maar vanuit rust'

Kris Defoort. ©Kristof Vadino

De Belgische pianist en componist Kris Defoort keek twee jaar geleden de dood in de ogen na een hartstilstand, maar was nog niet klaar met leven en creëren. 'Het is een groot cliché, maar nu doe ik alleen nog wat ik graag doe.'

Normaal zou de opera ‘The Time of Our Singing’ van componist en pianist Kris Defoort (61) volgende week in première gaan in De Munt. Corona stak daar een stokje voor. Maar deze week herneemt hij met ‘A Concert Called Landscape’ wel zijn muziektheatervoorstelling met Josse De Pauw en straks speelt hij, ook met zijn jazztrio, een concert op Jazz Middelheim.

In zijn werk- en speelstudio in Vorst ademen dikke stapels partituren, die her en der verspreid liggen, nog een grote werklast uit. Maar er is wel degelijk veel veranderd sinds we hem een drietal jaar geleden in dezelfde ruimte opzochten om het over de projecten en opdrachten te hebben waartussen hij met jeugdige gretigheid pendelde. 'Na mijn hartproblemen heb ik mijn leven helemaal omgegooid. Ik ben gezond beginnen te leven en dat werpt nu zijn vruchten af', klinkt het gelouterd.

Ademruimte

Na een hartinfarct in het najaar van 2018, gevolgd door meerdere hartstilstanden, openhartoperaties en een coma is Defoort gestopt met roken en we bespeuren ook nergens een lege wijnfles. 'Vroeger dronk ik een tot anderhalve fles per dag, nu alleen nog een glas bij gelegenheid.'

In de plaats fietst, wandelt en mediteert hij, en dat geeft artistieke ademruimte. 'Het is een groot cliché, maar nu doe ik alleen nog wat ik echt graag doe en wat mijn lichaam aankan: creëren, componeren en spelen. De combinatie van te veel deadlines leverde vroeger extra stress op. Ik werkte op adrenaline. Nu ik niet meer vanuit die rush maar vanuit rust werk, gaat alles veel efficiënter. Het heeft te maken met prioriteiten leggen. Even niets doen helpt als ik daarna in gang schiet.'

Vroeger dronk ik een tot anderhalve fles per dag, nu alleen nog een glas bij gelegenheid.
Kris Defoort
Muzikant, na zijn hartproblemen

Hij noemt het een combinatie van levenservaring, vakkennis - ‘The Time of Our Singing’, gebaseerd op het gelijknamige boek van Richard Powers, is zijn vierde opera in twintig jaar, benadrukt hij - en een grote schok die dingen in perspectief zet. 'Het is bizar, maar de laatste stukken van mijn opera vloeiden er gewoon uit. Ik hield niets meer tegen. Vroeger stak ik mezelf stokken in de wielen omdat ik vooropgezette ideeën had over hoe iets moet zijn. Het moest complex zijn, of zus of zo. Ik ben nooit bang geweest om te citeren uit ander stijlen. In mijn opera is dat nu door de vertelcontext een evidentie, maar voor de schok zou ik me steevast afgevraagd hebben of dat wel zo’n goed idee was. De dingen die nodig zijn om zogezegd hip of modern te zijn heb ik losgelaten. Meer dan ooit vertrouw ik op mijn intuïtie. Eigenlijk gaat het over aanvaarden wie je echt bent en wat er uit je komt.'

Je zou denken dat de coronacrisis er na zijn comeback na hartproblemen extra heeft ingehakt, maar het tegendeel is waar. 'Voor mij was het eerder een stimulans om gedisciplineerd door te gaan en mijn opera af te werken. Ik had wel het geluk dat ik al in herstel was. Ik had niet in een ziekenhuis opgenomen willen worden tijdens de pandemie.'

Dromen op de plank

Of hij de muziek uiteindelijk lang heeft moeten missen? “Eigenlijk alleen toen ik in coma lag (lacht), want na een maand in het ziekenhuis had ik al een klaviertje laten brengen. In het begin kon ik maar enkele minuutjes componeren, maar dat heb ik langzaam opgebouwd.' Zelfs aan zijn coma heeft hij een mooie herinnering overgehouden. 'Maar ik denk dat ik high was. Ik was in de oceaan aan het zwemmen, op de rug van een walvis, en later zweefde ik door de lucht. Toen ik dat later aan de verpleegster vertelde, hoorde ik de dokter zeggen: ‘We zullen de dosis morfine wat verlagen.’ Ik heb geen bijna-doodervaring gehad en ik heb ook nooit gepanikeerd over mijn carrière. Ik heb zelfs de indruk dat ik nu veel losser speel, alsof er een schot is weggevallen.'

Ik had het geluk dat ik al in herstel was tijdens de lockdown. Ik had niet in een ziekenhuis opgenomen willen worden.

Dat mag hij straks bewijzen als hij weer op het podium staat met zijn intergenerationele trio met bassist Nic Thys en drummer Lander Gyselinck. Hij wordt er zowaar een beetje nostalgisch van: 'We bestaan dan ook tien jaar.' Dat verklaart ook de stapels partituren. 'Ik ben de kleine veertig jaar dat ik muziek geschreven heb aan het catalogiseren. Naar analogie van 'The Real Book', het populaire standaardwerk met partituren van jazzstandards, wil ik ook mijn eigen composities bundelen. In het geval van het trio kunnen het er makkelijk vijftig zijn. Dan zeg ik straks ‘pagina 14’ en zijn we vertrokken.'

Op Jazz Middelheim putten ze uit stukken die hij speciaal voor het trio of voor de muziektheatervoorstellingen met zijn trouwe kompaan Josse De Pauw gecomponeerd heeft. 'En natuurlijk spelen we iets van Thelonious Monk, die ik altijd als mijn artistieke vader heb beschouwd.'

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ook op de middellange termijn maakt Defoort alweer plannen. 'Er liggen nog zo veel muzikale dromen op de plank: een stuk voor orkest met saxofonist Mark Turner, een compositiecyclus voor solopiano, een project met elektronica. Alleen ga ik er dit keer dus de tijd voor nemen.'

Kris Defoort Trio speelt donderdag, vrijdag en zaterdag samen met Josse De Pauw ‘A Concert Called Landscape’ op Bijloke Wonderland in Gent en is op zaterdag 26 september te gast op Jazz Middelheim 1.5 in Antwerpen. De opera ‘The Times of Our Singing’ gaat in wereldpremière op 14 september 2021 in De Munt in Brussel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud