interview

'Ik wil geen jukebox zijn die eeuwig klassiekers herneemt'

©Veerle Vercauteren

Een nieuwe naam, meer hedendaagse muziek en klassieke happy hours in nachtclubs. Onder directeur Hans Waege wil - boem paukenslag! - het Belgian National Orchestra vervellen tot een symfonisch orkest ‘op maat van de 21ste eeuw’.

Iets meer dan een jaar staat Hans Waege (49) aan het hoofd van het Nationaal Orkest van België (NOB-ONB). Hij nam in maart vorig jaar de fakkel over van Jozef De Witte, die niet over het juiste profiel bleek te beschikken om een orkestbedrijf van 100 mensen te leiden. Waege trof een bedrijf in mineur aan.

Op managementvlak stond het orkest al jaren stil. Artistiek zat het ook helemaal scheef, constateerde hij. ‘Het orkest had jarenlang dezelfde dirigenten. Dat is niet goed voor een symfonisch orkest, zeker als dat niet de groten der aarde zijn.’ Bovendien veroorzaakten de door de federale overheid opgelegde fusieplannen met het orkest van De Munt grote angst en onzekerheid bij de muzikanten (lees kader).

Het seizoen 2017-2018 wordt Waeges eerste volwaardige als directeur. Waege veegt het bord volledig af, te beginnen met een naamswijziging. De tweetalige naam verdwijnt, het orkest gaat verder als Belgian National Orchestra.

Hans Waege: ‘Ik ben aangeworven met de opdracht het orkest uit zijn besloten bestaan te halen en het een coup de jeune te geven. Die oefening start met een duidelijke, krachtige brand name. Een naam met twee afkortingen is allesbehalve krachtig. Dan is een Engelse naam een logische keuze, zeker voor een orkest dat opereert vanuit een internationale stad als Brussel.'

‘geen fusie van orkesten’

De plannen van minister Didier Reynders (MR) om tegen 2026 tot een eengemaakt toporkest te komen met musici van het Belgian National Orchestra en De Munt, zijn afgeblazen, zegt Hans Waege.

‘De twee orkesten blijven aparte artistieke entiteiten, maar de drie federale cultuurhuizen - naast het Belgian National Orchestra zijn dat De Munt en Bozar - gaan wel intens samenwerken.’ Die synergie is zowel artistiek als zakelijk-organisatorisch.

'Het Nederlands, en zelfs het Frans, is geen meerderheidstaal meer in deze stad. Het Engels is de lingua franca geworden. Of de keuze voor het Engels politiek gevoelig kan liggen? Mijn voogdijminister (Didier Reynders, red.) laat ons vrij om zelf te beslissen over de nieuwe naam. Wij zijn een artistieke instelling. (lacht) Denkt u nu echt dat deze naamswijziging een bedreiging voor het imago van ons land vormt?’

In welke toestand trof u het orkest vorig jaar aan?

Waege: ‘In een staat van moedeloosheid. De muzikanten waren moedeloos geworden door de manier waarop er met hen was omgegaan, en over hen werd gesproken. In het huis was er geen enkel zicht meer op een artistieke toekomstvisie, terwijl er voldoende goede mensen aanwezig zijn voor een kwalitatief sterk orkest.'

'Maar ik wil niet bij het verleden stilstaan. Veranderingsmanagement moet een groot venster op de toekomst hebben en telt best niet te veel achteruitkijkspiegels. We hebben met Hugh Wolff een nieuwe chef-dirigent die in Boston en Duitsland heeft bewezen dat hij een orkest opnieuw groot kan maken. Ik heb dit jaar ook al gelukkige debuten weten realiseren van jonge dirigenten. Elim Chan heeft vorige week indruk gemaakt in Kortrijk met haar negende symfonie van Antonín Dvořák. Een jonge, tengere dame die het orkest op sleeptouw nam. Die weg wil ik inslaan.’

Belgian National Orchestra moet ‘een orkest op maat van de 21ste eeuw’ worden’, schrijft u in uw missionstatement voor volgend seizoen. U zet volop in op hedendaagse muziek. Mikt u op een verjongingskuur van het publiek?

Waege: ‘Ik wil geen jukebox zijn die tot in den treure het klassieke repertoire herneemt. Een kunstvorm die zich niet vernieuwt, is ten dode opgeschreven. Als het over oude muziek gaat, mogen we best wat selectiever zijn. Op dat vlak ben ik een kind van Philippe Herreweghe.'

Je móét verhalen brengen. De wereld is niet ten goede veranderd voor klassieke muziek

'Maar we laten de klassiekers daarom niet links liggen. We zullen thema’s, verhalen en periodes combineren. Onze openingsavond is een schoolvoorbeeld van het artistieke pad dat ik wil bewandelen: John Adams, de derde symfonie van Beethoven en Linkerhand van Ravel. Muziek uit verschillende periodes, telkens met een revolutionaire boodschap.’

‘Je móét verhalen brengen. De wereld is niet ten goede veranderd voor klassieke muziek. Mensen gaan niet meer naar de kerk, terwijl ze daar vroeger in aanraking kwamen met Mozart, Händel en Bach. Er is minder klassieke muziekeducatie in de scholen. Van de overheid moeten we het met minder geld doen.'

Bio Hans Waege

Orkestbaas Hans Waege (49) is van opleiding socioloog. Hij doctoreerde aan het Centrum voor Dataverzameling en Analyse aan de KU Leuven. In 2004 werd hij intendant van deFilharmonie. Tussen 2009 en 2014 was hij directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In maart vorig jaar kwam Waege aan het hoofd van het Nationaal Orkest van België.

Het Belgian National Orchestra, zoals de nieuwe naam van het orkest luidt, is met 100 personeelsleden (onder wie 86 muzikanten) een van de grotere culturele instellingen van ons land. Omzet: 11 miljoen euro. Aantal concerten: 75 per jaar.

'Niets van dat alles helpt ons. Dus is mijn houding: denk goed na over nieuwe concepten en programmaformules of de timing waarop je iets doet. En héél belangrijk: de plek. Als jongeren niet naar de Henry Le Boeufzaal in Bozar komen, trekken wij naar hen.'

'We gaan volgend seizoen naar verschillende plekken waar jongeren zijn. We zijn in gesprek met Tomorrowland om er in 2018 opnieuw iets te doen, maar dan gedurfder en hedendaagser dan de eerste keer. We gaan zelfs korte Mozart- en Haydn-programma’s brengen in een Brusselse nachtclub. Klassieke happy hours!’

Dat klinkt akelig hip.

Waege: (lacht) ‘Dat is het ook! Kijk, ik ben niet de man van de flashmobs. Als je je publiek opzoekt, moet je geen banale spektakeldingen doen. We blijven een klassiek orkest, met zijn akoestische en logistieke beperkingen.'

Het Nederlands, en zelfs het Frans, is geen meerderheidstaal meer in deze stad. Het Engels is de lingua franca geworden

'Maar als je met zorg en liefde innoveert, kan dat mooie dingen opleveren. Ik heb in Rotterdam stevig geëxperimenteerd met jongerenprogramma’s op locatie. Sommige concepten mislukten, maar andere doet men er vandaag nog steeds.’

U was vijf jaar directeur van de Rotterdam Philharmonic. Wat is het grootste verschil met Vlaanderen?

Waege: ‘Nederland springt veel zorgzamer en liefdevoller om met zijn orkesten. Hun toporkesten hebben een hoge graad van onaantastbaarheid. Rotterdam Philharmonic was echt een ambassadeur voor de stad en de haven. In België vinden we het een teken van intelligentie als we onze eigen orkesten afbreken. Terwijl er genoeg orkesten zijn in Nederland waar die van ons zonder blozen naast mogen staan, op voorwaarde dat de overheid en de mensen ze met zorg en respect behandelen.’

Nederland springt veel zorgzamer en liefdevoller dan België om met zijn symfonische orkesten. Wij breken onze instellingen liever af.

‘De Nederlandse mentaliteit maakt het ook makkelijker om de rijke Nederlander aan te spreken. Ik had in Rotterdam een businessclub van 60 belangrijke zakenlui, waarvan de helft naar de jaarvergadering kwam. Hier heb ik zelfs geen businessclub.’

Wat hebt u in Nederland als manager geleerd?

Waege: ‘Ik ben in Rotterdam tegen mijn grenzen aangelopen (Waege keerde na een burn-out niet meer terug, red.) en op de grenzen van de organisatie. De snedige snelheid is er afgevijld. Als veranderingsmanager ga ik nogal recht door zee, terwijl Nederlanders een organisatiecultuur van ‘polderen’ hebben: eindeloos lang over veranderingen palaveren. (lachje) Iedereen zijn zegje, dat ging me soms niet snel genoeg. Het is een van de redenen waarom ik in Rotterdam met mijn hoofd tegen de muur ben gebotst. Ik geef nu meer verantwoordelijkheid aan mijn medewerkers. Ik ben een veel betere luisteraar dan vroeger.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content