‘Ik zie nu pas in dat traagheid bij mijn persoonlijkheid past’

©SISKA VANDECASTEELE

Op haar nieuwe album ‘Saturday Moon’ is de Nederlandse singer-songwriter Chantal Acda niet bang meer van haar instincten. Ze hebben haar altijd de juiste weg getoond, net als haar paarden.

De Nederlandse Chantal Acda (42) woont al bijna twintig jaar in België. Eerst in Brussel, nu in Antwerpen. Maar om de release van ‘Saturday Moon’ te vieren nodigt de zangeres en liedjesmaakster ons uit op een wei in Bornem. Twee IJslanders heeft ze er rondlopen. ‘Rauwe, kalme en sterke paarden.’ Acda is er tijdens de eerste lockdown coaching mee beginnen te geven aan kinderen en jongeren. ’s Avonds laat, als alles stil werd, nam ze in de caravan naast de wei de zangpartijen van haar nieuwe album op.

‘Mijn passie voor muziek en voor paarden hebben altijd door elkaar gelopen,” zegt Acda aan het tafeltje dat ze met zicht op de paarden heeft opengeklapt. ‘Ook tussen de paarden is het voortdurend speuren naar ritme en harmonie, terwijl mijn muziek meer dan ooit vertrouwt op mijn instincten.’

Ze is een IJslandfan. De wei is haar manier om op twintig minuten rijden van haar gezin - jazzmuzikant Eric Thielemans en hun twee kinderen - een eigen eiland te creëren. Bovendien waren haar buren aan het verbouwen. ‘Als ik thuis iets wilde opnemen, moest ik wachten tot de drilboor even pauzeerde.’ Gitaar, bas en drums nam ze samen met Alan Gevaert en Thielemans in een studio in Antwerpen op, om het livegevoel niet helemaal te verliezen. Andere gaststemmen en -instrumenten werden vanop afstand bijeengesprokkeld.

‘Eerst wilde ik me terugtrekken in mijn kelder, maar dat is mislukt. De lockdown heeft me aan het denken gezet. Ik besefte dat ik eigenlijk veel minder sociaal was dan ik dacht en voelde me eenzaam. Langzaam realiseerde ik me dat ik pas echt een connectie aanga met mensen als ik muziek met hen kan maken.’

Ik hoefde plots niet meer te vrezen dat iemand mijn gekke ideeën onderuit zou halen.

Een langeafstandssamenwerking met de Amerikaanse gitarist Bill Frisell, met wie ze in 2017 op Jazz Middelheim speelde, zette de toon om meer muzikanten uit te nodigen en de eenzaamheid te omzeilen. ‘Vroeger schaamde ik me dat ik geen noten kon lezen en alles vanuit mijn instinct deed. Daardoor had ik vaak het gevoel nergens thuis te horen.’ Het is de reden waarom ze lang in bandjes - Sleepindog, True Bypass, Isbells - zat alvorens een album onder eigen naam uit te brengen.

‘Saturday Moon’ is de eerste plaat die ze zelf durfde te producen. ‘Plots hoefde ik niet meer te vrezen dat iemand mijn gekke ideeën onderuit zou halen. Ik ben meteen ook gestopt met proberen om ergens bij te horen. Het zou me toch niet lukken. Dat instinctieve uitvergroten in plaats van het in te perken was keileuk.”

‘Wolf Mother’, dat ze met twee Afrikaanse zangeressen inblikte, wakkerde een vrouwelijke oerkracht in Acda aan. ‘In de studio lag een houten vloer. Een dozijn keer hebben we hen moeten vragen of ze niet konden stilstaan bij het zingen, omdat die vloer kraakte als gek. Maar dat ging niet! Als ze begonnen te zingen, waren ze weg. Ze voelden zich sterk, hoefden niet per se te ‘deliveren’. Daar werd ik heel blij van’, zegt ze. ‘Het is raar, maar ook tussen mijn paarden voel ik me vaak vrouwelijker dan tussen de mensen.’

Trashy stadje

Acda groeide op in Helmond, dat ze als het meest trashy stadje van Nederland omschrijft. ‘Als ik met mijn paspoort in Groningen een fiets wilde huren, kreeg ik hem gewoon niet mee.’ Nu kan ze erom lachen, maar ze heeft er nare herinneringen aan. ‘In het park bij ons in de straat werd ik door meisjes die Sabrina of Melanie heetten van mijn fiets geschopt, terwijl zij op hun brommertjes zaten. Ik kan nog altijd geen brommertjes achter me verdragen.’

©SISKA VANDECASTEELE

Bovendien mocht ze niet zingen van haar moeder, die nochtans operazangeres was. ‘Ooit werd ik achter haar rug aangenomen op het conservatorium, maar ze stak er alsnog een stokje voor. ‘Ik zie een kracht in jou die ze daar alleen maar kapot zouden maken,’ zei ze. Eerst was ik boos, maar twee jaar later besefte ik dat ze gelijk had. Ik ben heel vrij opgevoed, maar daar heeft mijn moeder me in bescherming genomen. Wellicht zou ik hetzelfde reageren als ik merkte dat iets aan de ziel van mijn kinderen zou raken.’

Acda heeft op haar eigen ritme haar stem gevonden. Met de hulp van gelijkgestemde topmuzikanten en backing vocalisten - naast Frisell duiken onder meer het muzikantenechtpaar Low, de gitarist Shahzad Ismaily en de trompettist Niels Van Heertum op - klonk die zelden zo beklijvend als op haar jongste album. Ze heeft tegenwoordig ook vrede met haar trage parcours, ‘al zie ik nu pas in dat het bij mijn persoonlijkheid past’.

In ‘Back Against The Wall’ zet Acda zich af tegen een planeet die zich te pletter groeit, een thema dat ook prominent aanwezig was in de film ‘Koyaanisqatsi’. De overweldigende natuurbeelden op muziek van Philip Glass plaatsten in 1983 de milieuproblematiek op de agenda. Acda maakte er samen met haar levensgezel nieuwe muziek bij. ‘Ongelooflijk heftig vond ik dat. In mijn eigen plaat zit nog hoop, in ‘Koyaanisqatsi’ niet.’

Haar paarden passen in de tegenbeweging. ‘In een wereld waarin alles om gáán-gáán-gáán draait, zetten ze je gelijk in je zijn.’ Acda zit vanaf haar vierde tussen de paarden. Vroeger reed ze jumpings, daarna werkte ze lang met mishandelde dieren, nu geeft ze paardencoachings. ‘Het maakt niet uit of je als paard of als mens een kudde binnenkomt. Ben je uit balans, dan accepteren ze je niet, want dan vorm je volgens hun eeuwenoude instincten een gevaar. Die disbalans moet eerst worden opgelost. Het valt op hoeveel kinderen hier op van de stress aankomen, hun ouders zijn vaak ten einde raad.

©SISKA VANDECASTEELE

‘Ik heb me echt boos gemaakt over het feit dat mensen tijdens deze pandemie, die alles uitvergroot wat er voordien ook al was, überhaupt over leerachterstand spreken. Waar is de zachtheid, de boodschap dat er tijd genoeg is? Als deze pandemie één ding aantoont, dan wel hoe ver we van onszelf staan en hoe weinig tijd we nemen om te voelen wat we voelen. Als de mallemolen plots stilvalt en mensen met zichzelf worden geconfronteerd, is dat voor velen gewoon te heftig.’

‘Saturday Moon’ benadrukt de dingen die we uit het oog zijn verloren: de intrinsieke natuurkracht, maar ook het louterende effect van overgangsrituelen. Op de titeltrack zingt Acda over hoe haar dochter het levenslicht zag toen haar oma op sterven lag. ‘Het leek alsof oma had gewacht op de geboorte van de volgende generatie, want volgens de dokters had ze al dood moeten zijn. Mijn moeder stond naast me bij de bevalling. Ze pakte mijn dochter vast en belde mijn oom, die naast oma’s sterfbed zat en haar vertelde dat haar achterkleindochter Lóa in goede gezondheid verkeerde. Oma lachte en stierf. Het was minutenwerk. Zo schoon!’

Acda klinkt oprecht blij met wat ze heeft. ‘Ik hoef niet per se meer. Alleen de optredens begin ik nu echt wel te missen. Ik vind het geweldig met een band te spelen die me elke keer weer verrast en ik wil mijn nieuwe nummers tot leven zien komen voor een publiek. Tijdens de lockdown ben ik een paar keer ’s avonds laat naar een tankstation gereden met mijn gitaar om mezelf het gevoel te geven dat ik op tournee was.’

‘Saturday Moon’ is uit op Glitterhouse/News. De tournee start op 21 september in de Botanique in Brussel.

botanique.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud