‘Jazz moet je kunnen meezingen'

Branford Marsalis ©BELGAIMAGE

Hij toert tegenwoordig met een kamermuziekorkest en heeft net een soloplaat uitgebracht, maar in De Roma staat hij morgenavond gewoon met zijn jazzkwartet op het podium. De veelzijdige componist en saxofonist Branford Marsalis, telg uit een vermaard jazzgeslacht.

> Geboren in 1960, vader en vier broers spelen ook jazz.

> Speelde in bigbands van onder meer Art Blakey en Lionel Hampton.

> Werkte in 1985 samen met Sting.

> Van1992 tot 1995, orkestleider van The Tonight Show Band on ‘The Tonight Show with Jay Leno’.

> Concentreerde zich daarna op klassieke muziek.

Nog geen 25 jaar was Branford Marsalis toen Sting hem op Live Aid aan de wereld voorstelde, waarna hij niet ellenlang ging soleren, maar vooral gefocust bleef op de melodielijn van ‘Roxanne’. Het is ook in zijn latere carrière de rode draad gebleven. Als orkestleider in Jay Leno’s ‘Tonight Show’, als funky mc in het jazzy hiphopcollectief Buckshot LeFonque, als roerganger van zijn eigen jazzkwartet: het ging bij uitstek om de melodie. Dat is de reden waarom Marsalis, 54 ondertussen en drie Grammy’s in de kast, het gros van de moderne jazz maar niets vindt. ‘Het kan me eigenlijk niet schelen of muziek gesofisticeerd is of niet, als je er maar op kan meezingen’, zegt hij aan de vooravond van een nieuwe Europese tournee met zijn kwartet. ‘Vaak klinken composities alleen maar gesofisticeerd als doel op zich, en dat terwijl mijn ervaring me net geleerd heeft dat 80 procent van het publiek geen flauw benul heeft van al de details die muzikanten spelen. Ze onthouden wel de songs met een geweldige beat en melodie.’

Voor Marsalis, de oudste zoon van een muzikantenfamilie, is zijn instrument altijd het medium gebleven. ‘Vergelijk het met wat een schrijfmachine of een tekstverwerker is voor een schrijver. Het gaat erom of je er muziek of alleen maar ‘informatie’ uit laat komen.’ Daarmee geeft hij meteen de reden aan waarom hij zich in eerste instantie een muzikant voelt, en dan pas een saxofonist, ook al heeft hij zijn saxofoonspel de voorbije tien jaar grondig geperfectioneerd door barokmuziek te studeren. ‘Ik was het na al die jaren in pop- en jazzmiddens beu om als crap te klinken. Ik speel al saxofoon sinds mijn vijftiende, maar alleen door me te verdiepen in klassieke muziek, mijn repetities eindelijk serieus te nemen, discipline te kweken en me murw te repeteren kon ik me het instrument echt meester maken.’

Branford Marsalis | The Ruby and the Pearl

Vroeger was het probleem dat hij het altijd moeilijk had om jazz te repeteren. ‘Ik ben nu eenmaal niet een van die kerels die er op kickt dezelfde akkoordenschema’s uren aan een stuk te spelen. Dan ga ik me vervelen. Klassieke muziek kon ik niet beu worden, want ik klonk de hele tijd rotslecht. Eigenlijk heb ik mezelf nooit meer weten aanleunen bij de moderne jazzmuzikant dan de eerste twee weken op tournee met het Chamber Orchestra of Philadelphia. (lacht) Ik was zo gefocust op de partituur dat ik het orkest niet hoorde. Zelf merk ik zoiets geregeld als ik naar een jazzconcert ga: dan zie ik vijf muzikanten spelen en samen stoppen, maar niet luisteren naar elkaar, precies omdat ze alleen maar de data spelen. Het was maar tijdens de derde week van de tour dat mijn brein relaxed genoeg was om het orkest te horen. Ik ben me bij de andere orkestleden gaan verontschuldigen voor mijn ‘afwezigheid.’

Marsalis vindt dat er te vaak in clichétaal gesproken wordt over het onderscheid tussen klassiek en jazz. ‘Bach en Händel waren net zo goed improvisators. Of neem nu de klavecimbelspeler van ons kamerorkest: hij had alleen maar een melodie- en een baslijn nodig om te vertrekken, en toch raakte hij niet verstrikt in de techniek. Eigenlijk kan je barokmuziek niet spelen zonder muzikale feeling.’ Maar die feeling leer je niet op school. Ooit verklaarde Marsalis dat hij meer had opgestoken van zijn baantje bij Burger King dan van zijn leraars aan het conservatorium. ‘Bij Burger King leerde ik omgaan met mensen en hun emoties, terwijl ik aan de muziekschool alleen maar een technische analyse uit het verleden voorgeschoteld kreeg. Toen ik als kind harmonie studeerde, gaven mijn leraars me nooit de indruk dat componisten de muziek die ze neergeschreven hadden ook gehoord hadden. Pas later ging ik dat beseffen. Als stiel heeft de jazz onder die mentaliteit geleden. Het is een van de redenen waarom jazzmuzikanten geen natuurlijke relatie meer hebben met hun publiek.’

Jazz spelen is geen risico. In aandelen beleggen, dat is een risico. Wat gebeurt er als ik een shitty concert speel? Helemaal niets! De volgende ochtend word ik gewoon weer wakker.
Branford Marsalis
Jazzmuzikant

‘Een andere reden is dat ze hun historische band met de showbusiness kwijt zijn. Charlie Parker, een van de grootste vernieuwers in de jazz, wist nog dat hij in het showbizzvak zat, maar de meeste van mijn collega’s zijn het vergeten. Ze maken liever deel uit van een of ander geheim genootschap en spelen voor een incrowd. Gelukkig ben ik opgegroeid met R&B: daar ging het steeds om de song, en gebruikte je je instrument niet om jezelf te verheerlijken.’

‘Onlangs vroeg iemand me om het risico van een muzikant te definiëren. Maar volgens mij bestaat er geen risico. Op een dunne koord balanceren tussen twee wolkenkrabbers: dat is een risico. Of beleggen in aandelen. Of als soldaat naar oorlogsgebied trekken. Dat kan je dood worden. Maar wat gebeurt er als ik een shitty concert speel? Helemaal niets! Ja, er zullen er een paar gemerkt hebben dat het slecht was. Maar de volgende ochtend word ik gewoon weer wakker. Misschien speel ik die avond wel een beter concert.’ Die kans zit er trouwens dik in, nu hij zijn muzikale woordenschat flink heeft uitgebreid.

‘In My Solitude: Live at Grace Cathedral’ is uit op OKeh Records/Sony Classical. An evening with Branford Marsalis, op donderdag 13 november in De Roma in Antwerpen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud