John Eliot Gardiner: ‘Als ik mijn schapen Bach laat horen, worden ze vanzelf kalm'

©Siska Vandecasteele

Hij mag dan een van ’s werelds grootste dirigenten zijn, muziek is niet alles. In het Zuid-Engelse Dorset runt John Eliot Gardiner ook een grote boerderij. ‘Een orkest managen is als een kudde schapen hoeden.’

Stipt om 9.30 uur stapt Sir John Eliot Gardiner de lobby van het Hilton Hotel aan de Groenplaats in Antwerpen binnen. Het energieke concert van de avond voordien in de Koningin Elisabethzaal, waar hij het London Symphony Orchestra door een programma met muziek van Robert Schumann, Ludwig von Beethoven en Carl Maria von Weber leidde, lijkt geen sporen te hebben nagelaten bij de 76-jarige dirigent. ‘Ik heb mijn dagelijks uurtje yoga al achter de rug. Dat helpt.’

Dat hij met een staande ovatie is beloond, helpt wellicht ook. ‘Ik ben blij dat het publiek heeft genoten’, zegt hij vriendelijk. In de ontbijtzaal bestelt Gardiner geen English breakfast, hij houdt het bij yoghurt, toast met wat spek en thee. ‘Ik wilde gisteren na het concert nog wat gaan eten. Maar hier in Antwerpen zijn de meeste restaurants blijkbaar om middernacht al dicht. Uiteindelijk ben ik gestrand in een Albanees restaurant hier vlakbij. De ossobuco was niet te eten.’ (lachje)

Je zou gaan denken dat een man van zijn kaliber niet meer wakker ligt na een concert. Maar dat klopt niet helemaal. ‘Ik schiet weleens wakker in het midden van de nacht. En dan hoor ik het concert opnieuw, als een oorworm in mijn hoofd. Vannacht schoten me enkele passages te binnen die we met het orkest toch nog eens moeten doornemen.’

Gardiner, behalve musicus ook historicus van opleiding, is een van de grootste dirigenten ter wereld. In de jaren zestig en zeventig stond hij mee aan de wieg van de historische uitvoeringspraktijk, het spelen van oude muziek op authentieke instrumenten. Hij richtte daarvoor het Monteverdi Choir (1964) en het orkest English Baroque Soloists (1978) op. Voor 19de- en 20ste-eeuwse klassieke muziek gebruikt hij sinds 1989 zijn Orchestre Révolutionnaire et Romantique. En als gastdirigent stond hij voor alle grote wereldorkesten. De teller van het aantal cd-opnames heeft de kaap van de 250 gerond. Geen wonder dat hij de Queen hem in 1998 ridderde.

Langzaam verliefd

Voor hij een gevierd musicus werd, was er nochtans veel twijfel. ‘Het was een beangstigende periode. Mijn visie op muziek was duidelijk, maar werd niet geapprecieerd. In de jaren zestig en zeventig was het not done de Italiaanse barokcomponist Claudio Monteverdi te spelen. Het was al Mahler en Beethoven wat de klok sloeg in de concertzalen. Mijn voorkeur voor historische instrumenten begreep ook niemand. Waarom zou je spelen op violen die altijd vals klinken en waarvan de snaren om de haverklap springen? Zoiets. Dus ja, een tijd van twijfel.’

Voor mijn orkesten wordt de brexit een probleem. We tellen 14 nationaliteiten. Moeten al die mensen werk vergunningen aanvragen?
John Eliot Gardiner
Dirigent

Rond 1977 maakte hij een grote crisis door, zegt hij. ‘Ik speelde toen met mijn eigen moderne Monteverdi Orchestra oude muziek. Bach en zo. Dat ging nog wel met moderne instrumenten. Toen wilde ik een programma rond de Franse 18de-eeuwse componist Jean-Philippe Rameau brengen. De muziek klonk niet zoals ik het wilde. Ik heb mijn orkest ontbonden en English Baroque Soloists opgericht. Met dat orkest wilde ik alleen op historische instrumenten spelen.’

‘Menselijk was dat een drama. Ik heb afscheid moeten nemen van heel wat uitstekende muzikanten uit mijn Monteverdi Orchestra die weigerden de overstap te maken naar authentieke instrumenten. Ook mijn koor was razend. De zangers zeiden: ‘Waarom vervang je die uitstekende muzikanten door een bende amateurs?’ De historische uitvoeringspraktijk stond toen nog in zijn kinderschoenen. Het heeft drie jaar geduurd voor English Baroque Soloists het niveau haalde dat ik voor ogen had. Maar nu is het beter dan ooit.’

De eigen orkesten verraden een hang naar onafhankelijkheid. ‘We spelen wat we willen. Vorig jaar heb ik een programma rond de Franse componist Hector Berlioz in elkaar gebokst. Gewoon, omdat ik daar zin in had. Er waren best wat muzikanten van het Orchestre Révolutionnaire et Romantique die niet vertrouwd waren met Berlioz. Maar dan zie je hen langzaam verliefd worden op de muziek. Dat is zo mooi.’

Medeplichtigheid

De relatie tussen het orkest en de dirigent is er een van medeplichtigheid, vindt Gardiner. ‘Noem me alsjeblieft geen CEO van het orkest. Wat kan ik alleen als baas? Niets. Je vormt een geheel. Het geheim van de dirigent schuilt in de manier waarop hij zijn ideeën overbrengt. Je moet het orkest het gevoel geven dat het zelf tot een besluit komt, terwijl het eigenlijk gewoon uitvoert wat jij hebt gesuggereerd. Dat heb ik moeten leren, hoor. In het begin van mijn loopbaan was ik niet zo diplomatisch als nu.’

Met zijn orkesten moet Gardiner zich wel gedragen als een CEO. Mensen aanwerven en ontslaan. ‘We hebben een apprenticeprogramma. Het ene jaar leiden we acht koorzangers op, het volgende acht muzikanten. Na afloop moet je dan moeilijke beslissingen nemen. Altijd wil ik wel een paar van die jonge muzikanten engageren. Maar dat houdt in dat je afscheid moet nemen van oudere muzikanten. Dat is moeilijk maar noodzakelijk. Een orkest heeft constant nieuw bloed nodig. Langs de andere kant is ervaring zo belangrijk in de muziekpraktijk.’

Ik vergelijk het managen van mijn orkesten wel eens met het hoeden van mijn kudde schapen. 2.000 heb ik er. Als ze drie of vier jaar zijn, krijgen ze vaak last van hun tanden. Of beginnen de uiers te ontsteken waardoor ze minder melk geven. Dan moet je afscheid van hen nemen. Met muzikanten is het ook zo, al gaan we met hen iets minder brutaal te werk.

‘Ik vergelijk het managen van mijn orkesten wel eens met het hoeden van mijn kudde schapen. 2.000 heb ik er. Als ze drie of vier jaar zijn, krijgen ze vaak last van hun tanden. Of beginnen de uiers te ontsteken waardoor ze minder melk geven. Dan moet je afscheid van hen nemen. Met muzikanten is het ook zo, al gaan we met hen iets minder brutaal te werk.’

Gardiners farm in het Zuid-Engelse Dorset werd opgericht door een grootoom. De dirigent nam ze over van zijn vader. Koeien, schapen, groenten. Gardiner weet er alles van. ‘Mijn carrière als landbouwer is voor mij net zo belangrijk als die van dirigent. Over twee dagen heb ik een belangrijke vergadering met mijn farmmanager. De toekomst is met de brexit hoogst onduidelijk. Voor de Britse landbouw wordt dat een drama.’

Gardiner toont de achterkant van zijn iPhone. ‘Bollocks to Brexit, it’s not a done deal’, is te lezen op een sticker. ‘Ik was er van in het begin tegen. Ik ben een Europeaan. Altijd geweest. Ik pleit voor een tweede referendum, maar dat zal de verdeeldheid in het land niet wegnemen. Voor mijn orkesten wordt de brexit zeker een probleem. We tellen 14 nationaliteiten. Moeten die mensen allemaal werkvergunningen en visa aanvragen? Dat wordt een drama.’

Mentaal gestoord

Of zijn dieren ook naar muziek luisteren, vragen we. Gardiner vindt het niet eens een bizarre vraag. ‘Ik had vroeger een paard, Herbie. Zijn stal was naast mijn studio. Elke keer als ik muziek maakte, begonnen zijn oren te flapperen. Hij luisterde. En ook: als mijn herder in de schaapsstal popmuziek opzet, beginnen die beesten te bleiren. Een vreselijke herrie. Maar als ik ze Bach laat horen, worden ze vanzelf kalm. Echt waar.’

‘En ik zal je nog iets vertellen. Een bevriende wijnverbouwer in Italië laat zijn wijn in vaten rijpen op muziek van Bach. Hij speelt in een loop alle cantates af die ik heb opgenomen. Anders komt het niet goed met zijn wijn, vindt hij.’

Rubens heeft in Engeland een slechte reputatie. Te veel vlees, te pompeus. Belachelijk.

Gardiner vraagt de ober nog een croissant. ‘Ze zijn wel erg lekker hier.’ Wij vragen hem met wie hij het liefst eens zou ontbijten. Met Bach, Beethoven of Mozart?

‘Geen van de drie’, zegt Gardiner lachend. ‘Bij Bach zou ik te overweldigd zijn. Beethoven was doof, dat zou een moeilijk gesprek worden. En Mozart zou alleen maar vloeken en spelletjes met me spelen. Hij was toch wat mentaal gestoord. Geef mij maar Berlioz of Schumann. Of misschien mijn allereerste held: Monteverdi. Hij zou wel klagen. Over het slechte weer in Mantua, over slechte zangers, over vervelende Venetianen, over te lage lonen. Maar hij had ook humor. We zouden fun hebben samen.’

Ontwikkeling

De fotografe moet vertrekken. ‘Hou je van muziek’, vraagt Gardiner nog. Ze knikt. Hij wil weten of ze kinderen heeft. Een dochtertje van anderhalf, zo blijkt. ‘Zing je voor haar?’, vraagt hij. ‘Elke dag’, zegt zij. ‘Dat moet je volhouden. Muziek is zo belangrijk voor de ontwikkeling. Mijn moeder heeft me als kleine jongen leren zingen op de weg tussen Londen en Dorset. Ze zette een canon (denk aan ‘Brand in Mokum’, red.) in en verplichtte mij en mijn broers de zin die ze zong te onthouden. Als ze aan de volgende zin begon, moesten wij de vorige herhalen. Daar is mijn carrière begonnen. Ik zing nog altijd.’

Noem me alsjeblieft geen CEO van het orkest. Wat kan ik alleen als baas? Niets. Je vormt een geheel. Het geheim van de dirigent schuilt in de manier waarop hij zijn ideeën overbrengt.

Terwijl Gardiner ons exemplaar van zijn Bach-biografie signeert, vragen we of hij zich de opvoering van de Mattheuspassie tijdens het Klarafestival van 2016 herinnert. In de Bozar, een dag na de aanslagen in Zaventem en het metrostation Maalbeek. ‘Tuurlijk. We hebben lang gediscussieerd met het orkest of de opvoering moest doorgaan. Voor mij was het een no-brainer. Maar een deel van het orkest vond het te gevaarlijk. Uiteindelijk raakte iedereen overtuigd dat we het moesten doen. Er is geen enkele andere componist die zoveel troost biedt als Bach. Ik dacht er vorig jaar weer aan bij de aanslag in Manchester na het concert van Ariane Grande. De jongeren zouden zoveel troost in de muziek van Bach kunnen hebben gevonden. Maar ze kennen die muziek niet. Je kan het hen niet eens kwalijk nemen. Het Britse muziekonderwijs is miserabel.’

Gardiner vraagt of we in Antwerpen enkele plekken kennen waar hij Rubens kan gaan bewonderen. We raden hem de kathedraal, het Rubenshuis en het RockoxSnydershuis aan. ‘Rubens heeft in Engeland een slechte reputatie. Te veel vlees, te pompeus. Belachelijk.’ Hij toont op zijn smartphone enkele tekeningen en schetsen van de meester. ‘Ronduit briljant.’ We spreken hem niet tegen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content