interview

‘Muziek is te veel verstrooiing en vertroosting geworden'

©jonas lampens

We moeten het luisteren opnieuw ernstig nemen, vindt de filosofe Alicja Gescinska. Met ‘Thuis in muziek’ schreef ze een boek over de waarde van klanken voor elk mensenleven.

Van haar kindertijd in de jaren tachtig in Warschau herinnert Alicja Gescinska (37) zich geen muziek. Wel klanken. Het gepiep van de hond van haar grootouders, die doodziek zou zijn geworden door de blootstelling aan het radioactieve afval van de Tsjernobylramp. Het gehuil van haar grootmoeder, nadat dezelfde hond was gestorven. Het geluid van een voorbijrijdende tram of een krakende radio. ‘Soms moet je iets hebben ontbeerd om echt de waarde en de betekenis ervan te kennen’, schrijft Gescinska, bekend van onder meer het Canvas-programma ‘Wanderlust’ in haar jongste boek.

‘Thuis in muziek’ is een boek dat zin geeft om naar muziek te luisteren. ‘Ja, vind je? Dat is fantastisch!’ Gescinska’s ogen lichten op als we haar in de royale living haar nieuwe herenhuis in de Kempische bossen vertellen dat we tijdens het lezen niet aan de verleiding konden weerstaan om naar de pianomuziek van Chopin te swipen op onze smartphone.

‘Ik probeer in het boek aan de hand van mijn persoonlijk leven, mijn tocht, iets universeels te zeggen over muziek. Een waarheid, niet mijn waarheid. Ik probeer onder woorden te brengen wat Chopin en Schubert met mij hebben gedaan. Als mijn enthousiasme jou heeft aangespoord om naar mijn favoriete muziek te luisteren: geweldig. Ga je dankzij mijn boek naar andere muziek luisteren: ook prima. Zolang je het luisteren maar ernstig neemt.’

Door mijn migratieachtergrond is het heel moeilijk om me thuis te voelen op een fysieke plek. Muziek helpt me thuis te komen in deze wereld.
Alicja Gescinska
Filosofe

Dat laatste gebeurt te weinig, vindt ze. In de auto, in onze beeldcultuur, op onze telefoon, muziek is alomtegenwoordig, maar luisteren we nog wel grondig naar de betekenis van de woorden, naar het verhaal dat onder de klanken ligt verstopt? ‘In het dagelijks leven zien we muziek vooral als bron van ontspanning, ter verstrooiing of vertroosting.’

Wat is er mis met muziek als behang bij ons gejaagde leven?

Alicja Gescinska: ‘Niets. Ik heb niets tegen muziek als ontspanning, maar muziek is meer dan dat. Het is geen ornament, maar een fundament van ons bestaan. We moeten muziek opnieuw ernstig nemen. In het onderwijs is muziek amper nog van belang. Het zou net een van de steunpilaren van ons onderwijssysteem moeten zijn.’

‘We vinden in Vlaanderen dat iedereen moet kunnen lezen, schrijven en rekenen. Maar muziek begrijpen, dat is voor na de schooluren. Voor ouders die het kunnen meegeven aan hun kroost, of het geld hebben om hun kinderen naar de muziekschool te sturen of naar concerten mee te nemen. Niet alles wat we op school leren, is na onze schooltijd even nuttig en bruikbaar. Hebben we die acht uur wiskunde of zes uur economie altijd en overal nodig?’

‘Dit is geen pleidooi om wiskundeuren te vervangen door zanglessen. Zo zwart-wit is het niet. Alleen, muziek speelt een te belangrijke rol in onze ontwikkeling om haar weg te stoppen als vrijetijdsbesteding. Muziek en de klanken uit onze jeugd zitten structureel in ons. Kijk maar hoe muziek ons in één flits terug kan katapulteren naar de keukentafel van onze ouders, naar onze zondagnamiddagen bij de jeugdbeweging.’

Was er in uw leven een sleutelmoment dat uw ogen heeft geopend voor de betekenis van muziek in uw eigen ontwikkeling?

Gescinska: ‘Er was niet één aha-erlebnis. Er waren verschillende momenten. Ik kom niet uit een muzikaal gezin. Er stond geen piano in huis. Mijn ouders waren niet muzikaal geschoold, ze reikten ons zelden of nooit muziek aan. Er was natuurlijk wel muziek in huis: popmuziek op de radio.’

‘Als Poolse (haar ouders verhuisden op haar zevende van Warschau naar Lede in Oost-Vlaanderen, red.) kende ik ook de muziek van Chopin, maar ik dacht altijd: ‘Klassieke muziek, dat is veel te moeilijk voor mij, dat is voor unieke muzikale breinen.’ Tot ik als 17-jarige op de toneelschool een meisje Chopin hoorde spelen op de piano. Toen kwam er een ommekeer in mijn denken: je moest helemaal geen conservatorium doen om van klassieke muziek te houden en haar te begrijpen.’

‘Muziek is een antidotum voor de existentiële eenzaamheid waartoe we veroordeeld zijn’, schrijft u. De titel ‘Thuis in muziek’ slaat ook op uw eigen levensloop.

Gescinska: ‘Heel ons leven zijn we bezig met het ons eigen maken van een plek op deze wereld. Voor mensen met een migratieachtergrond, zoals ik, is dat misschien nog iets acuter. Door mijn eerste zeven levensjaren in Polen door te brengen, vervolgens naar België te vluchten en daar op te groeien, drie jaar in de Verenigde Staten te wonen en te werken en daarna weer naar België terug te keren is de vraag naar mijn thuis gecompliceerder geworden. Het is heel moeilijk om me thuis te voelen op een fysieke plek.’

‘Ik ben altijd onbewust op zoek gegaan naar iets dat dat ‘thuis’ invulde. Dat bij die zoektocht af en toe een gevoel van vervreemding opduikt, is normaal. Muziek is een van de belangrijkste middelen om die vervreemding te bestrijden. Ze kan onze geworpenheid in geworteldheid veranderen. Muziek is mijn virtuele thuis geworden. Het is een ruimte waarin ik existentieel thuiskom, bij mezelf en in de wereld, en waarin ik mezelf en anderen leer te begrijpen.’

Heeft klassieke muziek een beter mens van u gemaakt? Draagt schoonheid ook goedheid in zich?

Gescinska: ‘Dat is een moeilijke. Er bestaat een verwantschap tussen muziek en moraliteit, maar niet zoals wij het zouden willen. Het is niet zo dat wie naar Bach luistert of regelmatig naar een concert gaat een beter mens wordt. Muziek kán een mens beter maken, alleen is het niet een-op-een.’

‘Hetzelfde muziekstuk kan voor jou een hele wereld openen en een moreel ontwaken zijn, terwijl het met een ander niets doet, of zelfs het tegendeel. In de liefde is het ook niet een-op-een. Iemand liefhebben kan een mens tot grootse dingen inspireren - kinderen maken, een huis bouwen. Maar de liefde kan ook de vreselijkste gevoelens en gedragingen bij iemand losmaken: haat, wrok, jaloezie, passiemoord.’

Alicja Gescinska

Alicja Gescinska (37) is filosofe en documentairemaker. Eind jaren tachtig vluchtte ze met haar ouders uit het communistische Polen naar België. Ze studeerde moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent en doctoreerde drie jaar in de Verenigde Staten. In 2016 maakte ze voor Canvas het programma ‘Wanderlust’, waarin ze filosofische gesprekken voerde met internationaal gerenommeerde filosofen, schrijvers, wetenschappers en kunstenaars.

‘Evenmin staat vast dat muziekliefhebbers empathischer in het leven staan. In mijn boek citeer ik de Franse moraalfilosoof Vladimir Jankélévitch. Hij zei: ‘Muziek ontwapent het hart van wie een hart heeft.’ Niet elke mens heeft een vermogen tot empathie. Het is niet zo dat je dat er bij wie dan ook met muziek kan instampen. Muziek is geen wondermiddel, maar het kan wel een groeimiddel zijn, een hulpmiddel om de ander beter te begrijpen. Muziek is inleven en meeleven. Naar muziek luisteren - écht luisteren - is geen passieve, receptieve bezigheid. Het is een dialoog, een middel om de ander beter te leren kennen, te begrijpen en met die ander mee te leven.’

U schrijft hoofdzakelijk over klassieke muziek. Brengt klassiek meer verdieping dan pop, rock of jazz?

Gescinska: ‘De moraliteitsdiscussie over stijlen is achterhaald. In mijn vakgebied is vaak met afschuw gereageerd op muzikale ontwikkelingen. Plato schreef tweeduizend jaar geleden al dat slechte muziek de menselijke ziel corrumpeert. Hij wilde instrumentale muziek en dansmuziek censureren omdat ze donkere gevoelens en gedachten zou bovenhalen. Theodor Adorno deed erg misprijzend over populaire muziek en jazz. Volgens hem waren die het bewijs van het culturele verval van de moderne mens, bewerkstelligd door het kapitalisme.’

‘Het uitgangspunt is dat ‘lichte’ muziek de mens dom houdt en massa’s kan manipuleren, terwijl klassieke muziek verheffend werkt. Ik geloof dat niet. Wat ik wel geloof, is dat complexe muziek meer verdieping in een mensenleven brengt dan hapklare muziek die op herhaling steunt. Over het algemeen is klassiek complexer dan pop en rock, maar je hebt ook complexe rock en simpele klassieke muziek. Ik pleit dus niet voor meer klassiek of minder pop, maar voor geconcentreerd luisteren naar complexe muziek. Maar dat vergt dus aandacht en concentratie.’

Het digitale tijdperk versnippert onze aandacht. Vormen al onze kleine schermpjes geen bedreiging voor complexere muziek die een intensieve beleving en een groot concentratievermogen vergt, zoals klassiek?

Gescinska: ‘Nee. Ik ben geen vooruitgangspessimist. Klassieke muziek zal niet verdwijnen omdat we nieuwe en betere smartphones gebruiken die onze aandacht nog meer opeisen. De zoektocht naar schoonheid en spiritualiteit is eigen aan de mens. In verwarrende tijden zoals vandaag, waarin de ratrace van het leven die zoektocht bedreigt, speurt de mens vanzelf naar correcties in het systeem.’

‘Dat gebeurt al. Steeds meer mensen beseffen dat ze geen robots zijn en voelen de behoefte om van de drukte weg te stappen. Toen ‘Wanderlust’ op televisie kwam, kreeg ik vaak als reactie: ‘Eindelijk, televisie die het stil durft te maken.’ Ook muziek laat ons, als fundament van ons bestaan, thuiskomen in onszelf. Daarom moeten we haar rol in de maatschappij bijsturen en haar centrale plek teruggeven.’

‘Thuis in muziek’ verschijnt op 2 oktober bij De Bezige Bij. Twee dagen later brengt Alicja Gescinska op Festival 20/21 in Leuven fragmenten uit haar boek op muziek van Krzysztof Penderecki.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect