‘Pijn kan ook mooi klinken'

©Getty Images

Na vier weken kennen we vanavond de eerste laureaat van de Koningin Elisabethwedstrijd voor cello. Voor wie er niet genoeg van kan krijgen, polsten we bij enkele kenners naar de cellomuziek die niet in uw afspeellijst mag ontbreken.

Dmitry Shostakovich: Concerto n. 1 door Mstislav Rostropovitsj (1959)

Shostakovich Concerto n.1 door Rostropovitsj

De Russische componist Dmitry Shostakovich (1906-1975) schreef dit celloconcerto in opdracht van zijn landgenoot Mstislav Rostropovitsj (1927-2007). In de finaleweek van de Elisabethwedstrijd zal het stuk zes keer zijn gespeeld,

‘Het is een echt spierballenstuk. Er wordt zo veel gevergd van zijn rechteram dat de cellist aan het einde zijn stok niet meer kan vasthouden en hem rond zijn vuist moet klemmen. Ik heb het concerto meermaals gespeeld, en het is topsport om dat moment uit te stellen’, zegt de Nederlandse cellist Pieter Wispelwey. ‘Shostakovich zat tijdens de opname trouwens naast de dirigent, waardoor de muzikanten uiterst trouw zijn gebleven aan de partituur. Ze volgen de tempoaanduidingen tot op de seconde.’

Ook voor de Belgische dirigent Dirk Brossé, muziekdirecteur bij het Chamber Orchestra of Philadelphia, is Rostropovitsj’ uitvoering een mijlpaal in de cellogeschiedenis. ‘Het stuk is lang als onspeelbaar beschouwd. Maar Rostropovitsj ging er als een pletwals mee aan de slag. Een jaar na zijn eerste uitvoering klaarde hij het opnieuw in Philadelphia, mijn tweede stad. Dat maakt mijn band met dit meesterwerk nog specialer.’

De sonates van Beethoven door Pierre Fournier (1980)

De sonates van Beethoven

Roel Dieltiens, een Vlaamse cellist en jurylid van het celloconcours, trekt het talent van Rostropovitsj niet in twijfel. Maar liever beveelt hij de sonates van Ludwig van Beethoven (1770-1827) aan in de uitvoering van de Franse cellist Pierre Fournier (1906-1986).

‘Rostropovitsj is een globaliseringsfenomeen geworden. Sinds hij zijn stempel op de cellogeschiedenis heeft gedrukt, wil iedereen zoals hem zijn. Alle jonge cellisten klinken hetzelfde. Ik geef in Zürich les aan jonge musici. Als docent druk ik mijn leerlingen op het hart dat ze een eigen persoonlijkheid moeten ontwikkelen. Zoals Pierre Fournier.’

Voor Dieltiens is Fournier een van de zeldzame musici die hun cello bespelen alsof ze een tekst brengen. ‘Hij brengt een verháál met zijn instrument. Zijn uitvoering van de Beethoven-sonates zijn van een uitzonderlijke schoonheid. Hij legt er een enorme expressie in. Het is niet allemaal even mooi, soms zelfs pijnlijk. Maar pijn kan ook mooi klinken.’

De cellosuites van Johann Sebastian Bach door Anner Bijlsma (1979)

De cellosuites van J.S. Bach door Anner Bijlsma

De Nederlandse cellist Anner Bijlsma is gespecialiseerd in barokmuziek. Zijn opname uit 1979 van Bachs cellosuites is volgens Dirk Brossé ronduit meesterlijk. ‘De muziek klinkt minder agressief dan in het origineel. Maar Bijlsma blijft bij Bach zoals die het werk heeft voorzien: een suite voor één instrument, niet orkestraal begeleid. En toch heb je het gevoel dat je naar een heel orkest luistert. Fenomenaal.’

Pieter Wispelwey, die de cellosuites van Bach wel duizend keer opvoerde en drie keer opnam, is het daarmee eens. ‘Bijlsma was mijn leraar in Amsterdam. Zijn opname sloeg destijds in als een bom, omdat hij de eerste was die de cellosuites authentiek bracht: met een instrument en strijkstok met kattendarmsnaren uit de 18de eeuw. Deze uitvoering deed de mensen de schellen van hun ogen vallen.’

Celloconcerto van Witos Lutoslawski door Pieter Wispelwey (1999)

Deze uitvoering behoort tot de favoriete celloconcerto’s van Dirk Brossé. ‘Een mooi compliment’, reageert Pieter Wispelwey. De Nederlandse cellist kon onmogelijk om het werk van de Poolse componist Witos Lutoslawski (1913-1994) heen. ‘Het is het geniaalste cellostuk van de 20ste eeuw. Het lijkt op geen enkel ander cellowerk uit die periode.’

Wispelwey noemt het toevalsmuziek. Wat hij daarmee bedoelt, legt Brossé uit. ‘De partituur teert op improvisatie. Lutoslawski dwingt de cellist niet de partituur uit te voeren, maar vraagt hem net met zijn instrument dingen te doen die niet op papier staan.’

‘Ondanks de improvisatie is dit geen ontoegankelijk muziekstuk’, zegt Roel Dieltiens, eveneens verslingerd aan Lutoslawski’s concerto. ‘Het is abstract en tegelijk etaleert het een kleurenpracht aan klanken.’

Sir Edward Elgar’s celloconcerto door Jacqueline du Pré (1965)

Sir Edward Elgar's celloconcerto door du Pré

Edward Elgar (1857-1934) schreef dit concerto in 1919 als een muzikale verwerking van de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. ‘Het is spookachtig mooie muziek’, zegt Wispelwey, die het stuk bijna twintig jaar geleden opnam.

Het werk van de Brit verwierf pas faam in de jaren zestig, toen de Britse celliste Jacqueline du Pré het onder handen nam. Het multitalent, dat op haar 42ste stierf aan de gevolgen van multiple sclerose, was toen amper twintig. Tot vandaag behoort haar uitvoering van Elgar tot de meest grandioze en onklopbare.

Brossé: ‘Het is erg dramatisch, pastoraal bijna, waardoor het een groot muzikaal inzicht vergt om het goed te brengen. Du Pré slaagde daar grandioos in. Ze voegde er iets Brits aan toe, iets classy.’

Zaterdag is de laatste finaleavond van de Elisabethwedstrijd. Rond middernacht is de winnaar bekend. Volg het live op Canvas en Canvas.be.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud