‘Schönberg was een groter visionair dan Bowie’

Muziekjournalist Leo Blokhuis schreef een boek over Berlijn als de bakermat van muzikale revoluties. ©BELGAIMAGE

Waarom is Berlijn een kweekplaats voor vernieuwende muziek? De Nederlandse muziekjournalist en radiomaker Leo Blokhuis zette zijn tanden in het vraagstuk. Zijn boek meandert hartstochtelijk van Bowie over Schönberg naar techno.

Leo Blokhuis (59) sprak vorige week in een videocall een halfuur met Mick Jagger over de Rolling Stones-retrospectieve in Groningen. Vandaag moet de Nederlandse muziekjournalist, schrijver en radiomaker het met ons doen via Skype. In zijn Amsterdamse werkkamer spotten we op de achtergrond een imponerende muur vol platen, cd's en boeken.

Op onze bureautafel ligt zijn nieuwe boek over Berlijn als de bakermat van muzikale revoluties. Een idee waarmee hij al langer speelde en dat vaart kreeg tijdens de eerste lockdown. ‘Ik hou heel erg van de Angelsaksische muziek en heb het altijd prettig gevonden om terug te grijpen naar de maatschappelijke context waarin genres als blues of gospel tot stand zijn gekomen’, zegt Blokhuis. ‘Gaandeweg leerde ik dat je popmuziek ook op een Europese lijn kan vastklikken. Berlijn vormt onlosmakelijk het middelpunt.’

Zijn fascinatie voor Berlijn als muziekstad begon toen hij in 1977 als 15-jarige voor het eerst ‘Heroes’ van David Bowie hoorde en anderhalf jaar later de gelijknamige elpee kocht. Het avontuurlijke album behoort samen met ‘Lodger’ en ‘Low’ tot het befaamde ‘Berlijnse drieluik’ van de Brit.

Wat deed ‘Heroes’ met u?

Leo Blokhuis: ‘Nooit eerder had ik een nummer gehoord dat zo dreigend en intimiderend en tegelijk zo elegant klonk. En dan die plaat! Als je als 17-jarige een vermogen hebt betaald voor een elpee, zet je daar je tanden in. Hoe experimenteel ook voor mijn groene oren, met gitaren die deden denken aan een racewagen of een angstig blaffende hond. Het was muziek die meer te maken had met experimentele klassieke muziek zoals in Duitsland werd gemaakt dan met zoetgevooisde popmuziek uit Amerika. Bowie maakte een heel grote stap toen hij van Los Angeles naar Berlijn verhuisde, voor mij de grootste die hij zette in zijn carrière.’

U trekt de parallel met het parcours dat de klassieke componist Arnold Schönberg zo’n 60 jaar eerder aflegde in Berlijn. Was Schönberg de Bowie van zijn tijd?

Blokhuis: ‘Schönberg was een visionair, meer dan Bowie. Hij kwam uit Wenen, waar hij het begrip toonsoort al had losgelaten en de klassieke harmonieleer aan de kant had geschoven. Schönberg belandde in een politiek rumoerige periode in Berlijn. Hij raakte er bevriend met de schilders Kokoschka en Kandinsky. Zo werkt het dikwijls bij artiesten: je gaat in een andere stad werken, krijgt een nieuwe vriendenkring en dat doet je werk opeens een andere kant opgaan. Vooral de band met Kandinsky was belangrijk. Zoals die toen meer losraakte van de klassieke schilderkunst, raakte Schönberg in Berlijn overtuigd van het idee dat hij zijn vertrouwde muzikale vormen moest loslaten.’

Vier Duitse albums om in huis te halen

Faust - The Faust Tapes (1973)

Leo Blokhuis: ‘Een bizarre collectie schetsen, geluiden en flarden van liedjes tonen dan pakkende popmuziek niet altijd een standaardopbouw hoeft te hebben. Avontuur is het sleutelwoord. Richard Branson, oprichter van Virgin Records, was gecharmeerd van deze krautrockband.’

Kraftwerk - Autobahn (1974)

‘Niet eerder wist een groep met radicaal elektronische geluiden zulke perfecte popmuziek te maken. Dit is een van de meest invloedrijke platen uit de pophistorie. Het was een belangrijke trigger voor Bowie om naar Duitsland te komen en een katalysator voor de Britse synthpop van rond 1980.’

Manuel Göttsching - E2-E4 (1984)

‘Hij wilde voor een korte vlucht wat muziek voor op een cassettebandje. De muziek is een soort oefening in textuur en klank. Er gebeurt weinig, maar het resultaat is een aangenaam album waarvan we inmiddels kunnen zeggen dat het een vooruitwijzing is naar techno.’

Einstürzende Neubauten - Alles in Allem (2020)

‘De groep met zanger/gitarist Blixa Bargeld debuteerde veertig jaar geleden met een kakofonie aan industriële geluiden, schuwde naast gitaar en drums de cirkelzaak en betonboor niet, maar kwam dit jaar met een prachtige verstilde plaat vol melancholieke liederen.’

‘De transformatie van Schönberg in Berlijn was indrukwekkender omdat Bowie vanuit de Angelsaksische traditie inhaakte bij een nieuwe Duitse traditie. Schönberg stapte niet in een gespreid bedje. Hij creëerde een traditie en liet grote concepten los. (denkt na) Het is krankzinnig om klassiek en pop met elkaar te vergelijken. Bij pop gaat het over sound en bij klassieke muziek over notaties en theorie. Bowie is denk ik wel invloedrijker geweest in de popmuziek dan Schönberg in de klassieke muziek. Samen met Kraftwerk introduceerde hij een andere manier van muziek maken die tot vandaag voelbaar is in de popmuziek.’

‘Het moet voor Schönberg deprimerend zijn geweest dat zijn twaalftoonsmuziek geen belangrijke klassieke stroming werd. Ironisch genoeg kan je voor meer industriële popgenres uit Duitsland zoals krautrock en later techno wel een lijn naar zijn ideeënleer trekken. Dat is muziek die op zijn Schönbergs nadrukkelijk niet mooi of welluidend wil zijn.’

Corona zal het Berlijnse nachtleven niet voor dood achterlaten.

Waarom breekt Berlijn op muzikaal vlak zo makkelijk uit de grenzen van het gekende?

Blokhuis: ‘De stad is altijd een magneet geweest voor verlichte progressieve geesten. Zij hechten minder belang aan waarden uit het verleden dan conservatief denkenden. Liever kijken ze vooruit. Tijdens de twee wereldoorlogen was de stad een soort as van het kwaad. In de creatieve sector overheerste meteen de vooruitgangsgedachte: waar zaten we fout en hoe gaan we verder? Er was toch niets om nostalgisch over te zijn.’

‘Dat zag je in de jaren 20 en 30 in de meeste kunstvormen: Bertolt Brecht met zijn episch theater, de film ‘Metropolis’ van Fritz Lang over hoe machines een belangrijke rol zouden spelen in onze levens. Machines vond je toen ook al terug in de Duitse muziek. In Berlijn zijn toen heel serieuze pogingen ondernomen om een prototype synthesizer te maken. De bekendste, de Trautonium, wordt nog altijd gebruikt in de popmuziek. De Deense zangeres Agnes Obel, die in Berlijn woont, gebruikte het instrument op haar voorlaatste album.’

Hoe is de stad er na de nazis bovenop gekomen?

Blokhuis: ‘Op een vergelijkbare manier. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de interessantere kunstenaars uit het land gezet of uit Duitsland vertrokken. In de klassieke muziek regeerde na de oorlog de braafheid. Volksmuziek en schlagers deden het ook goed. In de jaren 50 leidde een generatieconflict in de meeste Europese landen tot een omarming van de cultuur van de bevrijder.'

'In Duitsland was dat natuurlijk niet de logische weg om een tegenbeweging te beginnen. Duitse jongeren vluchtten in hun eigen progressiviteit, dan kwam je bij de leerlingen van Schönberg en Varèse uit: Karlheinz Stockhausen en de musique concrète van Pierre Schaeffer. En later in de pop bij de krautrock van Can of de elektronische muziek van Kraftwerk en Tangerine Dream. Muzikanten staan op de schouders van hun voorgangers, maar in Berlijn is dat een lastig verhaal om vol te houden. Neem Can: die broeierige mix van elektronische muziek en rock, zeker die eerste twee platen, is spectaculair vernieuwend.’

Hoe zal het legendarische Berlijnse nachtleven zich heruitvinden na corona?

Blokhuis: ‘Als ik de veelomvattende clubscene in Berlijn in twee woorden moet samenvatten, zeg ik: tussen beukend en sferisch. Het zou me niet verbazen als dat laatste  groter wordt. Ik kan me voorstellen dat dansmuziek meer ambient wordt en minder massaal.  Technoraves zijn redelijk individualistische bijeenkomsten. Je danst, je viert, je geniet met elkaar, maar ook alleen. Je danst niet in paren, je hangt niet aan de bar om te versieren, je staat niet te kletsen met je vrienden. Je bent ‘met zijn allen alleen’. En als er geen nachtleven is, als je niet naar een rave kunt, ben je alleen. In je eentje alleen. Daar hoort een andere soundtrack bij: meer Brian Eno, minder bonken.’

‘Corona zal het Berlijnse nachtleven niet voor dood achterlaten. Duitse muzikanten kijken naar de popcultuur als ‘Künstler’: een kunstenaar moet willens nillens iets kwijt, of de mensen luisteren of niet. Het ontbreken van een 'pleaseaspect' zal altijd een belangrijke lijn blijven in de Duitse muziek.’

‘Berlijn. Muzikale revolutie’ van Leo Blokhuis is verschenen bij De Bezige Bij en telt 224 pagina’s.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud