Steve Earle, de geest van de koolmijn

Steve Earle, de vertolker van de Amerikaanse tegenstem. ©AFP

De Amerikaanse countryrockmuzikant Steve Earle evoceert op ‘Ghosts of West Virginia’ de menselijke kostprijs van een mijnramp. Americana zonder franjes die je een krop in de keel bezorgt.

Op het einde van de single ‘It’s About Blood’ proclameert Steve Earle de namen van de 29 mijnwerkers die in 2010 de explosie van de Upper Big Branch-koolmijn niet overleefden. Onderzoek naar de mijnramp in Montcoal, West Virginia - een van de zwaarste uit de Amerikaanse geschiedenis - bracht niet alleen talloze schendingen van de veiligheidsvoorschriften aan het licht, maar ook pogingen van het management om ze te verdoezelen. De eigenaars moesten 200 miljoen dollar aan strafvorderingen betalen en de mijn werd gesloten, een extra klap voor de lokale gemeenschap.

De jongere versie van Earle zou er een verontwaardigd pamflet over geschreven hebben en keihard uithalen. Maar op zijn 65ste wil de zanger niemand meer met de vinger wijzen. Liever kruipt hij in de huid van de achterblijvers. ‘It’s about fathers / It’s about sons / It's about lovers wakin’ up / In the middle of the night, alone’, zet hij de verhoudingen op scherp.

Mensen stemmen met hun portemonnee en wij moeten leren begrijpen dat daar niets mis mee is.
Steve Earle
Singer-songwriter

Die vaders en zonen delen Earles eerder linkse en groene politieke overtuigingen niet. Vooral die wissel van perspectief maakt van ‘Ghosts of West Virginia’ een pakkend nieuw hoogtepunt in de carrière van een van Amerika’s interessantste singer-songwriters.

'Preken voor mijn eigen parochie heb ik al genoeg gedaan', verkondigt Earle in zowat elk interview dat hij naar aanleiding van de nieuwe plaat geeft. Met ‘Townes’ en ‘Guy’ maakte hij in het verleden mooie hommages aan zijn muzikale mentoren, Townes Van Zandt en Guy Clark. ‘Guitar Town’, zijn debuutplaat uit 1986, is intussen uitgegroeid tot een klassieker van het americanagenre, waarvan hij een voortrekker werd.

Op zijn met doorleefde stem en Texaanse tongval gezongen mix van country, rock en folk, sporadisch opgesierd met flarden bluegrass en gospel, blikte hij eerst vooral terug op zijn eigen rebelse leven. De single ‘Copperhead Road’, over een Vietnamveteraan die marihuana ging kweken, werd in 1988 een hit in zijn thuisland. Nadat hij midden jaren 1990 zelf afgekickt was, ontwikkelde hij zich meer tot de chroniqueur die we nu kennen.

Tegenstem

Een van de grootste gevaren is dat mensen zoals ik blijven denken dat iedereen die voor Trump stemde een racist of een klootzak is.
Steve Earle
Singer-songwriter

Zijn albums lieten vaak een tegenstem horen. De antioorlogsplaat ‘Jerusalem’ (2002) bevatte het controversiële ‘John Walker’s Blues’, over de Amerikaanse talibankrijger. ‘The Revolution Starts…Now’ was vervolgens een statement tegen de regering-Bush. 'Nu wilde ik de dialoog aangaan met mensen die niet zoals ik stemden', klinkt het in de persboodschap bij ‘Ghosts of West Virginia’. 'Een van de grootste gevaren in deze maatschappij is dat mensen zoals ik blijven denken dat iedereen die voor Donald Trump stemde een racist of een klootzak is.'

Earle vond medestanders in de toneelschrijvers Jessica Blank en Erik Jensen, die eerder al met hem samenwerkten voor een theaterstuk over veroordeelden die onschuldig in de gevangenis verbleven. Dat hij naast een geëngageerd liedjesschrijver ook kortverhalen bundelde, een roman uitbracht en een niet onverdienstelijk acteur is - in de eerste twee seizoenen van de HBO-televisieserie ‘Treme’ speelde hij een straatmuzikant - maakte van hem het ideale klankbord voor het duo. Ze vroegen hem muziek te maken bij de voorstelling ‘Coul Country’.

Samen begonnen ze dieper te graven in de mijnwerkersgemeenschappen van ‘moutain state’ West Virginia. Ze spraken er zowel met overlevenden van de Upper Big Branch-ramp als met families van slachtoffers. Zeven van de songs uit het theaterstuk, dat nog voor de Covid-19-uitbraak in première ging in het New Yorkse Public Theater, kwamen ook terecht op ‘Ghosts of West Virginia’, waarop Earle begeleid wordt door zijn vertrouwde band The Dukes.

Schizofreen

'Ik wilde de levens van de mensen uit West Virginia beter begrijpen', vertelde de zanger aan het Amerikaanse muziekvakblad Billboard. 'Het is een schizofrene plek. Men heeft er nog steeds een Democratische senator en een sterke vakbondstraditie, maar iedereen stemde er op Trump. Dat hoeft niet te verbazen. Hillary Clinton ging er zeggen dat ze de mijnen zou sluiten, Trump beloofde ze open te houden. Mensen stemmen met hun portemonnee en wij moeten leren begrijpen dat daar niets mis mee is.'

Vandaag geldt meer dan ooit: als je een baas hebt, heb je een vakbond nodig.
Steve Earle
Singer-songwriter

Toen Earle zijn nieuwe plaat vorige vrijdag voorstelde tijdens een livestream op Facebook was het een van de thema’s tijdens een Q&A die speciaal was opgezet voor vakbondsleden. 'Het probleem is dat de mensen in New York City de mensen in West Virginia niet kennen, en vice versa', klonk het ook daar. Zelf wordt Earle steeds beter in het kruipen in een ander perspectief, getuige tracks als ‘Union, God & Country’, ‘Devil Put the Coal in the Ground’ en ‘Black Lung’, die steevast focussen op de levensgrote rol die het zwarte goud speelt in landelijke gemeenschappen die vaak geen alternatief hebben.

'Mijnwerkers puren er niet alleen hun jobs, maar ook hun trots uit. Als je daar als politicus niet op inspeelt, ben je bij voorbaat verloren. Vandaag geldt meer dan ooit: als je een baas hebt, heb je een vakbond nodig. Daar was deze mijnramp het ultieme bewijs van. Ook dat heb ik willen documenteren.'

 ‘Ghosts of West Virginia’ is uit op New West Records en wordt verdeeld door PIAS.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud