The Strokes: Rockers met eeuwige retrocool

©BELGA

Met hun ruige, laconieke gitaargeluid werden The Strokes twintig jaar geleden ingehaald als de redders van de rock-’n-roll. Twee decennia later zijn de jongens mannen met een hypotheek en relativeringsvermogen, maar op ‘The New Abnormal’ steken ze het vuur opnieuw aan de lont.

Na de aanslagen van 11 september 2001 moesten The Strokes de release van hun debuut ‘Is This It’ in hun thuisland met enkele weken uitstellen. Bij de volgende grote crisis die zowel hun stad New York als de wereld in het hart treft, hield het vijftal wel vast aan de vooraf geplande releasedatum. Voor de fans die al zeven jaar op een nieuw volwaardig studioalbum zaten te wachten is ‘The New Abnormal’ een opluchting, zeker nu ook de tournee, die hen onder andere naar Rock Werchter zou brengen, in het water dreigt te vallen.

Met de titel heeft de band rond zanger Julian Casablancas en gitaristen Albert Hammond Jr. en Nick Valensi de tijdgeest onverhoeds weer bij het nekvel, net zoals hun debuut nu bijna twintig jaar geleden. In een wereld waarin pop en hiphop de strijd om de hitparades gewonnen leken te hebben, was hun koele machopose en de bijbehorende soundtrack met aanstekelijke gitaarriffs en laconieke melodieën een verademing.

Meefluitbare deuntjes

Met het aplomb van verwaande rocksterren voor de volgende generatie zochten ze schaamteloos hun heil in het ruige garagerock- en protopunkverleden van de Big Apple. Maar die jaren 70-echo’s naar The Velvet Underground, The Ramones, Television en The Modern Lovers werden meesterlijk gekneed tot herkenbare, meefluitbare deuntjes, die het retrogehalte enigszins wisten te camoufleren. Op latere albums zouden ze die organische sound vervolgens updaten met aan de jaren 80 schatplichtige synthpop.

The Strokes slagen er bij momenten in even bevlogen, charmant en zorgeloos te klinken als in hun invloedrijke hoogdagen.

Het is een mix die het ook op ‘The New Abnormal’ nog steeds doet. De bandleden blijven trouw aan hun oude invloeden, zoals de hoes met een schilderij van outsiderartiest Jean-Michel Basquiat al aangeeft. De onbekommerde blik en rock-’n-rolllevensstijl waar de groep na de doorbraak clichématig aan onder dreigde te gaan, heeft weliswaar plaatsgemaakt voor een meer contemplatieve houding, eigen aan de levensfase waarin de muzikanten, jonge veertigers met kinderen, zich nu bevinden. Toch slagen ze er bij momenten in even bevlogen, charmant en zorgeloos te klinken als in hun invloedrijke hoogdagen. 

Schichtig

Het aanstekelijke ‘The Adults Are Talking’ zet op de hun zo typerende onderkoelde maar schichtige manier meteen de toon op ‘The New Abnormal’. ‘Brooklyn Bridge To Chorus’, de retrofuturistische nieuwe single, gaat nog een stap verder. Casablancas steekt tussen de synths en drummachines de draak met zijn eigen songschrijverij en de reputatie van de band ('I want new friends / But they dont want me').

Wat? 

‘The New Abnormal’ is het zesde studioalbum van de New Yorkse rockband The Strokes. Het werd opgenomen in de Shangri-La Studios in Malibu, ingeblikt door topproducer Rick Rubin en aangekondigd op een rally van de Democratische politicus Bernie Sanders.

Waarom de moeite?  

Nadat The Strokes ingehaald werden als de redders van de rock-’n-roll verzeilden ze vorig decennium op het achterplan. Gerijpt door het leven mixen de bandleden hun ruimere blikveld nu met de bevlogenheid en de retrocool uit hun beginjaren. De herkenbare laconieke voordracht wordt opgepoetst met een ruimer gamma synths, en tussen aanstekelijke anthems is er extra plaats voor contemplatie en zelfrelativering.

Waar?

‘The New Abnormal’ verschijnt vrijdag via RCA Records, wordt verdeeld door Sony en is verkrijgbaar via online platenwinkels en digitale muziekplatformen.

Tussen glamrock en discobombast hangt zowel melancholie als zelfrelativering in de lucht. Het lijkt alsof de band bevrijd klinkt. Dat doet hij ook op het voor de afwisseling door gitaren aangedreven ‘Bad Decisions’, het andere anthem van de plaat, eentje waarvoor Casablancas de melodie leende van Billy Idols ‘Dancing With Myself’.

Melancholie overheerst dan weer op ‘At The Door’, een aandoenlijke powerballade die drijft op een keyboardmotief dat zelfs zonder refrein blijft plakken, ook al omdat het nummer maar blijft doorgaan. Andere tracks die zich eindeloos uitrekken en volgestouwd werden met iets te veel digitale rompslomp hadden een strengere hand van producer Rick Rubin kunnen gebruiken.

Maar niet het afsluitende ‘Ode To The Mets’, dat dik zes minuten blijft bouwen tot een grootse finale. Casablancas lijkt er allesbehalve rouwig om. 'Vanaf de dag dat we een platencontract getekend hadden, is het een worstelpartij geweest tussen cool creatief bezig zijn en slimme marketing doen', klonk het onlangs kritisch in The Guardian. 'Het is een dans die ik respecteer, maar je moet je er wel bewust van zijn.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud