interview

'Wij bestaan niet zonder kunstenaars'

©Brecht Van Maele

Er klinkt al maanden geen noot muziek meer in de zalen van De Munt en Opera Ballet Vlaanderen. Maar er is hoop. De Munt wil in oktober herbeginnen. In Antwerpen en Gent zijn voorlopig nog geen grote producties gepland. ‘Maar we kunnen snel schakelen.’

Het had zondagnamiddag de apotheose van het operaseizoen moeten worden. Bij De Munt stond de première van ‘Der Rosenkavalier’ van Richard Strauss op het programma. Bij Opera Ballet Vlaanderen was dat ‘Faust’ van Robert Schumann. De pandemie besliste er anders over. ‘Of we nog aan die premières hebben gedacht? Natuurlijk. Voortdurend’, klinkt het unisono bij Peter de Caluwe, de intendant van De Munt, en Jan Vandenhouwe, de artistiek directeur opera bij Opera Ballet Vlaanderen. 

De twee heren kennen elkaar al lang, maar samen hebben ze nog nooit een interview gegeven. ‘We komen uit dezelfde school’, zegt De Caluwe. Na hun opleidingen theaterwetenschappen en musicologie leerden ze het vak onder de vleugels van wijlen Gerard Mortier. Wat zou die van de operalockdown gevonden hebben? ‘Gerard zou de rebel hebben uitgehangen en beginnen te spelen zijn. Mogen of niet’, antwoorden ze met een lachje.

Jan Vandenhouwe

> Geboren in 1979 in Zottegem.

> Studeerde musicologie in Leuven en Berlijn, werd daarna muziekrecensent voor De Standaard.

> 2005-2008: dramaturg in de Opéra national de Paris, toen geleid door Gerard Mortier.

> 2009-2011: concertprogrammator Concertgebouw Brugge, daarna freelancedramaturg.

> 2015-2017: chef-dramaturg Ruhrtriennale.

> Sinds 2019: artistiek directeur opera bij Opera Ballet Vlaanderen.

Peter de Caluwe

> Geboren in 1963 in Dendermonde.

> Studeerde Germaanse talen en theaterwetenschappen in Gent.

> 1986-1989: dramaturg bij De Munt, onder leiding van Gerard Mortier.

> 1990-2006: verschillende functies bij de Nederlandse opera.

> Sinds 2007: algemeen directeur van De Munt.


De afspraak voor het gesprek is de tuin thuis bij Peter de Caluwe in Dendermonde. Maar het is koud. Een stemmige open veranda met een brandende houtkachel is een aardig alternatief. Aan de muur kijken een paar hertenhoofden mee. ‘Die hingen hier al toen we het huis kochten. Ik ben geen jager’, zegt De Caluwe snel. Een kraaiende haan en loslopende kippen geven de setting nog een extra bucolisch tintje.

De toestand van de opera in België is een perfecte weerspiegeling van de verdeeldheid van het land. Opera Vlaanderen heeft tot het einde van het jaar geen enkele grote en ‘normale’ productie voor koor en orkest op het programma staan. De Opera Royal de la Wallonie maakt zich geen zorgen. Op 20 september gaat daar ‘La Bohème’ in première, alsof er geen coronacrisis is. De Munt zit daar ergens tussenin. De seizoenspremière ‘The Time of Our Singing’ van Kris Defoort is uitgesteld.

‘Het plan is dat we in oktober het seizoen openen met ‘Die tote Stadt’ van Erich Wolfgang Korngold’, zegt De Caluwe. ‘Maar op welke manier weten we nog niet. We werken aan vijf scenario’s tegelijk. De minimale versie is een concertante uitvoering in Bozar. Dat zou kunnen voor 900 man en met een beperkt orkest van 60 musici. De maximale versie is wat we bij de voorstelling van ons seizoen in gedachten hadden. Het is een frustrerende situatie voor de medewerkers. Ze verwachten van mij dat ik nu een beslissing neem, maar ze beseffen wel dat ik nu geen knopen kan doorhakken omdat we niet weten hoe de situatie met het virus over enkele maanden zal zijn.’

Is Opera Ballet Vlaanderen voorzichtiger dan De Munt?

Jan Vandenhouwe: ‘De omstandigheden zijn anders. Toen de lockdown werd afgekondigd, hadden wij ons nieuwe seizoen nog niet bekendgemaakt. De brochure lag bij de drukker. Het is dan gemakkelijker om te beslissen geen voorstellingen aan te kondigen. We gaan ervan uit dat we voor het einde van het jaar geen grote producties kunnen en mogen brengen. Maar als dat toch kan, kunnen we snel schakelen. De economische realiteit speelt ook mee. De meeste van onze medewerkers - koor, orkest, atelier - zitten in tijdelijke werkloosheid. Als we hen nu vragen om te beginnen werken aan ‘Ernani’ van Verdi - die opera stond op het programma voor het najaar, verklap ik hierbij - halen we onze mensen uit die tijdelijke werkloosheid. Als in het najaar blijkt dat de productie toch niet kan worden opgevoerd, hebben we geen inkomsten, alleen uitgaven. Dat kunnen we ons niet permitteren.’

Net omdat de kunst weg is, voelde ik haarscherp aan hoe belangrijk ze is. Of hoe ze inspeelt op wat vandaag gebeurt.
Jan Vandenhouwe
Artistiek directeur opera Opera Ballet Vlaanderen


‘We beperken ons voorlopig tot videoperformances onder de titel #Verbeeldingleeft. Dat zijn gefilmde miniatuuroptredens met ballet en opera. De eerste videoperformance bestond uit één danser en één violist. Het aantal artiesten wordt de komende weken wel uitgebreid nu de bubbels groter worden. Die filmpjes worden net zo professioneel gemaakt als onze normale producties. In het begin van de crisis zag je heel veel musici via het internet thuis muziek maken. Goedbedoeld, hoor. Maar ik kreeg vooral een groot gevoel van gemis van het echte werken. We pakken het met #Verbeeldingleeft daarom professioneler aan.’

Peter de Caluwe: ‘De zomer gaat ons veel wijzer maken, vermoed ik. Meerdere festivals, waaronder de Salzburger Festspiele, gaan door. Er worden 82 voorstellingen opgevoerd, een deel daarvan met 1.000 toeschouwers. Dat gaat een schat aan ervaring opleveren. Voor ons, voor het publiek. We gaan zelf ook testen uitvoeren zonder publiek. Vergelijk het met brandoefeningen. Als we de veiligheid kunnen garanderen, verwacht ik dat de meeste operaliefhebbers weer terugkeren.’

‘Er heerst veel sympathie en mededogen bij het publiek. Heel veel mensen vragen geen terugbetaling van hun tickets. Dat heeft ons al zo’n 220.000 euro aan giften opgeleverd. Ook de hernieuwing van de abonnementen loopt met bijna 80 procent erg goed.’

Vandenhouwe: ‘Wij zitten aan 250.000 euro, inclusief tegoedbonnen en giften.’

Bij De Munt is geen tijdelijke werkloosheid ingevoerd. Waarom?

De Caluwe: ‘Dat is een ideologische keuze van de federale overheid. Men zei ons: jullie worden gesubsidieerd om salarissen te betalen. Daar ben ik het fundamenteel mee oneens. We worden gesubsidieerd om kunst te maken. We bestaan niet zonder kunstenaars. Van onze 35 miljoen euro aan jaarlijkse subsidies gaat 82 procent naar personeelskosten en 18 procent naar werkingsmiddelen. Maar daarmee hebben we nog geen producties gemaakt.’

‘Het geld voor de artistieke werking halen we uit onze eigen inkomsten. Die zijn nu opgedroogd. Tot eind juni derven we 5 miljoen euro aan inkomsten. Dat gaat voornamelijk om tickets en taxshelter. Maar, en dat klinkt toch wat pervers, onze kosten zijn ook sterk gedaald omdat we niet meer spelen. Ik ga er nu van uit dat we 2 miljoen euro moeten vinden om ons budget voor dit jaar in evenwicht te krijgen.’

Hoe zit dat bij Opera Ballet Vlaanderen?

Vandenhouwe: ‘We verwachten 9 miljoen euro minder inkomsten in 2020. De situatie is moeilijk. In onze zaal kan maximaal 200 man met de huidige veiligheidsmaatregelen. Als we daarmee een ‘Tristan en Isolde’ van Wagner zouden brengen, zijn we failliet. Ik had me mijn eerste seizoen als artistiek directeur wel anders voorgesteld, ja. Je probeert in je programmatie een verhaal te vertellen. We zijn begonnen met ‘Don Carlos’ naar een verhaal van Friedrich Schiller en wilden eindigen met ‘Faust’ naar Johann Wolfgang von Goethe. Dat was een boog, hé. Het idealisme was als thema de rode draad door het seizoen heen. Gelukkig hebben we niets definitief afgelast. Alle voorstellingen worden verschoven naar de volgende seizoenen. Dat wordt nog een heel gepuzzel, maar het gaat lukken. Gezondheid, veiligheid en solidariteit stonden bij iedere beslissing centraal. De financiële consequenties van de afgelastingen waren zeker niet de belangrijkste overweging.’

©Brecht Van Maele


De Caluwe: ‘Bij ons ook niet. We hebben tijdens ons extra muros-seizoen vijf jaar geleden tijdens de renovatie van de Muntschouwburg best wat ervaring opgedaan met het constant aanpassen van onze programmering en verschuiven van onze voorstellingen. Uitstel en geen afstel van de geplande projecten, waar al veel werk is in gaan zitten, is erg belangrijk voor de medewerkers. Het werk en de investeringen die we tot nu hebben gedaan, gaan dus niet verloren. Dat houdt de motivatie gaande. Ook voor de solisten, voor wie we eveneens een oplossing hebben uitgewerkt. Ze krijgen een vervangingscontract, maar ze kunnen al een voorschot krijgen van 20 procent als ze dat willen. Die mensen zitten ook zonder inkomsten.’

Vandenhouwe: ‘Bij een afgelasting moet je een solist contractueel 37 procent van zijn honorarium betalen. Tenzij het om overmacht gaat, dan moet je niets betalen. Corona valt onder overmacht. We hebben daarvan geen gebruik gemaakt. Je werkt met de meeste zangers vaak samen. Je laat hen niet zomaar vallen. We hebben trouwens al onze freelancers die aan de repetities van de afgelaste stukken hebben meegewerkt, al was dat maar 1 minuut, volledig betaald.’

De Caluwe: ‘De Wiener Staatsoper en The Met in New York, om die maar te noemen, roepen de overmacht wel in. Dat is een keiharde beslissing voor de artiesten.’

Hoe hebt u het begin van de crisis ervaren?

Vandenhouwe: ‘Het was zeer zenuwslopend. We wisten niet waar we aan toe waren. Elke dag veranderde de situatie. ‘C(h)oeurs 2020’ van Alain Platel was de eerste afgelasting. Toen dachten we nog dat het daarbij zou blijven. Tot je ineens, van de ene dag op de andere, thuiszit. Alle 400 medewerkers. We hadden een paar dagen daarvoor nog een vergadering gehad. Daar zijn een paar mensen serieus ziek geworden, vrees ik. Ook ik. Maar het is allemaal beter nu.’

De Caluwe: ‘Bij ons was er geen paniek, maar wel terechte bezorgdheid. We zaten midden in onze Mozart-Da Ponte-trilogie. Op 9 maart hebben we onze laatste voorstelling gegeven. De dag ervoor belde de Brusselse burgemeester Philippe Close (PS) me. De discussie draaide toen nog om zalen met meer of minder dan 1.000 bezoekers. De burgemeester zei me: ‘Peter, we gaan niet moeilijk doen als het er een paar meer zijn.’ Maar ik vond het toen al niet meer verantwoord om verder te spelen.’

Een musicus is de voorbije maanden officieel gelabeld als iemand met een niet-essentieel beroep. Dat hakt er psychologisch wel in, hoor.
Peter de Caluwe
Algemeen directeur De Munt


‘Na de laatste opvoering heb ik in een speech voor de medewerkers aangekondigd dat De Munt dichtging. Dat was nog voor de officiële lockdown. Het was voor veel medewerkers een opluchting. Bij ons kon niemand zich voorstellen dat het seizoen er toen opzat. Maar de sluiting was de juiste maatregel. Niemand is bij ons op het werk besmet geraakt. Ik heb er zelf even voor gevreesd. Na mijn speech stond ik in de lift met een medewerker en hij zei: mijn broer heeft corona. Toen heb ik tien dagen gedacht dat ik ziek ging worden. Het is niet gebeurd.’

Vandenhouwe: ‘Ik begrijp wat je bedoelt. Ik was voor het eerst weer in onze zaal in Antwerpen om samen met Sidi Larbi Cherkaoui, de artistiek directeur van het ballet, een filmpje te maken voor ons publiek waarin we de opschorting van het programma bekendmaakten. Ik voelde me helemaal niet meer op mijn gemak. Het was mijn slechtste speech ooit. Ik leek het spreken wel verleerd te hebben door een paar weken in afzondering thuis te zitten. Of misschien waren het de emoties.’

Een groot deel van uw job is reizen en vergaderen. Hoe verliep die aanpassing?

Vandenhouwe: ‘Zoals bij de meeste mensen, denk ik. In het begin was die pauzeknop welkom. Maar uiteindelijk ben je al snel weer aan het vergaderen via Zoom en die dingen. Je moet net nu met heel veel mensen contact houden om het isolement niet te zwaar te laten doorwegen. We gaan trouwens minder reizen. Een vergadering van een uur met een regisseur in Berlijn gebeurt in de toekomst online. Daar ben ik heel zeker van.’

De Caluwe: ‘Precies. Jan en ik zijn voortdurend bezig met plannen en oplossingen zoeken. Maar veel medewerkers zitten gewoon thuis. Dat leidt bij sommigen tot existentiële vragen. Een musicus is de voorbije maanden officieel gelabeld als iemand met een niet-essentieel beroep. Dat hakt er wel in, hoor. Anderen voelen zich dan weer slecht omdat ze betaald worden om niets te doen. Terwijl ze zien dat hun tijdelijk werkloze buurman het moeilijk heeft om rond te komen. Je mag die psychologische impact niet onderschatten.’

Heeft de crisis u veranderd?

De Caluwe: ‘Ik ben serener geworden, denk ik. Ik was dat al door mijn leeftijd (56), maar het is nog wat geaccentueerd. Ik ben in het directiecomité minder impulsief dan vroeger.’

Vandenhouwe: ‘De crisis heeft tot een soort van teambuilding geleid. Je staat voor uitdagingen en problemen waar geen handboek voor bestaat. Je ziet daardoor mensen openbloeien. Dat is bijzonder. En net omdat de kunst weg is, voelde ik haarscherp aan hoe belangrijk ze is. Of hoe ze inspeelt op wat vandaag gebeurt. Jij hebt dat ook waarschijnlijk, Peter. ‘Usher’ van Annelies Van Parijs en Gaea Schoeters, afgelast in april, gaat over een familie die in een kamer wordt opgesloten. En ‘Faust’ is een opera over op hol geslagen vooruitgangsdenken, met alle ecologische gevolgen vandien. Hoeveel gelijkenissen met de actuele situatie moet je hebben?’

©Brecht Van Maele

De Caluwe: ‘‘The Time of Our Singing’ handelt over racisme en discriminatie van de Afro-Amerikaanse en Joodse gemeenschap in de VS. We zitten vandaag midden in die problematiek. Dat is net het bewijs dat cultuur meer is dan entertainment. Cultuur komt nu in de media vooral economisch aan bod. Hans Bourlon van Studio 100 zit in de rats omdat hij zijn musical ‘Daens’ niet rendabel kan opvoeren. Of je leest over de popfestivals die niet doorgaan en de financiële gevolgen daarvan. Maar de berichtgeving gaat zelden over de afwezigheid van cultuur.’

De cultuursector hekelde de voorbije maanden vaak de prioriteit van de herlancering van de economie. Maar ook cultuur kan niet zonder economie. Hoe zou de opera bijvoorbeeld anders aan toeschouwers en sponsors geraken?

De Caluwe: ‘Dat kan zijn. Maar bij ons is de basis niet de economie. Dan zou onze eerste vraag zijn: hoe kunnen we geld verdienen? Onze prioriteit is creatieve mensen begeleiden en kansen geven. Daarrond bouwen we een economisch verhaal, waarbij aan het eind van het jaar de rekeningen toch altijd blijken te kloppen.’

Vandenhouwe: ‘Het gaat niet om het een of het ander. Jan Jambon (N-VA), onze minister van Cultuur, is drie weken geleden bij ons in Antwerpen op werkbezoek poolshoogte komen nemen. Op het eerste balkon speelde de althoboïst uit ons orkest de solo uit ‘Tristan en Isolde’. Verschillende mensen - we waren met niet meer dan 20 - kregen tranen in de ogen. Ook Jambon was geëmotioneerd. Het was zo lang geleden dat iemand nog livemuziek had gehoord. Onversterkte stemmen, onversterkte instrumenten. Dat roept zoveel gevoelens op, ook bij nuchtere mensen als politici. Natuurlijk moet de economie draaien, maar op zulke momenten voel je dat dat niet het enige is dat telt.’

De Munt krijgt 35 miljoen euro subsidie van de federale overheid. Opera Ballet Vlaanderen ontvangt 23 miljoen euro Vlaams geld. Bent u bang dat de overheden door de crisis daarop gaan beknibbelen?

Vandenhouwe: ‘We voeren een open gesprek met de overheid. Ze beseft dat we in een uitzonderlijke situatie zitten. Men begrijpt dat we op dit moment niet kunnen spelen. Zolang we niet kunnen spelen, is er begrip. Maar daarna moeten we weer aan onze beheersovereenkomst voldoen, natuurlijk.’

De Caluwe: ‘Op federaal niveau heerst de grote stilte. Premier Sophie Wilmès (MR) is onze voogdijminister. Men zegt mij dat men ermee bezig is. Ik kan alleen maar herhalen dat cultuur ook geld opbrengt. 1 euro investering is goed voor een terugverdieneffect van 4 euro. Dat hebben genoeg onderzoeken aangetoond. Maar goed, als de overheid beslist geen geld meer in De Munt te stoppen, is dat haar beslissing. Dat gaat niet gebeuren, denk ik. Een instituut van 300 jaar oud wordt niet zomaar opgedoekt.’

Wat betekent de crisis voor de opera wereldwijd? Bestaat het gevaar niet dat de operahuizen vooral op veilig gaan spelen met kaskrakers om zo veel mogelijk inkomsten te genereren?

De Caluwe: ‘Dat was in Italië al aan het gebeuren. Ik geloof dat dit seizoen zes of zeven huizen ‘Rigoletto’ van Verdi hadden geprogrammeerd, nadat die opera eerder al op festivals te zien was geweest. Dat is niet interessant. Als je enkel nog maar een stuk of tien klassiekers kan bekijken, wordt opera een museum. Dat willen we net niet.’

De fotograaf neemt de twee heren mee naar de tuin voor een fotosessie. Wanneer ze terug zijn, praten we nog over het horrorverhaal van het Amsterdams Gemengd Koor. Op 8 maart voerde het de Johannes- Passion van Bach in de Nederlandse hoofdstad uit. 102 koorleden werden ziek, één stierf aan corona. Drie familieleden van besmette koorleden overleefden het virus ook niet. Ook het Bolsjoitheater in Moskou werd niet gespaard. Na een publiekloos benefietoptreden voor televisie testten 34 aanwezigen positief. ‘Zonder vaccin wordt het moeilijk weer helemaal zoals vroeger te functioneren. Als er een superverspreider in de zaal zit, heb je het vlaggen’, zucht Vandenhouwe. ‘Met een doeltreffend medicijn zou ik ook al blij zijn’, antwoordt De Caluwe.

Of ze het zich kunnen voorstellen dat ze enkel online voorstellingen maken de komende jaren. Nee dus. ‘Ik ben blij dat we oudere voorstellingen streamen. Maar ik heb er zelf niets mee. Ik wil muziek live horen en zien’, zegt Vandenhouwe. ‘Je moet letterlijk de muziek voelen vibreren op je huid. Dat gaat niet via een scherm. Kunst ontstaat in de communicatie tussen de artiest en de toeschouwer. Daarvoor heb je een zaal nodig’, vult De Caluwe aan.

Maar wat als het echt niet zou kunnen, bij een tweede golf bijvoorbeeld? ‘Ik weiger daaraan vooralsnog te denken. Ja, een directeur moet vooruitziend zijn, maar hier pas ik voorlopig toch. Harry Potter had ooit hetzelfde probleem. Hij wist dat hij een vreselijk bos moest ingaan om een oplossing te vinden. Maar hij kon het simpelweg niet. Het idee was te gruwelijk.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud