interview

Een kameleon uit Molenbeek

©Stanislav_Dobak

Yassin Mrabtifi zag naasten naar Syrië vertrekken, maar hij sloot zich aan bij het dansgezelschap van Wim Vandekeybus. Over zijn spreidstand als hedendaags danser en als moslim maakte hij de solo ‘From Molenbeek with Love’.

‘From Molenbeek with Love.’ Toegegeven, als Yassin Mrabtifi zijn eerste danssolo een andere naam had gegeven, had die onze aandacht wellicht niet getrokken op de website van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS). Een Vlaams stadstheater dat zijn scène afstaat aan een Marokkaanse moslim uit Molenbeek, nieuw is het niet. Maar sinds ‘les attaques’ lijkt het een net iets groter statement dan voorheen.

‘Ik ben een cliché, omdat ik Marokkaan en moslim ben, uit Molenbeek dan nog wel’, steekt de 33-jarige danser en choreograaf van wal. Tijdens de repetitie kregen we net een glimp te zien van zijn eerste solo sinds hij zich vijf jaar geleden bij het dansgezelschap van Ultima Vez voegde. Een klassieke voorstelling is het niet: Yassin danst niet alleen, hij stelt ook vragen aan de toeschouwer, over de complexiteit van zijn dubbele identiteit.

In de hiphopwereld ben ik niet Yassin uit Molenbeek, maar gewoon een gast die een beetje kan dansen. Heel comfortabel is dat, zo’n veilige zone.
Yassin Mrabtifi
Danser

Mrabtifi groeide op in Molenbeek. Zijn ouders, die Marokko in de jaren zeventig verlieten en in ons land een beter leven zochten, stuurden hem naar een vrij strenge katholieke school. Thuis spraken ze geen Arabisch met hun kinderen, uit angst dat ze er een accent aan over zouden houden. ‘Ze hadden een minderwaardigheidscomplex. ‘We krijgen als minderheid nooit dezelfde rechten als blanken’, dachten ze. En dus probeerden ze ons op te voeden tot blanke modelburgers.’

Tegelijk bleef het gezin de islam trouw. Thuis moest Mrabtifi een goede moslim zijn, buitenshuis een voorbeeldige westerling. Dat was verwarrend en verscheurend. Hij voelt zich al zijn hele leven een kameleon, vertelt hij. Iemand die altijd en overal een rol moet spelen, als sociale overlevingsstrategie.

‘Er is nooit echt plaats om gewoon eens mezelf te zijn. Wie is de echte Yassin? Ik weet het niet. Bestaat hij wel? Er zijn sowieso geen duizend manieren om een goede moslim te zijn, zoals er ook geen duizend manieren zijn om een goede ‘blanke’ te zijn. Ik heb beide identiteiten nodig, want le pouvoir est blanc. Dus ik moet me conformeren, anders kan ik niet functioneren in dit land.’

De hiphop bood een uitweg uit die mentale spreidstand. Op zijn 13de begon Mrabtifi te breakdancen in de Brusselse straten en metrostations. ‘Hiphop was als een grote broer voor mij. Ik ontmoette blanken, zwarten en Arabieren op straat. Veel jongeren die zich niet thuis voelen in de samenleving vinden in hiphop een cultuur die niet oordeelt. In die wereld ben ik niet Yassin uit Molenbeek, maar gewoon een gast die een beetje kan dansen. Heel comfortabel is dat, zo’n veilige zone.’

Halve gek

Veilig. Zo omschrijft Mrabtifi ook de blanke danswereld waarin hij vijf jaar geleden eerder per ongeluk belandde. Ook daar oordeelt niemand.

Hij kende het milieu niet, tot een collega van een straatgezelschap hem op een dag vertelde over een auditie bij Ultima Vez, dat net naar Molenbeek was verhuisd. Hoewel hij nog nooit van het dansgezelschap van Wim Vandekeybus had gehoord, ging hij langs. Voor de choreografieën viel hij door de mand, maar zijn instinctieve dansimprovisaties konden Vandekeybus bekoren. ‘Dansen is een manier om me te uiten, met mijn frustraties om te gaan, mezelf leeg te maken. Het geeft me een uniek gevoel dat voor geen geld te koop is. Als ik dans, waan ik me in een oorlogsgebied.’

De aanslagen hebben ons letterlijk een microfoon gegeven. Opeens stond de wereldpers in Molenbeek.
Yassin Mrabtifi
Danser

De voorbije jaren reisde hij met Ultima Vez de wereld rond. En hoewel de compagnie erg internationaal is, bleef hij zich een buitenbeentje voelen. Zeker toen in maart 2016 de aanslagen in Zaventem en Brussel werden gepleegd. ‘We repeteerden in de studio voor een voorstelling. Ik was de enige Belg tussen de dansers - een Zweed, een Italiaan, uit alle windstreken kwamen ze - en dus keek iedereen automatisch naar mij, de moslim. ‘Hé, Yassin, wat gebeurt daar allemaal? Wat is dat met die moslims? Ben jij ook zo’n halve gek?’ Toen besefte ik: de blanken kennen onze realiteit niet. Ze begrijpen onze worstelingen en onze frustraties niet. De armoede en de sociale problemen, het racisme en de discriminatie die wij voelen als we een job of een appartement moeten zoeken. Voor mensen zoals wij is het moeilijk om onze plek te vinden in de maatschappij, omdat we nooit het gevoel hebben er echt bij te horen.’

Mrabtifi kon zijn ei kwijt in muziek en dans, een geluk dat anderen niet hadden. Hij zag generatiegenoten gek worden van de worsteling met hun dubbele identiteit, van het gevoel niemand te zijn. Sommigen, onder wie een neef, vertrokken naar Syrië. Hij veroordeelt - ‘uiteraard’ - hun keuze voor de gewapende strijd. Maar de aanslagen in Brussel waren ook een kantelpunt, zegt hij. ‘De aanslagen hebben ons een stem gegeven. Een microfoon, letterlijk, want opeens stond de wereldpers in Molenbeek. Eindelijk konden wij eens zeggen hoe wij ons voelen, wat zich in óns hoofd afspeelt.’

Dat wil hij de toeschouwer ook vertellen in zijn solo, zij het met niet te veel woorden. ‘Als je vandaag over sociale problemen praat, wordt het al gauw heel politiek, met hevige argumenten pro en contra. Voor mij is kunst de plaats waar je kan twijfelen en vragen kan stellen. Theater biedt een veilige ruimte om een ander perspectief te laten zien, zeker over moeilijke thema’s. Dans is ideaal, omdat de bewegingen van tel zijn, en niet de woorden. Woorden kunnen verkeerd worden begrepen. De tekst in mijn stuk is functioneel: ik dans ermee.’

‘From Molenbeek with Love’ is vanaf 18 april te zien in de KVS in Brussel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content