Het vergif van het rouletteballetje

©Annemie Augustijns

Met ‘De speler’ schreef Fjodor Dostojevski een bijtende en pijnlijke roman over zijn gokverslaving. Sergei Prokofiev maakte van het boek een overdonderende opera. In een prachtige nieuwe versie nu te zien bij Opera Vlaanderen.

Moet je het boek - voor Dostojevskis doen een kattebelletje van amper 200 pagina’s - gelezen hebben om de opera te kunnen smaken? Niet echt, maar het helpt wel. Het verhaal meandert van links naar rechts, een stoet personages flitst voorbij. Altijd goed om op voorhand te weten wie wie is in de opera.

Het boek is ook handig om de invulling van de Duitse regisseur Karin Henkel, een operadebutante, te begrijpen. De openingsscène van de opera is het slot van het boek. Het hoofdpersonage, de Russische leraar Aleksei Ivanovits, zit vereenzaamd en verpauperd in een hotelkamer. Is hij dronken? Hallucineert hij? Heeft hij een aanval van epilepsie?

Alter ego

Achter de hotelkamer is op het podium een identieke kopie van de kamer neergezet. Ook daar loopt Aleksei Ivanovits rond. Maar dan in een jongere en patentere versie. Hij is de echte hoofdrolspeler. De zanger van de opera. Zijn verarmde alter ego is een danser. Een man zonder woorden die aan het leven lijdt en terugkijkt.

Met die dubbele en vaak surrealistische invulling grijpt Henkel terug naar het boek van Dostojevski. Daarin vertelt Aleksei Ivanovits over de acht maanden die hij in de fictieve Duitse stad Roulettenburg heeft doorgebracht. Prokofiev schrapte voor zijn opera de terugblik. Hij vertelt het verhaal chronologisch.

Henkels keuze geeft de opera een extra gelaagdheid die eer aandoet aan het autobiografische karakter van het boek. Dostojevski was zelf een notoir speler. Een gokverslaafde. Hij had zichzelf zodanig in financiële nesten gewerkt dat hij in 1865 een wurgcontract met uitgever Fjodor Stellovski moest ondertekenen.

Het symfonisch orkest van de Opera van Vlaanderen ging tekeer als een los geslagen punk bandje, waarvan de muzikanten gelukkig wel noten kunnen lezen.

De uitgever betaalde de schrijver 3.000 roebel voor de publicatie van zijn verzameld werk. Als Dostojevki binnen het jaar geen nieuw boek afleverde, mocht de uitgever negen jaar lang het oeuvre herdrukken zonder dat er een extra vergoeding aan te pas kwam.

Kort voor de deadline in november 1866 leverde Dostojevski het manuscript van ‘De speler’ in. Eind goed, al goed.

Het boek schetst een ontluisterend portret van een groep mensen in Roulettenburg, die stuk voor stuk kampen met financiële problemen. Gokken aan de roulettetafel is vaak de oplossing. Maar uiteindelijk stopt niemand op tijd. Alle hoop is gevestigd op de dood van de oude Russische vrouw Baboulenka, die op een of andere manier met de personages is verbonden. Tot ze op een dag ook in Roulettenburg opduikt. En al haar fortuin vergokt.

Grappig en pijnlijk

Het boek is onweerstaanbaar grappig maar tegelijk schetst Dostojevski een pijnlijk en scherp portret van menselijke ondergang, opgepookt door hebzucht, gekonkel en verkeerd begrepen passie.

Prokofiev begon rond 1915 aan zijn opera. Het werk belandde door de Russische Revolutie in de ijskast, waar hij het in 1927-1928 weer uithaalde. Een jaar later ging ‘De speler’ in De Munt in Brussel in wereldpremière. In een Franse vertaling.

De muziek van Prokofiev is uitermate koortsig. Alsof hij zelf aan de roulettetafel staat en zo snel mogelijk het balletje wil zien rollen. De orkestratie is wild, rijk en obsessief, perfect in overeenstemming met de personages die, op een zeldzame uitzondering na, in paniek door het leven stappen.

Het was woensdag op de première in Gent een kolfje naar de hand van de Russische dirigent Dmitri Jurowski. Het symfonisch orkest van de opera ging tekeer als een losgeslagen punkbandje, waarvan de muzikanten gelukkig wel noten kunnen lezen.

‘De speler’ is een uitermate filmische vertelling. Je kan er als regisseur alle kanten mee uit. Henkel, gepokt en gemazeld in het Duitse theater, loopt niet in de val van een louter illustratieve enscenering. Er is in de hele opera geen roulettetafel te zien.

En toch slaagt ze erin om de waanzin en de verslaving van het gokken haarscherp en met veel humor in beeld te brengen. Als Baboulenka al haar geld verliest, is het podiumdoek dicht en zie je niets meer dan een verpleger die uit zijn tas keer op keer stapels bankbiljetten opduikelt. Gadegeslagen met blikken van ontzetting door iedereen die aasde op het geld van de oude matrone.

Nog sterker is de scène waarin Ivanovits schandalig rijk wordt in het casino. Zijn medespelers lijken gedrogeerde malloten terwijl het geld uit de lucht valt. Of kijken we door de hallucinerende ogen van de oude Aleksei naar zijn jongere dubbelganger?

‘De speler’ tot 19 juni in Gent, daarna in Antwerpen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content