Ontbijt met De Tijd | Peter De Caluwe

©Dieter Telemans

De intendant van de belangrijkste opera van ons land is een oude ziel met een scherpe tong. ‘Als de match met Brussel er niet is, hoef ik het geld van Vlaamse captains of industry niet.’

Op z’n 17de begon Peter De Caluwe (53) met het aanleggen van een fichebak met daarin elke opera die hij had gezien. Hij noteerde op een kaartje titel, componist, dirigent, regisseur en cast. Toen hij twintig was, telde de bak 120 kaartjes. De baas van het Brusselse operahuis De Munt is al lang gestopt met tellen. ‘Ik heb een muzikaal geheugen. Als student blokte ik met Beethoven en Mendelssohn. Mijn cursussen zaten in mijn hoofd op basis van de partituren. Ik weet uit het hoofd wie in 1984 ‘Lucio Silla’ zong in De Munt, en wat op het programma van het Wagnerfestival stond in 1954.’

Hij weet ook nog precies welke kleren zijn moeder droeg, die allereerste keer, toen ze met het hele gezin in Verona naar ‘La forza del Destino’ van Verdi gingen kijken. De Caluwe was toen elf. Hij werd op slag verliefd.

De Caluwe heeft voor dit ontbijt Le Pain Quotidien gesuggereerd in de elegante Sint-Hubertusgalerij. Hij woont met zijn man Dirk in Dendermonde, maar huurt ook een appartement in de galerij, op een steenworp van De Munt. De indian summer blijft ook na een vroege plensbui hangen in de binnenstad. We kiezen voor verkoeling op het terras en bestellen roerei, sap en koffie.

Tent

Hij is de lichte bronzé van zijn vakantie in Umbrië nog niet kwijt. De Caluwe gaat elk jaar naar Italië en verblijft daar bij voorkeur op dezelfde plek, bij dezelfde vrienden. De vakantie begint steevast met de grote operafestivals. Hij is eigenlijk altijd aan het werk. ‘Voor het eerst heb ik dit jaar echt zes weken vakantie genomen. We hebben aan het einde van het seizoen afscheid genomen van de tent op Tour & Taxis met een groot feest. Met de boodschap: we zien elkaar terug in De Munt.’

De renovatie van het operahuis duurde anderhalf jaar langer dan gepland. Bezoekers moesten het al die tijd doen met een moeilijk te verwarmen tent op een open werf aan het kanaal. Elke voorstelling werd om stipt 20.04 uur opgeschrikt door de ronkende motoren van een laag overvliegend vliegtuig. Geplande producties konden niet doorgaan. De alternatieven werden niet allemaal op gejuich onthaald.

‘Een frustrerende periode,’ zegt De Caluwe, ‘omdat ik geen vat had op wat er gebeurde.’ Vaste bezoekers haakten af. En hoewel de abonnementenverkoop nu goed loopt, heeft niet iedereen de weg naar De Munt teruggevonden. ‘Ik heb daar geen probleem mee. Die mensen maken blijkbaar andere keuzes. Het gaat mij niet om het aantal bums in seats. We want quality bums.’

Community

Het publiek, zegt hij, moet de voorstelling mee creëren. ‘Vanop het podium zie je elk gezicht in de zaal. Zitten mensen op hun smartphone te tokkelen, vallen ze in slaap of kijken ze totaal onverschillig, dan kan je als performer geen enkele connectie maken.’

©Dieter Telemans

Hij zag op de Salzburger Festspiele onlangs ‘Aida’, een succesopera van Giuseppe Verdi. ‘De mensen die daar zitten, ik zweer het, vinden het goed omdat ze 480 euro voor hun ticket hebben betaald. Zij hebben geen mening over wat ze net hebben gezien, het is een louter financiële transactie. Artistiek gebeurt er niks. Participatie: nul. Daarom bouwen wij aan een eigen community.’

Laatst voelde hij het weer, in de tent nota bene, bij ‘zijn’ Aida. De aanzet, de golf, en dan: de catharsis. ‘Enkel met een participerend publiek kan je die emotie creëren die zodanig sterk is dat ze collectief gedragen wordt. Daarom zit ik in dit vak.’

Zal die community altijd blank, bejaard en bemiddeld blijven, ondanks de campagnes, de goedkopere tickets en de samenwerkingen van De Munt met mensen als Nick Cave en Björk? ‘De gemiddelde leeftijd in De Munt is op dit moment 52, dus dat bejaard valt wel mee. Participatie gaat er voor mij ook niet om dat je meer jongeren in de opera krijgt, maar om het uitbouwen van een gemeenschap die naar De Munt komt om zich te laten verrassen, mee te laten voeren, die samen wil nadenken en zo doordrongen wordt van de idee dat we meerlagig en complexer moeten denken.’

Overheidsmanager van het jaar

Het maakt van De Munt al jaren een van de spannendste cultuurtempels van Europa. De Caluwe doet veel met relatief weinig. Het belangrijke blad Opernwelt noemde De Munt in 2011 het beste operahuis ter wereld. ‘Macbeth’ kreeg in 2014 de prijs voor de beste productie. De Caluwe werd in 2013 overheidsmanager van het jaar. Hij noemt zich met een zweem ironie Chief Enabling Officer, de man die dingen mogelijk maakt. Hij masseert ego’s, smeert de samenwerking tussen orkest en dirigent, scout talent en onderhandelt met artiesten. Hij kan geen grote gages in de schaal gooien, die heeft De Munt niet.

Hij kreeg aanbiedingen, en mooie ook, van de Wiener Staatsoper en de Semperoper Dresden, historische huizen met grote budgetten en veel publiek. ‘Maar in Wenen maak je opera voor de Wiener die vier keer per jaar ‘Tosca’ wil zien, of de Aziatische toerist die naar de opera gaat alsof hij een museum bezoekt. Ik weet niet of ik mij daar op mijn plaats zou voelen. De Munt is een huis van creatie, van empowerment, en van impact. Hoe reageer je via de kunsten op wat vandaag gebeurt in de maatschappij, zonder dat je je genre verraadt? ‘Lucio Silla’ van Mozart gaat over macht, als je daar vandaag naar kijkt, zie je de psychologie van Donald Trump. Maar daarvoor hoeft Lucio Silla geen blonde pruik op te zetten. In Wenen willen ze het liefst Romeinse toga’s zien.’

Mecenassen

Hij stuurt 400 vaste mensen aan en beheert een budget van bijna 34 miljoen euro. Een budget dat even hoog is als toen hij eraan begon. ‘Eigenlijk wordt het elk jaar een klein beetje minder. Terwijl de kosten stijgen, dus het artistieke budget verkleint.’

De Munt kan een beroep doen op mecenassen. ‘In de VS doneert zo iemand 50 miljoen dollar, bij ons gaat het om 25.000 euro. Pas op, ik vind dat veel geld: da’s een keuken en een badkamer. Maar het valt toch op dat al onze grote mecenassen Franse expats zijn, hier gevestigd om fiscale redenen. De grote Vlaamse captains of industry, als ze al doneren, doen dat liever in Antwerpen of aan een museum als Dhondt-Dhaenens. Ik zeg dat zonder jaloezie: Brussel ligt blijkbaar moeilijk. Maar als die band met De Munt er niet is, als cultuurhuis van de hoofdstad van Europa met zijn specifieke mix van culturen, ben ik niet te beroerd om dat te zeggen. Het klinkt misschien arrogant, maar als de match ontbreekt, hoef ik je geld niet.’

Zingen

De intendant van het belangrijkste operahuis van ons land kan niet zingen en bespeelt geen instrument. Maar wat De Caluwe als de beste kan, is opera maken in zijn hoofd. ‘Ik programmeer een stem en die laat ik in mijn hoofd iets zingen. Als ik aan een bepaalde opera denk, zie ik meteen een regisseur voor me, zangers, een componist. In een combinatie die nog niet bestaat. Dat ensemble laat ik spelen in mijn hoofd en daarvoor heb ik enkel stilte nodig. Ik kijk niet naar opera op tv of dvd, ik luister bijna nooit naar muziek. Mijn stereo-installatie is al maanden stuk.'

©Dieter Telemans

'Kunst is voor mij bij uitstek efemeer, een voorbijvliegend moment. Als ik een stem nog niet ken, kijk ik hoogstens even op YouTube. Ik dacht eigenlijk dat iedereen op die manier aan muziek denkt, maar dat is blijkbaar toch een uniek talent.’

Reïncarnatie

Er wordt opnieuw koffie besteld, in kleinere kopjes deze keer en met meer caffeïne. Het is tijd voor een rotvraag: welke opera zou hij kiezen als hij er nog één mocht zien? Hij twijfelt. Mogelijk iets van Mozart, ‘een god onder de mensen’. Of toch Verdi, ‘hij die spreekt over de mens en zijn relaties’. Na enige aarzeling kiest hij voor ‘Pélléas et Mélisande’ van Maeterlinck (getoonzet door Debussy), een verrassende keuze - en nog meer als blijkt waarom. ‘Maeterlinck creëert karakters die niet te vatten zijn, dat intrigeert mij enorm. Maar vooral schrijft hij over de ziel. Het is de reden waarom ik bij hem een connectie voel die er bij Mozart en Verdi niet is.’

‘Kijk, reïncarnatie is - net zoals mijn passie voor horoscopen - onwetenschappelijk, maar ik ben er echt van overtuigd dat ik hier niet voor het eerst ben. Ik weet dingen, ik heb kennis over mensen en situaties, die ik van niemand heb geleerd. Dat is heel beangstigend maar ook rustgevend, want het zegt alles over de relativiteit van dit moment. Ik spreek daar weinig over omdat ik mij er van alle aspecten van mijn leven het meest alleen in voel. Weinig mensen begrijpen mij als ik erover spreek. Maar de gedachte dat ik die diepe roots heb, maakt mij optimistisch over de toekomst.’ Daar bevindt zich ook de diepe connectie met de opera, zegt hij. ‘Daarom voel ik mij erin thuis. Het gaat om tijd, maar ook over inleven en empathie. Ik vind zielsverwanten in de opera.

Pingpong

De aardse taken roepen, De Caluwe moet zo naar een vergadering. ‘Het grootste deel van mijn dag gaat op aan vergaderen en plannen. Dan ben ik niet bezig met het invullen van mijn Mozart-cyclus of het dansprogramma. Dat lukt mij alleen als ik mijn gras aan het afrijden ben, of de tomaten aan het snijden. Op andere momenten is daar geen tijd voor. Op het vlak van leidinggeven deel ik veel, het artistieke proces doe ik zelf. Ik pingpong lang met mezelf, tot de puzzel past. Het idee moet gerijpt zijn voor ik erover communiceer. Anders is het te fragiel.’

Nog een laatste vraag voor hij, paraplu en aktetas onder de arm, de galerij uitbeent. Hij heeft een contract tot 2025, wat wil hij nog? ‘Ik had één ambitie, dat was de Salzburger Festspiele (De Caluwe haalde het in 2013 niet van de Oostenrijkse kandidaat, red.). Omdat ik geloof dat ik daar dingen in beweging kan zetten. Voor die mensen, met hun kaartjes van 480 euro, die in de schijnwerpers kijken als konijnen en geen idee hebben wat er gebeurt. Terwijl opera juist over gigantisch diepe emoties gaat: over uitbuiting, slavernij, volksverhuizing, verraad, liefde. Dat zijn geen emoties die ons vreemd zijn, het zijn de zaken die wij elke dag ervaren. Ik wil hen die doen voelen.’

Onbijt met De Tijd

Het weekendinterview dat naast de kern én naast de kwestie durft te gaan. In hartje Brussel praten we met Munt-intendant Peter De Caluwe over connectie met het publiek, mecenaat en reïncarnatie.

Lees alle afleveringen op tijd.be/ontbijt

Gesponsorde inhoud

Partner content