Romeo Castellucci geeft Jeanne d'Arc een nieuw leven

©DE MUNT / LA MONNAIE

In ‘Jeanne d’Arc au bûcher’ ontdoet de Italiaanse regisseur Romeo Castellucci de Franse verzetsstrijdster van haar heldenstatus. Op de muziek van de Zwitserse componist Arthur Honegger wordt ze een vrouw van vlees en bloed.

Voor de ingang van de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel liepen dinsdagavond iets meer politieagenten rond dan gewoonlijk bij een operapremière. Er was misschien wat protest verwacht op de eerste voorstelling van ‘Jeanne d’Arc au bûcher’ van de Zwitserse componist Arthur Honegger in een regie van Romeo Castellucci. Bij de wereldpremière in Lyon twee jaar geleden hadden conservatieve katholieken stampei gemaakt over de interpretatie van de heilige Jeanne d’Arc door Castellucci. In Brussel startte de Fédération Pro Europa Christiana een petitie om de voorstelling te verbieden. Ze verzamelde naar eigen zeggen 10.400 handtekeningen. De oerconservatieve katholieke groepering vond dat Castellucci de ‘maagd van Orléans’ onteerde. Ze is een tijd - oh schande - naakt op het podium te zien.

Uiteraard ging de voorstelling dinsdag gewoon door en was van protest geen spoor te merken. Na afloop was er enkel een lang en gemeend applaus voor hoofdrolspeelster Audrey Bonnet, de Japanse dirigent Kazushi Ono en Castellucci. Zij maakten van ‘Jeanne d’Arc au bûcher’ een aangrijpende en niet te missen voorstelling.

Uiteraard ging de voorstelling dinsdag gewoon door en was van protest geen spoor te merken. Na afloop was er enkel een lang en gemeend applaus.

Het werk werd in 1938 gecreëerd door de Zwitserse componist Arthur Honegger op een libretto van de Franse toneelauteur Paul Claudel. Hij was de drijvende kracht achter het project. ‘Jeanne d’Arc au bûcher’ is geen opera maar een oratorium, een vocaal muziekstuk zonder enscenering of decors. In principe wordt er ook niet geacteerd.

Aaneengeplakte fragmenten

Castellucci lapte voor deze productie, zoals hij wel vaker doet, de regels aan zijn laars. Hij creëerde een hoogstpersoonlijke interpretatie van de vorm en de inhoud. Bij zijn vorige passage in De Munt voegde hij dialogen toe aan ‘De toverfluit’ van Mozart. Voor ‘Jeanne d’Arc au bûcher’ creëerde hij een theatrale proloog, zonder tekst, zonder muziek.

Als het doek opengaat, kijk je naar een schoolklas die de boeken opbergt en naar buiten wandelt. Een klusjesman komt binnen en begint te kuisen. Eerst rustig, dan fanatieker. Hij (of is het een zij?) begint de klas te slopen. Tot er niks meer rest, en de muziek begint. Op dat moment heb je al door dat je naar Jeanne d’Arc aan het kijken bent. Wat doet ze daar? Wat is de band met de geschiedenis? Je moet even nadenken. Maar je weet: het is Castellucci. Bij hem is nooit iets wat het lijkt.

Dat zit in dit stuk al van bij de conceptie ingebakken. Claudel creëerde geen historische evocatie van het leven van Jeanne d’Arc. In zijn gedicht is ze al lang dood, kijkt ze terug op wat is gebeurd en vraagt ze zich af waarom het leven is gelopen zoals het is gelopen. Is ze schuldig? Wat heeft ze misdaan? De tijd verloopt niet chronologisch, maar bestaat uit aaneengeplakte fragmenten.

Mannenkleren

Die benadering is op maat geschreven van Castellucci. De geschiedenis lijkt hem maar matig te interesseren. De persoonlijkheid van Jeanne d’Arc des te meer. Hij ontdoet haar van alle mythes en toont een vrouw in al haar kwetsbaarheid. In die optiek moet je ook het naakt zien. Het is uiteraard ook een verwijzing naar de enige beschuldiging die de inquisitie echt hard kon maken: Jeanne d’Arc droeg mannenkleren en dat was in de 15de eeuw verboden.

De Franse actrice Audrey Bonnet is overrompelend als Jeanne d’Arc. Ze zingt niet. Ze praat en acteert. Ze doet dat met zo’n présence en overtuiging dat ze je helemaal voor zich inneemt. Aan het einde van het oratorium graaft ze letterlijk met haar handen een put in het klaslokaal. Als een archeologe lijkt ze haar eigen verleden op te sporen en misschien te ontdoen van alle falsificaties. Verwijzingen naar de brandstapel zijn er ook, maar nooit expliciet. In deze versie stierf Jeanne d’Arc niet als een onbevreesde heldin. ‘Moeder! Moeder daar boven mij. Ik ben bang voor het vuur dat mij pijn doet’, declameert ze.

Arthur Honegger is niet meteen de bekendste componist uit de 20ste eeuw, maar dat is geheel ten onrechte. ‘Jeanne d’Arc au bûcher’ is muzikaal een pareltje vol orkestrale rijkdom en afwisseling. De schoonheid van het verleden ingebed in 20ste-eeuwse moderniteit. Het stuk wordt gedragen door prachtige koorpartijen. De ene keer bitsig, de andere keer vol mededogen. Als in een Griekse tragedie vertelt het koor het verhaal, waarop de sprekende Jeanne reageert. Het straffe in De Munt is dat je het koor (en ook geen enkele andere solozanger/zangeres) op het podium ziet. Ze zingen hoog in de zaal op het bovenste balkon. Het zet de eenzame strijd van Jeanne d’Arc nog wat meer in de verf.

‘Jeanne d’Arc au bûcher’ tot 12 november in De Munt in Brussel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect