Advertentie

Alleen in Brugge met twee dode blonde vrouwen

Roberto Sacca (Paul) en Marlis Petersen (Marietta) schitteren in de opera door hun presence en geloofwaardigheid.

Waanzin en dood en passie. Vrolijk word je niet van 'Die tote Stadt'. Maar ook in deze barre tijden blijft het een geweldige opera. Zelfs in de aangepaste coronaversie bij De Munt.

Wat als het aantal toeschouwers van 576 naar 200 wordt teruggebracht? Dat vroegen we donderdag aan Peter de Caluwe, de directeur van De Munt, net voor de première van 'Die tote Stadt'. We stonden buiten aan de trappen van het operagebouw, er viel binnen toch niets te drinken. 'Het geld is uitgegeven. We gaan hoe dan ook met de productie door', zei hij stoïcijns.

Het worden dus 200 mensen de komende weken. We durven het haast niet te schrijven, maar we doen het toch: 200 gelukkige mensen. 'Die tote Stadt' van de Duitse componist Erich Wolfgang Korngold is een steengoede, aangrijpende productie. Zelfs in de aangepaste coronaversie.

'Die tote Stadt' ging op 4 december 1920 in wereldpremière in Hamburg en Keulen. Daarna begon de opera aan een triomftocht doorheen Europa. Korngold, 23 toen hij het werk componeerde, zou donderdagavond vast even met zijn wenkbrauwen hebben gefronst tijdens de première. 'Verdammt nochmal, dit is niet mijn opera', zoiets. Daarin heeft hij gelijk.

De Munt heeft aardig wat ingrepen gedaan om de opera coronaproof uit te voeren. Hij is ingekort. Sommige scènes werden noodgedwongen geschrapt zodat geen pauze nodig is. De grootste aanpassing gebeurde in de partituur. Korngold was de man van het grote, wijdbeense orkest. Dat kan momenteel niet. Er is plaats voor 57 musici, met mondmasker als het kan. Die zaten niet in de orkestbak - geen afstand mogelijk - maar achteraan op het podium. De Oostenrijker Leonard Eröd, een specialist ter zake, werd gevraagd de partituur te bewerken. Te downsizen eigenlijk.

Dat weet je allemaal voor de opera begint. Binnen de kortste keren ben je dat alweer vergeten. Het gaat om wat je hoort en ziet, niet over wat had kunnen zijn. 'Die tote Stadt' is een bewerking van de beroemde roman 'Bruges-la-Morte' van de Belgische schrijver (en jurist) Georges Rodenbach. Die verscheen in 1892 en groeide uit tot een van de klassiekers uit de symbolistische literatuur.

Oscarwinnaar

'Die tote Stadt' uit 1920 is de bekendste opera van de Oostenrijkse componist Erich Wolfgang Korngold (1897-1957). Een ander meesterwerk van hem is 'Das Wunder der Heliane' uit 1927, dat in 2017 nog door Opera/Ballet Vlaanderen werd opgevoerd.

Kornhold, van joodse afkomst, emigreerde in 1938 definitief naar Hollywood, waar hij zich ontwikkelde tot een van de belangrijkste filmcomponisten van zijn tijd. Twee Oscars won hij. In 1936 al voor de muziek van 'Anthony Adverse' en in 1939 voor 'The Adventures of Robin Hood'.

Het verhaal draait om Paul die de dood van zijn vrouw Marie niet kan verwerken. Zijn huis in Brugge is een soort mausoleum geworden waar hij de herinneringen aan zijn vrouw bewaart, met haar afgeknipte blonde, lange haar als de ultieme relikwie. Maar dan ontmoet hij Marietta, een danseres. Ze lijkt als twee druppels water op zijn gestorven echtgenote. Hij begint een relatie met haar. Dan begint echter de waanzin.

Korns muziek is dreigend, hitsig soms, onheilspellend, angstig. Precies wat je vandaag in een dode stad kan verwachten.

'Die tote Stadt' is een opera over onverwerkt verdriet, over passie, over integriteit. Ook over de strenge burgerlijke zeden aan het eind van de 19de eeuw. De droom en het waanbeeld staan centraal. Als regisseur kan je gemakkelijk verloren lopen in zo'n verhaal. Alles is mogelijk, want het speelt zich af in het getroebleerde hoofd van het hoofdpersonage.

De Poolse regisseur Mariusz Trelinski heeft die valkuilen vermeden. Misschien noodgedwongen. Hij moest zich schikken naar de coronabeperkingen. De productie ging in 2017 in première in Warschau, van het oorspronkelijke weelderige concept blijft nog weinig over. Op het podium staan drie doorschijnende rechthoekige kubussen centraal. Ze stellen de kamers van het Brugse dodenhuis voor. Het zijn tegelijk de kamers in het hoofd van Paul. Voorts hangt een groot videoscherm bovenaan het podium. De beelden vormen een leidraad door de voorstelling, als gefilmde titels van hoofdstukken.

De geest van de overleden vrouw waart over het podium, strompelend als blonde zombies. Zijn ze echt? Of lopen ze alleen rond in de kamers van Pauls huis. Het is knap hoe de overgang zich voltrekt in de verschuiving van liefde en lust bij de protagonisten. In het begin heb je nog medelijden met Paul en zijn obsessie voor zijn overleden vrouw. En Marietta, ja, die lijkt een goedkope del die het met Jan en alleman aanlegt.

Maar naar het einde toe is Marietta die die in de echte liefde gelooft. Paul raakt verstrikt in zijn schizofreen gedrag. Freud zou er een kluif aan hebben. Marietta heeft het ook door. Ze dient enkel tot bevrediging van de lusten van de Paul. Die wordt daardoor nog extremer in zijn gedrag omdat hij zijn eigen ontrouw aan zijn dode vrouw niet kan verwerken En zoals dat dan gaat, vindt hij pas rust als hij Mariettta heeft vermoord. Twee dode blonde vrouwen, ze zijn in alles gelijk nu.

Je moet erbij slikken. Door de afloop, door de kracht en de geloofwaardigheid van de twee hoofdacteurs, de Italiaanse tenor Roberto Saccà en de Duitse sopraan Marlis Petersen. En het orkest natuurlijk, onder leiding van Lothar Koenings. Korns muziek is dreigend, hitsig soms, onheilspellend, angstig. Precies wat je vandaag in een dode stad kan verwachten.

'Die tote Stadt' is gepland tot 13 november. Modaliteiten voor tickets op demunt.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud