‘Als danser ben je geobsedeerd door jezelf'

Bernice Coppieters tijdens de repetities van 'Faust' in Antwerpen. 'Je moet je als danser durven bloot te geven aan je coach.' ©Ballet Vlaanderen / Filip Van Roe

Bernice Coppieters danste avond na avond de dood in ‘Faust’. Nu staat ze als coach aan de zijkant. Het ballet is vanaf morgen in Antwerpen te zien.

Bernice Coppieters (47) moet even nadenken over de vraag hoe vaak ze de rol van de dood in ‘Faust’ heeft gedanst. ‘Ik denk een kleine honderd keer. Gek genoeg heb ik de voorstelling nog geen enkele keer kunnen zien. Ik heb in elke voorstelling zelf gedanst. Zaterdag is het mijn première als toeschouwer. Ik ben echt wel benieuwd. Als danser maak je wel deel uit van een team, maar je bent toch vooral geobsedeerd door jezelf. Je eigen rol is zo zwaar dat je minder oog hebt voor het geheel’

‘Faust’ is een ballet uit 2008 van de Franse choreograaf Jean-Christophe Maillot, de artistiek directeur van Les Ballets de Monte-Carlo. Hij won er dat jaar prompt de prestigieuze Prix Benois de la danse voor beste choreografie mee. Het ballet, op muziek van Franz Liszt, vertelt het bekende verhaal van Faust die zijn ziel verkoopt aan de duivel (Mefistofeles).

Aan het einde van mijn carrière was ik de concurrente van mijn jongere zelf geworden.
Bernice Coppieters
Ballerina en coach

Maillot voegde er een personage aan toe: de dood. Die rol ging naar Coppieters. ‘Ik was eerst de schaduw van de duivel. Tijdens de eerste repetities ontstond het idee om het personage van de dood te creëren. Dat bleek een geweldige ingeving. Voor mij was dat een heel prettige rol.'

'Met de dood kan je alle kanten op. Ze is mooi en bevrijdend, pijnlijk en vreselijk. De rol is fysiek niet zo vermoeiend. Je moet geen grote acrobatieën uithalen. De uitdaging ligt in de houding. Je moet heel veel spanning uitstralen: ben ik er of ben ik er niet? Daardoor is je lichaam de hele voorstelling wat verkrampt.’

Spiegel

‘Faust’ is vanaf morgen bij Ballet Vlaanderen in Antwerpen voor het eerst buiten Monte-Carlo te zien. De goede relaties tussen artistiek directeur Sidi Larbi Cherkaoui en Maillot hebben daarvoor gezorgd.

Coppieters danst niet meer mee. Ze stopte twee jaar geleden op haar 45ste met ballet. ‘Ik wilde helemaal niet stoppen. Maar het lichaam wilde niet meer mee. Ik werkte even hard als vroeger, ik had twee keer zoveel pijn en het resultaat was minder, zag ik in de spiegel. Dan is het moment om afscheid te nemen, aangebroken.

Als coach is het lichaam van anderen nu mijn instrument.
Bernice Coppieters
Ballerina en coach

‘De voorbije jaren stond ik vaak met tranen van pijn op het podium. Ook emotioneel en psychologisch was het op het einde zwaar. Je bent niet meer tevreden met wat je nog kan brengen. Als je ouder wordt, begin je de concurrentie aan te gaan met je jongere zelf.'

'In Monte-Carlo danste ik op mijn 24ste in een nieuwe choreografie van ‘Romeo & Julia’. Op mijn 40ste vertolkte ik nog altijd de rol van Julia. Maar dan begint het in je hoofd te malen: ben ik nog zo goed als vroeger? Ben ik niet te oud voor die rol? Ik heb het dansen geleidelijk afgebouwd. Julia was de eerste rol waarmee ik ben gestopt. De rest is stapsgewijs gevolgd.’

Prins Albert II

Coppieters verhuisde op haar 21ste van het Ballet van Vlaanderen naar Les ballets de Monte-Carlo. Met dat gezelschap vierde ze wereldwijd grote triomfen. Na haar laatste opvoering van ‘Faust’ in 2014 kwamen prins Albert II van Monaco en zijn zuster Caroline op het podium afscheid nemen van de ballerina. Het zegt wat over haar status in Monaco.

Bernice Coppieters.

Nu staat Coppieters aan de zijlijn als coach. ‘Dat is anders, hè. Het lichaam van anderen is nu mijn instrument. Ik doe dat heel graag. Ik vind het wel moeilijk dat ik geen controle meer over het resultaat heb. Het werk is ingestudeerd, de passen zijn gekend. Het hangt nu van de dansers af. Kunnen ze hun zenuwen de baas? Kunnen ze alle kleine details uitvoeren zoals is afgesproken?’

Coppieters waakt er angstvallig over om voor haar rol geen kopieën van zichzelf te kneden. ‘Dat zou heel oneerlijk zijn. Iedere danser heeft een eigen lichaam met zijn eigen kwaliteiten en gebreken. Als coach moet je daarmee aan de slag. Het belangrijkste is het creëren van een vertrouwensband. Je moet als danser bereid zijn je voor je coach helemaal bloot te geven. Je moet kunnen aanvaarden dat er dingen niet goed zijn. Pas dan kan je beter worden. Dat is niet zo vanzelfsprekend. Sommige dansers durven hun tekortkomingen niet onder ogen te zien.’

Coppieters was een danseres die graag het creatieproces van een ballet mee stuurde. ‘Tuurlijk. De vrijheid van de danser ligt net in de creatie. De choreograaf stelt iets voor, jij geeft daar een eigen invulling aan. Ik merk dat die ingesteldheid wat aan het verdwijnen is. Veel dansers doen gewoon wat de choreograaf vraagt, zonder veel eigen inbreng. Dat vind ik jammer. De rijkdom van het ballet zit net in de samenwerking.’

Geen machine

Een ballet is ook geen machine die avond na avond hetzelfde resultaat oplevert. ‘Elke voorstelling is anders, omdat je zelf elke dag anders bent. De ene dag ben je verliefd, de andere dag heb je liefdesverdriet. Dat zal twee totaal verschillende voorstellingen opleveren. Na een geweldig goed optreden heb je als danser de neiging om het de avond erna op dezelfde manier te doen. Fout, want je stemming is anders. De meeste jonge dansers denken dat ze iedere avond gewoon goed moeten zijn. Dat klopt niet. De essentie van het ballet is dat je je gemoedstoestand van de dag optimaal verwerkt in je performance.’

‘Faust’ loopt van 20 tot 28 januari bij Ballet Vlaanderen in de Stadsschouwburg van Antwerpen.

www.operaballet.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content