interview

‘De acteur staat te weinig centraal in het theater’

©Brecht Van Maele

Spoiler alert: Godot daagt niet op in ‘Wachten op Godot’ van Olympique Dramatique. Tom Van Dyck gelukkig wel. De acteur en televisiemaker keert met de Beckett-klassieker terug naar het theater, dat hij op het postcoronatijdperk wil voorbereiden.

De ouders van acteur en tv- maker Tom Van Dyck (48) hadden een elektriciteitsbedrijf in Herentals. Als jongste van drie was hij voorbestemd om in hun voetsporen te treden. ‘Als jong manneke vond ik het geweldig om in een blauwe overall en met een gele helm op mijn vader te achtervolgen op werfvergaderingen’, vertelt hij. ‘Ik werd dan ook heel snel voorgesteld als zijn opvolger.’ Uiteindelijk nam zijn oudste broer, die sportkot deed, het bedrijf over. Hij nam de bocht die de nu gevierde acteur en tv-maker zichzelf nooit zag nemen.

Door toedoen van een lerares op de muziekacademie was Tom Van Dyck al vroeg door de toneelmicrobe gebeten. In zijn tienerkamer hingen geen foto’s van voetballers, wielrenners of popsterren, maar van theatervolk. Els Dottermans, Jan Decleir, de theatermaker en poppenspeler Jozef van den Berg. Samuel Beckett kleefde ook aan dat prikbord. ‘Ik las Beckett graag. Voor een jongen van 15 is dat inderdaad heel erg’, zegt Van Dyck met pretoogjes. Zijn jongensachtige enthousiasme over de Ierse toneelschrijver zal pas omslaan wanneer het gesprek kantelt naar de toekomst van het theater in het postcoronatijdperk.

Er gaat bij onze theatergezelschappen te veel geld naar het omkaderend personeel. Terwijl de acteur - voor wie we toch naar de schouwburg gaan, dacht ik - al te vaak in de kou blijft staan.
Tom Van Dyck
Acteur en tv-maker

Met Becketts klassieker over enkele bebaarde mannen die wachten op iemand die nooit zal komen, keert Van Dyck terug naar het theater na meer dan 15 jaar televisie maken als acteur (‘In de gloria’, ‘Het eiland’, ‘De ronde’, ‘Over water’) en schrijver en regisseur (‘Met man en macht’ ,‘Van vlees en bloed’ en ‘Den elfde van den elfde’). De Kempenaar rolde de tv-wereld binnen via Woestijnvis, dat hem opmerkte in theaterstukken voor het Toneelhuis en de Roovers. Maar toen Tom Dewispelaere van Olympique Dramatique hem een jaar geleden vroeg voor de rol van Vladimir in ‘Wachten op Godot’ moest hij niet lang twijfelen.

Verrassend: u had nooit eerder in een stuk van Beckett gespeeld.

Tom Van Dyck: ‘Klopt. Nochtans verslond ik als tiener zijn boeken en teksten. Ik was net als hij een grote fan van Buster Keaton, voor wie Beckett een filmrol schreef. Ik snapte niet alles van ‘Wachten op Godot’ - nog altijd niet. Ik hield, denk ik, vooral van de humor, de grappige kronkels, de tragikomische figuren met wie je bijna medelijden krijgt.’

‘Aan de toneelschool bij Dora van der Groen ontdekte ik de poëtische en filosofische laag van het stuk. Maar ik durfde het nooit te spelen. Nu ik richting 50 ga, ben ik er eindelijk klaar voor. Het is een stevige partituur, hoor. Godot heeft ons al heel wat slapeloze nachten bezorgd. In Shakespeare kan je volle bak schrappen, maar hier moet je grotendeels de partituur volgen. Niet erg, integendeel: het is de fenomenale kracht van een klassieker dat hij in elk tijdsgewricht troost en houvast biedt.’

Beckett sprak zelden over zijn werk. Over ‘Wachten op Godot’ beweerde hij: ‘Als ik had geweten wie Godot was, had ik dat wel in het stuk gezet.’ Waarover gaat het voor u?

Van Dyck: ‘Over het verlies van vaste waarden. De tekst is van 1952, en geschreven in de context van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en het ontstaan van het existentialisme. We kwamen uit een periode van chaos en veel mensen stelden zich grote vragen bij de zin van het leven. Daar slaat het wachten op. De personages wachten op iets, maar ze weten niet goed wat. Zoals ook wij, die net als Vladimir en zijn metgezellen in een vreemd tijdsgewricht zijn terechtgekomen, vandaag zitten te wachten op iets.’

Waarop wachten wij dan?

Van Dyck: ‘Waar wachten we níét op? Op een vaccin, op verandering, op een antwoord op de vraag over hoe het met ons klimaat verder moet. Kortom: op een duidelijker beeld van de toekomst. Veel zinnetjes over de zin van het leven krijgen een extra bijklank door corona.’

Zoals?

Van Dyck: ‘‘Schrijlings boven het graf baren zij/ even schittert de dag en dan is het weer nacht.’ Dat gaat over de vaststelling dat de afstand tussen leven en dood ontzettend kort is. Wat betekent dat dan, léven? En wat moeten of kunnen we anders doen met ons leven, wetende dat het (knipt met zijn vingers) plots gedaan kan zijn? Die gedachten zijn de afgelopen maanden door vele hoofden gegaan. Wat betekent leven ook in een tijd waarin we zolang opgesloten zaten en elkaar nog altijd niet mogen vastpakken? Ergens in het stuk zegt Vladimir tegen Estragon: ‘Kom hier, dat ik u vastpak.’ En hij antwoordt: ‘Nee, nu even niet.’ Akelig hoe hard zoiets binnenkomt in dit tijdsgewricht.’

©Brecht Van Maele

Is de vergelijking tussen de coronabeperkingen en de oorlogstijd niet wat overtrokken?

Van Dyck: ‘Uiteraard is er een groot verschil tussen oorlog en de coronacrisis. Wat wel opgaat, is dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog onze vrijheid om te gaan en te staan waar we willen serieus is ingeperkt. De coronasituatie leidt net als toen tot grote onzekerheid en een verlangen naar een andere invulling van onze levens. Kijk eens goed rondom je: veel mensen zijn zoekende. Sommigen zoeken zelfs hun weg door extreem te sporten. (slaat enthousiast op tafel) ‘We moeten in vorm blijven.’ Dat wordt letterlijk gezegd in het stuk!’

‘Beckett plaatste onze absurde zoektocht naar zingeving tegenover de banaliteit van het leven. Ik doe hetzelfde: ik zit ook maar elke dag te zoeken naar de zin van mijn eigen leven. Die haal ik voornamelijk uit het spelen en mensen blij te maken met de verhalen die ik vertel. Daarom vind ik het zo fantastisch om precies met dit stuk terug te keren naar het theater, op een grote locatie bovendien (de Waagnatie in Antwerpen, red.) waar iedereen zich 100 procent veilig zal voelen.’

Smaakt deze comeback naar meer? Mij lijkt theater fijner dan tv als acteur: de adrenaline, het contact met het publiek.

Van Dyck: ‘Theater is een ander metier als acteur. Je bent wat autonomer, terwijl je op een tv- of filmset meer een onderdeel bent van een geheel. Het vraagt een andere instelling. Om het met een wielermetafoor te zeggen: tv is de 100 meter sprint, in het theater moet je elke avond een grote klassieker rijden. Voor de controlefreak in mij kan dat leiden tot grote frustratie: wat als het een avond niet zo lekker loopt? Maar voorlopig vind ik het heerlijk om weer even op de scène te mogen staan, zoals ik me ook nog altijd feestelijk amuseer op een filmset. Mocht ik in de toekomst altijd kunnen afwisselen tussen filmset en theater, ben ik een gelukkig man.’

Zonder corona zou hij dit jaar ook lang op tournee zijn geweest met ‘EX’, een theaterstuk dat zijn vrouw Alice Reijs en hij samen met Ariane van Vliet en Lucas Van den Eynde zouden maken voor hun vermakelijkheidsbedrijf De Kempvader. Van de oorspronkelijke tournee blijft niet veel over. ‘Tot op heden is geen beslissing genomen of we kunnen starten in januari. We bekijken alle mogelijk haalbare pistes.’

Ook andere film- en theaterplannen vielen in het water. ‘Financieel is dat vervelend, maar ik mag nog van geluk spreken. Onze vennootschap beschikt over een kleine buffer en er was het overbruggingskrediet. Ik behoor als acteur tot het kransje gelukzakken die van het spelen kunnen leven. Dat is niet iedereen gegeven. Corona heeft schrijnende toestanden bovengehaald. Ik ken collega’s die in een tuinbedrijf of in de horeca werken om hun rekeningen te betalen. Als deze crisis één ding duidelijk heeft gemaakt, is het dat de acteur te weinig centraal staat in het theater.’

Wie dan wel?

Van Dyck: ‘Er gaat bij onze theatergezelschappen te veel geld naar het omkaderend personeel. Al die mensen in ondersteunende functies krijgen langdurige contracten met overheidsgeld, terwijl de acteur - voor wie we toch naar de schouwburg gaan, dacht ik - al te vaak in de kou blijft staan.’

‘Vroeger werkten de stadstheaters met grote gezelschappen. Huizen als het Toneelhuis, NTGent of de KVS draaien vandaag rond één regisseur of een aantal makers. Een valabele keuze, maar voor een acteur betekent dat: ofwel zelf maker worden, of als speler de kortlopende contracten aan elkaar knopen. Zo is het heel moeilijk om aan een loopbaan te werken. Een wielrenner wordt toch ook beter als hij de klassiekers kan rijden? Acteurs krijgen nog amper tijd om te leren, te groeien en te mislukken.’

Wat moet er gebeuren?

Van Dyck: ‘De loopbaan van een acteur moet centraler staan. Maar een productie met veel acteurs op de scène wordt al snel veel te duur. Misschien moeten we naar een ander statuut voor de acteur met andere sociale voorwaarden, zoals in de sportwereld. En waarom experimenteren we niet met een basisinkomen voor acteurs en kunstenaars?’

‘We moeten het ecosysteem in vraag durven te stellen om de leefbaarheid van onze sector te kunnen behouden. Eind volgend jaar komt er een nieuwe subsidieronde, de tijd dringt. Ik weet dat veel mensen zullen zeggen: ‘Van Dyck, niet nu, in volle corona.’ Ik vind: als het slecht gaat, moet je niet alleen dweilen, maar moet je je ook afvragen of er niet iets mis is met de kraan.’

‘Wachten op Godot’ van Olympique Dramatique, vanaf 15 oktober in de Waagnatie in Antwerpen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud