De runner's high van een dansbeest

©Siska Vandecasteele

Wordt 2019 het jaar van choreograaf en performer Jan Martens? In zijn nieuwe solo tast hij de grenzen van zijn lichaam af op muziek van Penderecki, The Smiths en de Pet Shop Boys. ‘Ik moet kunnen zweten.’

Voor Jan Martens heeft elk lichaam iets te vertellen. De choreograaf en danser maakte al voorstellingen met mollige dansers, met zestigers en met amateurs. Zijn stukken vertellen altijd iets over de tijd waarin we leven. Het ging al over de dunne lijn tussen kunst en entertainment, over onze continu zappende geest en verslaving aan prikkels, of over gendergelijkheid. In ‘Passing The Bechdel Test’ choreografeerde Martens vorig jaar in samenwerking met fABULEUS dertien jongeren die zich niet thuis voelen in genderhokjes. deSingel in Antwerpen, waar Martens al drie jaar artist in residence is, herneemt dat successtuk.

BIO

Jan Martens (34) is danser en choreograaf. Hij groeide op in Beveren en studeerde aan de dansacademie van Tilburg.

‘The Dog Days Are Over’ werd geselecteerd voor het Theaterfestival.

Zijn nieuwe creatie ‘lostmovements’ is een sierlijke en baldadige solo. 

Martens is ‘creative associate’ van het kunstencentrum deSingel.

De 34-jarige Waaslander heeft duidelijk geen zittend gat. Er is alweer een nieuwe creatie klaar, iets helemaal anders en toch weer niet. De danssolo ‘lostmovements’ is, zo vertelt hij ons na afloop van de voorlaatste doorloop in de theaterzaal van deSingel, zijn meest persoonlijke voorstelling ooit. Even daarvoor hebben we een Martens gezien die de scène opwandelde en een lijst met namen debiteerde: Anne Teresa De Keersmaeker, Meg Stuart, Maurice Béjart, Pina Bausch, William Forsythe. Op het einde opnieuw een namenreeks, nu van homoseksuele kunstenaars: Andy Warhol, Frank Ocean, David Hockney, Michael Stipe. Tussenin werkte Martens zich in een zevental stukken een uur lang in het zweet op een violente, weelderige klankcompositie van de Poolse componist Krzysztof Penderecki en een loungeachtig stukje Pet Shop Boys.

Er zit veel drama in het voortreffelijke ‘lostmovements’, meer dan de regelmatige bezoeker van hedendaagse dans gewoon is. En dat niet alleen in de molenwiekende bewegingen van Martens. Ook zijn gelaatsuitdrukkingen zijn soms erg expressief. In de hedendaagse dans zetten performers op scène graag een pokerface op. Dat mocht een keer anders, vond hij.

Martens maakte de solo samen met de choreograaf Marc Vanrunxt. Vanrunxt was erbij toen in de vroege jaren tachtig de zogenaamde ‘Vlaamse golf’ rond Anne Teresa De Keersmaeker en Jan Fabre de internationale danswereld veroverde. Hij is altijd underground gebleven, maar had grote invloed op veel performers, ook op Jan Martens. ‘Marc is een mentor. Hij was mijn docent op het conservatorium van Lier. Ik wilde al lang in een één-op-éénrelatie met hem samenwerken. We zijn voor dit stuk als gekken in elkaars werk gedoken. Dat was een boeiende zoektocht, net omdat we zo anders zijn.’

De namen van de choreografen waren er eerst. De homo-iconen kwamen pas later in het creatieproces. Martens is zelf homo. Wie aandachtig oplet, detecteert in de solo verwijzingen naar zijn geaardheid. Zo danst hij in misschien wel het meest opzienbarende van de negen stukken zwierig en vigoureus op een fragment uit een interview waarin de Amerikaanse fotograaf Paul Mpagi Sepuya vertelt over de gelijkenissen tussen een darkroom in de fotografie en in de queer scene.

Seksuele identiteit

Martens outte zich op zijn negentiende aan de unief in Gent. Lang geleden dus. Waarom houdt dat hem vijftien jaar later nog steeds zo hard bezig? ‘Mijn seksuele identiteit is altijd latent aanwezig geweest in mijn werk’, zegt hij. ‘Maar nooit zo persoonlijk en donker als hier, dat klopt. De gesprekken met Marc deden me opnieuw in die worsteling duiken. Ik kwam erachter dat ik dat stukje van mijn identiteit jarenlang naar het achterplan had verschoven. Door zo actief stukken met anderen te maken, was er te weinig tijd om (zoekt het juiste woord) te verteren. Ik was de jongste jaren te veel aan het praten en het schrijven en te weinig aan het zweten. Ik zweet graag. Daarom beweeg en dans ik nu veel radicaler dan vroeger. Het moest eruit.’

©Siska Vandecasteele

In dezelfde periode kwam hij voor het eerst in contact met hedendaagse dans. In deSingel zag hij vanop de eerste rij ‘As Long As The World Needs A Warrior Soul’ van Jan Fabre. De overgave, de sensualiteit en de seksualiteit maakten een verpletterende indruk. Online vond hij kort nadien filmpjes van ‘Fase’ van Anne Teresa De Keersmaeker. Ook dat stuk blies hem omver, om heel andere redenen dan bij Fabre: ‘Ik begreep niet hoe zulke eenvoudige pasjes zo’n grote emotionele impact op me konden hebben.’

Hij had zijn roeping gevonden. Alleen viel dansen niet te combineren met zijn atletiekopleiding. Martens deed veldlopen en middellange afstanden zoals 800 en 1.500 meter. Terugkijkend durft hij zichzelf hooguit verdienstelijk te noemen - ‘Er is geen Borlée aan mij verloren gegaan’ - maar al die loopkilometers hebben hun effect niet gemist. ‘De repetitiviteit in mijn werk is erg gerelateerd aan het lopen. Soms ervaar ik echt een runner’s high als ik dans: blijven doorgaan, het ritme van je lijf voelen en geen seconde vermoeid geraken. Dat is een ongelooflijk gevoel.’

De solo ‘lostmovements’ van Jan Martens en Marc Vanrunxt: van 30 januari tot 1 februari in deSingel in Antwerpen. Nadien op tournee.

‘Passing the Bechdel Test’: op 3 februari in deSingel. Ook dat stuk gaat op tournee.

Alle data op www.grip.house

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect