De smid die zich omturnde tot koning Leopold II

Alles is larger than life in 'Der Schmied von Gent'. ©Annemie Augustijns/Opera Ballet

Met 'Der Schmied von Gent' componeerde de Oostenrijkse componist Franz Schreker in 1932 een opera over onderdrukking en bevrijding. Ersan Mondtag maakt er voor Opera Vlaanderen een bont spektakel van.

Franz Schreker is niet meteen een naam die op ieders lippen ligt. De Oostenrijkse componist was nochtans in het interbellum een van de toonaangevende componisten in Duitsland met succesopera's als 'Der Schatzgräber' en 'Der ferne Klang'. In 1920 werd hij directeur van de Hochschule für Musik in Berlijn, toen het meest prestigieuze muziekinstituut ter wereld. En toch is de man zo goed als onbekend. Uit de muziekannalen verdwenen omdat de nazi's de Joodse componist het werken onmogelijk maakten. In 1932 ging 'Der Schmied von Gent' in première. Na amper vijf voorstellingen werd het werk van de affiche gehaald. Het stond de nazi's niet aan.

Franz Schreker

De Oostenrijks-Joodse componist Franz Schreker werd in 1878 geboren in Monaco. Zijn vader was een rondreizende fotograaf die ook voor Leopold I werkte.

In 1883 vestigde hij zich in Linz. Schreker studeerde aan het conservatorium van Wenen. Hij richtte in 1907 het Filharmonisch Koor van Wenen op, dat zich specialiseerde in de avant-garde. Schreker schreef in korte tijd enkele bijzonder gesmaakte modernistische opera's die zeer rijk georkestreerd waren. Hij werd ook een bekende muziekpedagoog in Duitsland.

Met de opkomst van het nazisme ging zijn carrière achteruit. Hij werd ontslagen als muziekprofessor en zijn opera's werden verboden. In 1933 kreeg hij een hartaanval waaraan hij een jaar later stierf.

 

Wonderboy

De opera werd daarna nog amper opgevoerd. Jan Vandenhouwe, de artistiek directeur van Opera Vlaanderen, vond het hoog tijd het werk van onder het stof te halen Hij vroeg de jonge wonderboy van het Duitse theater Ersan Mondtag een hedendaagse versie te maken van wat Schreker zijn 'Zauberopera' noemde. Een toveropera. Een sprookje. Maar dan eentje met scherpe klauwen. Het woord vrijblijvend staat, zo bleek zondag tijdens de première in Antwerpen, niet in het woordenboek van Mondtag.

Het stond bijna in de sterren geschreven dat 'Der Schmied von Gent' in Vlaanderen weer werd opgevoerd. Het is een oer-Vlaams verhaal, in 1858 door Charles De Coster (de man van 'Tijl Uilenspiegel') op schrift gesteld. Het verhaal speelt zich af in de 16de eeuw. Vlaanderen kreunt onder de Spaanse bezetting. De smid Smee kwijnt weg onder de recessie. Hij heeft nauwelijks nog klanten. Uitgeput onderneemt hij een zelfmoordpoging. Ze mislukt. Waarna de duivel op het toneel verschijnt en hem zeven jaar van voorspoed belooft als hij zich daarna tot het kamp van de duivel bekeert. Een Faust-achtig verhaal. Uiteraard loopt een en ander fout en zijn er heel wat verwikkelingen voor het doek na drie uur weer naar beneden gaat.

De smid als Leopold II aan de poorten van het paradijs bij Petrus. ©Annemie Augustijns/Opera Ballet

Radicaal

Het siert Mondtag dat hij niet voor een halfslachtige oplossing heeft gekozen. Hij maakt radicale keuzes die je, of je het ermee eens bent of niet, niet anders kan dan bewonderen. Larger than life, valt zijn aanpak samen te vatten. Of het nu gaat om de reusachtige decors met de grijnzende duivel en de peperkoeken huisjes of de werkelijk buitenissige maar prachtige kostuums (let op de pruiken!). Het is opera zoals opera moet zijn: weg de sleur van de alledaagsheid van het leven. In die visuele overrompeling toont Mondtag zich ook een meester in het regisseren van zijn zangers. Met een klein gebaar, een simpele oogopslag worden ze kwetsbaar en vaak ontroerend grappig. Er is een heerlijke scène waarin Maria en Jozef met het kindeke Jezus voor Smid Smee (een geweldige rol van de Britse bariton Leigh Melrose) verschijnen en hem een uitweg uit het duivelspact voorschotelen.

Mondtag maakt radicale keuzes die je, of je het ermee eens bent of niet, niet anders kan dan bewonderen.

En de muziek, vraagt u zich misschien af. Die schettert en spettert. Schreker was in 1932 gepokt en gemazeld in de kennis van de muziekgeschiedenis. Je hoort heel veel verschillende stijlen door elkaar. Maar in de meeste gevallen is ze zondermeer luid en strak, met dank aan dirigent Alejo Pérez. Kurt Weil, een van zijn leerlingen, hoor je er wel eens door. Richard Strauss, nog zo'n tijdgenoot, is ook nooit ver weg. Maar net zo goed hoor je stukken polyfonie uit de 17de eeuw. Machtig zijn de koorpartijen die de partituur nog meer opzwepen. Je moet geen musicoloog zijn om te horen dat er een paar tongbrekers tussen zitten, maar zoals steeds kwijt het koor van Opera Vlaanderen zich vlekkeloos van zijn taak.

Lumumba

In het derde bedrijf na de pauze past Mondtag nog één radicale ingreep toe. De smid is dood. Hij bevindt zich aan de poorten van het paradijs. Maar de smid is de smid niet meer. Hij is getransformeerd tot koning Leopold II, inclusief lange witte baard. Hij zit voor een podiumgrote foto van Antwerpen Centraal. Het sprookje stokt daar. De muziek zwijgt. Uit de luidsprekers klinkt de onafhankelijkheidstoespraak die Patrice Lumumba op 30 juni 1960 in Kinshasa hield. Hij rekende erin af met het Belgisch kolonialisme. Daarna schotelt Mondtag, op muziek van Schreker dan weer wel, beelden voor van gevechten in Congo tijdens of kort na de onafhankelijkheidsstrijd. Het duurt lang.

Oké, je snapt de politieke bedoeling van Mondtag wel. Vlaanderen was in de 16de eeuwse een bezette stad, maar we zijn zelf 400 jaar later ook een meedogenloze bezetter geweest. Door Leopold II. Maar het lijkt toch ver gezocht. En bovendien haalt het de vaart uit de opera. Die heeft enige tijd nodig om zich daarvan te herstellen. Maar uiteindelijk wordt het alweer grollen en grappen aan de poorten van Petrus. Iedereen gelukkig. Maar de duivel lacht het laatst. Nog zo'n grapje van Mondtag.

'Der Schmied von Gent', tot 11 februari in Antwerpen, daarna Gent

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud