‘De wereld heeft nood aan tien Gerard Mortiers'

©Marco Borggreve

‘Ik heb zijn dood een plaats kunnen geven. Maar de pijn blijft.’ De Franse dirigent Sylvain Cambreling praat in een zeldzaam interview over het overlijden dag op dag een jaar geleden van zijn jarenlange partner Gerard Mortier.

‘Alsof het zo heeft moeten zijn.’ Even stokt bij Sylvain Cambreling (67) de vrolijke en gedreven woordenvloed waarmee hij heeft gesproken over de Franse componist Olivier Messiaen, de zeden en gewoonten bij zijn Japanse orkest en de psychologie van de dirigent. Zondag dirigeert hij op het Klarafestival in Brussel het Yomiuri Nippon Symphony Orchestra Tokyo door Messiaens monumentale Turangalîla-symfonie heen. Morgen is het ook precies een jaar geleden dat zijn partner Gerard Mortier overleed. ‘Ongelooflijk dat ik net dan in Brussel een concert geef. Alsof het zo heeft moeten zijn’, herhaalt hij. ‘Het zal een zeer emotionele avond worden. Gerard adoreerde Messiaen enorm.’

Hij nipt even aan zijn Perrier. ‘Na een jaar heb ik zijn dood een plaats kunnen geven. Mais ça reste très douloureux. Iedereen mist hem, hè. In de muziekwereld, in de operawereld.’ Cambreling knikt wanneer we het cliché bovenhalen dat het uiteindelijk erg snel is gegaan met de opera-intendant. In december 2013 hadden we nog een lang interview met hem. Mortier was toen erg strijdvaardig. Vastbesloten om de tijd die hem nog restte na de diagnose van pancreaskanker zo goed mogelijk in te vullen.

‘December 2013? Ja, toen voelde hij zich nog relatief goed. Maar vanaf januari is hij heel snel achteruitgegaan. De chemotherapie sloeg niet meer aan. Hij woog op het einde nog 33 kilogram. Gerard kon ook niet meer praten de laatste weken. Weet u, hij had gehoopt tot augustus 2014 te kunnen leven. Hij wilde zo graag op 28 augustus zelf naar Weimar gaan om de Goethe-medaille voor culturele verdienste waarmee hij was onderscheiden in ontvangst te nemen. Maar het mocht niet zijn.’

Hoe hebt u elkaar ontmoet?
Sylvain Cambreling: ‘In de opera van Parijs, waar Gerard aan het einde van de jaren 70 assistent was van de toenmalige directeur Rolf Liebermann. Toen hij in 1981 naar De Munt vertrok, vroeg hij mij mee als zijn muziekdirecteur. We zijn samen tien jaar in Brussel gebleven. Daarna hebben we nog veel samengewerkt. De Salzburger Festspiele, de Ruhrtriënnale, op het laatst in Madrid nog. We hebben 34 jaar elkaars werk en leven gedeeld.’

Bij het Teatro Real in Madrid werd hij in 2013 brutaal ontslagen. Hij was daar erg verontwaardigd over, maar had het hem ook gekwetst?
Cambreling: ‘Enorm. De manier waarop ze hem hebben ontslagen was beschamend. Gerard heeft zijn ontslag moeten vernemen via de pers. Weet u dat de voorzitter van de raad van bestuur op een dag naar Gerards oncoloog belde en hem koudweg vroeg: hoelang heeft hij nog? Mensonterend. Als iemand ziek wordt, moet je praten over hoe het verder kan en moet. Maar in Madrid is er nooit een discussie geweest. Gerard is door zijn ziekte gewoon op straat gezet.’

U woonde samen aan de rand van het Jubelpark. Blijft u een stek in Brussel behouden?
Cambreling: ‘Absoluut. Ik heb ons appartement behouden. Ik kan er geen afstand van nemen, al ben ik hier niet zo vaak. Brussel is de enige stad waar ik me echt thuis voel. Vreemd, hè, want ik ben een Fransman. Gerard en ik hebben altijd vastgehouden aan een stek in Brussel, ook toen we beiden in het buitenland werkten. Het was echt wel de bedoeling later onze oude dag hier samen te slijten. Mais bon.’

‘Ik heb me de voorbije maanden ontfermd over Gerards archief. Zijn correspondentie, zijn nota’s, zijn essays. Ik heb het allemaal bezorgd aan de Akademie der Künste in Berlijn. Ze vroegen daar of ze het archief van Gerard mochten bewaren. Ik heb ingestemd op voorwaarde dat het voor iedereen toegankelijk is. Er zitten brieven bij die hij in de jaren 70 schreef naar de overheid over hoe hij de toekomst van de Vlaamse Opera zag. Toen al! Voorts is een groot gedeelte gewijd aan zijn visie over Europa. Dat was zijn passie, hè. De laatste gesprekken die ik met hem heb kunnen voeren in januari gingen daarover.’

Heeft de culturele wereld een nieuwe Mortier nodig?
Cambreling: ‘Niet één, maar tien. Gerard was iemand die mensen kon overtuigen en engageren. Er werd naar hem geluisterd. Vandaag zijn politici en ondernemers niet geïnteresseerd in cultuur. Dat is mijn diepe overtuiging. Terwijl cultuur in onze agressieve wereld net mensen kan verenigen.’

Vanavond dirigeert u een Japans orkest. Hoe bent u daarbij verzeild?
Cambreling: ‘Acht jaar geleden werd ik als gastdirigent gevraagd, ook voor de Turangalîla van Messiaen. Toen de chef-dirigent vijf jaar geleden met pensioen ging, heeft de directie me verzocht hem op te volgen. Mijn contract loopt tot 2019. Maar het is geen voltijdse job. Ik ga drie keer per jaar voor drie weken naar het orkest in Tokio.’

Uit de boeken van Haruki Murakami leerden we dat Japanners van jazz hielden.
Cambreling: ‘Ah, maar in diezelfde boeken van Murakami speelt klassieke muziek ook een grote rol. In ‘1Q84’ draait het verhaal deels om de Sinfonietta van de Tsjechische componist Leoš Janáček. In ‘Kafka op het strand’ voert hij het ‘Aartshertogtrio’ van Beethoven op. Nee nee, vergis u niet, Japan is dol op klassieke muziek. Alleen al in Tokio zijn er 13 symfonische orkesten en 30 concertzalen waarvan zeven met meer dan 3.000 plaatsen. U moet me niet geloven, maar ik vind het Japanse publiek het beste van de wereld. Waarom? Ze komen goed voorbereid naar een concert, luisteren gedisciplineerd en hoesten nooit.’ (lachje)

Is het met Japanse muzikanten anders werken dan met Europese?
Cambreling: Bien sûr! Ze zijn ongelooflijk gedisciplineerd. Tijdens een repetitie wordt geen woord gezegd, zelfs niet tegen de buurman. Letterlijk geen woord, hè.’

Maar hoe kunt u dan in discussie gaan met het orkest?
Cambreling: ‘Niet. On ne discute pas avec le chef. In Japan doet men wat de baas vraagt. Punt. De dialoog die ik met het orkest voer, gebeurt enkel via de muziek. Japanners zeggen zelden of nooit wat ze echt denken. Ze zijn zeer formeel en beleefd omdat ze niemand voor het hoofd willen stoten. Uit respect voor de ander. Tegelijk zijn ze zeer harde onderhandelaars. Maar ze draaien het altijd zo dat de tegenpartij op een bepaald moment inziet dat een voorstel niet goed is. Dan moeten ze dat zelf niet zeggen.’

U bent van opleiding trombonespeler, maar u werd al snel dirigent. Waarom?
Cambreling: ‘Moeilijk uit te leggen. Ik geloof dat ik op mijn vijfde het kleuterkoor al dirigeerde. Ik heb nooit iets anders gekend dan muziek. Mijn moeder was muzieklerares. We waren thuis met negen. Zes van ons zijn professionele muzikanten geworden.’

Is een dirigent vooral een psycholoog?
Cambreling: ‘Toch voor een groot gedeelte. Je moet autoriteit hebben, maar die kan je niet afdwingen. Je moet ze verdienen. Dat doe je door de manier waarop je problemen aanpakt. Ouder wordende muzikanten bijvoorbeeld. Er komt een moment dat het moeilijker wordt voor hen. Die mensen schoffeer je niet tijdens repetities. Je praat onder vier ogen, bekijkt de mogelijkheden. Autoriteit ga je als dirigent ook niet krijgen als je niet voorbereid bent. Het komt bij collega’s veel vaker voor dan je denkt. Zoiets is dodelijk voor de relatie met het orkest. Geen muzikant neemt een dirigent die een partituur niet kent au sérieux. Geloof me, dat hebben ze direct door.’

Hoort u elke fout tijdens een concert?
Cambreling: ‘Het is de bedoeling dat we ze enkel tijdens de repetitie horen, hè. Maar opnieuw: je moet daar bedachtzaam mee omgaan. Je mag zeker niet druk gaan gesticuleren tijdens het concert, want dan is de concentratie weg. Een knipoogje volstaat. Dan weet de muzikant: ai, hij heeft het gehoord, dat zal een staartje krijgen. Na afloop praat je daar dan over.’

Morgen dirigeert u de Turangalîla-symfonie van Olivier Messiaen. Wat trekt u zo aan in dat stuk?
Cambreling: ‘Ik vergelijk het wel eens met ‘Le sacre du printemps’ van Stravinksy: de muziek laat het orkest schitteren. Het is een erg moeilijk en tegelijk zeer toegankelijk stuk. Messiaen componeerde het eind jaren 40. Je hoort dat, er zit veel swing in. Het is een symfonie over de liefde en de dood. Met één overheersend gevoel: vreugde. Het wordt het perfecte eerbetoon aan Gerard. Dat weet ik zeker.’

Yomiuri Nippon Symphony Orchestra Tokyo o.l.v. Sylvain Cambreling, zondag 15 uur, Paleis voor Schone Kunsten www.klarafestival.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud