interview

'Dit is het laatste dat ik vandaag ga zeggen'

Marina Abramovic (71), de 'grootmoeder van de performance'. ©Diego Franssens

Marina Abramovic maakte naam met eigenzinnige, vaak levensbedreigende performances. Voor de Vlaamse Opera werkte de beminnelijke maar wispelturige Servische mee aan een hoogtepunt in de operageschiedenis.

Het is niets minder dan een stunt. De Vlaamse Opera wist de Servische performancekunstenares Marina Abramovic (71) te strikken voor de scenografie van de opera ‘Pélleas et Mélisande’, die vrijdag in première gaat. Ze is de vrouw die zich ooit in naam van de kunst met 72 voorwerpen, waaronder een pistool met één kogel, liet martelen in een galerie. De vrouw ook die een drietal maanden in het MoMa zat om zich stilzwijgend in de ogen te laten kijken.

We treffen de eigenzinnige kunstenares in de foyer van de Vlaamse Opera in Antwerpen, in het gezelschap van Sidi Larbi Cherkaoui (41) en Damien Jalet (41). De artistiek directeur van Ballet Vlaanderen en zijn compagnon de route verzorgden de regie en de choreografie van ‘Pélleas et Mélisande’. Ze kennen Abramovic goed, al bijna 15 jaar. Van toen ze opeens in de zaal zat tijdens ‘Tempus Fugit’, hun voorstelling voor het RomaEuropa-festival.

‘Marina’s werk was al een referentie van bij het eerste duet dat Sidi en ik in 2002 samen maakten’, zegt Jalet. ‘Toen ze in Rome op ons afkwam, waren we dan ook blij als kleine kinderen. We waren ook nog kleine kinderen. Zo jong.’

‘Maar wat een krachtige kinderen’, zegt Abramovic met klem. ‘Tijdens de show dacht ik meteen: ‘Wauw, die jongens móét ik ontmoeten. Op dat podium zag ik een compleet nieuwe taal, en een gevoel voor timing en rituelen die me heel erg aantrok. Ik moet zeggen dat ik, behalve door het werk van Pina Bausch, nooit zo onder de indruk ben geweest. Ik heb hen kort daarna uitgenodigd in mijn huis in Amsterdam en we hebben een enorme pan couscous gemaakt. Het was het begin van een diepe vriendschap.’

Kort na die eerste ontmoeting verhuisde Abramovic van Amsterdam naar New York. Ze ging meer in musea werken en verdween uit het festivalcircuit. Drukke agenda’s maakten frequente bezoekjes onmogelijk, maar ze bleven elkaar vinden. Toen Cherkaoui en Jalet haar tijdens een opdracht in New York opzochten, toonde Abramovic ‘Balkan Erotic Epic’, haar film met bizarre oude vruchtbaarheidsrituelen uit de Balkanregio. Toen ze in 2013 door de opera van Parijs werden uitgenodigd om de ‘Boléro’ van de Franse choreograaf Maurice Béjart te bewerken, dachten ze meteen aan Abramovic.

Reünie van Marina Abramovic met ex-partner Ulay tijdens haar performance in het MoMa in New York

Die aarzelde geen moment. ‘Het was echt een kans om mijn grenzen te verleggen. Ik had nog nooit met ballet gewerkt, laat staan voor de Franse opera, een instituut dat bol staat van de restricties. Binnen de limieten van dat oude huis moesten we iets nieuws maken. Heerlijk.’

Sinds haar zitperformance in het Museum of Modern Art (MoMa) is Abramovic een wereldster. Meer dan 800.000 bezoekers gingen in 2010 in New York naar ‘The Artist Is Present’ kijken. 1.500 mensen gingen tegenover haar zitten om Abramovic in de ogen te kijken, onder wie de Amerikaanse actrice Sharon Stone, de IJslandse zangeres Björk en de Amerikaanse zanger Lou Reed.

Op YouTube zijn fragmenten te vinden van bezoekers die in tranen uitbarsten. Abramovic bleef de hele tijd onbewogen. Eén keer viel ze uit haar rol: toen haar ex-geliefde en -performancepartner, de Duitse kunstenaar Ulay, onverwacht voor haar plaatsnam. Ze begon te huilen en greep zijn arm vast. Na die emotionele reünie deed hij haar trouwens een proces aan wegens misgelopen inkomsten uit de performances die Abramovic zonder hem was blijven opvoeren.

Reünie van Marina Abramovic met ex-partner Ulay tijdens haar performance in het MoMa in New York

Door ‘The Artist Is Present’ heeft Abramovic vandaag zes assistenten nodig om haar activiteiten te organiseren. Voortdurend reist ze de wereld rond. Ze werkte ook al met zangeres Lady Gaga en acteur James Franco. De Amerikaanse rapper Jay Z schakelde haar in voor de videoclip voor ‘Picasso Baby’.

En tussendoor was er Opera Vlaanderen. Het moeilijkste in de voorbereiding van ‘Pélleas et Mélisande’, die bijna drie jaar in beslag nam, was de drie creatieve protagonisten rond één tafel krijgen. Ze werkten in New York, waar Abramovic woont, in Avignon, waar Cherkaoui en Jalet met een bewerking van de succesvoorstelling ‘Babel’ toerden, en in Venetië tijdens de Biënnale.

‘Het belangrijkste bij een samenwerking is dat het ego verdwijnt’, zegt Abramovic. ‘Het doet er niet toe wie met welk idee komt, het resultaat telt. Als je je ego niet aan de kant kan zetten, leidt zo’n samenwerking alleen maar tot grote drama’s. Maar de chemie tussen ons zit goed. We werken heel organisch, in voortdurend overleg. We hebben hetzelfde buikgevoel en dat is zeldzaam. En we hebben hetzelfde gevoel voor humor, dat vind ik essentieel.’

Extreme performance

Abramovic bracht het grootste deel van haar carrière soloperformances. Hoogst persoonlijke voorstellingen, vaak geïnspireerd op haar jeugd in streng communistisch Joegoslavië, onder de knoet van haar moeder. Die gooide een asbak naar haar hoofd toen ze als 28-jarige Marina naakt had opgetreden.

Dat was niets in vergelijking met de grensverleggende performances die nog zouden volgen. Abramovic bewerkte haar handen met messen en nam haar gekerm op met een recorder, ze kerfde een communistische ster in haar onderbuik en liet zich twintig keer per minuut in het gezicht slaan.

Performance 'Rythm 10', gebaseerd op Slavische drankspelletjes.

Maar de extreemste prestatie is wellicht die voor ‘The Lovers’, het afwandelen van de Chinese Muur in 1988. Ze stapte tien uur per dag van oost naar west, door de bergen en de woestijn, in het gezelschap van een bataljon Chinese militairen en een tolk. Haar geliefde Ulay begon zijn tocht aan het westelijke uiteinde. De bedoeling was om na hun ontmoeting, ergens in het midden, te trouwen. Toen ze elkaar drie maanden later tegenkwamen, bleek Ulay tijdens zijn tocht zijn vrouwelijke tolk zwanger te hebben gemaakt. Hij kondigde aan dat hij met de Chinese vrouw zou huwen. Dat was het einde van hun relatie en professionele samenwerking, die twaalf jaar hadden geduurd.

‘Na die ervaring in China heb ik gezegd: ‘Nooit meer werk ik met iemand samen.’ Maar kijk, zeg nooit nooit. Samenwerkingen brengen wonderbaarlijke dingen voort. (tegen Cherkaoui en Jalet) Kids, we moeten echt blijven samenwerken. We maken fantastische dingen samen. (tegen ons) Maar laten we het nu over de opera hebben, ik zie dat jij twee pagina’s met vragen hebt meegebracht.’

Dragers van energie

‘Pelléas et Mélisande’ is de enige volledig afgewerkte opera van de Franse componist Claude Debussy (1862-1918), gebaseerd op een tekst van de Gentse symbolistische schrijver Maurice Maeterlinck uit 1893.

Hij vertelt het verhaal van de mysterieuze Mélisande, die in een duister bos wordt gevonden door prins Golaud. Ze trouwen en hij neemt haar mee naar het kasteel van zijn grootvader koning Arkel. Daar ontstaat een verhouding tussen Mélisande en Pelléas, de halfbroer van Golaud. De onderwereld en het geestenrijk staan centraal in het mystieke verhaal dat bol staat van symboliek, en waarin de lange haren en ondoorgrondelijke ogen van Mélisande een belangrijke rol spelen.

Marina Abramavoci werkte eerder samen met Sidi Larbi Cherkaoui (met pet) en Damien Jalet (met grijs shirt) aan de Boléro voor de Opera van Parijs. ©Agathe Poupeney/Opéra National

‘Het heeft een tijd geduurd voor we het stuk konden vatten’, zegt Jalet. ‘Larbi heeft iets meer ervaring met opera, maar voor mij was het een ver-van-mijn-bedshow. Als choreograaf vertrek je normaal van een wit blad. Marina maakte in Laos ooit een stuk over kinderen die sterven in militaire conflicten: ‘8 Lessons On Emptiness With a Happy End’. Recht uit haar hoofd, zonder script of historische referentie. Wij zijn het gewend ons eigen verhaal te schrijven, en opeens krijg je dan een verhaal opgelegd, met de muziek erbij.’

Abramovic: ‘We zeiden tegen elkaar: ‘Wat gaan we hier in godsnaam mee aanvangen?

Cherkaoui : ‘Tot je het stuk beter leert kennen. Je raakt geïntrigeerd door Mélisande, en langzaam begin je te zien wat jouw bijdrage kan zijn aan de lange traditie van deze opera. Denk aan het werk van Marina, waarbij ze zeven uur per dag mensen in de ogen keek. Dat is precies waar ‘Pélleas et Mélisande’ over gaat. Het draait om de ogen. Het werk van Damien is dan weer sterk gericht op rituelen, op energie, op lichamen die zich laten zien en weer verbergen. Zo zijn de dansers in dit werk dragers van energie geworden, de energie die tussen de personages wordt opgewekt. Ze nemen verschillende vormen aan, transformeren. Soms zijn ze het verlengstuk van het personage, dan weer nemen ze de vorm van standbeelden of voorwerpen aan.’

Abramovic: ‘Sorry, Sidi, ik moet echt even iets zeggen want dit raakt voor mij aan de essentie van onze connectie: energie. Dans en performance zijn compleet immateriële vormen van kunst. Je kan ze niet met een haakje aan de muur hangen als een schilderij. Ze zijn onzichtbaar. Je kan ze wel voelen, met je hele lichaam. Ik heb veertig jaar van mijn leven gespendeerd aan het bestuderen van energie, hoe die te transformeren en over te brengen op het publiek. En dat is precies wat we hier doen, met opera.’

Samen met danser Damien Jalet (l). en choreograaf Sidi Larbi (r.) heeft Marina Abramovic het concept voor de opera Pelléas et Mélisande bedacht. ©Diego Franssens

Jalet: ‘In november 2015 stond ik oog in oog met de schutters van de aanslagen in Parijs, in de Rue de Charonne. Ik kon ontkomen door snel te reageren. Maar mensen die achter mij stonden, heb ik tegen de grond zien gaan. Ik ben heel dicht bij de dood geweest en heb daarna met hele grote vragen geworsteld. Wat is de betekenis van dit leven? Waar ga je heen als je sterft? Als je de eerste keer het verhaal van Mélisande leest, dan denk je: ‘Ach, dat meisje met haar lange haar. Wat moeten we met dat Rapunzelverhaal?’ Maar dan ga je dieper de duisternis en het mysterie in. Je stuit op een wereld waarin er een plek is waar je na de dood heen kan gaan. En Mélisande heeft de sleutel. In die gedachte vond ik een enorme schoonheid. Vrij van ironie, volledig oprecht. Het woord spiritueel krijgt meestal een negatieve lading. Maar dat zit echt in het werk van Maeterlinck. En in dat van ons.’

‘We zijn dansers, we werken met lichamen, en wat ik heel interessant vind, is het lichaam als middel voor traumaverwerking’, pikt Cherkaoui in. ‘Wat Damien in Parijs heeft meegemaakt, is bijna onuitspreekbaar. Ook die onbespreekbare ervaringen hebben een lichamelijke component, al is dat in onze maatschappij nauwelijks toegelaten. Zelfs op een begrafenis word je geacht zo weinig mogelijk te huilen. Marina propageert om zo diep mogelijk te gaan in de ervaring om die van je af te kunnen laten glijden. Dansen heeft mij geholpen traumatische ervaringen te kanaliseren, te sublimeren. Dat zie je ook in het werk van Damien. Het is die totale overgave die ons verbindt. Operazangers doen dat ook, ze worden hun geluid. En dansers kunnen helemaal opgaan in het moment, tot er geen zelf meer is, enkel energie die je kan doorgeven.’

Penicilline

‘We zijn allemaal telepathisch’, zegt Abramovic. Ze wijst naar het linkeroog van Cherkaoui , waar een pleister over zit omdat hij last heeft van dubbel zicht. ‘Mijn linkeroog is op hetzelfde moment ontstoken. Ik zat in Parijs voor een modeshow toen het gebeurde. Dit gaat zelfs verder dan telepathie. Onze lichamelijke reacties zijn dezelfde.’ Ze grijpt naar een kleine zwarte handtas. ‘Ik heb penicilline nodig.’ Met de hulp van een handspiegeltje druppelt ze iets in haar oog.

Zangeres Lady Gaga oefent volgens de 'Abramovic-methode'

Tijdens hun samenwerking voor de ‘Boléro’ van Béjart werkte de Servische rechtstreeks met de dansers. Ze dompelde hen onder in de ‘Abramovic-methode’, om wilskracht, concentratie en zelfbeheersing te trainen. De dansers moesten geblinddoekt bewegen tot ze totaal gedesoriënteerd waren, volledig naakt dansen of op bevel midden in de choreografie voor dood neervallen. ‘Dit keer was mijn rol op dat vlak beperkter. Ik heb vooral aan de scenografie gewerkt. Ik heb twaalf immense kristallen opgehangen, die suggereren dat we in een andere dimensie zitten, een andere ruimte, het buitenaardse misschien. Heel belangrijk. En nu, please, kids, moet ik echt gaan.’

Na exact 28 minuten gesprek veert Abramovic recht. ‘Ik heb drie dagen keihard gewerkt. Nu moet ik bewegen. Ik hou van deze twee jongens, dat is het laatste wat ik vandaag ga zeggen.’ Met grote passen beent ze de foyer uit, om twee minuten weer binnen te stuiven. Ze is haar muts vergeten. ‘Waarom draag ik alleen maar zwart?’ Ze vindt haar muts en roept: ‘Schrijf maar op dat we zeker nog gaan samenwerken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content