Een culturele renaissance aan zee

De 16de editie van Theater aan Zee, die vandaag in Oostende begint, kondigt zich aan als de laatste van een tijdperk.

Toen Theater Aan Zee (TAZ) 15 jaar geleden van start ging was dat in een braaklandschap. De badstad die er decennialang een bloeiende artistieke scene op had nagehouden, waarin schilders als James Ensor en Leon Spilliaert en muzikanten als Arno Hintjens en Marvin Gaye zich ophielden, was verloederd. 'Een culturele woestenij was het', zegt Hendrik Tratsaert, de oprichter van het nieuwe kunstencentrum Vrijstaat O. 'Er was alleen het voormalige PMMK en het Casino Kursaal, met de bekende commerciële programmatie. Na de jaren zestig is Oostende in een diepe slaap gesukkeld. Niemand was geïnteresseerd in cultuur. Je moet dat kaderen in een breder kader. Er was ook meer werkloosheid en criminaliteit. De straten zagen er niet uit. Het lag er vol zwerfvuil. Zoals de meeste ambitieuze Oostendenaren ben ik toen uitgeweken.'

In het midden van de jaren negentig zorgde de lokale toeristische dienst voor een eerste kentering. 'Dat is inderdaad veelzeggend', zegt Luc Muylaert, artistiek leider en algemeen coördinator van TAZ. 'Er werd simpelweg niet nagedacht over cultuur. Het was iets voor de toerist. Dankzij Geert Declerck, destijds de eerste directeur van de dienst toerisme, is daar langzaamaan verandering in gekomen. Hij zag in dat cultuurtoerisme steeds belangrijker zou worden. Ik denk dat de voor Oostende ongewoon ambitieuze tentoonstelling 'Van Ensor Tot Delvaux' (1996) veel ogen heeft geopend. En toen later ook TAZ steeds meer mensen naar Oostende lokte, heeft het stadsbestuur wijselijk het besluit genomen om van cultuur een speerpunt van het beleid te maken.'

Het resultaat is bekend. TAZ is een succes. Het museum kreeg door de naamsverandering van PMMK naar Mu.ZEE en het aantrekken van directeur-conservator Philip Van den Bossche, die in 2007 overkwam van het Van Abbemuseum, een nieuwe dynamiek. In 2007 vond de eerste editie plaats van het Filmfestival, dat sindsdien de Vlaamse filmprijzen uitreikt. En ondertussen zette ook het jonge Vrijstaat O., sinds 2010 het eerste kunstencentrum aan zee, met creatieprojecten als Dansand en Freestate een flinke stap vooruit. Ook de titel van Culturele Hoofdstad van Vlaanderen in 2010 en de bijbehorende toelage zorgde voor extra stimulansen. Tratsaert: 'De perceptie is veranderd. Binnen en buiten Oostende voelt men nu aan dat er in Oostende een cultuurvriendelijk klimaat heerst. Wij merken dat artiesten hier graag naartoe komen, door dat klimaat en door de open ruimte. Er hangt hier vrijheid en het culturele landschap is nog niet dichtgeslibd, zoals in andere steden.'

Verademing

'Al die initiatieven versterken elkaar ook, en verhogen het aanzien van Oostende', vult Muylaert aan. Het is de bedoeling dat die wisselwerking in de toekomst extra versterkt wordt door de komst van het langverwachte cultureel centrum. Het blijft opvallend: terwijl zowat elke Vlaamse kerktoren met wat horeca en lintbebouwing over zo'n door de overheid gesponsord cultuurhuis beschikt, heeft Oostende het al die jaren gerooid zonder. Binnenkort komt daar met de opening van de Grote Post eindelijk verandering in. Het voormalige postgebouw van de modernistische architect Gaston Eysselinck, in 2006 gekocht door de stad, wordt gerenoveerd om te verrijzen als cultuurcentrum. 'Dat die infrastructuur erbij komt, is een verademing', zegt Tratsaert. 'De Oostendenaar met interesse voor dans en theater zal zich niet meer moeten verplaatsen naar Brugge, Gent of Kortrijk.'

Paradoxaal genoeg heeft ook de afwezigheid van infrastructuur een katalyserende rol gespeeld. Werken op locatie (en van de nood een deugd maken) is al jaren een van de sterktes van TAZ. Door zichtbaar te zijn op vele verschillende locaties en openlijk te rekruteren in het Oostendse weefsel, heeft het festival eerst de Oostendenaren achter zich gekregen, om vervolgens te wegen op het lokale cultuurbeleid. Nancy Bourgognie, de Oostendse schepen van Cultuur, raadt de culturele spelers aan om 'zeker ook hun eigen ding te blijven doen op hun eigen plekken.' Maar anderzijds beseft ze dat de Grote Post qua infrastructuur de kers op de taart van het lokale cultuurbeleid is. Met een eerste toonmoment in september zal ze nog tijdens de huidige legislatuur kunnen benadrukken hoe cultuur, aangeduid als prioriteit in de vorige beleidsnota, niet meer alleen met 'toerisme' vereenzelvigd wordt, maar duidelijk een eigen dynamiek heeft ontwikkeld.

Parfum

De officiële opening van de Grote Post is gepland tegen eind 2012 of uiterlijk begin 2013. Tegen dan zal Jan Goossens, artistiek directeur van het Brusselse theaterhuis KVS en ooit nog TAZ-curator, samen met TAZ-medewerkster Liv Laveyne en muzikant Serge Feys, de krachtlijnen uittekenen. De aanstelling van een 'onbevangen buitenstaander' als Goossens als chef van het artistieke team dat de opstart van de Grote Post in goede banen moet leiden, sluit aan bij een andere 'grotere' missie. Bourgognie: 'We willen het gebouw niet alleen teruggegeven aan de Oostendenaren en er een cultuurvolkshuis van maken, het mag net dat ietsje meer zijn.' Dat ietsje meer omschrijft Mu.ZEE-directeur Van den Bossche als 'onbevangen de wereld binnenbrengen': 'Oostende is een stad waarin je veel dingen voelt die ook op andere plekken ter wereld gebeuren. Dat heeft met stedelijkheid te maken, met migratie, maar natuurlijk ook met dat parfum dat hier nog steeds hangt.'

TAZ, van tot 4 augustus op verschillende locaties in Oostende, www.theateraanzee.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud