reportage

Een muizenval met bankbiljetten

©stef stessel

Het theatercollectief De Roovers stoft op de Zomer van Antwerpen een oude waarheid af omdat ze relevanter is dan ooit. ‘Rijk kom je overal mee weg, arm moet je jezelf keer op keer verantwoorden.’

Sara De Bosschere drijft vlak na de avant-première van ‘Het bezoek’ nog op adrenaline. Voor het eerst is ze voor een volle tribune in de huid van de arrogante miljardaire Claire Zachanassian gekropen. ‘Claire is de vrouwelijke versie van Donald Trump’, vertelt ze gedreven. ‘Net als de Amerikaanse president komt ze overal mee weg omdat ze rijk en dus machtig is.’

De actrice van het Antwerpse theatercollectief De Roovers, voor de gelegenheid aangevuld met enkele gastacteurs en het muziekensemble LÂP, dankt haar rol aan de Zwitserse toneelauteur Friedrich Dürrenmatt (1921-1990). Hij schreef de brandend actuele satire ‘Der Besuch der alten Dame’ in 1957. ‘In de oerversie van het stuk was Claire trouwens een man’, zegt De Bosschere. ‘Door er een gekrenkte vrouw van te maken zorgde de schrijver ervoor dat we gemakkelijker begrip kunnen opbrengen voor haar wraakroute.’

Dat ik burgers met hun burgerlijkheid kan confronteren, maakt ‘Het bezoek’ voor mij erg interessant.
Sara De Bosschere, actrice

Claire is na een leven als prostituee alsnog schatrijk geworden en strijkt, belust op revanche, neer in haar in verval geraakte geboortestadje. Op haar 17de werd ze er weggehoond. De vader van het kind dat toen in haar buik zat, is nu als winkeleigenaar een vooraanstaande stedeling. Maar destijds kocht hij, om zich aan het vaderschap te onttrekken, twee getuigen om die Claire zwart moesten maken voor de rechter. Nu vormt hij met de priester, de burgemeester, de politiecommissaris en de schooldirecteur het ontvangstcomité dat zijn ex-geliefde met de hoogste égards zal ontvangen. Maar de twijfelachtige piramide van de lokale turnvereniging is al snel een wrange en ludieke metafoor voor het failliet van de stad.

‘De wat rare, absurde humor, de vele metaforen en de kleine figuratieve situaties waarmee hele gedachtengangen worden geschetst, maken het stuk bijzonder interessant. Dat en het feit dat ik burgers met hun burgerlijkheid kan confronteren’, zegt De Bosschere.

Dat Claire bij haar ‘thuiskomst’ aan de noodrem moet en kan trekken van de trein die uit Venetië komt, betekent twee dingen: er stoppen amper nog treinen in het stadje dat door de buitenwereld al lang is opgegeven én ze liggen er aan haar voeten. De onderliggende kwestie is: hoe ver willen de arme en wat verzuurde stedelingen, het publiek en bij uitbreiding de hele samenleving gaan om de economie aan te zwengelen?

De eis van Claire - ‘hoogconjunctuur in ruil voor een lijk’, meer bepaald dat van haar vroegere geliefde - wordt eerst nog weggelachen. ‘Wij leven in Europa. Wij zijn geen barbaren’, klinkt het bij monde van de burgemeester, een knappe gastrol van Warre Borgmans. Maar de eerste burger blijkt de huichelachtigste van de hele kliek te zijn. Uiteindelijk buigen ethische kwesties mee met het grote geld. Van moord is dan al lang geen sprake meer, van een wettelijk rechtsgeding evenmin, want het is de gemeenteraad die het vonnis zal uitspreken.

In de afgrond

‘Het meest tragikomische’, zegt De Bosschere, ‘is dat Claire maar één dominosteentje een zetje moet geven om een hele stad ineen te doen stuiken. Door haar verleden als prostituee weet ze perfect welke mechanismen in gang treden als je mensen geld en welvaart voorspiegelt. Ze kan vanop haar balkon, sigaar in de mond, simpel afwachten en toekijken hoe haar voormalige stadsgenoten zich eerst rijk kopen op krediet en vervolgens in de afgrond storten.’

De Bosschere vindt het belangrijk dit stuk te spelen aan de vooravond van de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen. ‘Ook dan zullen de mechanismen opduiken die Dürrenmatt subtiel en met humor beschrijft. Kijk maar hoe de pers sommige populistische denkbeelden overneemt. Niet vanwege hun haalbaarheid op lange termijn, maar vanwege de macht op korte termijn.’

Dat ‘Het bezoek’ een lang requiem voor een aangekondigde dood is en iemand uiteindelijk moet boeten voor de openstaande schuld, staat buiten kijf. Een houten muur wordt de hele voorstelling gestut. ‘Eerst kan je er nog een triomfboog in zien, maar al snel heeft hij meer weg van een grafmonument’, zegt De Bosschere.

Een lege industriële loods, tussen de snelweg en de haven, is tegelijk de ideale locatie om enkele vragen te stellen over ons economisch model. ‘Dürrenmatt schreef het stuk na de Tweede Wereldoorlog. Zwitserland stond als financieel paradijs nog in zijn kinderschoenen, terwijl de wereld nu gecorrumpeerd is door een kapitalistisch systeem waarin alle transacties worden uitgedrukt in verkoop- en rendementscijfers, ook menselijke. Je weet gewoon niet of iemand spreekt vanuit idealisme of eigenbelang.’

De vraag dringt zich op waar onze individuele verantwoordelijkheid begint als het systeem het laat afweten. Dürrenmatt was niet optimistisch. Hij heeft nooit afstand genomen van de stedelingen die het drama voltrekken, omdat hij niet zeker was dat hij zelf anders zou hebben gehandeld. Zijn referentiepunt was natuurlijk de Tweede Wereldoorlog en de leiders die toen werden gevolgd.

Dürrenmatt omschreef zijn theaterwerk weleens als een muizenval waarin het publiek wordt gelokt. In ‘Het bezoek’ is het een val met bankbiljetten. ‘Ik bepaal uw wetten’, zegt de miljardaire en iedereen knikt gedwee. Over de moorden die ze op haar geweten heeft - de twee omgekochte getuigen - wordt zedig gezwegen. ‘Rijk kom je overal mee weg, arm moet je jezelf keer op keer verantwoorden’, besluit De Bosschere.

‘Het Bezoek’ speelt tot 29 augustus in Loods Antigoon in Antwerpen. En vanaf het najaar in de culturele centra.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content